Vladimir Nabokov: Lolita (boekbespreking april 2006)

lolita 1lolita 2Biografie
Vladimir Nabokov (°1899) was de oudste zoon van één van de vooraanstaande families in het Rusland van de tsaren. Zijn vader, een gematigd progressieve man, was minister van justitie tijdens het parlementaire experiment van Kerensky, dat niet heeft geleid tot een vreedzaam compromis tussen het tsarisme en het communistische verzet.

Nabokov had een gelukkige jeugd, waarin hij met volle teugen genoot van de materiële en intellectuele rijkdom van zijn milieu. Als kind sprak hij al vloeiend Frans en Engels, en hij las gretig de boeken van zijn vader. In de winter woonde de familie in St. Petersburg, ’s zomers op een landgoed daar ver vandaan, waar Vladimir en zijn moeder vaak de natuur in trokken: zij met een mandje om paddestoelen te zoeken, hij met een groot net op vlinderjacht. Als jongen was hij al een autoriteit op het gebied van ‘lepidoptera’, de vliesvleugelige insecten. Hij fantaseerde later dat hij, als de familie in Rusland was gebleven, wellicht zou zijn ondergedoken en verder hebben geleefd als een anonieme sovjet-vlinderkundige.
Wanneer hij met zijn broer in een auto met chauffeur naar school werd gereden, stapte zijn broer tevoren uit om het laatste stuk onopvallend te voet af te leggen, Vladimir daarentegen liet zich afzetten voor de deur van de school die hem niet bijster beviel: een modieuze, moderne school, waar de studenten het voor het zeggen hadden, en de groepsgeest hoger werd gewaardeerd dan het uitmunten van het individu. Nabokov ergerde zijn leraren door in zijn opstellen allerlei Engelse en Franse uitdrukkingen te verweven: zelf beheersten zij deze talen niet.
De hyperindividualist Nabokov maakte weinig vrienden en bleef ook later, studerend aan een universiteit in Engeland, moeilijk bereikbaar. Volgens zijn studiegenoten speelde er altijd een raadselachtige glimlach om zijn mond, alsof hij iets wist dat niemand anders weten kon.
In zijn tienerjaren erfde Nabokov een gigantisch vermogen van zijn oom, die hem tevens een groot landgoed naliet en een statige woning met een geheim trappenhuis om in geval van nood te kunnen vluchten. Nabokov liet in die tijd twee gedichtenbundels verschijnen. Kort daarop brak de revolutie uit en deze maakte een einde aan dit alles. De familie wist op het laatste moment te ontkomen, met wat familiejuwelen als enig tastbaar overblijfsel van de gelukkige jaren. Nabokov, die zich had voorgenomen een groot Russisch schrijver en dichter te worden, voegde zich bij de Russische emigranten in Berlijn, en schreef daar verder, in zijn moedertaal. Zijn werk kreeg enkele lezers in de toen nog hechte Russische gemeenschap van ballingen.
In 1922 vond Nabokovs vader in Berlijn op dramatische wijze de dood op een roerige plitieke bijeenkomst van Russische vluchtelingen.
Naarmate de jaren in Berlijn verstreken, verloren de Russen alle hoop op terugkeer naar hun vaderland en verstomden vele Russische dichters, die hun leven als banneling niet verdroegen. Ook in Duitsland verslechterde de politieke situatie snel en in 1940 was Nabokov, met zijn Joodse vrouw Véra en hun zoontje Dmitri, passagier op een van de laatste schepen die naar Amerika konden ontkomen. Onderweg maakte Nabokov nóg een grootse oversteek: hij adopteerde, zoals hij dat noemde, de Engelse taal. Bij aankomst in Amerika had hij een aantal artikelen over Russische en Engelse literatuur voltooid. Als hoogleraar aan verschillende Amerikaanse universiteiten kon hij, voorlezend uit dit materiaal, zijn colleges geven.
Nabokov verwierf, na het verlies van zijn gelukkige jeugd en zijn Russische landgoed, nooit meer een huis: in Berlijn woonde hij op kamers, in Amerika bewoonde hij met zijn gezin veelal huizen van collega’s die voor lange tijd op reis waren. Op de campus waren de Nabokovs zeer gezochte kandidaten als tijdelijk huisbewaarders.
Toen hij zijn fortuin gemaakt had, verkoos hij een koninklijke residentie in het Montreux Palace hotel in Zwitserland. Daar is hij in 1977 gestorven.(uit www.goddijn.com)

(meer biografische gegevens kan je vinden in:
Carel Peeters, Gemaakt op zondag. De Bezige Bij
Andrew Field, Strong Opinions (gebundelde vraaggesprekken)
Nabokov: His Life in Art //
En in zijn autobiografie ‘Geheugen spreek!)

Beknopte bibliografie:

Lolita (roman, 1958)

Het oog (roman, 1966)

Geheugen, spreek (autobiografie, 1968)

Pnin (roman, 1968)

Wanhoop (roman, 1969)

Doorzichtige dingen (roman, 1972)

De gave (roman, 1991)

De verdediging (roman, 1991)

Uitnodiging voor een onthoofding (roman, 1991)

Het werkelijke leven van Sebastian Knight (roman, 1992)

Een lach in het donker (1995)

Gebroken schild (roman, 1995)

Let op de Harlekijn (roman, 1955)

Verhalen I (1996, nieuwe editie 2004)

Verhalen II (1996, nieuwe editie 2004)

De tovenaar (1996)

Aanvulling 31 dec 2012:

In 2009 werd er postuum nog een roman uitgegeven, nl. ‘Het origineel van Laura’, een werk dat bijna verloren ging.
In datzelfde jaar bundelde uitgeverij De Bezige Bij zijn romans in vier dikke delen (telkens meer dan 1000 bladzijden): De Amerikaanse romans I (1941-1962), De Amerikaanse romans II (1969-1974), De Russische romans I (1926-1932) en De Russische romans II (1936-1939)
Lolita verscheen 2010 ook afzonderlijk in de reeks Ulysses Klassieken, eveneens bij De Bezige Bij.

Personages

Humbert Humbert (1910-1952)
Eerste liefde = Annabel
Huwelijk met Valeria (1935-1939)
Huwelijk met Charlotte Haze (1947)
Relatie met Lolita Haze
Relatie met Rita
Gaston Godin
Quilty (wordt in 1952 vermoord door Humbert Humbert)
Trapp

Meningen over ‘Lolita’:

“Doch in hoofdzaak behandelt de auteur, in de ik-vorm, het geval van een psychopaat, die door zijn hartstocht voor nimfijnen herhaaldelijk in een gesticht voor neurasteniekers belandt (…). Het ontbreekt geenszins aan bijzonderheden wat de seksuele praktijken van de hoofdpersoon betreft, zodat we dit met opvallend talent geschreven boek, als pornografie moeten klasseren bij de verboden lectuur”.(J. van der Sande, Boekengids, 1959)

“Het monumentaal einde van het boek is onvergetelijk en in weerwil van mijn haat voor de menselijke ontaarding en amorele laagheid, die mij voortdurend in zedelijke alarmtoestand heeft gebracht, zijn mij de tranen in de ogen gekomen. Hoe is het mogelijk, vraag ik mij nog af, dat op een zo stinkende mest een zo verheven, een reine bloei is opgestaan?” (H. Teirlinck, Nieuw Vlaams Tijdschrift, 1961)

‘Mirage and reality merge in love’, zegt Humbert als hij erachter komt hoezeer zijn ideaalbeeld van de schone nimfijn afwijkt van de oppervlakkige, recalcitrante en uitgekookte puber die Lolita in werkelijkheid is. Dat is het moment waarop je als lezer zowaar sympathie krijgt voor de retorisch begaafde pedofiel – iets wat onontbeerlijk is in het geval van een roman die behalve satire en prozagedicht ook een liefdesverhaal wil zijn. Lolita is bovendien een studie in melancholie en jaloezie, een verhaal van bedrog en dubbelbedrog, een thriller over paranoia en wraak. Lolita heeft alles. Wat wil je als lezer nog meer?”(Pieter Steinz, NRC Handelsblad, 21 december 2002)

“Toch vermoed ik dat als ik een roman zou kiezen waarin het meest zou weerklinken van onze levens in de islamitische republiek Iran, het niet the Prime of Miss Jean Brodie zou zijn of zelfs 1984, maar misschien Nabokovs Uitnodiging tot een onthoofding of beter nog, Lolita.” (Azar Nafisi, Lolita lezen in Teheran, Arena, 2004)

“Ik vertelde haar van Nabokovs ‘andere wereld’. Ik vroeg of haar was opgevallen dat er in de meeste van Nabokovs boeken altijd een schaduw van een andere wereld was, een die alleen te bereiken viel via de fictie. Het is deze wereld die zijn helden en heldinnen behoedde voor de absolute wanhoop, die hun wijkplaats wordt in een leven dat consequent onmenselijk is.
Neem Lolita. Dat was het verhaal van een meisje van twaalf dat geen kant meer opkon. Humbert had haar in zijn droombeeld, in zijn dode liefde willen veranderen en had haar kapotgemaakt. De verschrikkelijke waarheid van Lolita’s verhaal is niet de verkrachting van een meisje van 12 door een vieze oude man, maar de conficatie van het leven van het ene individu door een ander. We weten niet wat er van Lolita zou zijn geworden als Humbert haar niet had verzwolgen. Toch is de roman, het voltooide werk, optimistisch, mooi zelfs, een pleidooi niet alleen voor de schoonheid maar voor het leven, het doodgewone leven, voor alle normale genoegens waarvan Lolita was beroofd. (“”)

En Nabokov zegt:

p. 7 : aanstootgevend is vaak niet meer dan ongewoon, en een groot kunstwerk is natuurlijk altijd iets oorspronkelijks… (…) Maar wat weet zijn zingende viool betoverend een tendresse, een begaanheid met Lolita op te wekken die ons in vervoering brengt over het boek terwijl we gruwen van zijn schrijver.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *