Sofja Kovalevskaja: Herinneringen aan mijn kindertijd (boekbespreking december 2012)

A. Prinses van de wetenschap (artikel uit De Standaard 20/2/2009 door Willem van Zadelhoff)

Kovalevskaja promoveerde summa cum laude
Sofja Kovalevskaja was de eerste vrouw ter wereld die doctor in de wiskunde werd. In Herinneringen aan mijn kindertijd schetst ze een levendig beeld van haar jeugd in de jaren 1860.

Als kind was Sofja Kovalevskaja gefascineerd door het ongewone behang in een van de kamers op het familielandgoed Palibino, in een westelijke uithoek van het Russische rijk. Het bestond uit de gedrukte collegeaantekeningen van de wiskundige Mikhail Ostrogradsky over differentiaal- en integraalrekenen.

Op 30 januari 1884, bijna vijfentwintig jaar later, geeft Kovalevskaja in Stockholm haar eerste college over partiële differentiaalvergelijkingen. Iedereen die iets betekent in de universitaire wereld van de Zweedse hoofdstad is aanwezig. Maar ook buitenstaanders verdringen zich om een glimp op te vangen van de ‘prinses van de wetenschap’. Kovalevskaja, net vierendertig jaar geworden, heeft in het begin moeite om zich in het Duits verstaanbaar te maken. Maar als zij het college beëindigd heeft, klinkt er luid applaus.

Sofja Kovalevskaja werd in 1850 in Moskou geboren. Ze was de tweede dochter van artilleriegeneraal Krjoekovski, iemand met grote belangstelling voor wis- en natuurkunde. Haar moeder was een Russische van Duitse afkomst. Haar grootvader en overgrootvader van moederskant waren allebei wiskundigen.

Kovalevskaja groeide op in de roemruchte Russische jaren zestig van de negentiende eeuw. In 1861 werd de lijfeigenschap afgeschaft. Een gebeurtenis die grote invloed had: de boeren wonnen hun vrijheid en veel landeigenaren zagen hun inkomsten plotseling dramatisch dalen. Dostojevski publiceerde Misdaad en straf (1866) en Tolstoj Oorlog en vrede (1865-1869).

Zoals zoveel jonge vrouwen in die tijd wilde Kovalevskaja studeren. In Rusland mocht dat niet. De enige oplossing was uitwijken naar Zwitserland of Duitsland. Maar daarvoor had ze de toestemming van haar vader of haar echtgenoot nodig. In 1868 ging zij een schijnhuwelijk aan met de student paleontologie Vladimir Kovalevski. Nu lag de weg open voor een studie aan een Europese universiteit.

Aan de universiteit van Heidelberg volgde Kovalevskaja een jaar lang colleges wis- en natuurkunde. Vanaf 1870 kreeg ze vier jaar lang privélessen van de wereldberoemde wiskundige Karl Theodore Weierstrass. Op zijn aanraden promoveerde ze in 1874 aan de universiteit van Göttingen als eerste vrouw ter wereld tot doctor in de wiskunde. Summa cum laude bovendien. Tien jaar later volgde een benoeming tot privaatdocent aan de universiteit van Stockholm. Haar ster rees. In 1888 won ze de speciaal voor haar in het leven geroepen Prix Bordin van de Koninklijke Franse Academie voor Wetenschappen. Het jaar daarop werd ze benoemd tot hoogleraar voor het leven aan de universiteit van Stockholm. Haar echtgenoot was toen al jaren dood; hij pleegde zelfmoord in 1883. Kovalevskaja had besloten nooit meer te trouwen: ‘Ik wil niet zo te werk gaan als de meeste vrouwen, die bij de eerste de beste kans om te trouwen al hun oude bezigheden opgeven en vergeten wat ze voordien als hun roeping zagen’, schrijft ze. Maar inmiddels had ze de socioloog Maksim Kovalevski leren kennen. Ze noemde hem de ‘prettigste vriend en kameraad’ die ze kende en hoopte in de zomer van 1891 met hem te trouwen. Maar haar vroegtijdige dood verhinderde dat; op 10 februari 1891 stierf ‘de prinses van de wetenschap’ aan de gevolgen van een longontsteking.

Eerlijkheid

Kovalevskaja schreef Herinneringen aan mijn kindertijd tijdens het jaar volgend op haar benoeming. Vond ze dat ze het hoogst haalbare had bereikt en dat het tijd was om terug te blikken? In ieder geval streeft ze eerlijkheid na. ‘Ik zou wel eens willen weten of er iemand is die precies het moment in zijn bestaan kan aangeven waarop hij voor het eerst een duidelijk beeld kreeg van zijn eigen ik, het eerste blijk van een bewust leven’, luidt de eerste zin. ‘Ik kan dat absoluut niet’, besluit Kovalevskaja.

Bovendien: ‘Dan denk ik de eerste indruk gevonden te hebben die een duidelijk spoor in mijn herinnering heeft achtergelaten, maar ik hoef mijn gedachten er maar even bij te laten stilstaan of daarachter komen terstond andere indrukken om de hoek kijken die zich aftekenen – uit nog vroeger tijd.’

Ze realiseert zich ook dat ze absoluut niet meer kan bepalen welke indrukken ze werkelijk heeft meegemaakt en over welke ze alleen maar later heeft horen vertellen. Alles is willekeur.

Toch is er een tafereel dat telkens voor haar geestesoog oprijst als ze terugdenkt aan de allereerste jaren van haar leven. Ze ruikt wierook, ze hoort klokgelui. Daar is de hand van haar njanja, die haar het voorportaal van de kerk uitleidt en haar behoedt voor geduw en gedrang. ‘Breng de kleine geen letsel toe!’ smeekt ze de mensen om hen heen.

Als een Proust avant la lettre laat Kovalevskaja zich wegglijden in haar herinneringen. Uit beelden, geuren, geluiden en soms een lichtinval destilleert ze haar kindertijd.

Geleidelijk ontstaat een prachtig verteld beeld van een jeugd in het Rusland van de jaren zestig van de negentiende eeuw. Zelden had ik het gevoel er zo dichtbij te zijn geweest.

Je bent getuige van de verveling op het afgelegen Russische platteland, van de dromen van Sofja, en van de vlucht in de literatuur van haar zes jaar oudere zusje Anjoeta, die daar een levensdoel uit probeert te puren.

Dan loopt plotseling Dostojevski bij de familie de kamer binnen en roept dingen als: ‘De hele jeugd van vandaag is dom en onontwikkeld! Voor hen gaan vetleren laarzen boven Poesjkin!’ Dostojevski heeft een novelle van Anjoeta in zijn tijdschrift Epoche gepubliceerd en is in de ban geraakt van het meer dan twintig jaar jongere meisje.

Nihilist

Herinneringen aan mijn kindertijd is in één band uitgegeven met de novelle De nihiliste.

De nihiliste is een traditioneel verhaal zoals er in die tijd wel meer werden geschreven. De vertelster krijgt bezoek van Vera Barantsova – de nihiliste uit de titel – die haar levensverhaal vertelt. Zij is een van de vele jonge mensen die destijds de maatschappelijke orde in Rusland geheel wilden omverwerpen en daarna uit het niets een nieuwe maatschappij wilden opbouwen.

De vertelster vertoont grote overeenkomsten met Kovalevskaja zelf: een vrouw van tweeëntwintig jaar die na het behalen van haar doctorsbul aan een buitenlandse universiteit naar Petersburg is teruggekeerd.

De nihiliste kan worden beschouwd als de fictieve pendant van de herinneringen. Het is geen slecht verhaal, maar doorstaat de vergelijking niet met Duivels van Dostojevski en Vaders en zonen van Toergenjev – de twee beroemde romans over het nihilisme. Zo verrassend als haar autobiografische tekst is, zo voorspelbaar is deze novelle.

Maar ik hoop vurig dat er nog meer herinneringen van Kovalevskaja zijn en dat vertaler Arie van der Ent ze voor ons ontsluit.

B. Personages

Vader Vasili vasilevitsj Korvin Kroekovski, een artilleriegeneraal met grote belangstelling voor wis- en natuurkunde en moeder Elizaveta Fedorovna Shubert, een Russische van Duitse afkomst en een gedreven dagboekschrijfster

Kinderen Anjoeta, Sofja en Fedja

Personeel: Njanja, gouvernantes, Fjokloesja, Marja Vasiljevna, …

Oom Pjotr Vasiljevitsj

Oom Fjodor Fjodorovitsj Schubert

Aleksej Filoppovitsj (= popenzoon)

Dostojewski

C. Enkele vragen

1. Hoe ver gaan jouw herinneringen aan de kindertijd terug?
2. Beschrijf de ‘huizen’ waarin Sofja opgroeide (Sint-Petersburg en Palibino)
3. Beschrijf Sofja’s opvoeding.
4. In de klassieke Russische literatuur wemelt het van de vrouwen. ‘Toergenjev-vrouwen’ zijn zelfs een begrip: teer en zachtaardig, onbegrepen en onbereikbaar. Beantwoorden Sofja en haar oudere zus aan dit beeld?
5. Wanneer speelt dit verhaal zich af?
6. Is dit verhaal nog actueel?
7. Wat leer je over Dosjojewski?
8. En wat over de nihilisten? (cfr. roman Vaders en zonen van Toergenjev). Kunnen we de twee zussen als nihilisten bestempelen?

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *