Stendhal: Het rood en het zwart (boekbespreking oktober 2006)

rood en het zwartrood en het zwart 2Biografie:
Stendhal is een van de ruim honderd pseudoniemen waarvan Henri Beyle(1783-1842) zich gedurende zijn leven bediende. Hij publiceerde onder de meest uiteenlopende namen kritische beschouwingen en verhandelingen in kranten en tijdschriften. Maar onder de naam Stendhal werd hij uiteindelijk beroemd, vooral door zijn twee meesterwerken Le rouge et le noir en La chartreuse de Parme. Hij werd echter pas na zijn dood beroemd, vijftig jaar na de voltooiing van zijn eerste grote roman: Le rouge et le noir. ‘Mijn werk zal pas na mijn dood gewaardeerd worden,’ schreef hij zelfs met profetische blik.

Henri Beyle is afkomstig uit de gegoede burgerij. Zijn moeder, die hij verafgoodde, stierf toen hij zeven was. Met zijn vader, een advocaat, had hij een moeilijke relatie. Deze man met zijn benepen, burgerlijke ideeën vertegenwoordigde voor hem al wat reactionair was, al waar hij een afkeer van had. De vader vond voor de jonge Henry Beyle een draak van een gouverneur, pater Raillane. Deze weinig sympathieke geestelijke heeft er vermoedelijk toe bijgedragen dat Beyle zijn hele leven niets op had met de kerk en haar leer. Op school legde hij een grote aanleg voor wiskunde aan de dag, een gevoel voor logica dat later zijn stijl en de opbouw van zijn zinnen zal bepalen. Om uit Grenoble, zijn geboortestad, weg te komen bereidde hij zich voor op een wiskundige studie aan de Ecole Polytechnique in Parijs.
Maar eenmaal in de hoofdstad aangekomen, meldde hij zich zelfs niet voor het toelatingsexamen. Hij werd secretaris bij zijn neef Pierre Daru, een hoge ambtenaar op het ministerie van Oorlog. Deze stuurde hem als tweede luitenant naar het leger in Italie. Beyle bereikte Milaan juist op het moment dat Napoleon de slag bij Marengo won (14 juli 1800). Hij was meteen weg van alles wat Italie is: het vrouwelijk schoon, de landschappen, de architectuur, de schilderkunst en de Italiaanse muziek. Italie werd zijn tweede vaderland. Maar na enige tijd ging het militaire leven hem vervelen en in 1802 keerde hij naar Parijs terug. Hij nam het besluit zich aan de letteren te wijden; hij wilde ‘komedies schrijven zoals Moliere en leven met een actrice (nl. Angela Pietraque)’. In 1812 werd Stendhal opgeroepen voor het leger van de keizer en nam hij deel aan Napoleons veldtocht naar Rusland. Zo was hij in augustus 1812 getuige van de brand die Moskou verwoestte. De uiteindelijke nederlaag van Napoleon in 1814 liet Stendhal blut en zonder baan achter. Na de val van Napoleon, die hij zeer ewonderde, vertrok hij opnieuw naar Italië en vestigde zich in Milaan.
In het liberale milieu daar ontmoette hij vele beroemdheden, o.a. Lord Byron. Tijdens de jaren die volgden maakte Stendhal verscheidene reizen doorheen Italië en bezocht hij de grote kunststeden. Hij werd tijdens deze periode ook verliefd op Matilde Viscontini, de echtgenote van generaal Dembowska, die hem echter afwees. In 1821 zag hij zich gedwongen Milaan te verlaten en terug te keren naar Parijs, omdat zijn verregaand liberale opvattingen hem –zelfs in zijn geliefd Italie- allesbehalve in dank werden afgenomen.
Stendhals liefdesleven was tijdens deze jaren in Parijs zeer actief. In 1824 begon hij een relatie met gravin Clémentine Curial, daarna met Alberthe de Rubempré en vervolgens met Giulia Rinieri. Hij was een echter rokkenjager, een dandy.
In 1828 kreeg hij het idee Le rouge et le noir te schrijven, dat hij aanvankelijk ‘Julien’ noemde. Dit werk voltooide hij in 1830, kort voor de juli-revolutie.
Toen na de revolutie Louis-Philippe aan het bewind kwam, werd Beyle benoemd tot consul, aanvankelijk in Triest, en later, vanaf 1831 in Civita Vecchia. Tussen 1833 en 1836 schreef hij de onvoltooid gebleven roman Lucien Leuwen; hij begon aan het autobiografische Vie de Henry Brulard. Om gezondheidsredenen ging hij in 1836 voor een paar jaar met verlof. In deze periode ontstond zijn tweede grote werk: La chartreuse de Parme, een roman die hij in nauwelijks vijftig dagen voltooide (1839). Na een hartaanval, in 1841, keerde hij uit Civita Vecchia terug naar Parijs. Daar overleed hij in een hotelkamer op 23 maart 1842.

* de Duitse stad Stendal,is de geboorteplaats was van Johann Joachim Winckelmann. Stendhal verbleef daar lange tijd als soldaat van Napoleon.

Bibliografie (keuze uit):
• Vies de Haydn, de Mozart et de Métastase (1815)
• Rome, Naples et Florence (1817)
• Histoire de la peinture en Italie (1817)
• Vie de Napoleon (1817)
• De l’Amour (1822) over zijn liefde voor Matilde Viscontini de echtgenote van generaal Dembowska, die hem echter afwees (Milaan)
• Racine et Shakespeare (1823-1825)
• Armance (1827)
• Le Rouge et le Noir (1830) (Nl. : Het rood en het zwart)
• Vie de Henry Brulard (1834-1836)
• La Chartreuse de Parme (1839) (Nl. : De kartuize van Parma)
• Souvenirs d’égotisme (1892, postuum)
• Lucien Leuwen (1894, postuum)

Enkele begrippen:
• Het Beylisme
Stendhal kantte zich tegen het egoïsme van bepaalde schrijvers die er enkel op uit zijn om mooie zinnen te schrijven, als nutteloze versiersels om zich zo te laten opmerken. Dit verweet hij bijvoorbeeld aan schrijvers als Chateaubriand en Villemain. Stendhal heeft het daarentegen over egotisme, een oprechte zoektocht naar de waarheid waarbij hij echt wil tonen wat in zijn hart omgaat. Het egotisme is een cultus van het eigen ik dat erop gericht is de spontane gevoelens te beheersen. Dit individualisme wordt soms ook beylisme genoemd. Stendhal weet zijn autobiografische werken met een zeker afstand te schrijven en gekleurd met ironie, alsof het niet om hemzelf, maar om een personage ging waarvan hij alle geheimen kent. Ook zijn helden gaan op zoek naar verfijnde en ongekende gevoelens zonder zich te laten tegenhouden door maatschappelijke of religieuze vooroordelen of conventies. Zij zullen deze hoogstens voor zichzelf gebruiken, om te voorkomen dat ze er het slachtoffer van worden. Zij nemen als het ware een aristocratische houding aan waarbij zij hun wil aan de anderen opleggen.
• De Stendhaliaanse held
Stendhal creëert een wereld waarin de hoofdfiguur op zoek is naar geluk. De hoofdfiguur staat tegenover een vijandige wereld de hij moet veroveren en moet zich geleidelijk aan ontdoen van zijn illusies om uiteindelijk te weten te komen wat hem echt bezielt. De Stendhaliaanse held spot met de hypocrisie, met het fatsoen en met de verstikkende moraal. Hij geeft niet op en weigert datgene wat hij verlangt op te geven. Hij kan enkel zichzelf zijn in een select gezelschap, bij mensen die hem begrijpen en moet voor de rest een masker dragen in een schijnheilige wereld. Stendhal zorgt er voor dat de lezer als het ware de medeplichtige van die zoekende hoofdfiguur wordt. De held is een ambitieus persoon, die zijn wil tot uitvoering zal brengen. Hij is erop gebrand om zijn leven passioneel te leven en de wereld te veroveren. Meer dan macht zoekt de held naar een fortuin dat het hem mogelijk zal maken om vrij te zijn, te leven boven de vooroordelen en te ontsnappen aan de melancholie.
• De liefde volgens Stendhal: kristallisatie
In zijn essay De l’Amour, dat hij als zijn belangrijkste werk beschouwde, beschrijft en vergelijkt Stendhal het ontstaan van de liefde, waarbij die liefde wordt gekristalliseerd in de hersenen. Deze kristallisatie zorgt ervoor dat onze verbeelding er ons toe brengt om de waarde van diegene die waarvan we houden te overdrijven.
Stendhal vergeleek het kristallisatieproces met een reis van Bologna naar Rome, waarbij Bologna onverschilligheid voorstelt en Rome staat voor perfecte liefde. In Bologna staan we nog onverschillig tegenover de persoon waarop we verliefd gaan worden en gaan we de waarde van die persoon nog niet overdrijven. Het kristallisatieproces is m.a.w. nog niet begonnen. Wanneer de reis begint, begint ook de liefde. Het vertrek heeft echter niets te maken met iemands eigen wil, integendeel, het is een instinctief moment. Om de eerste kristallisatie te bereiken, doorloopt men vier stappen:
1. Bewondering
2. Men merkt op hoe leuk het is om een kus te geven en te ontvangen.
3. Hoop
4. De liefde is geboren. Men heeft er plezier in diegene die men liefheeft te zien, te voelen, zo dicht mogelijk.
Daarna, als vijfde stap, treedt de kristallisatie op, waarbij men diegene die men liefheeft duizenden perfecte eigenschappen toedicht. Men gaat bepaalde waarden overdrijven.
De liefde is altijd zeer belangrijk geweest in Stendhals leven. Zo schreef hij zelfs: “L’amour a toujours été pour moi la plus grande des affaires et plutôt la seule.” (Vert. : “De liefde is voor mij altijd de belangrijkste zaak geweest en zelfs eerder de enige.”)
Stendhal legde deze kristallisatie uit aan de hand van een klein verhaal. Wanneer men een tak in een zoutmijn in Salzburg gooit, dan zullen zich daar na verloop van tijd duizenden zoutkristallen als diamanten op gevormd hebben zodat men de oorspronkelijke tak niet meer herkend. Zo is de kristallisatie in de liefde ook het ontdekken van perfecties in diegene die men liefheeft.
• Stendhal-syndroom
Het Stendhal-syndroom is een psychische aandoening die optreedt als iemand volledig overrompeld wordt door de schoonheid van kunst. Lichamelijke verschijnselen zijn een versnelde hartslag, duizeligheid, verwarring en flauwvallen. In ernstige gevallen treden soms zelfs vormen van manie, hallucinaties of andere psychotische verschijnselen op.
De aandoening is genoemd naar de 19e-eeuwse Franse schrijver Stendhal (pseudoniem van Marie-Henri Beyle), die in zijn werk gedetailleerd beschreef hoe hij in 1817 tijdens een bezoek aan Florence emotioneel werd aangegrepen door het artistieke karakter van de stad. Er zijn door de jaren heen meerdere gevallen bekend van toeristen die duizelig worden of flauwvallen bij het aanschouwen van kunst in Florence, met name in het Uffizi-museum.
In 1979 beschreef de Italiaanse psychiater Graziella Magherini het verschijnsel als syndroom na gedurende tien jaar zo’n 100 gevallen bestudeerd te hebben.
Het syndroom is wellicht te vergelijken met het Jeruzalem-syndroom, waarbij sterke emotionele reacties op religieuze ervaringen optreden.

Situering in tijd en ruimte:
• Het verhaal speelt zich af tussen 1825 en 1830, tijdens de Restauratie, een periode waarin de adel haar macht tracht te herstellen die zij na de Franse Revolutie verloren had. Het verhaal wordt ook gekenmerkt door de politiek, die veel aan bod komt. De roman heeft niet voor niets de ondertitel ‘Kroniek van 1830’.
We volgen in het boek het levensverhaal van Julien Sorel van zijn 19 tot zijn 24 jaar.
Le Rouge et le Noir beschrijft in zijn eerste deel de neergang van de liberalen in de provincie tijdens de Restauratie (na Congres van Wenen in 1815) en in het tweede deel de nietigheid van de uiterst rechtse royalisten te Parijs.
De roman werd uitgegeven in 1830, een tijd voor de julirevolutie van dat jaar !
Interessante en leuke passage in het boek : het bezoek van Koning Karel X (deel I, hoofdstuk 18)

• Het eerste deel van het verhaal speelt zich af in Verrieres, een mooi stadje in de Franche-Comté. Het landschap is bergachtig, door de uitlopers van de Jura. Het dorp ligt aan een rivier, de Doubs, die ook passeert in Besançon. Verhaalruimten hierin zijn voornamelijk het huis en de tuin van de Renals. Julien houdt er van om samen met madame de Renal een wandeling in de prachtige tuin te maken. In de vakanties brengen zij hun tijd door in Vergy, een klein dorp in de Jura, waar de schoonheid van de natuur en de liefdesaffaire van Julien en Louise centraal staan. Uiteindelijk verlaat Julien noodgedwongen Verrieres, om naar het seminarie van Besancon te gaan.
Het tweede deel van het verhaal speelt zich voornamelijk af in Parijs, waar huize de la Mole zich bevindt. In de loop van het verhaal komen Londen en Straatsburg ook nog even aan bod, maar zijn voor het verhaal verder niet belangrijk. Het laatste deel van het verhaal speelt zich weer af in het gebied Besancon, waar Julien in de gevangenis zit en ook terechtgesteld zal worden.

Personages:
• Julien Sorel (chevalier Julien Sorel de la Vernaye)
• Vriend Fouque
• pastoor Chelan
• monsieur de Renal (burgemeester Verrieres) X Louise de Renal
• meneer Valenod
• pater Pirard
• markies de La Mole, de markiezin en hun twee kinderen: graaf Norbert en freule Mathilde de La Mole
• Amanda Binet
• Prins Korasoff
• Mevrouw de Fervaques

Enkele vragen als richtlijn:
1. Titel en ondertitel ? Motto ?
Voorbeelden :
• Deel I, hoofdstuk 13 : een roman : dat is een spiegel die men langs de weg meedraagt
• Deel I,hoofdstuk 22 : Het woord is de mens gegeven om zijn gedachten te verbergen.
2. Wat zijn volgens u de belangrijkste thema’s in het boek ?
3. Welke rol speelt de auteur in dit verhaal ?
4. Welke rol speelt de sociale klasse in dit verhaal ?
5. Welk idee heeft Julien van het Parijse leven ?
6. Hoe hoger de klasse, hoe verfijnder de manieren ?
7. Vergelijk de eerste ontmoetingen van Julien met Madame de Rênal en Mathilde.
8. Zijn Madame de Rênal en Mathilde typisch voor de 19de eeuw ? Verklaar !
9. Hoe wordt de 19de eeuw beschreven ?
10. Word Julien door de auteur van dit verhaal schuldig gevonden of niet ? Verklaar !
11. Welke invloed heeft Napoleon op het karakter van Julien ?
12. Is dit een romantisch of een realistisch verhaal ?
• Romantisch à la Deel II, hoofdstuk 22 “Wanneer men zijn borst had volgestort met gloeiend lood, zou hij zo erg hebben geleden als nu.” // L’interieur de sa poitrine eût été inondé de plomb fondu qu’il eût moins souffert.)
• De nagel op de kop à la Deel II, laatste bladzijde « Nog nooit was zijn hoofd zo poëtisch geweest als toen het moest vallen. // Jamais cette tête n’avait été aussi poétique qu’au moment où elle allait tomber.
13. Een onduidelijkheid : Wat met de ‘zoon’ van Julien ?
(deel II, hoofdstuk 34 : De toekomst van zijn zoon eiste nu reeds al zijn aandacht op // la destinée de son fils absorbait d’avance toutes ses pensées.))
14. Stendhal heeft het vaak over de belangrijke rol van literatuur in het leven van een mens. Gaat u daarmee akkoord ?
(deel I, hoofdstuk 13 : Daar mevrouw de Rênal geen romans had gelezen, waren alle schakeringen van haar geluk nieuw voor haar // Comme madame de Rênal n’avait jamais lu de romans, toutes les nuances de son bonheur étaient neuves pur elle.)
(deel II, hoofdstuk 18: p.387: Zoals we zien was Julien gespeend van iedere ervaring, hij had zelfs geen romans gelezen // On voit que Julien n’avait aucune expérience de la vie, il n’avait pas même lu de romans.)
15. Hoe vind je de stijl van Stendhal ?

Enkele uittreksels:
• Over politiek in de literatuur

(deel II, hoofdstuk 22)

Politiek is een steen om de hals van de literatuur en brengt haar binnen een half jaar tot zinken. Politiek is voor de verbeelding als een pistoolschot tijdens een concert. Het is een verscheurend geluid dat geen draagkracht heeft: het harmonieert met de klank van geen enkel instrument. Politiek zal de ene helft van de lezers dodelijk beledigen, maar vervelender zijn voor de andere helft, omdat die haar heel wat bekwamer en kernachtiger zag toegelicht in de ochtendkrant..

Le politique, reprend l’auteur, est une pierre attachée au cou de la littérature, et qui, en moins de six mois, la submerge. La politique au milieu des intérêts d’imagination, c’est un coup de pistolet au milieu d’un concert. Ce bruit est déchirant sans être énergique. Il ne s’accorde avec le son d’aucun instrument. Cette politique va offenser mortellemen tune moitié de lecteurs, en ennuyer l’autre qui l’a trouvée bien autrement spéciale et énergique dans le journal du matin…

• De onhandige houding van Julien in het bijzijn van een vrouw
(deel I, hoofdstuk 7)
Op grond van een vaag idee, afkomstig uit een verhaal over de gegoede kringen, zoals hem dat was gedaan door de oude bataljonsarts, hoefde er maar een stilte te vallen als hij in het gezelschap van vrouwen verkeerde, of Julien voelde zich vernederd alsof dit zwijgen zijn persoonlijke schuld was. Dit pijnlijk gevoel werd nog honderd keer zo sterk als hij met een vrouw alleen was. Vol romaneske ideeën en overdreven voorstellingen van wat een man moet zeggen als hij met een vrouw alleen is, kwam zijn verbeelding in zulke momenten slechts tot verwarde en ontoelaatbare gedachten. Hij was in de wolken, en toch kon hij dit zo vernederende zwijgen niet verbreken. Zo werd, tijdens zijn lange wandelingen met mevrouw de Rênal en de kinderen, de strenge uitdrukking op zijn gezicht nog aangescherpt door de ergste kwellingen. Hij had een gruwelijke hekel aan zichzelf. Als hij zich dwong toch te spreken, zei hij ongelukkigerwijze de meest belachelijke dingen. Tot overmaat van ramp zag hij zijn eigen dwaasheid en maakte die erger dan zij was; maar wat hij niet zag was de uitdrukking van zijn ogen; die waren zo mooi en verrieden zoveel vuur dat ze soms, als goede toneelspelers, tover gaven aan iets dat daarvan gespeend was.
D’après je ne sais quelle idée prise dans quelque récit de la bonne société, telle que l’avait vue le vieux chirurgien-major, dés qu’on se taisait dans un lieu où il se trouvait avec une femme, Julien se sentait humilié, comme si ce silence eût été son tort particulier. Cette sensation était cent fois plus pénible dans le tête-à-tête. Son imagination remplie des notions les plus exagérées, les plus expagnoles, sur ce qu’un home doit dire, quand il est seul avec une femme, ne lui offrait dans son trouble que des idées inadmissibles. Son âme était dans les nues, et cependant il ne pouvait sortir du silence le plus humiliant. Ainsi son air severe, pendant ses longues promenades avec madame de Rênal et les enfants, était augmenté par les souffrances les plus cruelles. Il se méprisait horriblement. Si par malheur il se forçait à parler, il lui arrivait de dire les choses les plus ridicules. Pour comble de misère, il voyait et s’exagérait son absurdité; mais ce qu’il ne voyait pas, c’était l’expression de ses yeux; ils étaitent si beaux et annonçairent une âme si ardente, que, semblables aux bons acteurs, ils donnaient quelquefois un sens charmant à ce qui n’en avait pas.
• Julien voelt niets meer voor Mathilde
(deel II, hoofdstuk 34: einde)
Toen zij (Mathilde) Julien die avond vertelde dat hij luitenant bij de huzaren was geworden, kende zijn vreugde geen grenzen. En dat is wel voorstelbaar als men bedenkt hoe ambitieus hij zijn hele leven was geweest, en hoe hartstochtelijk hij nu uitzag naar zijn zoon. Hij stond versteld over de naamsverandering.
Al bij al, dacht hij, is mijn ROMAN nu ten einde, en dit geheel door eigen verdienste. Ik ben erin geslaagd, voegde hij eraan toe, terwijl hij naar Mathilde keek, dit monsterlijke trotse wezen van mij te laten houden; haar vader kan niet leven zonder haar, en zij niet zonder mij.

Le soir, lorsu’elle apprit à Julien qu’il était lieutenant de hussards, sa joie fut sans bornes. On peut se la figurer par l’ambition de toute sa vie, et par la passion qu’il avait maintenant pur son fils. Le changement de nom le frappait d’étonnement.
Après tout, pensait-il, mon roman est fini, et à moi seul tout le mérite. J’ai su me faire aimer de ce monster d’orgueil, ajouta-t-il en regardant Mathilde; son père ne peut vivre sans elle, et elle sans moi.

bronnen : Hans Van Pinxteren, in nawoord van Stendhal, Het rood en het zwart, Uitg. Veen, Amsterdam, 2006 (5de druk), + www.wikipedia.be

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *