Alessandro D’Avenia: Dingen die niemand weet (leesverslag Christel)

dingen die niemand weet 1dingen die niemand weet 2
Alessandro D’Avenia wordt op 2 mei 1977 in Palermo geboren in een kroostrijk gezin; hij is de 3de van 6 kinderen. Hij gaat naar de middelbare school Vittorio Emanuele II in Palermo waar hij o.a. les krijgt van priester Pino Puglisi (1) die er godsdienst onderwijst en een grote indruk op hem nalaat.
In 1995 verhuist hij naar Rome om er aan de Sapienza Universiteit (2) klassieke literatuur te gaan studeren. In 2000 studeert hij af in de klassieke filologie waarna hij een doctoraat aanvat. In 2004 behaalt hij zijn doctoraat in antropologie met een specialisatie ‘Griekse literatuur in de oudheid’. Zijn proefschrift handelt over de “sirenes” in Homerus en hun relatie met de Muzen in de oude wereld. Tijdens zijn doctoraat geeft hij gedurende drie jaar les op een middelbare school. Na zijn doctoraat geeft hij de voorkeur aan lesgeven eerder dan aan onderzoek en geeft Grieks en Latijn op een middelbare school.
2008 schrijft hij een paar afleveringen van de derde reeks van “Life Bites” in Disney Italië.

Zijn debuutroman ‘Wit als melk, rood als bloed’ die in 2010 uitkomt, wordt meteen een bestseller in Italië en is intussen uitgegeven in 20 landen. Het succes van zijn debuutroman wordt gedeeltelijk bevestigd door zijn tweede roman ‘Dingen die niemand weet”.

Hij werkt occasioneel voor een aantal Italiaanse kranten (La Stampa, Future), richt tevens een amateur theatergezelschap op en werkt in 2011-2012 mee aan het script van de film gebaseerd op het boek ‘Wit als melk, rood als bloed’. De film wordt geproduceerd door Rai Cinema en wordt in april 2013 verwacht op het doek.

Het boek

Alessandro D’Avenia beschrijft als geen ander de leefwereld van opgroeiende pubers. Net als bij zijn debuutroman weet hij met deze tweede Bildungsroman (3) “Dingen die niemand weet” in het hoofd van pubers te kruipen en de wereld te omschrijven vanuit hun standpunt.

Wie bij voorbeeld ooit op een maandagochtend in de klas heeft gezeten – en dat hebben we toch allemaal – en angstvallig die eerste genadeloze zin ‘neem een blaadje papier’ heeft horen vallen, zal de volgende passage beslist vertrouwd in de oren klinken:

“Het eerste uur is het moeilijkst, omdat het zowel het verleden als de toekomst in zich herbergt. Het verleden van een warm bed en een laken dat je kan beschermen tegen alle aanvallen van de realiteit vermengt zich met de toekomst van een dag vol lessen en proefwerken. Het eerste uur is een en al weemoed en wanhoop, wat voor iedereen al een dodelijk concentraat is, maar vooral voor iemand van veertien, als alleen al de gedachte aan de ‘eerste keren’ genoeg is om je kapot te krijgen. Laat staan hoe het voelt als ze vervolgens werkelijkheid worden, zoals de eerste toets”.

Boekbespreking

De vakantie loopt op z’n einde. Het hoofdpersonage Margherita (14 jaar) staat op het punt naar het lyceum te gaan – de nieuwe school boezemt haar enerzijds angst in maar anderzijds heeft ze er toch zin in. Wanneer haar vader haar op haar GSM echter meldt dat hij niet meer naar huis terugkomt, stort haar wereld in.

“De alles verslindende leegte van de verlating slokte al Margherita’s licht op. Het enige wat overbleef was de geur van de verdwenen kleren van haar vader, en de frisdroge geur van zijn aftershave. Precies op dat moment werd de weemoed het overheersende gevoel van haar leven, gekristalliseerd in de holten van haar ziel, als koraal van het hart, kostbaar omdat het zo zeldzaam en ontoegankelijk was”

Door deze onverwachte wending van het leven verloopt de start op haar nieuwe school moeizaam: naast de onwennigheid van de nieuwe omgeving, leraren en medeleerlingen voelt ze zich vooral immens alleen en verdrietig. De communicatie met haar moeder Eleonore en haar broertje Andrea van vijf, die allebei ook van de schok moeten bekomen en met zichzelf geen blijf weten, verloopt stroef en ongemakkelijk.

De leraar Italiaans en Latijn weet haar echter te boeien door zijn gedrevenheid om zijn leerlingen zijn passie voor literatuur en taal te communiceren.

Op school leert ze ook Marta kennen die met haar grappige weetjes en horoscoopvoorspellingen Margherita aan het lachen weet te brengen en zo het verdriet enigszins verzacht.
“Weet je dat het onmogelijk is om aan je eigen elleboog te likken?”
“Weet je dat een mens tijdens zijn leven gemiddeld tien spinnen en zo’n zeventig insecten doorslikt?”

“De horoscoop van Marta boorde onverwachte mogelijkheden aan en bevredigde de dorst naar verhalen waarin ze zich konden onderdompelen om er zeker van te zijn dat hun eigen verhaal toch niet helemaal onbeduidend was”

Via Marta komt ze ook in contact met diens ‘onconventionele’ familie (vader Fabrizio is fotograaf, moeder Marina speelt toneel en Marta heeft ook nog 2 zusjes en 2 broers) en met toneel waar ze zelfs goed blijkt in te zijn.

Tijdens de toneelles leert ze de geheimzinnige Giulio kennen die ook bij haar in de klas zit.

Giulio is een puber die buitengewoon intelligent, knap en stoer is en gevaarlijk balanceert op de rand van de maatschappij. Hij woont in een opvangtehuis en heeft niets of niemand nodig tot hij oog in oog komt te staan met de weemoedige blik van Margherita.

Geleidelijk aan brengt hun respectievelijk verdriet hen samen.

Wanneer Margherita voor de les Italiaans de rol van Telemachos moet lezen in het verhaal van de Odysseus van Homerus en zich herkent in het personage beslist ze, net als Telemachos, samen met Giulio op zoek te gaan naar haar vader.

“Ze voelde de angst van Telemachos, en zijn hoop. Ze voelde die jongen onder haar huid dringen. Ook hij zonder vader, ook hij een kind dat werd gevraagd om volwassen te worden. Er was niets veranderd in al die eeuwen. Het grootste heldendicht ooit geschreven begon met een jongetje dat op zoek moet naar zijn vader’”

“Margherita vroeg zich af of alle literatuur soms over haar ging. De leraar was onbewust de deur geworden waardoor, vanuit een verre wereld waarin meer waarheid schuilt dan de onze, antwoorden binnendrongen op dingen die niemand wil weten. In het leven van alledag vraagt niemand je om het verhaal te vertellen dat een hap uit je hart neemt en erop kauwt, en als iemand het je al vraagt, is er in het leven van alledag niemand die het voor elkaar krijgt dat verhaal te vertellen, omdat je nooit de juiste woorden vindt, de goede nuances, de moed om je bloot te geven, je kwetsbaar op te stellen en waarachtig te zijn. Dat verhaal moet van buitenaf over je heen komen, zoals gebeurt wanneer de boeken die je uitkiest je vrienden worden die je het liefst zou opbellen als je ze uit hebt, om te vragen waar ze je van kennen of waar ze jouw verhaal hebben opgevangen. Zo’n verhaal is een spiegel waardoor je ineens uitroept: dat is mijn verhaal, dit ben ik, maar ik had niet de woorden om het te vertellen. En misschien ontdek je dan dat je niet alleen bent, niet echt alleen.”

Gelukkig is er ook oma Teresa die voor haar af en toe kookt en “die weet dat de ziel in een hoekje kruipt als hij pijn heeft, en dat je hem dan alleen kunt bereiken door voor het lichaam te zorgen, zodat dat zich weer aan de ziel vasthecht”.

De zoektocht naar haar vader verloopt niet zonder problemen maar brengt uiteindelijk wel alle personages tot nieuwe inzichten.

Conclusie

“Dingen die niemand weet” is een boek dat ik met evenveel plezier tweemaal heb gelezen: een eerste maal voor het verhaal, een tweede maal om na te genieten van de verschillende aspecten die het boek interessant maken: etymologische verklaringen, een inleiding in stijlfiguren , subtiele verwijzingen naar de “dingen die niemand weet”, filosofische bedenkingen, mooie teksten … Wat mij betreft, een aanrader om ook bij tieners de liefde voor literatuur en taal aan te wakkeren.

D’Avenia slaagt erin een aantal wezenlijke thema’s en levensvragen (de weg naar volwassenheid, vriendschap, liefde, eenzaamheid, geloof, leven en dood…) aan te snijden die voor jongeren belangrijk zijn zonder echter de voeling met hen te verliezen. Het boek leest vlot en slaagt erin ernstige thema’s aan te snijden maar zonder al te serieus te worden.

Ik zie in elk geval al ongeduldig uit naar D’Avenia’s volgende roman.

voetnoten:
(1) Giuseppe ‘Pino’ Puglisi (15 september 1937-15 september 1993) was een rooms-katholieke priester in Palermo en stond bekend als anti-maffia priester. Hij daagde openlijk de maffia uit en werd op zijn 56ste verjaardag gedood door een lid van de maffia. Zijn levensverhaal is naverteld in een boek, “Don Puglisi: Vita del Prete palermitano ucciso dalla maffia (2001)”, en verfilmd in ‘In het zonlicht (2005)’.
(2) Universiteit Sapienza is een autonome Italiaanse staatsuniversiteit in Rome. Het is de grootste Europese universiteit, en de oudste van de drie door de staat gesteunde universiteiten van Rome. Sapienza werd opgericht in 1303, meer dan zes eeuwen voor Tor Vergata en Roma Tre. Sapienza is Italiaans voor “wijsheid” of “kennis”.
(3) Een Bildungsroman (Duits: “vormingsroman”) is een psychologische roman die verhaalt over de emotionele, morele en intellectuele groei van het (meestal jonge) hoofdpersonage. Het hoofdpersonage wordt vaak gevormd door de mensen die hij ontmoet en waar hij mee omgaat. Zijn levensverhaal wordt gekenmerkt door de zoektocht naar zingeving en harmonie. Heel vaak staat het conflict tussen de protagonist en de maatschappij centraal, waarbij de protagonist de hem omringende normen en waarden stukje bij beetje leert accepteren, waardoor hij uiteindelijk toch in de maatschappij wordt opgenomen. In sommige verhalen is de protagonist pas na het bereiken van een zekere rijpheid in staat zich om anderen te bekommeren en te helpen.
De Bildungsroman is als genre ontstaan uit de folkloreverhalen waarin bijvoorbeeld een weinig intelligent persoon de wereld introk om zijn elders zijn geluk te beproeven, vaak nadat hij eerst een verlies heeft geleden dat hem emotioneel sterk heeft geraakt. Als genre staat de Bildungsroman zeer dicht bij de Entwicklungsroman, de Erziehungsroman en de Künstlerroman.
De term Bildungsroman werd in 1820 bedacht door Johann Carl Simon Morgenstern.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in literatuur met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *