Jesus Carrasco: De vlucht (leesclub Pepingen)

Biografie en bibliografie: Jesús Carrasco werd in 1972 in Badajoz (Extramadura) geboren, maar verhuisde al snel naar de stad Torrijos in Toledo waar zijn vader als leraar aan de slag kon. Hij heeft een bachelor in lichamelijke opvoeding en heeft onder andere gewerkt als druivenplukker, wasverzorger, muziekmanager, tentoonstellingsmaker, grafisch ontwerper en reclamemaker. Hij begon met schrijven toen hij in 1992 naar Madrid verhuisde. In de loop van de jaren heeft hij dagboeken bijgehouden en korte verhalen geschreven, twee boeken voor kinderen en twee romans. Sinds 2005 woont hij met zijn vrouw en dochter in Sevilla.

Zijn eerste roman ‘De vlucht’ was een groot succes op de Frankfurter Buchmesse in 2012. Nog voordat het in Spanje werd gepubliceerd waren de vertaalrechten al verkocht aan het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië, Duitsland, De Verenigde Staten, Nederland, Noorwegen, Israël en Brazilië. Het regende ook prijzen: de Engelse PEN Award, De Prix Ulisse voor de beste eerste roman, de Nederlandse Europese LIteratuurprijs, …De Spaanse boekhandelaars bekroonden hem met de prijs ‘Beste Boek van het jaar 2013’, en El Pais verkoos het tot ‘Boek van het jaar’.

In de literaire kritiek wordt gesproken over de neoruralista-stroming in de Spaanse literatuur van de 21ste eeuw.

Zijn tweede roman ‘De grond onder onze voeten : roman’ verscheen in 2016.
Aan het begin van de twintigste eeuw is Spanje ingelijfd bij het grootste imperium dat Europa ooit heeft gekend. Nadat de rust is hersteld, krijgen de militairen die het bevel voerden bij de bezetting een dorp in Extramadura toegewezen om zich te vestigen. Eva Holman, de echtgenote van een van hen, leidt in die idyllische omgeving een teruggetrokken bestaan, totdat een zwijgzame man ongevraagd zijn intrede doet en geleidelijk steeds meer invloed op haar leven krijgt. Beiden delen een verlies groter dan ze kunnen dragen, bij elkaar vinden ze de kracht om op zoek te gaan naar de ware zin van het leven. De grond onder onze voeten verkent onze verbondenheid met de aarde – de plek waar we geboren zijn, waar we vandaan komen, onze wortels. In hetzelfde rijke proza als in De vlucht bezingt Jesús Carrasco de eindeloze weerbaarheid van de mens, de verwondering over ons inlevingsvermogen wanneer de ander in onze ogen niet langer een vreemde is. Een aangrijpende en overweldigende leeservaring, een boek dat je blik op de wereld voorgoed zal veranderen. (flaptekst)

Enkele discussietips:

In een interview met Caroline Soesbergen, gepubliceerd op www.cultuurbewust.nl vertelt de auteur wat meer over de achtergrond en de inspiratie voor het boek. “Net als de jongen in het boek moest mijn familie altijd tegen de droogte vechten. Ik herinner me het sjouwen met emmers water. Verder haal ik veel inspiratie uit het nieuws. Zo las ik in de krant over het misbruik binnen de katholieke kerk en wilde dat verwerken in zijn roman. Op haar vraag of hij met zijn roman bewust kritiek wil geven op bepaalde gebeurtenissen, antwoordt hij: “Nee, niet bewust. Maar achteraf hoop ik dat ik de hypocrisie van de kerk heb laten zien.”
Merk je dat in het boek? Waar?

“We moeten niet doen of we religie of bijvoorbeeld schoonheid begrijpen. Dat doen we niet, het is een mysterie. Waarom ben ik bereid voor mijn dochter te sterven? Voor mijn vrouw? De moderne samenleving wijst het mysterieuze onbewust af, omdat ze zo druk is. Alles is vanzelfsprekend geworden. Ze staat niet meer stil bij waarom we lief hebben of bij de schoonheid van de natuur.” (www.cultuurbewust.nl) Geeft hij deze gedachten vorm in het boek?

Dit boek wordt ook wel een parabel genoemd. Waarom?

Welke kaft, titel, …. verkies je en waarom?

Een recensie:

Hier heerst de wet van de vlakte

In het romandebuut van Spaanse Jesús Carrasco, een archaïsch epos met klassieke helden, is het leven teruggebracht tot zijn hardste kern. (NRC Handelsblad, 12 april 2013, Ger Groot)

De vlucht, de roman waarmee Jesús Carrasco (1972) in januari van dit jaar in Spanje debuteerde en die twee maanden later al in een Nederlandse vertaling verscheen, moet zich ergens in de 20ste eeuw afspelen. Maar onduidelijk is wanneer precies. Niet tijdens de Republiek of de lange periode van de Francodictatuur, want ergens in het boek is er sprake van een portret van ‘het koningspaar’.
Vóór 1931 dus, of na 1975. De aanwezigheid van een motor met zijspan in de roman als onmiskenbaar maar enig teken van modern leven zegt waarschijnlijk: niet lang voor het eerste en niet lang na het tweede. Maar verder blijft alles gedrenkt in een tijdloosheid die net zo goed een eeuwigheid zou kunnen zijn.
Het verhaal dat Carrasco vertelt is er rudimentair genoeg voor. Een jongen van al even onbestemde leeftijd (ergens tussen de 8 en de 10, schat ik) en net als alle andere personen in het boek zonder naam, is op de vlucht voor een bedreiging die voor de lezer pas langzaam vorm aanneemt.
Minstens zo gevaarlijk is het landschap van zijn vlucht: een zich eindeloos uitstrekkende dorre vlakte, waarvan de jongen de onherbergzaamheid heeft onderschat. Een toeverlaat vindt hij bij een rondtrekkende geitenhoeder, die hem eten en drinken geeft, geneest van een zonnesteek en verbergt voor zijn belagers.
Niet dat de relatie tussen de jongen en de herder overloopt van uitbundige hartelijkheid. Zo schraal als het landschap is, zo karig is ook hun conversatie en zo gering zijn de blijken van hun affectie. Elke handeling heeft een doel, elk woord is praktisch.
Beloning
In de werkelijkheid die Carrasco beschrijft ontbreekt elke overdaad en is alles simpelweg wat het is. Het leven bestaat in zijn simpelste functies: eten, drinken, ontlasten, water halen, dieren verzorgen, melken, slapen en verder trekken. ‘Geen enkele dankbaarheid of beloning,’ laat Carrasco de jongen denken, nadat hij voor het eerst voor de herder een klusje heeft gedaan. ‘De wet van de vlakte.’
Jesús Carrasco is afkomstig uit Extremadura en de geografie van dat armste gewest van Spanje, aanschurkend tegen de Portugese oostgrens, heeft hem bij het schrijven van De vlucht duidelijk voor ogen gestaan. Ook zijn taal is compromisloos in het oproepen van het fysieke verval waaraan hij zijn hoofdpersonen blootstelt. Af en toe laat hij de teugels vieren in een bijna lyrische metaforiek – die dan van de weeromstuit gemakkelijk uit de bocht vliegt: ‘Twee uitgeputte elzen zwaaiden hun verwelkte blaadjes op een paar meter van een rietveld, aan de overkant van wat een meertje moest zijn geweest. Aan de ene kant liep een rij bleekgroen loof dat langs een geul was gegroeid als een wilde loot op de vlakte weg van het groepje riet.’
Onbarmhartiger dan zoals Carrasco haar beschrijft kan de werkelijkheid niet worden – en het drama dat hij daarbinnen situeert ontplooit zich in een bijna beestachtige wreedheid. Gaandeweg wordt duidelijk dat de jongen vlucht voor een plaatselijke potentaat, de rechter uit zijn dorp, die met kleine jongetjes wel weg weet. Zo gewetenloos als deze de vluchteling opjaagt, zo meedogenloos is ook de wraak van de jongen en van de herder, die ook in de bloedcirkel wordt meegezogen.
Ook dat is de ‘wet van de vlakte’. Niet dat die wortelt in immoraliteit, maar eenvoudigweg omdat het leven tot zijn hardste kern is teruggebracht en omzichtiger verhoudingen er nog niet hebben kunnen opbloeien. Onwillekeurig roept De vlucht de sfeer op van de westerns van Sergio Leone, of – dichter bij huis – van de barse roman De familie van Pascual Duarte, waarmee Nobelprijswinnaar Camilo José Cela in 1942 debuteerde.
Dat geluid is tamelijk uniek in de Spaanse romanliteratuur van vandaag, die enerzijds geobsedeerd blijft door de verwerking van de Burgeroorlog en anderzijds door de verwikkelingen van het moderne leven dat het land in de jaren tachtig plotseling overviel. De vlucht onttrekt zich zowel aan de tragedie van de herinnering als aan de komedie van huwelijks- en carrièreperikelen, om terug te keren tot het archaïsche epos. Carrasco’s personages hebben de onontkoombaarheid van klassieke helden, en de geringe diepgang van de straatrovers waarin zij herleefden.
Ontberingen
Juist die epische oppervlakkigheid roept echter de vraag op wat dit verhaal nu eigenlijk betekent. Wil het laten zien hoe in de meest barre omstandigheden een onuitgesproken genegenheid kan ontluiken? ‘Hij [de jongen] zou graag hebben willen weten hoe de oude man heette’, schrijft Carrasco, wanneer de herder tenslotte aan zijn ontberingen is overleden.
Is De vlucht een rudimentair soort Bildungsroman, waarin een kind door schade en schande wordt ingewijd in de geheimen van een moreel universum? Of heeft Carrasco nog verder willen gaan, en een religieuze parabel willen schrijven?
De vingerwijzingen daarvoor zijn soms bijna té expliciet. De wonden die de oude man worden toegebracht lijken als twee druppels water op die van Christus aan het kruis. ‘Ecce homo’, schrijft Carrasco dan over de man die onwillekeurig de trekken krijgt van de Goede Herder en ten aanzien van zijn vijanden de basisregel van de irrationele christelijke moraal formuleert. Waarom zouden ze, op zijn aandringen, hun vijanden begraven, vraagt de jongen hem. Ze verdienen het niet. ‘Daarom moet je het doen,’ antwoordt de herder.
Wordt De vlucht daarmee een verlossingsparabel? Wellicht – al laat Carrasco voldoende mogelijkheden open voor andere manieren van lezen. Zijn slotzin aarzelt tussen bittere ironie en hoop, tussen beeldspraak en werkelijkheid.
Na alle droogte die het boek heeft verzengd, begint het eindelijk te regenen. De jongen, die in een verlaten huis voor wegwerkers tijdelijk onderdak heeft gevonden, loopt naar de deur ‘en bleef daar zolang het regende staan kijken hoe God voor even de duimschroeven wat losser draaide.’

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in bibliotheek Pepingen met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie