Geert Colpaert: Het boek der ontwenning

boek der ontwenningEen lijvig debuut van 760 bladzijden. Een foto van een werk van Banksy op de cover. En een tekst op de achterflap die heerlijk geschift overkomt, en al veel weergeeft van wat de lezer mag verwachten: een boek over vriendschap, kunst en genezing in een allerminst kurkdroge taal.

Ik citeer de achterflap: “Alcohol”, zo stelde Oscar Wilde, “ingenomen in voldoende hoeveelheden, kan zorgen voor alle symptomen van dronkenschap.” Daar weten de Ontwenners uit de ‘Afdeling der Verdwazing’ – die zich graag Juu-pileir of Bruine Leffe laten noemen – alles van. Elke woensdag marineren ze hun ziel in liters Karlsquellbier, dat zij als ALDI-team kopen in de gelijknamige supermarkt. Zo blijft het leven draaglijk en blijven zij content in de steriele vrede van hun Psychiatrische Instelling. Maar wanneer een gloednieuwe therapeut hen aan het tekenen zet, kerft hun potlood onverwacht diep in hun ziel. En wanneer ‘patiënt’ Mark Behiels, ‘zomaar’, op bijna geniale wijze ‘Schoenen’ schetst ‘die spreken’, start een trage lente van Ontwenning.

Terwijl ik deze achterflaptekst overtyp, is mijn autocorrector voortdurend aan de slag. Het is natuurlijk ook niet de bedoeling om een tekst zomaar over te typen. Een tekst moet gelezen worden. En die 760 bladzijden lezen vlot. Heel vlot. Zelfs al begint op sommige bladzijden 90% van de zinnen met het woordje ‘en’, komen stopwoorden als ‘eigenlijk feitelijk’ ongehoord veel voor, en kreeg ik van sommige seksscènes de slappe lach:
“En terwijl door al deze beschouwingen die reuzenaronskelk van Sam, die keiharde Amorphophallus titanum alsmaar verder groeien blijft en strakker wordt, hoort Sam hoe Indra als de onschuld zelf bijna onhoorbaar puft, zacht zucht en lieve snurkgeluidjes maakt. En dat is mooi, maar voor de Amorphophallus titanum eigenlijk feitelijk ontmoedigend en Sam voelt hoe die reuzenaronskelk beetje bij beetje zijn prachtige kop laat hangen en hoe de houdgreep van zijn wortels in Sam z’n onderbuik verslapt. Maar Sam blijft kijken en nog eens kijken en ziet zijn reuzenranonkel jammer genoeg krimpen tot het formaat van een gewone ranonkel, maar het verlangen blijft en dat doet hem denken aan een andere bloem, een daglelie die naar Kiki werd vernoemd: de Hemerocallis Kiki De Montparnasse. En dat is een rozerode lelie die haar fluwelen bloemkroon uitdagend en behaagziek openspert als een geopende vulva.”(p. 280)

Ik nam het voor lief. Ik las alles als een mantra: zowel het gemurmel van mensen die eigenlijk feitelijk te goed zijn voor deze harde wereld, hun heil in de drank zoeken en uiteindelijk in de kunst vinden, als de bezwerende woorden van de therapeut. Dat de buitenwereld hard is voor de ontwenners, is duidelijk. De auteur is niet mals met zijn maatschappijkritiek. Als een troubadour uit de Middeleeuwen geeft hij af op onze materiële samenleving en op de eigendunk van sommige mensen die het gemaakt hebben. Ook enkele vertegenwoordigers van de mondaine kunstwereld krijgen ervan langs: Tuymans wordt niet bij naam genoemd, maar het scheelt niet veel. Sam Dillemans krijgt wel zijn goedkeuring: niet voor niets heet de nieuwe therapeut Sam Borremans (Sam Dillemans x Michaël Borremans) en zegt die voortdurend: “Kijken moet je doen, kijken verdomme!” Het is alsof ik Sam Dillemans hoor spreken. Als een troubadour bezingt Geert Colpaert ook de liefde. Als een troubadour zit zijn lied vol herhalingen en is zijn verhaal doorspekt met de nodige humor en platheid.

Ook zijn verslagen over de gang van zaken in de psychiatrie en ontwenningsoorden zijn niet echt positief. Helaas zijn ze waarschijnlijk wel realistisch. Ik weet het niet. Feit is dat Geert Colpaert de kunstwereld, die ik een beetje volg, heel realistisch beschrijft. Ik vermoed dat hij ook de psychiatrie goed kent. Of op zijn minst heel goed bestudeerd heeft. Naar het schijnt heeft hij drie jaar aan dit debuut gewerkt. Wat ik over Geert Colpaert weet, is niet veel: hij werkt gedeeltelijk als leraar in Sint-Niklaas en gedeeltelijk voor televisie.

Het boek is al enkele maanden te koop. Het verwondert me dat geen enkele gevestigde krant een recensie aan Het boek der ontwenning wijdt. Het gaat hier nochtans over een heel nieuwe en volstrekt originele stem van eigen bodem. De stem van een hedendaagse troubadour. Durven ze niet? Zijn ze te zeer gehecht aan hun gevestigde waarden?

Ik, een amateur-lezer, heb het boek heel graag gelezen. Ik vond het verhaal verslavend en de boodschap mooi. Gewoonweg eenvoudigweg mooi. Hoopvol. Dat mag ook eens. En leerrijk (Het verhaal wordt vaak onderbroken door allerlei heerlijke vaak historische beschouwingen). En de stijl? Die liederlijke barokke stijl wordt consequent volgehouden en past wonderwel bij de inhoud. Het stoort dus helemaal niet. Integendeel. En af en toe heb ik goed gelachen.
Meer moet dat niet zijn. Of misschien toch. Meer van dat a.u.b.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in literatuur met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *