Siegfried Lenz: Een minuut stilte (leesgroep januari 2015)

1)Biografie:

Siegfried Lenz werd in 1926 in Pruisen geboren. Zijn vader was douanier. Op zijn 13de kwam hij bij de Hitlerjugend. Op zijn 17de werd hij marinier. Kort voor het einde van WOII deserteerde hij echter (Hij weigerde immers een opstandige medesoldaat dood te schieten) en wist zich maandenlang in Denenmarken schuil te houden. Na de oorlog begon hij filosofie en literatuur te studeren in Hamburg. Maar die studie brak hij af om bij de conservatief-liberale krant ‘Die Welt’ te gaan werken. Het is in 1951 dat hij als vrij auteur begon te werken: romans, verhalen, essays en hoorspelen.
Lenz kent in Duitsland eenzelfde status als Heinrich Böll en Günther Grass. Hij ontving vele prijzen, waaronder in 1988 de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel. In oktober 2014 stierf deze schrijver. De Standaard schreef toen: “Een minuut stilte, alstublieft, voor deze groot verhalenverteller, die bij ons pas de laatste jaren herontdekt werd.”

2)Bibliografie (van zijn in het Nederlands vertaalde werken. Allemaal door Van Gennep uitgegeven)

2010: Een minuut stilte (oorspronkelijk °2008)
2011: Duitse les (°1968)
2011: Het lichtschip (°1960)
2012: Het verlies (°1981)
2012: Schitterlicht (°2011)
2013: Bureau Gevonden Voorwerpen (°2003)
2014: Oefenterrein (°1985)
2014: Onder water (°1957)
2012: Schitterlicht (°2011)

3)Belangrijkse personages:

Christian: klasverantwoordelijke van het zesde jaar, leerling (en lief) van Stella Petersen, ik-persoon
Stella Petersen (geef al vijf jaar Engels aan het Lessinggymnasium)
Vader Stella: de oude marconist
Wilhelm: vader van Christian, een stenenvisser
Jutta: moeder van Christian
Frederik: knecht Wilhelm
Meneer Block: de rector
Sonja: buurmeisje van Christian
Andreas Mathiessen: de oude vogelwachter
Tordsen: de havenmeester

4)Plaats:

Het verhaal speelt zich af in de fictieve havenstadjes Hirtshafen en Scharmunde in Noord-Duitsland aan de Oostzee. De school heeft een uitstapje gemaakt naar een eiland in Noord-Friesland. Stella en haar vrienden maakten een boottocht naar Denemarken.
In het kuststadje Hirtshafen is een hotel ‘Seeblick’. Toeristen maken graag een boottocht rond het ‘Vogeleiland’.
De vader van Christian heeft, naast zijn vrachtschip (de pramaak) om stenen uit het water te halen ‘ en de sleepboot Ausdauer, ook een toeristenboot ‘Katarina’.

5)Enkele vragen:

a)Wanneer speelt dit verhaal zich af?
b)Beschrijf de couleur locale. Veel woorden zijn typisch voor de scheepsvaart. En ons waarschijnlijk onbekend. Vond je dat storend? (bot, shantymuziek, praamaak, jollen, muziekkapel, dinghy, viskotter, palingfuik, persenning, …)
c)Soms maakt de auteur verwijzingen naar plaatselijk legenden. Waar? Hebben ze zin in het verhaal?
d)Wat vind je van de titel?
e)Er is niet alleen veel stilte in dit boek. Er wordt ook veel gezwegen. Waarom? Op p. 59 zegt meneer Block: “Wat we verzwijgen, Christian, heet soms grotere gevolgen dan wat we zeggen. Begrijpt u wat ik bedoel?” Akkoord?
f)Hoe zou je Stella beschrijven?
g)En Christian?
h)Veel mannen krijgen een vast bijvoegsel. Zoals Georg Bisanz, Stella’s favoriete leerling. Waarom?
i)De leerlingen krijgen de raad ‘Animal Farm’ van George Orwell te lezen tijdens de zomervakantie, als voorbereiding voor het volgend jaar. Zou de auteur een reden hebben om de leerlingen juist dit boek in het verhaal te laten lezen?
j)Hoe verloopt de liefdesverhouding tussen Stella en Christian?
k)Hoe reageert de omgeving op die liefdesverhouding?
l)Nog even een woordje over de niet zo evidente stijl …
m)Onderstaand artikel krijgt de bijtitel: “Het grootste geluk en het diepste verdriet staan naast mekaar in Een minuut stilte van Siegfried Lenz”. Akkoord?

6)Een recensie van Willem van Zadelhoff in De Standaard der letteren van 6 augustus 2010 van Willem van Zadelhoff.

Het grootste geluk en het diepste verdriet staan naast mekaar in Een minuut stilte van Siegfried Lenz.

Ergens in de jaren vijftig. Een kleine havenstad aan de Oostzee. De achttienjarige Christian en zijn lerares Engels, Stella Petersen, hebben elkaar lief. Een doodgewoon verhaal. Althans, zo wordt het door de Duitse auteur Siegfried Lenz (1926) verteld. Lenz benoemt niets, benadrukt niets.
Dat het slecht met mevrouw Petersen afloopt, wordt al op de eerste pagina duidelijk. Leraren en leerlingen hebben zich in de aula van de school verzameld om haar te gedenken. Haar foto staat op een houten statief op het podium. ‘Wir setzen uns in Tränen nieder’, zingt het schoolkoor. De rector heeft Christian gevraagd als klassenvertegenwoordiger iets te zeggen namens de leerlingen. Hij kan het niet. Dan zou hij moeten vertellen wat haar dood voor hem inhoudt.

ZEEZICHT

Het verhaal bestrijkt een zomer. Een zilte wind waait, zand glinstert tussen de regels, op de achtergrond klinken de verwaaide klanken van populaire liedjes uit de jaren vijftig. Een hand wordt vastgepakt, een hoofd wordt tegen een schouder gelegd… meer heeft Lenz niet nodig om het verloop van deze romance te beschrijven.
Hun eerste toenadering vond plaats in een met golfplaten bedekte hut van een oude vogelwachter. Later liggen ze naast elkaar op bed in haar kamer in hotel Seeblick. Christian herinnert zich de afdruk die hun hoofden achterlaten op het kussen: één grote afdruk.

GOOD MORNING

Afwisselend, soms binnen één alinea, wordt er in de tweede en derde persoon over Stella gesproken. Het is een subtiele manier om de onzekere gevoelens van de scholier Christian weer te geven. Elke keer als hij haar treft, is er de twijfel of er een volgende keer zal zijn.
De kwelling van de lessen Engels. Ze is dan zo dichtbij. Maar ze is er niet voor hem alleen en bovendien in een heel andere hoedanigheid. ‘Good morning, Mrs. Petersen!’ roepen de leerlingen in koor als ze het klaslokaal binnenkomt. Onrustig zoekt Christian haar blik. Ze doet of ze hem niet ziet. ‘Ze straft me bijna onverschillig’, denkt hij terwijl hij zijn lesboek openslaat.
Aan het einde van de vakantie, als ze terugkomt van een zeiltocht met vrienden, ziet hij hoe ze tijdens een plotseling opkomende storm in de haven overboord slaat.
Zelfs dan lijkt het niet tot hem door te dringen dat hun liefde voorgoed verleden tijd is en hoopt hij nog steeds dat alle mogelijkheden openstaan.
Pas als haar as is verstrooid over de golven, komt het besef dat zijn herinneringen aan deze liefde alles zijn wat er overblijft.
Herinneringen – ontastbaar en onwerkelijk als een droom – die hij met niemand kan en wil delen.

STRIJKERS
In de herfst van zijn leven schreef Siegfried Lenz een mooie, verstilde novelle die associaties oproept aan de laatste strijkkwartetten van Haydn. Lenz heeft niet veel nodig om een stemming op te roepen, een beeld te schetsen. Zijn vakmanschap is voorgoed ondergeschikt gemaakt aan zijn kunstenaarschap. Een klein en indrukwekkend boek.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , . Bookmark de permalink.