Julian Barnes: Het tumult van de tijd (Leesclub Dilbeek april 2018)

Biografie Julian Barnes:

Julian Patrick Barnes (Leicester, 19 januari 1946) is de zoon van Engelse leerkrachten Frans. Hij heeft één broer, Jonathan, die filosoof is. Boeken waren, en zijn, zijn natuurlijke habitat.
Hij studeerde rechten, maar werd nooit advocaat, en ging vaak op reis naar Frankrijk. Hij werkte mee aan de Oxford Englisch Dictionary (letters C tot G). Daarna werkte hij als journalist (van restaurant- tot televisierecensent). Vanaf zijn 40-ste begon hij fulltime te schrijven. Zijn grote voorbeeld is Gustave Flaubert.
Momenteel woont hij in Londen. Zijn vrouw, Pat Kavanagh, die ook zijn literair agente was, stierf in 2008 aan een hersentumor.

Bibliografie (selectie uit de romans,…)

1985, Flaubert’s papegaai (de oudere arts Geoffrey Braitwaite trekt na de dood van zijn echtgenote naar Frankrijk, waar hij op zoek gaat naar sporen van zijn idool, Gustave Flaubert)
1991, Een geschiedenis van de wereld in 10 ½ hoofdstuk (verhaal over schepen en schipbreuken, het verhaal bevat ook verwijzingen naar Bijbelse verhalen en gebeurtenissen uit de geschiedenis, geïllustreerd met hoogtepunten uit de schilderkunst)
1999, Engeland, Engeland (een satire over Engeland)
2006, Arthur & George (over de vriendschap tussen Arthur Conan Doyle en de advocaat George, zoon van een Indiaanse dominee en een schotse vrouw. Over racisme)
2008, Niets te vrezen (autobiografische bespiegelingen over herinneringen en de dood)
2011, Alsof het voorbij is (in 2017 verfilmd als The Sense of an Ending)
2013, Hoogteverschillen (3 essays, vooral over zijn overleden vrouw en de dood)
2015: In ogenschouw (essays over kunst)
2016, Het tumult van de tijd (roman over Dmitri Sjostakovitsj)
2018, Het enige verhaal (verhaal over een jongeman wiens eerste liefde een veel oudere vrouw is)

Biografie Dmitri Sjostakovitsj (overgenomen uit De Reactor, platform voor( literaire kritiek, 15 juni 2016, Carl De Strycker)

Sjostakovitsj wordt geboren in 1906 en ontpopt zich al gauw tot een muzikaal wonderkind. Hij blijkt een bijzonder getalenteerd pianist, maar componeert ook en zal zich daarop toeleggen. Sjostakovitsj gaat werken voor het theater en de film, hij schrijft opera’s en is erg succesvol. Het is met zijn publiekssucces De Lady Macbeth van Mtsensk dat hij voor het eerst in de problemen komt.

Nadat Jozef Stalin deze opera had bijgewoond en nog voor het einde woedend was weggelopen, verschijnt in de Pravda van 28 januari 1936 het artikel ‘Chaos in plaats van muziek’, waarover gezegd wordt dat Stalin himself het geschreven heeft (een veronderstelling op basis van het grote aantal taal- en schrijffouten in het stuk die de redacteuren natuurlijk niet durfden te corrigeren) en waarin de componist wordt bedreigd en als volksvijandig en formalistisch kunstenaar wordt gekapitteld:
Dit is ultralinkse chaos in plaats van natuurlijke, menselijke muziek. Het vermogen om door goede muziek de massa’s te boeien valt ten offer aan de kleinburgerlijke formalistische inspanningen, de opzet om iets origineels te scheppen alleen om dat origineel doen zelf. Dit is spelen met duistere dingen, dat heel slecht kan aflopen.
Die situatie dwingt Sjostakovitsj om afstand te nemen van de opera en zich te conformeren aan het regime. Hij wordt verplicht om propagandamuziek te schrijven en een aantal principes en mensen te verloochenen, maar schrijft ondertussen verder aan een eigenzinnig oeuvre waarin hij in de mate van het mogelijke experimenteert.

Voortdurend is er de dreiging om uit de gratie te vallen en dus leeft hij met een constante angst om lijfsbehoud; tegelijk wordt de componist tegenover de buitenwereld uitgespeeld als het voorbeeld van de Sovjet-kunstenaar bij uitstek, wordt hij door de officiële instanties uitgestuurd naar het buitenland en overladen met Stalin- en Lenin-prijzen en andere onderscheidingen.

En na de dood van Stalin in 1953 wordt hij zelfs door de nieuwe machthebbers in de armen gesloten, weliswaar in een verstikkende knuffel, want hij wordt verplicht om toe te treden tot de Partij en een belangrijke positie te gaan bekleden in de componistenbond, een instantie die hem voordien ongelooflijk heeft getreiterd. Die double bind maakt van Sjostakovitsj een nerveuze, bange, paranoïde man.

Lees ook:

Getuigenis

Op eigen verzoek posthuum in het westen uitgegeven memoires van de Russische componist (1906-1975).Uitgegeven in de reeks privé-domein van De Arbeiderspers in 1993.
De herinneringen van de “Russische Mahler” (1906-1975), zoals hij ze vertelde aan de musicoloog Volkov. Ze werden destijds door zijn zoon, de naar het westen gevluchte dirigent Maksim, aangevochten als niet authentiek, op tamelijk zwakke gronden overigens. In levendige spreektrant kan men hier de spookachtige campagne van Stalin tegen de “formalisten” volgen, verteld door de belangrijkste onder hen. Ook over het ontstaan en de strekking van vooral de symfonische werken van Sjostakovitsj wordt de enigszins musicologisch gevormde lezer ingelicht. De componist spreekt echter ongaarne over zichzelf en geeft vooral een tijdsbeeld, met portretten van Glazoenov, Stalin, Strawinski, Majakovski etc. Het aangrijpende getuigenis van een compromisloos integer mens. Met foto’s, noten, biografisch overzicht, personenregister en het Pravda-artikel waarmee in 1936 de hetze begon. Een hoogtepunt in de Privé-domeinreeks. (NBD, Biblion)

Symfonie van honger, dood en hoop: Leningrad 1941-1943 (Brian Moynahan),
uitgegeven door De Bezige Bij in 2014

Geschiedenis van de Duitse belegering van Leningrad (1941-1944) en de première van de Zevende Symfonie van Sjostakovitsj in die stad.
Dit boek gaat over de Duitse belegering van Leningrad (1941-1944) en het ontstaan en de première van de Zevende Symfonie van Sjostakovitsj daar en toen. De auteur is historicus en werkte bij The Times en The Sunday Times. Hij schreef meerdere boeken over Rusland. Hij laat de verschrikkingen van de Duitse belegering én van de stalinistische terreur zien, maar ook hoe de muziek van Sjostakovitsj een troostend effect heeft op de bevolking van Leningrad. Spannende geschiedschrijving met veel human interest. De auteur heeft uit archieven geput waarin ook het lot van gewone mensen wordt beschreven. Intrigerend zijn de twee katernen met foto’s, zowel van het straatbeeld tijdens het beleg als van communistische hotemetoten, zoals de opperbeul Jezjov die zeer klein van stuk was. Interessant voor iedereen die geboeid wordt door Rusland, de Tweede Wereldoorlog en/of muziekgeschiedenis. Wie meer over de Sovjet-Unie vanaf 1938 wil lezen en eerder een sfeerbeeld wil dan een historisch relaas, zou ‘De rode belofte’ (2011) van Francis Spufford ter hand kunnen nemen. (NBD, Biblion)

Enkele discussiepunten:

1.Hoe zou je Sjostakovitsj beschrijven?
2.Ook nu houdt Sjostakovitsj de gemoederen bezig. Wat hij een communistische meeloper? Was hij een cryptodissident? Was hij een door machtspolitiek gemangelde kunstenaar die zijn familie trachtte te beschermen? (bron: NRC next 4 maart 2016) Welk beeld geeft Julian Barnes?
3.Het verhaal is de gedachtegang van één persoon. Toch wordt het niet in de eerste persoon verteld, maar wel in de ‘erlebte rede’ of de vrije indirecte rede. Waarom, denk je?
4.De drie delen van het boek beginnen met een variant van eenzelfde zin. Verklaar.
Deel 1(Op de overloop) 1936: Hij wist alleen dat deze tijd de zwaarste was.
Deel 2(In het vliegtuig) 1948: Hij wast alleen dat dit de zwaarste tijd was.
Deel 3(In de auto) 1960: Hij wist alleen dat dit de zwaarste tijd was van zijn leven.
5.Verklaar de titel. Oorspronkelijke titel is ‘The noise of time’
6.P.216: Sjostakovitsj zegt dat het “de definitieve, onweerlegbare ironie van zijn leven was, dat ze hem hadden vermoord door hem in leven te laten”. Hij denkt vaak over de dood na. Geef voorbeelden.
7.(o.s. Op pp.154/155) over ironie, sarcasme en cynisme. Waar staat Sjostakovitsj voor? Wat is het verschil tussen die drie stijlkenmerken?
8.De verhouding kunst en politiek is één van de centrale thema’s in dit verhaal. Ook nu wordt vaak over die verhouding in politieke èn culturele context gediscussieerd. Voorbeeld?
9.Moet kunst behagen?
10.Verklaar het motto: “Eén van het horen//Eén van het herinneren//Eén van het drinken” (volkswijsje).

—————————————————————————————————————————————

Lees ook het interview ‘Een opgeruimde pessimist de Volkskrant – 16 Jan. 2016’met WILMA DE REK EN BERT WAGENDORP

enkele citaten:

Vraag: Waar kwam de interesse vandaan?

Antwoord: ‘Nieuwsgierigheid. Ik heb op de middelbare school twee jaar Russisch gehad en tijdens mijn studie ook twee semesters Russische literatuur gedaan. Na de Franse literatuur is de Russische literatuur mijn liefde. In 1990 las ik Testimony van Solomon Volkov, gesprekken die na Sjostakovitsj’ dood zijn gepubliceerd, en toen begon ik pas iets te begrijpen van het soort leven dat hij heeft geleid. Ik luister naar heel veel muziek, maar er zijn maar een paar componisten wier leven me interesseert. Brahms was heel lang mijn favoriete componist, nu is het vermoedelijk Mozart; maar over Brahms heb ik helemaal niets gelezen en van Mozart alleen zijn brieven. Ik ben wel weer heel erg geïnteresseerd in het leven van Sibelius – ik weet niet waarom ik me in de een wel verdiep en in de ander niet.

‘Sjostakovitsj had natuurlijk een bijzonder interessant leven. De vraag wat er gebeurt met een muzikaal genie dat onder een extreme macht moet werken, is fascinerend voor ons die rustiger levens leiden, die kunnen schrijven en schilderen en componeren wat we maar leuk vinden. En ook: het heden wil altijd dat het verleden simpeler is dan het in werkelijkheid was. Het Westen heeft nog altijd geen idee van de complicaties van het leven in het Oosten, we voelen ons bovendien moreel superieur.

We zeggen: Sjostakovitsj, collaboreerde die niet met de autoriteiten? Of: Christa Wolf – was ze vroeger geen informante van de Stasi? Dan zal ze wel een slecht mens zijn. Of: Ismail Kadare, die heulde toch met de machthebbers van Albanië? Zeker, maar misschien moest hij wel, om te overleven; Albanië was geen aangename plek. Net zomin als de DDR dat was of Stalins Rusland.’

Vraag: Hoe waarachtig is uw Sjostakovitsj? Zien we de componist zoals hij uit de bronnen naar voren komt, of is hij een verzonnen romanpersonage?

Antwoord: ‘Een mengsel. Er zitten duidelijk dingen in die ik uit een veelheid aan bronnen heb gehaald, maar andere dingen heb ik verzonnen, ja. Dat is het voordeel van de schrijver. Ik heb veel gesproken met Elizabeth Wilson, de Sjostakovitsj-expert van Engeland. Ik vertelde haar dat als je met musici over zijn leven praat – Simon Rattle bijvoorbeeld – ze allemaal beginnen over die nachten waarop hij op de overloop op de lift stond te wachten, in de vaste veronderstelling dat de mannen van Stalin hem zouden komen halen.

‘Goed, ik had het daar dus over met Elizabeth Wilson, waarop zij zei dat dat verhaal van die lift over héél veel mensen wordt verteld. Niet alleen over Sjostakovitsj. Er is geen bewijs dat dat verhaal klopt; het is pas jaren na zijn dood verteld, door één enkele bron – geen familie. Als je zijn biograaf bent moet je, als je zo’n verhaal gebruikt, opschrijven dat het niet zeker is of het echt is gebeurd. Maar als schrijver zeg je: hier heb ik mijn grote eerste scène! Het is dus een enorm voordeel schrijver te zijn.’

Please follow and like us:

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in bibliotheek Dilbeek, Bibliotheken met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie