S.J. Watson: Voor ik ga slapen (boekbespreking september 2013)

sj watsonBiografie:Steve Watson werd in 1971 geboren in de West Midlands (Engeland). Na zijn studies aan de Universiteit van Birmingham verhuisde hij naar Londen, waar hij in diverse hospitalen werkte en zich specialiseerde in de diagnose en behandeling van slechthorende kinderen. ’s Avonds en in het weekend schreef hij fictie. Zijn moeder zou aan geheugenverlies geleden hebben.
In 2009 werd Watson geaccepteerd voor de eerste cursus Writing a Novel aan de Faber Academy. Het resultaat was zijn debuutroman ‘Voor ik ga slapen’. De aanvankelijke bedoeling was dat het een roman zou worden, maar onder de leidende hand van zijn redactrice werd het een thriller. Het boek werd een enorm succes. Het werd in meer dan 30 landen gepubliceerd, en in 2011 werd gestart met de adaptatie voor het grote scherm olv Ridley Scott. De film komt in 2014 uit met Nicole Kidman in de hoofdrol.

Personages:

Christine Lucas
Ed Nash
Mike
Ben
Claire
Adam

Discussievragen:

1. Aanvankelijk waren de boekhandelaren niet zo happig om het boek in huis te nemen. Een kaft zonder titel verkoopt niet zo goed. Toch heeft de uitgever met deze niet voor de hand liggende kaft een gouden zet gedaan. Waarom, denk je?
2. S.J. zouden evengoed de initialen van een vrouwelijk auteur kunnen zijn. Velen denken tijdens het lezen dan ook dat de schrijver een vrouw is. Wat dacht jij?
3. Hoe ziet een dag eruit voor Christine?
4. Christine denkt dat ze leeft zoals een dier: van moment tot moment. Klopt dat volgens jou?
5. Hoe gedraagt dokter Nash zich tov Christine?
6. Voor Christine gebeurt alles op één dag telkens voor de eerste keer. Als ze vrijt met Ben is dat dus ook steeds “voor het eerst”. Vind je dat de echtgenoot recht heeft om te verlangen dat ze met hem vrijt?
7. Geleidelijk aan komt uit dat Ben bepaalde zaken voor Christine verzweeg. Stel dat hij het allemaal goed meende… Zou dat een goede zaak zijn voor haar?
8. Christine heeft een buitenechtelijke verhouding met verregaande gevolgen gehad. Wat is er toen eigenlijk gebeurd?
9. Hoe eindigt het boek, denk je?
10. In hoeverre vind je dit boek realistisch?

Dit boek is gebaseerd op:

D. Wearing, Voor altijd vandaag, uitg. The House of Books, isbn 9789044313307

Achterflap: Ik was gelukkig getrouwd met Clive toen een virus plotseling grote gedeelten van zijn hersenen aantastte. Hij stierf bijna, maar ontwaakte uit zijn coma met het ergste geval van geheugenverlies uit de medische geschiedenis. Het enige wat hij zich kon herinneren was dat hij van me hield. Dit is ons liefdesverhaal. Clive Wearing, een muziekproducent op het hoogtepunt van zijn roem, besefte geen moment dat dinsdag 26 maart 1985 zijn laatste bewuste dag zou zijn . Voelde hij zijn hersenen verdwijnen die nacht? De volgende ochtend kon hij geen enkele vraag meer beantwoorden. De huisarts dacht dat het griep was. Later werd in het ziekenhuis extreme amnesie geconstateerd. Clive verloor meer geheugen dan iedereen ooit voor mogelijk had gehouden. Elke gebeurtenis was hij binnen één tiende van een seconde alweer vergeten, elk bewust moment betekende een ware kwelling voor hem. De enige die hij nog herkende was zijn echtgenote Deborah. Zij schreef dit schokkende en bijzonder aangrijpende boek.

Spannende boeken

a.Whodunit
b.Thriller:
Spionagethriller
Politieke thriller
Psychologische thriller
Actiethriller
Medische thriller
Juridische thriller
Politiethriller
Financiële thriller
Erotische thriller
Esoterische thriller
Factionthriller
….
c.Literaire thriller: combineert het spannend verhaal met het gebruik van literaire middelen, als perspectiefwisseling, uitgebreide metaforen, afwijkend chronologisch opzet, karakterontwikkeling, onverwachte wendingen.
De psychologie is belangrijker dan het geweld.
Sinds april 2002 worden in de Nederlandstalige Uniforme Rubrieksindeling (NUR) officieel literaire thrillers onderscheiden. Nochtans was het aanvankelijk louter als verkoopstunt bedoeld. In een interview zegt Rinus Ferdinandusse (uitvinder van de jaarlijkse thrillergids van het weekblad Vrij Nederland) “Weet u dat Robert Ammerlaan (tot vorig jaar directeur van de Bezige Bij, nvdr), de term ‘literaire thriller’ bedacht heeft toen hij nog uitgever was bij Anthos? Als een gimmick, want hij moest die boeken natuurlijk verkopen. De term is dus ingegeven door louter commerciële bedoelingen. Gelukkig heeft hij die kunnen verbinden aan het succes van Nicci French, die hij voor die uitgeverij binnenhaalde. Maar veel inhoud heeft die term niet. Het is dus een thriller die wat beter geschreven zou moeten zijn. Dat zal wel, maar het zegt niets over de essentie van een thriller. Elke goede thriller gaat over twee mensen die, in naam van een dogma of een overtuiging of gewoon uit haat, jaloezie of voor het geld, mekaar bestrijden. Het begint met een spannende gebeurtenis die de keten in gang zet. Het heeft een duidelijk begin en een duidelijk einde en daartussen ligt een mooi opgebouwde spanningsboog. Vroeger won de goede en verloor de kwade. Die klare tegenstelling is langzaam vervaagd. Er zijn wat subgenres en andere invalshoeken bijgekomen. Maar de kern blijft dezelfde.” (Interview van John Vervoort, DS, 13 juni 2002)

Nrc Handelsblad, 22 april 2009, artikel Paul Brandt
Schrijfster Connie Palmen vindt net als Gerrit Komrij de bestsellers van nieuwe schrijvers geen literatuur. Niet waar, er is sprake van een wisseling van de wacht, schrijft Paul Brandt.
‘Scheer je weg uit het land van de literatuur, nietsnutten”, zei Connie Palmen tijdens de afgelopen Boekenweek. Je hoeft dat fragment met die dubbele tong maar één keer te zien om te weten: dronkemanspraat. Dus aanvankelijk leek het logisch dat Palmen in De Wereld Draait Door haar excuses maakte tegenover bestsellerauteur Saskia Noort, op wie zij onder anderen doelde. Maar iets later in de uitzending herhaalde zij alsnog haar standpunt: „Nietsnutten, ga weg uit de literatuur.” Ze meent het.
Prima, zo’n mening. Literatuur is een serieuze kunstvorm en de schrijver die zich van clichés bedient, moet geweerd worden, betoogde Palmen. Hoe mooi was het geweest als zij voorbeelden had gegeven als: lees nu in plaats van Saskia Noort eens Bert Natter of Marja Pruis. Laat Heleen van Royen eens liggen en pak eens een boek van Robert Vuijsje. Moet je eens zien hoe sterk die nieuwe generatie literatoren voor de dag komt. Dat deed Connie Palmen niet. Haar literaire pronkbeelden, behalve zichzelf (sic), waren Gerrit Komrij, Cees Nooteboom en Harry Mulisch. En dat is nota bene haar eigen vriendengroepje, haar eigen literaire borreltafel!
Ook prima, ieder z’n vrienden. Wat hier zo abject is, is dat zij het woord ‘literatuur’ daarvoor opeist. Pijnlijk duidelijk werd dat zij zichzelf en haar eigen clubje een bijna sacrale verhevenheid toedicht boven alle nieuwkomers. Hoe komt het toch dat die mensen zo zelfingenomen zijn? Komrij versterkte dat beeld door te verzuchten dat „de Nederlandse literatuur op sterven na dood” is. Zou Komrij daarmee niet bedoelen dat zijn generatie schrijvers op sterven na dood is, en dat hij vindt dat er na hen niks van waarde komt?
Palmen moedigt ons in feite aan om naar kunst te kijken, maar dan mogen we bij wijze van spreken alleen naar het Rijksmuseum. Waar de topstukken hangen van haar en haar vrienden – die mogen we bewonderen. Terwijl de literatuur een serieuze kunstvorm is; Palmen benadrukt dat zelf. Een kenmerk van kunst is dat zij zichzelf steeds vernieuwt en in beweging is, bij voorkeur bruist. Voor mensen die naam hebben gemaakt in de kunst is het altijd een hard gelag als ze vroeg of laat worden ingehaald door nieuwkomers, die aanvankelijk per definitie minder ervaring hebben. We zien in het cabaret dezelfde frustratie bij Freek de Jonge, die ook lange tijd in de terechte veronderstelling leefde dat hij de beste was. Maar dat tijdelijke en ongrijpbare is ook het mooie van de kunst. En zeker iemand die vijftig jaar leeservaring heeft zou toch gewoon moeten onderkennen dat die dingen nu eenmaal zo lopen.
Maar het meest bezwaarlijke aan de mening van Palmen is dat zij pretendeert het land van de literatuur te vertegenwoordigen, terwijl ze slechts spreekt namens een provincie. Toegegeven, het is een prachtige provincie, lekker rustig, maar je moet ervan houden. Ik woon liever in een andere provincie van de literatuur, in de drukke stad waar het nu gebeurt.
De literatuur die Palmen het mooist vindt, is niet eenvoudig; je hebt er veel leeservaring voor nodig om het te kunnen begrijpen. Zelf noemde ze Ulysses van James Joyce als voorbeeld. Nu heeft Gerard Reve eens geschreven dat het niet zo moeilijk is om een gedachte vanuit je hoofd op een stuk papier te doen nederdalen, maar dat het de kunst is om deze vanaf het papier weer te doen opstijgen in het hoofd van een ander. Literatuur is het contact tussen een schrijver en een lezer. Als een boek een bestseller wordt, heeft de schrijver precies de goede golflengte te pakken gehad om de lezers te bereiken. Dan is hij ofwel een briljant schrijver (Arnon Grunberg, Herman Koch), of heeft hij zich bediend van begrippen, „clichés” zegt Palmen, die de grote massa kan begrijpen. Dat betekent weer dat een schrijver wiens boek géén bestseller wordt dat misschien wel met nog grotere trots kan rondbazuinen: ,,Mijn werk is voor de literaire fijnproever. Het is helaas maar een zeer select gezelschap dat mijn werk begrijpt.’’ Probleem is dat dit principe een schrijver áltijd een argument in handen geeft om zijn eigen werk als literatuur te bestempelen. En dat komt in de rustige provincie van de literatuur waar Palmen woont dan ook vaker voor dan goed zou zijn voor de serieuze kunstvorm die literatuur is. Vriendjes die elkaar bewieroken, op de schouder kloppen, literaire prijsjes toeschuiven, terwijl niemand het kan lezen, maar ja, dat is nu juist de kracht ervan! Het zijn de lezers, beweren zij, die niet slim genoeg meer zijn om ze te kunnen begrijpen en het literatuuronderwijs is natuurlijk niet meer wat het geweest is. Ik zou de lezers willen voorhouden: het is de taak van de schrijver om zijn gedachtengoed, hoe complex ook, zo helder en begrijpelijk mogelijk te presenteren. Als je er geen touw aan kunt vastknopen, kan soms ook de schrijver zijn werk niet goed hebben gedaan, te lui om de chaos in zijn hoofd fatsoenlijk te ordenen en te verwoorden. De term ‘nietsnutten in de literatuur’ slaat in deze context juist op enkele schrijvers op wie Palmen zo dol is.
Nou goed, nu de huidige generatie literatoren volgens Komrij wel zo’n beetje klaar is, komt er weer volop ruimte voor nieuwe schrijvers! Ik hoop daarom dat jonge talenten de handschoen oppakken die Palmen geworpen heeft: wees welkom in de literatuur en schrijf bijvoorbeeld een roman over een getalenteerd en gevierd kunstenaar die langzaam zijn of haar grip op de werkelijkheid verliest. Als je erin slaagt zo’n tragisch verhaal zonder clichés op te schrijven, geef ik het uit!
Paul Brandt is hoofdredacteur van Nijgh & Van Ditmar, dat o.a. werk van Robert Vuijsje, Marja Pruis, Arnon Grunberg en Simon Vestdijk uitgeeft.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *