John Banville: De blauwe gitaar (bespreking Ann)

john banvilleStel je het volgende voor… Je hebt juist een stukje van jezelf blootgegeven aan je nieuwe partner en dan blijkt hij er geen woord van gehoord te hebben. Hij heeft niet eens geluisterd; hij was je heel die tijd alleen maar aan het observeren. Stel dat die partner een beroemd schilder is, dan kan je je gevleid voelen. Maar tegelijkertijd heb je toch het gevoel dat hij niet echt geïnteresseerd is in je.

Zo iemand is de ik-figuur in ‘De blauwe gitaar‘, Oliver Orme: een befaamd kunstschilder, die in een soort waas naar zijn naasten kijkt. Of liever: hij ‘was’ een befaamd kunstschilder.

Oliver Orme zegt niet veel, maar denkt des te meer. “Ik zou kunnen zeggen dat ik op een dag wakker werd en moest constateren dat ik de wereld kwijt was, maar hoe zou dat klinken? En had ik trouwens niet altijd niet de wereld zelf geschilderd, maar de wereld zoals mijn geest me die voorstelde? Een criticus heeft me eens tot leider benoemd van wat hij graag de School der Cerebralen noemde – als er al zo’n school was, dan had die maar één leerling-, maar zelfs als ik sterk naar binnen was gericht, had ik alles nodig wat buiten was: de lucht en de wolken, de aarde zelf en de kleine figuurtjes die op zijn korst heen en weer stapten.”

Ik heb het eens opgezocht. De School der Cerebralen bestaat natuurlijk niet. Het woord cerebraal zelf betekent zeer verstandelijk en rationeel. En dan is er nog CVI, de cerebrale visuele inperking, wat op een gestoorde kijkattitude wijst. Het past bij onze Oliver. Nergens wordt letterlijk weergegeven welk soort schilderijen hij maakt, maar het zullen volgens mij wel kubistische werken zijn: de wereld in vormen proberen te herleiden.

Veel heb ik verder niet opgezocht tijdens het lezen. Niet dat ik alle woorden, namen en verwijzingen ken. Ik ken wel wat van kunst, maar zelfs in de talrijke verwijzingen naar kunstenaars, zet John Banville de lezer graag op het verkeerde been. In zijn lange monoloog geeft Oliver Orme soms fautieve informatie. Dat toont Huub Beurskens toch aan in zijn bespreking in De Reactor. En dan heb je nog de vele mythologische en literaire verwijzingen. Sommige herkende ik, de meeste waarschijnlijk niet. Het doet er eigenlijk niet toe. Het verhaal heeft vele lagen, en de laag waar ik me in bevond, beviel me uitstekend. Er zit hoe dan ook vaart in het verhaal, het zou jammer zijn die te verbreken.

Oliver Orme heeft de mensheid, inclusief zichzelf, duidelijk niet hoog op. Maar heb ik hem hoog op?

Onze kunstschilder is getrouwd met Gloria. Ze hadden een dochter, Olivia, die stierf op haar derde. In het begin van het verhaal begint Oliver een affaire met de dartele kinderlijke Polly, de vrouw van zijn beste vriend Marcus. Het verhaal focust zich op het moment dat Marcus doorheeft dat Polly een minnaar heeft en zijn verdriet bij Oliver komt verdrinken. “Een belachelijke slaapkamerklucht”, denkt Oliver over heel die toestand. Gelukkig kan Oliver soms met zichzelf lachen.

In feite heeft Oliver Polly van zijn vriend ‘gestolen’. “Want schilderen is in feite, net als stelen, een eindeloze poging iets helemaal te bezitten, en keer op keer faalde ik. Het stelen van de spullen van andere mensen, scènes kliederen, houden van Polly: uiteindelijk was het allemaal één pot nat.” En stelen doet hij gedurende heel het verhaal: van het zoutvaatje in een restaurant tot de dichtbundel van een kennis tot, inderdaad, de vrouw van zijn beste vriend. Op het moment dat heel de affaire dreigt uit te komen, vlucht hij naar het huis van zijn jeugd. Op zoek naar…? Eigenlijk verlangt hij er vooral naar zelf gevonden te worden, zelf gestolen te worden, gered te worden van zichzelf.

Dat vluchten doet hij heel het verhaal door. En niet alleen fysiek. Is er een gevoelig gesprek, een moeilijk moment of een vervelende gedachte…, dan begint hij de natuur of een persoon te beschrijven. Hij beschrijft ze als prachtige schilderijen, maar de daad van het schilderen zelf lukt hem niet meer. De bezieling is weg. Zijn ziel heeft hij verdrongen.

Bovendien zit hij vol zelfbeklag.

Maar wat is er met me gebeurd, waar ben ik mezelf kwijtgeraakt? Dat is geen vraag, zelfs geen retorische, alleen een deel van, een couplet van, een lofzang op de doorgaande jammerklacht. Als ik mezelf niet beklaag, wie zal het dan doen?” Geloof me, dit boek is één langgerekte klacht. Maar van een ongelooflijke schoonheid.

Buiten, waar het een bewolkte en toch op een vreemde manier stralende dag was, begon het licht en aarzelend te regenen. Ik merk trouwens dat de regen met een verdachte regelmaat mijn relaas kracht bijzet. Misschien is dit een alternatief voor de stromen tranen waar ik het recht op heb om die te vergieten, door de oprechte droefenis van dat alles wat zich tussen ons afspeelde, tussen Polly en mij en Marcus en Gloria, en tussen wie weet allemaal nog meer? Gooi een kiezel in de zee en de rimpelingen verspreiden zich alle kanten op, vol met jammerlijke tijdingen.”

Ik hield, ondanks alles, heel veel van de getormenteerde ziel Oliver.

Zijn gedachten, zijn twijfels, zijn angsten, zijn zoektocht naar zichzelf… het wordt allemaal prachtig weergegeven. Op papier.
In het echt zou ik Oliver niet graag als vriend hebben, laat staan als minnaar. Terecht noemen zijn naasten in het verhaal hem een koele, egoïstische man. Maar wie zijn gedachten leest, weet beter en kan hem alleen maar omarmen.

Lees dat boek, laat je meeslepen door het ritme van zijn relaas, en laat je niet te veel afleiden door mogelijke verwijzingen die je misschien niet helemaal begrijpt. Als lezer moet je ook niet alles weten. Lees de wereld van Oliver gerust alsof er een waas tussen jezelf en de tekst hangt en geniet, geniet van de prachtige beschrijvingen.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in tips van de lezer met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *