Tom Lanoye: Sprakeloos (boekbespreking november 2011)

A. Biografie
Tom (Emiel Gerardine Aloïs) Lanoye is geboren op 27 augustus 1958 in Sint-Nilaas en woont en werkt in Antwerpen en in Kaapstad. Hij was de jongste zoon van een slager. Hij ging in Sint-Niklaas naar het Sint-Jozef-Klein-Seminarie College.[ Dit was toen nog een jongenscollege. Hij studeerde Germaanse Filologie aan de Universiteit Gent. Tom Lanoye studeerde af met een scriptie, getiteld De poëzie van Hans Warren. Ondertussen woont hij al zo’n 20 jaar samen met René Los.
In 1982 was Lanoye uitgever en redacteur van het blad ’t Zwarte Gat. Van dit blad verschenen slechts vier afleveringen. Bij de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen van 2000 is Lanoye lijstduwer bij Agalev, om de strijd tegen het Vlaams Blok kracht bij te zetten.
In 2003 werd Lanoye de eerste stadsdichter van Antwerpen, waar hij gedurende 2 jaar 13 gedichten schreef.
Naast schrijver is Lanoye ook ondernemer, zijn onderneming heet L.A.N.O.Y.E. N.V.
Tom Lanoye komt vaak op zowel de radio als op televisie, niet alleen in België, maar ook in Nederland. Verder treedt hij op in theaters. Door zijn harde en rake uitspraken staat Lanoye vaak in de publieke belangstelling.

B. Bibliografie
Tom Lanoye beoefent zowat alle literaire genres, van poëzie tot korte verhalen, van satirische columns tot romans en toneel. Er is werk van hem vertaald in meer dan 12 talen. Onlangs is Sprakeloos ook in het Zuidafrikaans vertaald.
De belangrijkste romans:
1985: Een slagerszoon met een brilletje
1991: Kartonnen dozen
1997: Het Goddelijke Monster; 1999: Zwarte Tranen; 1999: Boze tongen (verfilmd door de VRT)
2006: Het derde huwelijk
2009: Sprakeloos: In 2010 prijkt het boek op de shortlists van De Gouden Uil en de Libris Literatuur Prijs en kaapt het De Gouden Uil Publieksprijs weg. In 2011 wordt het boek bekroond met de Henriette Roland Holst-prijs.
2012: Op verzoek van de Stichting CPNB zal Tom Lanoye in 2012 een novelle uitbrengen als Boekenweekgeschenk.
Een greep uit zijn theaterwerk:
1997: cyclus Ten Oorlog
2001: Mamma Medea
2005: Fort Eruopa
2006: Mefisto For Ever
2008: Atropa. De wraak van de vrede
2008: Woest: 50 jaar Lanoye
2010: Woest: tweede afscheidstournee van een onverbeterlijke literaire ‘divo’.
2011: Bloed & Rozen (ook op theaterfestival van Avignon)
2011: De Russen
2012: Sprakeloos.

C. Enkele vragen:
1. p.24: “Ik ben er nu lang genoeg van weggelopen, van dit boek, roman of geen roman”. Wat bedoelt hij?
2. P.25: “Geen grotere zwendel dan de kennis van kunst”. Waarop slaat dit?
3. P.31: Hier beschrijft Lanoye het doel van deze roman (of geen roman). Vind je dat hij hierin slaagt? Verklaar! Ook op p.61 herhaalt hij dit doel: “Nog datzelfde etmaal begon ik opnieuw, aan dit hier, deze roman die geen roman mag worden, geen belletrie maar ook geen brol, een betere Bijvel en een antiboek in één en dezelfde band.”
4. Dit boek wordt een eerbetoon aan zijn moeder genoemd. Ga je daarmee akkoord?
5. Veel personen worden met een epitheton ornans aangeduid. Zoals de moeder: p; 132: Josée De Veelbewogene, p.133 Josée De Welwillende, p.179
Andere voorbeelden? Vind je dat storend of passend?
6. P.81 “het decor is de helft van het verhaal”. Toon aan bij Lanoye. Vb. Mooie gedetailleerde beschrijvingen van een beenhouwerij en haar waren.
7. Aan de hand van zijn familie geeft hij ook een beeld weer van de Vlaamse mentaliteit.
8. De moeder verliest haar taal. Taal is een belangrijk thema in het boek. Toon aan.
9. p.171-173: verwijzing naar het boek van uitgeverij Ludion, auteur Arques, titel: ‘Portret met garnaalkroket”
10. Wat doet Johnny in dit boek? (voorbeeld p.225)
11. Af en toe herken je thema’s of onderwerpen die ook in Het goddelijke monster naar voren komen. Welke?
12. Op p.274 begint Lanoye een betoog over zijn visie van kunst (literatuur, kookkunst, schone kunsten, …) die op p. 279 eindigt met de stelling Minder is minder en daarmee uit! Akkoord?
13. De meeste uitgaven van de boeken van Lanoye zijn vormgegeven door Gert Dooreman. Wat vind je van de vormgeving van mijn exemplaar Sprakeloos? (fotootje van moeder in midden van voorblad)
14. Naar het einde toe van het verhaal wordt vaak herhaald dat de zoon een aardje naar zijn vaartje (of moertje) heeft. Waarin komt dit tot uiting?

D. Een interview:
Interview met Tom Lanoye over de roman van zijn moeder in “Het Nieuwsblad” van 1 oktober 2009
‘Mijn ma zou blij zijn geweest met dit boek’
Tom Lanoye zegt zijn ouders vaarwel in magistrale roman ‘Sprakeloos’
NVT – Het was al een poos bekend: Tom Lanoye schreef een boek over zijn moeder. Deze week ligt ‘Sprakeloos’ in de boekhandel en de roman is veel meer dan het verhaal van Josée Verbeke. Dit gaat óók over Lanoyes outing als homo, over zijn vader Roger, over het zotte Waasland en heel het bescheten Vlaanderen. En dat alles overgoten met zowel gêne als een flamboyante taal.

Tom Lanoye (51) laat het woord verschillende keren vallen tijdens ons gesprek in zijn Antwerpse loft: gêne. ‘Natuurlijk heb ik me afgevraagd of ik dit boek wel kon schrijven. Ik gooi de aftakeling van mijn moeder te grabbel, die welbespraakte slagersvrouw en tegelijk bevlogen amateuractrice die door een beroerte werd geraakt in wat haar het meest dierbaar was: haar spraak. Je gaat niet zomaar even zitten om te vertellen over de vol gescheten luier van je moeder. Ik heb daar mee geworsteld en ik wou dat mijn schroom ook van dit boek af zou druipen. Dat de lezer zich mee ongemakkelijk voelt, niet alleen omdat we naar de pijnlijke neergang van mijn moeder kijken maar ook omdat mijn waarschuwing luid weerklinkt. Komaan, je moet al een hersenloze hond zijn om niet aan je eigen vergankelijkheid te denken als je dit leest. Dit boek roept vragen op over het waarom van leven en lijden, waarbij ik dat laatste compleet zinloos acht.’

Tegelijk gebruik je het verhaal van je moeder ook om over jezelf te vertellen. Dan denk ik aan de passage over je outing als homo.

Tom Lanoye: ‘Je zegt het: als schrijver gebruik ik mijn ouders. Wie een hart in zijn lijf heeft, voelt toch hoe erg het is om dat te moeten zeggen. Ik mag alleen hopen dat ik hen niet heb misbruikt en dat ik het best mogelijke boek heb geschreven om hen eer te bewijzen. Daarom moest het ook de anekdote overstijgen en over zoveel meer gaan. Ja, ook over mij. Ook over dat theatrale telefoongesprek met mijn moeder (over zijn homoseksualiteit, nvdr.) dat een van onze grote confrontaties was. Ik was toen 27 maar al jaren voordien had ik me voorgenomen hen te vertellen dat de vriendinnen die ik wel eens had niet écht verloofdes waren. Maar net toen ik me er klaar voor vond, verongelukte eind 1980 mijn broer. Guy knalde met zijn Honda tegen een boom. Mijn moeder was kapot van verdriet en toen kwam het er natuurlijk niet van.’

Uiteindelijk gebruikte je een spiritistisch medium om je homoseksualiteit bij je ouders aan te kaarten.

‘In de veldslag van het gezin mag je alles en iedereen inzetten, toch? (lacht) Dat mijn moeder, die nuchtere aardse vrouw, te rade ging bij een medium in de hoop contact te leggen met haar dode zoon verraadt hoe verschrikkelijk het was voor zo’n moederbeest om een kind te verliezen. Had ik geweten dat ik er een moest verliezen, dan had ik nooit kinderen gewild. Dat zei ze veel jaren later tegen mij, de zoon op wie ze trots was en die ze door dik en dun verdedigde.’

‘Bij mijn tweede, lang uitgestelde poging me te outen, vroeg ik of Winnie (het medium, nvdr) er even bij kwam zitten. De aanwezigheid van een buitenstaander zette mijn moeder even schaakmat, maar later kwam natuurlijk de afrekening. Ze belde me op en toen volgde dat gesprek waarin woorden als vuiligheid en uw lief komt mijn kot niet in vielen. Op dat moment wist ik evenwel dat het weer goed zou komen: laat het maar eens goed knallen, dan zijn meteen alle valse emoties weg en kun je tot de kern van de zaak komen. Tijdens dat telefoongesprek heb ik mijn moedermoord gepleegd. Het kon niet anders dan een moedermoord zijn, want zij was nu eenmaal zoveel sterker dan mijn vader. Tot ze die beroerte kreeg natuurlijk. Daarom moest die outing van mij er ook in: het toont hoe futiel alle gedoe rond homoseksualiteit is als je het ziet in het licht van de aftakeling die haar lot is geweest.’

Hoe snel kwam het weer in orde met je moeder?

‘De verzoening liet niet lang op zich wachten en ze maakte onze band alleen maar hechter. Ik ben altijd zeer close geweest met allebei mijn ouders. Ze waren trots op mij, ze kwamen naar al mijn boekvoorstellingen en ze hebben mij en René (Lanoyes partner, nvdr) uiteindelijk door dik en dun verdedigd. Typisch mijn moeder: binnenskamers verweet ze me ooit dat schrijven iets voor luiaards en dronkaards was, maar en public? Geen kwaad woord over haar zoon! Dan stond ze pal achter haar zoon die een samenlevingscontract met zijn vriend sloot.’

‘Ook als liefdeskoppel waren die twee erg hecht, wat mijn moeders aandoening des te schrijnender maakte. Ze verloor niet alleen haar spraak, maar ze werd ook bijzonder agressief tegen mijn vader. Bij haar eerste beroerte vloog ze hem letterlijk naar de strot. Die barst in dat oude koppel: het is te gruwelijk voor woorden. Vandaar ook dat ik eerst dacht er nooit over te zullen schrijven. Uit lafheid, want er over schrijven is het opnieuw beleven. Tot ik besefte dat ik als een bange wezel door het leven zou gaan als ik het niet deed. Wat is je schrijverschap dan nog waard?’

Je moeder was actrice, hoe valt dat te rijmen met haar leven in de slagerij?

‘Dat zat niet altijd lekker en ook dat wou ik meegeven: hoe vrouwen met talent in die tijd kansen moesten laten liggen. Om het met Virginia Woolf te zeggen: mijn moeder had behoefte aan een room of one’s own. Zij had zelfs een duplex: het toneel én haar bungalow, die blokhut vol aangebouwde koterijen, waar ze zich overgaf aan het tuinieren. De grond en de kunst, daar mocht je niet aan raken. Ik denk dat ze op het einde van haar leven wel eens heeft gevloekt dat ze in die slagerij was blijven hangen. Zonder bitterheid hoor, maar ze moet wel gedacht hebben was ik niet beter directiesecretaresse gebleven?’

Was ze een goede actrice?

‘Ze was haast een moderne actrice die niet louter haar tekst opdreunde, maar met een grote naturel inspeelde op wat er op het podium gebeurde. Had ze een blanc, dan manoeuvreerde ze zichzelf daar creatief uit. Viel er een kader van de bordkartonnen muur, dan speelde ze daar op in. Ze bracht dat theater ook mee naar huis. Heel de taal van het toneel heb ik van haar, alle theaterwetten leerde ze me. Andere jongens trokken aan de hand van hun vader naar het voetbal, ik ging met mijn moeder naar het toneel.’

Herinner je je nog die ene keer dat je met haar op het podium stond?

‘Ik was een jaar of tien en het stuk was van Arthur Miller. Ik vond het mateloos fascinerend. Mensen die deden alsof, met een rare pruik op in zaaltjes die achter cafés gelegen waren. Het had iets geheimzinnigs, een soort kinderspel voor volwassenen. Mijn moeder kon er helemaal in opgaan, maar als het licht aanfloepte, kwam haar nuchterheid terug. In mijn boek beschrijf ik een discussie met een loodgieter. Zo was ze: geen gezeik. Ze kwam uit een familie van architecten en aannemers en dat is een wereld waarin je je gezag moet laten gelden, anders krijg je nooit een huis overeind.’

Je voert in je boek een waaier aan kleurrijke figuren uit je geboortestad, Sint-Niklaas, op. Waarom?

‘Omdat ik mijn ouders in een context wil plaatsen. Een plaats, een tijd. Dat geeft meteen een beeld van een Vlaanderen dat er nu niet meer is. Ik weet wel dat veel lezers zullen denken dat ik met spek schiet wanneer ik figuren als Sidonie Met De Hazenlip of Philomèneke Van De Prior opvoer. Niet dus. Het verhaal van Elvis die met zijn mond in de haak van een hefkraan bleef haperen is gewoon echt gebeurd. Ik heb zelfs nog enkele merkwaardige accidenten weggelaten omdat niemand het nog zou geloven. Volgen mij zijn er ooit bovengrondse kernproeven gehouden in het Waasland. Hoe kom je anders aan zo’n hoop curieus volk?’

‘Sprakeloos’ is meteen ook een barok feest van de taal. Niet toevallig allicht?

‘Natuurlijk niet. Ik kom uit een streek van vertellers, waar mensen breed van stof zijn. Voeg daar mijn moeders explosieve temperament aan toe en dan zou ik karig moeten schrijven over die vrouw die haar spraak verliest? Nee! (roept) Dit boek moest een uitbundig feest van alle mogelijke soorten taal zijn. Een taalfurie waarin elke zin knettert. Een kopstoot aan de literaire anorexia nervosa, het less is more dat maar al te vaak een gebrek aan creativiteit maskeert. Ik kom uit de wereld van mag het iets meer zijn? Ook nu zeg ik weer volmondig: ja, graag!’

Op het einde van je boek zeg je niet meer of minder: dit is een verse start van mijn schrijverschap. Opgelucht dat je dit hebt kunnen schrijven?

‘Opluchting? Dat woord krijg ik nog niet over mijn lippen. Daarvoor is de pijn nog te groot. Maar na dit boek ben ik meer dan ooit schrijver. Nooit zal ik nog zwijgen, al was het maar omdat het lot mijn moeder het zwijgen heeft opgelegd.’
E. Een recensie:
Tom Lanoye. Sprakeloos ★ ★ ★ ★
Afscheid van een diva (DSL vrijdag 02 oktober 2009)

Boeken over aftakeling en dood zijn meestal tranerig of op zoek naar zingeving. Niets van dat in Sprakeloos, het moederboek van Tom Lanoye. Het zindert van liefde en bewondering, maar lilt ook als rauw vlees. Lanoye lapt hier vierkant regel nummer één bij het autobiografisch schrijven aan zijn laars: verwerk voor je vertelt. Niks heeft hij verteerd, deze taalorgie kolkt van woede, onmacht, pijn. Zo naakt stond Tom Lanoye nog nooit voor zijn lezer. Bij een mindere schrijver zou dat gênant worden, bij Lanoye levert het een indringend en onvergetelijk boek op.
Makkelijk verteerbaar is het niet. Wie het werk van Lanoye vooral waardeert vanwege het entertainmentgehalte, komt hier bedrogen uit. Zeker, er zit een flinke dosis humor in. Met sardonisch genoegen beschrijft Lanoye zijn familie in haar biotoop. Het Waasland lijkt een freakshow, waarin het gros van de spelers stompzinnig aan zijn einde komt. Ook binnen de schoot van de familie gedijt het tragikomische goed. Al die verhalen dienen één doel: ze tekenen de flamboyantie van moeder Lanoye, begenadigd amateuractrice en slagersvrouw van stand, waardoor het onrecht van haar afasie zich op zijn scherpst aftekent.

Lanoye wreekt dat onrecht. Het boek heeft de los-vaste structuur van een jazzstuk, met veel ruimte voor uitweiding, en een paar thema’s die het bijeenhouden. Dit boek mocht vooral niet lijken op een roman met een plot en personages, omdat de waarheid chaotischer is dan dat. Dus betrekt Lanoye de lezer bij zijn twijfels als schrijver, terwijl hij hem meesleurt in een bad van taal. Leg Sprakeloos naast Kartonnen dozen, dat toch ook nog altijd staat als een huis, en het springt nog meer in het oog dat Lanoye een schrijver op het toppunt van zijn kunnen is. In Sprakeloos gebruikt hij de hele gereedschapskist die hij als theaterschrijver, columnist en zoon van een drama queen opgebouwd heeft, om een monument voor zijn moeder op te richten — tekortkomingen incluis. Het is een meer dan waardig afscheid van een diva. Met dit boek heeft Lanoye zich definitief een plaats verworven in de galerij der groten.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *