Jacek Dehnel: Saturnus (december 2012)

Was het niet dat een bevlogen kennis mij het boek in mijn handen duwde, ik zou het niet gelezen hebben. De kaft van het boek toont één van de veertien wrede zogenaamde Zwarte Schilderijen van Goya, en de foto van de auteur achteraan het boek laat een op zijn minst merkwaardige figuur zien. Bovendien zijn de zwart-wit reproducties binnenin het boek onduidelijk. Niet meteen uitnodigend.


De titel van het boek verwijst naar het gelijknamig schilderij van Francisco de Goya, waarop Saturnus een vrouw levend verslindt. Volgens de mythe eet Saturnus zijn zonen op, maar Goya heeft duidelijk vrouwenbillen geschilderd. Of gaat het om een man met vrouwenbillen? Alles kan: het vreemdste is nog niet vreemd genoeg, en het gruwelijkste nog niet gruwelijk genoeg in deze roman.

Jacek Dehnel heeft met Saturnus een alternatieve biografie over Goya, zijn zoon en zijn kleinzoon geschreven, en heeft zich duidelijk goed gedocumenteerd. Wat weten we van vader Goya, de grote schilder? Goya (Spanje, 1746-1828) was een volks type (en in het Spanje van toen was volks echt boertig en plat) dat er, mede dankzij zijn uitzonderlijk schilderstalent, in slaagde hofschilder van Karel IV (tot 1808) te worden. Hij liet bij voorbeeld Goya in ‘de’ Goya veranderen. In 1873 trouwde hij met Josefa Bayeu , bijgenaamd ‘la Pepa’. Samen kregen ze 20 kinderen, waarvan er maar één zoon bleef leven, nl. Javier, een sukkelaar en de riséé van Madrid. Javier trouwde met de knappe Gumersinda en werd vader van de levenslustige Mariano. Maar is hij wel de vader? Francisco zou wel eens de vader kunnen zijn… Stof voor jaloezie. Francisco maakte ook de gruwel van de Spaanse onafhankelijkheidsoorlog (1808-1814) mee, gevolgd door het schrikbewind van de Spaanse Inquisitie van Koning Ferdinand VII.

De ontgoocheling over zijn zoon(“Lummel, sukkel, viespeuk, druiloor nietsnut, schijterd, klaploper, stinkende luiwammes, impotente zak, slapjanus, lulhannes, gek, schilder die geen enkel schilderij heeft geschilderd, ouwe zak, smeerlap, mislukkeling, schoft, mispunt, misbaksel” p.170) , de groeiende achterdocht sinds zijn doofheid (“Over wie kun je makkelijker achter zijn rug roddelen dan over een dove?”p.49), de verschrikkingen van de oorlog en de inquisitie, en waarschijnlijk ook het loodwit dat hij massaal gebruikte maar “dat uiteindelijk een vergif bleek te zijn en dat een mens ervan sterft aan saturnismo”, (p.94, zie ook titel) begonnen een stempel op zijn werk te drukken. De schilderijen van Goya veranderden geleidelijk aan van klassieke hofportretten tot indrukwekkende macabere taferelen, waarin hij zowel de gruwel die alle verbeelding te boven gaat als zijn eigen promiscue, biseksuele en platvloerse eigenheid tentoonstelt.

De vreselijkste schilderijen zijn de veertien zogenaamde Zwarte Schilderijen (1819-1823), de fresco’s die in het buitenhuis van Goya gevonden zijn. Nu twijfelt men eraan of ze wel door Goya geschilderd zijn. Idemdito voor het schilderij ‘De kolos’ (1808-1812) met de enorme gigant op. Deskundigen van het Prado hebben links onder het doek de initialen A.J. gevonden. Jacek Dehnel heeft met deze nieuwste inzichten gespeeld en er volgende hypothese mee verweven. Javier, de papperige, verwijfde, onnozele zoon, zou in al zijn frustratie en in een manisch moment van creativiteit en woede, deze schilderijen gemaakt hebben. De vrouwenbillen op het schilderij Saturnus zouden dus de billen van Javier zijn, die door zijn vader verslonden wordt. Goed gevonden en knap uitgewerkt.

Het kan inderdaad allemaal. Het levert alleszins een boeiend verhaal op. Het verhaal wordt chronologische verteld, in korte stukjes waarin telkens Francisco, Javier en Mariano aan het woord komen. Tussendoor worden ook kort de veertien Zwarte schilderijen beschreven vanuit het oogpunt van Javier. De belangrijkste woorden bij dit boek zijn: de gruwel, vader-zoonrelatie, het onvermogen om zicht te uiten en lief te hebben, doofheid, kunst en gekte.

Tijdens het lezen heb ik mij verschillende keren afgevraagd waarom ik absoluut niet het gevoel heb een historische roman te lezen. Het boek is vooral in de tegenwoordige tijd geschreven. De personages spreken me rechtstreeks aan. Daarom? Maar toen ik gisterenavond naar het journaal keek en beelden van het geweld in Syrië zag en nadien wat op internet surfte op zoek naar schilderijen van Goya, dacht ik: “Dat is nu. Goya is nu.” Mijn bewondering voor Goya is dankzij dit boek gegroeid. De schrijver van dit boek verdient alleen al daarom een pluim. En ook de vertaalster Esselien ’t Hart wil ik vermelden. Het moet niet gemakkelijk zijn om al die vuilbekkerij in het Nederlands om te zetten.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in literatuur met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *