Ilja Leonard Pfeijffer: La Superba. Roman. (Leesclub Dilbeek)

Leven en werk van de auteur (bron: arbeiderspers):
Ilja Leonard Pfeijffer (°1968)schrijft romans, verhalen, gedichten, columns, essays, kritieken, theaterstukken en songteksten. Hij woont en werkt in Genua. Pfeijffer was tot 2004 werkzaam als classicus aan de Universiteit Leiden. Hij is gespecialiseerd in het werk van de klassieke dichter Pindarus. In 1998 won hij de C. Buddingh’-prijs voor zijn dichtbundel ‘Van de vierkante man’. Voor de Boekenweek 2000 stelde hij de bundel ‘De Antieken: Een korte literatuurgeschiedenis’ samen. In 2014 won hij de Libris literatuurprijs met zijn roman ‘La Superba’ (2013).
In 2015 is Pfeijffer de auteur van het Poëziegeschenk. Met zijn toneelbewerkingen toerde hij in het voorjaar door Nederland en Vlaanderen met Tommy Wieringa, Dimitri Verhulst, Gustaaf Peek en Thé Lau met het theaterprogramma The Pursuit of Happiness.

Via zijn werk kan je vaak iets afleiden van de schrijver zelf. Zeker in zijn ‘Brieven uit Genua’, de natuurlijke tegenhanger van ‘La Superba’. Het boek speelt zich voor het grootste deel af in dezelfde stad. De roman komt erin ter sprake, en de ontvangst ervan. Toch is het ook een heel ander boek. De fictieve auteur uit La Superba heeft in de brieven plaatsgemaakt voor het gelijknamige personage in het barre, bange oord dat werkelijkheid heet: alle brieven zijn echt en voor zover mogelijk werkelijk verstuurd. In die brieven reflecteert de schrijver niet alleen op zijn bestaan als schrijver en op het schrijven zelf, op zijn jeugd in Rijswijk en zijn studententijd in Leiden, maar ook op de gebeurtenissen in de wereld. Tijdens het schrijven van de brieven ontspint zich het verhaal van een grote liefde die alles verandert.

2017: toneelbewerking door Toneelgroep Maastricht met Wim Opbrouck en Angela Schijf in de hoofdrol.
Zojuist (22 februari 2018) zijn de filmrechten van La Superba verkocht.

Een kleine greep uit zijn vele werken (hier proza):

2004: Het grote baggerboek
2005: Het ware leven. een roman. (roman, 2004), genomineerd voor de Gouden Doerian), bekroond met de Tzumprijs voor de beste literaire zin 2005
2017: Peachez, een romance

Belangrijkste personages:

Ilja Leonard Pfeijffer
Het mooiste meisje van Genua
Inge
Monia
Donald Perygrove Sinclair
Djiby P. Souley
Pierluigi Parodi

Enkele discussiepunten:

1. Waarom is Pfeijffer in zijn roman naar Genua verhuisd?
2. Wie is de vriend die hij voortdurend aanspreekt?
3. In de titel staat uitdrukkelijk ‘La Superba. Roman’. Nochtans zegt hij voortdurend dat het om notities gaat die hij nog moet verwerken tot een roman. Wat is het volgens jou?
4. Natuurlijk vraag je je tijdens het lezen voortdurend af wat echt is en wat niet. Wat denk jij daarover?
5. Welke thema’s wil hij in zijn roman verwerken?
6. De roman heeft twee intermezzo’s. Passen ze in het verhaal? Waarom zijn ze al dan niet belangrijk?
7. p. 93. ‘In die zin staat Genua symbool voor Europa als geheel.’ Verklaar.
8. Lees in deel 3 hoofdstuk 9 (291-292): Wat zegt dit over zijn personages? Kan je voorbeelden geven uit het boek?
9. Hoe denkt Pfeijffer zelf over het schrijverschap?
10.Lees een mooi fragment voor.

Mooi interview:

‘Het beste is om elke dag een stukje naar het zuiden te fietsen’
(De Standaard/De Standaard der Letteren – 22 Aug. 2014, Veerle Vanden Bosch)

Genua is de trotse, de ongenaakbare. In La Superba, de bekroonde roman van Ilja Leonard Pfeijffer, is de stad ook een vrouw, een
lonkende hoer, een fort, een grot van porselein. ‘Het heeft lang geduurd voor ik wist welk soort boek Genua van mij wilde.’

Wie wil weten wat een labyrint is, moet in het Centro Storico van Genua gaan ronddwalen. Eindeloos turend op mijn stadsplan loop ik telkens weer andere en vaak ook dezelfde steegjes in – op iedere straathoek een heiligenbeeld, en op de Via della Maddalena: ruziënde hoertjes. De Italiaanse havenstad is befaamd en berucht in de Nederlandse letteren sinds Ilja Leonard Pfeijffer er een exuberante, meerstemmige roman over schreef.La Superba, bekroond met de Libris Literatuurprijs 2014, wordt
bevolkt door Afrikaanse en andere migranten, hoertjes, travestieten, het mooiste meisje van Genua en een heleboel andere kleurrijke personages, bekeken door de ogen van een Nederlandse expat – een schrijver die naar de illustere naam Ilja Leonard Pfeijffer luistert, en die zich door zijn Italiaanse vrienden gemakshalve ‘Leonardo’ laat noemen. Hij is betoverd door de authenticiteit van zijn nieuwe stad, en is vastbesloten Genuees te worden onder de Genuezen. La dolce vita, niet in een gladde toeristenstad als Venetië, Firenze of Rome, maar in Genua, alias La Superba. Een ambitieus plan, want zoals haar bijnaam zegt, is deze stad niet alleen aanlokkelijk, maar ook trots en ongenaakbaar. ‘Genua neemt, maar geeft niets terug’, luidt het spreekwoord dat als motto vooraan in het boekstaat. Een leven opbouwen in Genua blijkt voor alle nieuwkomers –
de schrijver Leonardo, de Marokkaanse rozenverkoper Rashid, de Senegalees Djiby – een onbereikbare droom. Allemaal verdwalen ze in het Genuese labyrint, en in hun fantasie van een beter bestaan. Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua sinds 2008. Hij bleef er hangen nadat hij met zijn toenmalige vriendin vanuit Leiden naar Rome was gefietst. Het is amper een boogscheut vanaf zijn appartement vlakbij de Piazza delle Erbe naar zijn favoriete terrastafeltje op dat historische plein – zijn vaste schrijfstek. Het tafeltje hoort bij de bar Libreria di Piazza delle Erbe, een voormalige boekhandel, waar je de sfeer van dat verleden nog kunt opsnuiven. Het succes van de stamgast is er niet onopgemerkt gebleven: een exemplaar van La Superba prijkt prominent in de vitrine. Binnen hangt de aflevering in de rubriek Beroepsgeheim die DSL aan Pfeijffers terrastafeltje wijdde, netjes ingelijst aan de muur, boven een interview met de Genuese stadskrant Il Secolo XIX. Zijn vriendin Liesbeth noemt het
grappend een schrijn. Er is geen betere plek denkbaar om met hem af te spreken voor een interview. Pfeijffer presideert aan zijn tafeltje als een volmaakt gastheer. De macaia – de zomerse, vochtige warmte die ons als een natte dweil in de nek valt – verdrijven we met cocktails en prosecco.

Authentiek Genua

Waarom hij destijds niet in Rome is gebleven maar voor Genua koos, heeft te maken met de authenticiteit die ook zijn hoofdpersonage charmeert: ‘Toen ik met de fiets in Rome arriveerde, lukte het me niet echt om de sfeer terug te vinden van het Rome waarvan ik ooit had gehouden. In het historische centrum van Genua wordt geleefd. In het centrum van Rome moet je je best doen om een winkeltje te vinden waar je gewoon brood en melk kunt kopen, je vindt er alleen maar plastic Colosseums met knipperlichtjes.’ ‘Al mijn boeken gaan op een bepaalde manier over authenticiteit, over de relatie tussen werkelijkheid en fictie, en de vraag of authenticiteit wel mogelijk is. Dat thema is heel erg van deze tijd, authenticiteit is nog nooit zo problematisch geweest. Sinds de realityshows op televisie zijn uitgevonden, heb je de illusie dat je mee kan kijken naar het dagelijkse leven van gewone mensen, terwijl alles tot in de puntjes geregisseerd en gemonteerd is. Politici zijn tot in hun vingertoppen gespindoctord om authentiek over te komen. Vaak is fictie een rolmodel voor de realiteit. Mensen proberen hun helden van de televisie na te doen. Dat zijn dingen die het concept authenticiteit enorm ingewikkeld maken en problematiseren, en dat boeit me heel erg.’ Als authenticiteit ook inhoudt dat de meeste historische gebouwen er niet als netjes opgepoetste museumstukken bij staan, maar zijn beklad met graffiti, dan is Genua inderdaad heel authentiek. Maar die hoge, grijze gevels in de middeleeuwse stegen kunnen bedrieglijk zijn. Af en toe krijg je via een boogvenster of een openstaande deur een glimp te zien van de luxe achter afgebladderde façades: marmeren zuilen, rijkelijk met fresco’s versierde gewelven, binnenplaatsjes met fonteinen. ‘Je moet je niet blindstaren op de buitenkant. In Genua is alles verborgen’, zegt de Genuese Franca in het boek tegen Leonardo. ‘Die verborgen weelde heeft veel te maken met de geschiedenis van Genua als handelsnatie’, zegt Pfeijffer. ‘Ook in Nederland heb je die moraal: naar de buitenwereld moet je bescheiden blijven. Voor een koopman is het een slechte strategie om te laten zien dat hij veel geld heeft. Je wilt nooit het achterste van je tong laten zien als je zaken doet. Er staan veel palazzi in Genua die aan de buitenkant heel bescheiden zijn. Dat maakt ook deel uit van de ondoordringbaarheid van de stad.’

Fort Genua

‘Genua, de hoogmoedige, is een massieve muur van steegjes, een labyrint dat zich niet snel gewonnen zal geven. Dat vind ik een heel mooie metafoor voor de problemen van migratie. Dat thema drong zich steeds meer aan mij op naarmate ik hier langer was. Historisch gezien, tot op de dag van vandaag, is Genua altijd een knooppunt van migratiestromen geweest. Een roman over Genua bood me de uitgelezen kans om dat thema van verschillende kanten te onderzoeken. En Fort Genua is in het boek natuurlijk ook een metafoor voor Fort Europa.’ ‘Ik heb al die historische migratieverhalen in het boek naast elkaar gezet, zonder dat ik daar expliciete conclusies aan wil verbinden. Als ik bijvoorbeeld met Italianen praat over de massale emigratie van Italianen naar Amerika aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, en die vergelijk met de immigratie van Senegalezen en andere Afrikanen die op dit moment plaatsvindt, worden ze boos. Ze vinden dat een heel erg foute vergelijking, want de Italianen destijds waren gevraagd. Bovendien: die Italianen hebben New York gebouwd. De Senegalezen zijn te lui om uit hun bed te komen. Precies dat soort reacties probeer ik uit te lokken. Ik wil die verhalen vertellen, laten zien wat de overeenkomsten zijn en goedkope slogans. Misschien zouden ook politici zich eerst rekenschap moeten geven van de complexiteit van zo’n vraagstuk als migratie.’Terwijl de avond vordert, komt de ene na de andere Afrikaanse straatverkoper langs op het terras, met rozen, miniventilators en sleutelhangers. Ze verkopen amper iets. Straks keren ze terug naar hun armoedige kamertjes in Pré, de wijk waar de illegalen wonen. ‘Dit is niet Europa. Dit is Afrika’, zegt het barmeisje Cinzia in het boek tegen Leonardo. ‘Die ervaring heb ik ook als ik hier rondloop. Al die immigranten die Genua hebben bereikt: in geografische zin is hun droom uitgekomen, ze hebben Europa bereikt, maar eigenlijk is dat helemaal niet zo. De rijkdommen die hun ten deel zouden vallen, blijken een illusie. Uiteindelijk zitten ze met elf landgenoten en twintig ratten op een tweekamerappartementje. Eigenlijk zijn ze nog altijd in Afrika.’ ‘Derattizzazione in corso. Non toccare le esche’ ‘Rattenverdelging. Het lokaas niet aanraken’: op veel regenpijpen in de stad vind je die sticker terug. Genua is een paradijs voor ratten. InLa Superba keert het beeld van de ratten voortdurend terug, in verschillende betekenissen. De Senegalees Djiby voelt zich als een rat in het beloofde land dat Europa heet: ‘Op een onmenselijke odyssee met een
rubberbootje naar Europa gelokt door de belofte van Rolexen, zonnebrillen en eeuwige rijkdom’, zegt Pfeijffer. ‘Maar dat lokaas mogen ze niet aanraken. En intussen worden ze verdelgd als ratten.’ ‘Het gaat ook maar door. Vooral in de zomer staan er dagelijks vreselijke berichten in de krant. De gelukkigen arriveren op Lampedusa en worden daar in erbarmelijke omstandigheden opgevangen. Maar elk vaarseizoen opnieuw komen duizenden mensen om. De Middellandse Zee is een soort massagraf aan het worden, en Italië zit daar vanwege zijn ligging middenin. Dat is een enorm probleem voor heel Europa, maar Europa weigert dat in te zien. En we gaan het niet oplossen met strengere wetten en meer patrouilles. Mensen die hun leven op het spel zetten in gammele bootjes, laten zich daardoor heus niet tegenhouden. Dus we moeten ermee leren leven.
We moeten een manier verzinnen om de immigranten een bestaan te laten opbouwen in Europa.’

Breekbaar Genua

Genua, La Superba is een onneembaar fort. Maar tegelijk noemt Pfeijffer de stad in zijn boek ‘oud en breekbaar’. Is dat geen paradox? ‘Dat zie je onder je ogen gebeuren. Die palazzi brokkelen af waar je bij staat. Maar Genua is ook oud en breekbaar op een andere manier. De intermenselijke verhoudingen zijn heel precair. Ik vind het onderdeel uitmaken van de poëzie van Genua dat allerlei soorten mensen door elkaar wonen: de oude adel woont in dezelfde straten als waar de hoertjes staan, terwijl ratten wegschieten onder hun naaldhakken. En de Senegalezen wonen in dezelfde stad als de Marokkanen en de oude Genuezen.’ Hij wijst naar een bejaarde vrouw die met een boodschappentas de Piazza delle Erbe oversteekt. ‘Zo’n mevrouw die hier misschien al heel haar leven woont, leeft samen met al die nieuwkomers. Zo veel verschillende mensen die zo dicht op elkaar wonen, dat geeft een vrij breekbaar evenwicht. Ik heb ook wel de ervaring – dat had ik in het begin heel erg – dat ik voorzichtig moet zijn, dat het makkelijk is om fouten te maken, om mensen te beledigen of op tenen te trappen. Ik noem Genua in het boek “een grot van porselein”. Dat heb ik uit een versje van de Genuese dichter Dino Campana over het Caffè degli Specchi, de Bar met de Spiegels, hier om de hoek. Dat heeft een tongewelf bezet met porseleinen tegeltjes. Maar ik heb het verbreed als een metafoor voor die oude breekbaarheid, en voor hoe voorzichtig je moet manoeuvreren.’
La Superba is een vrouw. Pfeijffer vergelijkt het zomerse Genua zelfs met een vrouw die verkouden op bed ligt. ‘Op een gegeven
moment is het mooiste meisje van Genua La Superba, ze valt samen met de stad en blijkt uiteindelijk net zo onbereikbaar te zijn als de
stad onbereikbaar is voor de migranten en ten slotte ook voor de ik-figuur.’ ‘Op het einde wordt Leonardo een travestiet. Op een bepaald niveau is het natuurlijk een ultieme vernedering om een nepvrouw te zijn. Maar tegelijk wordt hij de vrouw die hij niet kan krijgen. Het mooiste meisje van Genua werkt niet voor niets in de Bar met de Spiegels:
ze is alleen maar via spiegels waar te nemen. In de laatste zin kijkt Leonardo naar zichzelf in de spiegel en is hij haar geworden. Dat kun je positief zien: worden van wie je houdt, maar het is tegelijk een ultieme manier om te verdwalen in je fantasie.’ Alle nieuwkomers worden gefrustreerd in hun verwachtingen en belanden onzacht in de realiteit. In zijn reisdagboekFilosofie van de heuvel schrijft Pfeijffer dat het beter is geen verwachtingen te koesteren. ‘Dat heb ik tijdens die fietsreis ook ervaren: te veel plannen, te veel vooruitkijken, dat maakt de reis alleen maar moeilijker. Het beste is om elke dag zonder verwachtingen een stukje naar het zuiden te fietsen. Dat is de enige manier waarop je ooit in Rome kunt komen. Dat geldt ook voor bedrijven: de hang naar productiviteit en het halen van targets is naar mijn stellige overtuiging heel erg
contraproductief. Het vermoordt het plezier in het werk. Als je je targets haalt, ben je niet blij, want dat was de bedoeling. Als je ze niet haalt, ben je gefrustreerd. Ik denk dat iedereen gewoon veel beter werkt als hij elke dag gewoon een stukje naar het zuiden fietst en doet waar hij goed in is. Dat is ook mijn beroep. Ik heb natuurlijk wel deadlines en ik stel ze ook geregeld voor mezelf. Maar het schrijven van een roman is zoals elke dag een stukje naar het zuiden fietsen.’

Simona, een Genuese vriendin van Pfeijffer, schuift mee aan het tafeltje. Ze heeft een poos geleden een B&B geopend en heeft nu Russische toeristen over de vloer, met wie ze een vermoeiende avond heeft beleefd. Net waren ze nog uit een trattoria gelopen omdat ze er geen pizza konden krijgen, nadat ze eerst alle tafels bij elkaar hadden geschoven. Dat Genua een grot van porselein is, hadden ze nog niet begrepen. Aan een belendend tafeltje zit een geblondeerde oudere dame Martini te drinken. Haar twee honden slaan
voortdurend aan. Hun geblaf is oorverdovend. ‘Opgewonden standjes’, merk ik op. ‘Ze zijn een voortdurende bron van ergernis’, bromt Pfeijffer terwijl hij nog een sigaretje rolt. ‘Ze blaffen niet alleen naar andere honden, maar ook naar zwarte mensen. Die vrouw is een heks. Ze is kaartlegster en voorspelt de toekomst.’ Kortom: ik zit te kijken naar de inspiratiebron voor het personage Fuglia, op wie Leonardo zijn woede koelt door een ijsemmer over haar leeg te gieten. Een erg foute zet in de grot van porselein die Genua is. Nog een fout: zijn contacten met Rashid en Djiby. ‘Wat denk je dat mijn vrienden van mij denken als ik een buitenlander als vriend heb die
buitenlanders frequenteert?’ werpt Franca hem voor de voeten. ‘Genua is een maatschappij die heel erg gebaseerd is op contacten, op vriendschappen, op netwerken’, legt Pfeijffer uit. ‘Je kunt worden buitengesloten uit een bepaald netwerk omdat je de foute vrienden hebt. Het is een oude standenmaatschappij, al zie je dat niet onmiddellijk. Dat eeuwenoude systeem van nepotisme is nog steeds heel erg intact. Het is niet de beste die de baan krijgt, maar degene die de meeste contacten heeft. Hoe hogerop je komt, hoe meer dat geldt. Italianen klagen er vaak over dat er geen enkele vorm van meritocratie is, maar dat systeem van wederzijdse bescherming blijkt onuitroeibaar. Het is ook het soort maatschappelijk systeem dat de voorwaarden schept voor zoiets als de maffia.’

Spookachtig Genua

Op een winternacht komt Leonardo een oude vrouw tegen die de weg vraagt naar een steeg die niet meer bestaat. Ze lag in een volkswijk die in 1942 door de Britten met de grond gelijk werd gemaakt, en die vandaag verworden is tot een zielloos stukje Genua. Het is zijn eerste kennismaking met een van de vele Genuese spoken. ‘Maar dat is nou echt gebeurd, dat ik een vrouw tegenkwam uit de Vico dei Librai. Daarna ben ik spookverhalen gaan onderzoeken.’ Hij gniffelt kort. ‘Als personages opeens besluiten hun eigen
beslissingen te nemen, en als spoken opeens gaan besluiten te bestaan, dan heb je een probleem. In mijn vorige roman,Het ware leven, heb ik dat heel erg gethematiseerd. Daar kwamen mijn figuranten bijvoorbeeld in opstand tegen de slechte catering. Ik hou ervan om het vertelprocedé voor het voetlicht te plaatsen. De meeste boeken vertellen gewoon een verhaal, maar eigenlijk vind ik dat raar. Zoals ik het ook heel raar zou vinden als iemand aan mijn tafeltje komt zitten en opeens een verhaal begint te vertellen. Dat doe je toch niet? Ik moet er op zijn minst een idee van hebben waarom dat verhaal moet worden verteld.’

La Superba heeft de vorm van brieven naar een vriend uit het vaderland. De roman doet net alsof hij een roman in wording is, en die eigenlijk helemaal niet had mogen bestaan, want in het op een na laatste hoofdstuk vraagt de volkomen ontredderde Leonardo zijn vriend om al zijn notities te vernietigen. Het is een literair procedé waarmee ik allerlei spelletjes kan spelen. Ik kan bijvoorbeeld zeggen: als ik hier echt een roman van ga maken, moet deze passage eruit. Zo kan ik ook de interpretatie sturen. Op die manier is La Superba ook een roman over het schrijven van een roman.’ ‘Een roman schrijven is evengoed te vergelijken met emigreren. Het is een soort reis. Dat heeft erg veel te maken met de manier waarop ik schrijf. Ik vertrek niet vanuit een uitgewerkt schema dat ik daarna ga invullen. Het groeit op een organische manier vanuit een idee dat in eerste instantie redelijk vaag kan zijn. Daardoor is het voor mij ook een avontuur, en ben ik op een gegeven moment heel benieuwd hoe het gaat aflopen. Een heel erg spannende, maar ook tijdrovende en inefficiënte manier om een boek te lezen, is het zelf te schrijven. En als de laatste punt gezet is en alles klopt, dan heb ik het uit.’
De avond wordt ouder, de glazen worden leger op de Piazza delle Erbe. Tijd om afscheid te nemen. ‘Dat is nog maar de vraag’, zegt Simona. ‘Hoezo?’ vraag ik. ‘Of Genua je wel wil loslaten. Voor hetzelfde geld zit jij hier morgenavond weer op dit terras.’

Please follow and like us:

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in bibliotheek Dilbeek met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie