Philippe Claudel: Het kleine meisje van meneer Linh (boekbespreking Dilbeek juni 2009)

Philippe Claudel, schrijver en scenarist, is in 1962 in het noorden van Frankrijk, meer bepaald in Lotharingen, geboren. Na zijn studies Franse taalkunde, werd hij eerst leraar in een middelbare school, gaf vervolgens les aan motorisch gehandicapten en in het gevangeniswezen, en ging tenslotte ‘anthropologie culturelle en littérature’ aan de universiteit van Nancy doceren.Momenteel geeft hij nog halftijd les, en is “niet van plan om zijn baan aan de universiteit op te geven. Als ik van mijn pen zou moeten leven, verplicht zou zijn om te schrijven om vrouw en kind te onderhouden, dan zou dat verlammend werken. Ik schrijf alleen als ik daar zin in heb”.Zijn vrouw en kind… Zij is een blonde Française en ziet er lief en rustig uit. Het kind is een jong Aziatisch meisje. Je kan haar zien ‘spelen ‘ in de film Il y a longtemps que je ’t aime. Misschien staat ze ook model voor de foto op de kaft van de Ulysses-uitgave van het boek Het kleine meisje van meneer Linh.

 

Romans en verhalen: een selectie

1999: Meuse l’oubli (Nederlandse vertaling Rivier van vergetelheid, 2006)

1999: Quelques-uns des cent regrets

2000: J’abondonne (Nederlandse vertaling Zonder mij, 2005)

*Prix France Télévision

2002: Les petites mecaniques (verhalen)

2003: Les âmes grises (Nederlandse vertaling Grijze zielen)

*in 2005 onder dezelfde titel verfilmd door Yves Angelo

*Prix Renaudot ,Grand Prix des Lectrices de Elle, prijs van de boekhandelaars

2005: La petite fille de monsieur Linh (Nederlandse vertaling Het kleine meisje van meneer Linh)

*Er zijn plannen om Het kleine meisje van meneer Linh te verfilmen, met Richard Berry als regisseur

*Euregio Literaturpreis

2007: Le monde sans les enfants (kinderverhalen) (Nederlandsee vertaling De wereld zonder kinderen)

2007: Le rapport de Brodeck (Nederlandse vertaling Het verslag van Brodeck)

*Prix concourt des Lycéens

 

2008: film! Il y a longtemps que je t’aime: eerste film die Claudel heeft geregisseerd, op basis van eigen scenario. Met hoofdrollen van Kristin Scott Thomas en Elsa Zylberstein. César voor Deste debuutfilm in 2009

 

Personages

 

Meneer Linh (=meneer Tao Laï)

Bark

Sang Diû

 

 

Enkele vragen

 

1.      Meneer Linh heeft 2 lichtpunten in zijn leven: zijn kleindochter en zijn vriend. Waarom zijn ze zo belangrijk voor hem?

2.      In een interview (DS, 28 maart 2008) vergelijkt hij zijn boeken Grijze Zielen, Het kleine meisje van meneer Linh en Het verslag van Brodeck. “Ze behandelen alledrie de thematiek van de mens in oorlogstijd, een onderwerp dat me altijd heeft beziggehouden. Ik beschrijf menselijk gedrag dat al lang voor de WO II bestond en jammer genoeg ook vandaag nog steeds voorkomt. Het gaat over mensen die vreedzaam samenleven, plotseling een hekel krijgen aan bepaalde leden van de gemeenschap en hen ombrengen. Als ik het verhaal in een bepaalde historische periode had gesitueerd, dan had je gemakkelijk kunnen zeggen: dat soort dingen gebeurde toen, maar nu niet meer.” Waar en wanneer situeer je dit verhaal? Ben je het met Claudel eens?

3.      Waarom, denk je, sluit Bark vriendschap met Meneer Linh?

4.      Volgens Claudel is vriendschap veel brozer en mysterieuzer dan liefde. Akkoord?

5.      Waarom reageren de mede-vluchtelingen zo afwijzend op meneer Linh?

6.      Er komen veel tegengestelden in het boek voor: man-vrouw, oost-west, natuur-stad, koel-warm, … Andere voorbeelden?

7.      Volgens Claudel moet een schrijver een “soort van terrorist zijn, die een bom legt onder de heersende gezapigheid, om ons waakzaam te houden, precies om te voorkomen dat het ergste gebeurt. In onze tijd van vervlakking, waarin het denken wordt bedreigd, moet de literatuur de aandacht vestigen op bepaalde problemen.”(nl. DS, 28 maart 2008)

8.      Claudel zegt: “Ik moest voortdurend opletten dat mijn stijl niet te naïef, te simplistisch werd.” Slaagt hij daarin?

 

Philippe Claudel, auteur van de wereldwijde bestseller Grijze zielen, gooit het in zijn nieuwe boek over een heel andere boeg. Het kleine meisje van meneer Linh is een korte, sobere roman over vriendschap en ontheemding. ‘Het is alsof ik na zo’n grote compositie zin had in een kleine sonate.’

TWEE jaar geleden verbaasde Philippe Claudel de wereld met Grijze zielen . Dit wondermooie fresco over schuld en boete, misdaad en straf kreeg de prestigieuze Prix Renaudot en werd een wereldwijde bestseller.

Met zijn zesde roman gooit de Franse auteur het roer helemaal om. Het kleine meisje van meneer Linh vertelt het verhaal van een stokoude man uit een Zuidoost-Aziatisch land, die de ellende in zijn land ontvlucht en zijn heil komt zoeken in Europa om zijn kleindochtertje een betere toekomst te bezorgen. Ook deze sobere, suggestieve roman schoot pijlsnel omhoog in de Franse bestsellerlijsten, waar hij al twee maanden standhoudt.

– Het Franse literaire leven speelt zich voornamelijk in Parijs af, maar u woont op een veilige afstand van de hoofdstad.

,,Ik ben bijzonder gehecht aan mijn geboortestreek, Lotharingen. Ik zou niet weten waarom ik er weg zou gaan en al helemaal niet waarom ik in Parijs zou gaan wonen. Ik hou van hele grote steden en Parijs is mij te klein.

Bovendien wonen er in Parijs Parijzenaars. En het literaire wereldje is een pretentieus milieu, dat nog niet begrepen heeft dat het niets voorstelt in de wereld. Het denkt dat het nog steeds even belangrijk is als in de achttiende eeuw, toen Frankrijk het geestesleven in Europa beheerste, of zoals in de jaren 1940, met Sartre en Camus. Tegenwoordig heeft iedereen maling aan Frankrijk.”

– In amper zes jaar tijd hebt u zeventien boeken gepubliceerd, waaronder zes romans. Dat is niet niks.

,,Ik ben pas op mijn zevenendertigste begonnen met publiceren, maar ik schrijf al veel langer. Over hoeveel of hoe weinig ik publiceer, heb ik me nooit druk gemaakt. Ik doe gewoon mijn ding, zonder me iets van het literaire wereldje aan te trekken. Opdraven op cocktailparty’s of voor literaire jury’s interesseert me niet. Wat dat betreft, ben ik vrij exotisch. Toen ik de Prix Renaudot had gekregen voor Grijze zielen vroegen sommige journalisten me of ik nou echt van plan was om in de provincie te blijven wonen. Alsof ik na die bekroning verplicht was om naar Parijs te verhuizen. Mensen zitten soms raar in elkaar.”

– Die bekroning betekende uw internationale doorbraak. Had u dat verwacht?

,,Twee mensen hadden me voorspeld dat het een internationaal succes zou worden: mijn vrouw en mijn uitgever. Zelf was ik al dik tevreden toen er van mijn romans zo’n vier- à vijfduizend exemplaren werden verkocht, wat heel behoorlijk is voor Franse literatuur. Het succes van Grijze zielen heeft me vooral verrast omdat het geen gemakkelijke kost is. Het is een tragisch boek. Het loopt slecht af en het zet de mensen aan het denken. Het had dus alles om geen bestseller te worden. Bestsellers zijn meestal licht verteerbare, optimistische boeken.”

– Het succes van Michel Houellebecq schijnt dat tegen te spreken. Zijn boeken zijn door en door pessimistisch, maar ze verkopen als zoete broodjes.

,,Ja, maar dat is een marketingverhaal. Dat is geen literatuur meer, dat zijn pakken waspoeder. De indrukwekkende reclamecampagne rond zijn jongste roman schijnt zich trouwens tegen hem te keren. Het boek, dat belabberd geschreven is, doet het slecht in Frankrijk. Het is fors gezakt in de bestsellerlijsten.”

– U zou van uw pen kunnen leven, maar u staat nog steeds voor de klas.

,,Ik geef nog halftijds les aan de universiteit van Nancy en ik ben niet van plan mijn baan op te geven. Als ik van mijn pen zou moeten leven, verplicht zou zijn om te schrijven om vrouw en kind te onderhouden, dan zou dat verlammend werken. Ik schrijf alleen als ik daar zin in heb.”

– Na ‘Grijze zielen’ had u rustig op die beproefde formule kunnen voortborduren. Toch hebt u het deze keer over een heel andere boeg gegooid.

,,Al mijn boeken zijn anders. Na Grijze zielen , een roman met veel personages, een brede historische context en kronkelige zinnen, is er spontaan een verhaal ontstaan met maar twee personages, dat simpel in elkaar zit en in een eenvoudige taal geschreven is. Alsof ik na zo’n grote compositie zin had in een kleine sonate. En mijn volgende wordt weer totaal anders. Wat me verbaast, is dat de lezers me trouw blijven: Het kleine meisje van meneer Linh is een immens succes in Frankrijk.”

– Ondanks die stijlveranderingen vallen er in uw werk wel een paar constanten aan te wijzen. Het krioelt bijvoorbeeld van de weduwnaars in uw boeken. Vanwaar die obsessie met de dood?

,,Als schrijver ben ik in de eerste plaats geïnteresseerd in de anderen. Mijn belangstelling gaat spontaan uit naar de lijdende mensheid, want de gelukkige mensheid heeft mij niet nodig. Het is iets vanzelfsprekends voor mij om personages op te voeren die getekend zijn door het leven, die getroffen zijn door een sterfgeval, ballingschap, oorlog enzovoort. Misschien probeer ik op die manier ook mijn eigen angsten te bezweren: ik ben doodsbang om weduwnaar te worden. In mijn debuut, Meuse l’oubli , kwam al een weduwnaar voor. Die roman, die opent in Gent en in de Ardennen speelt, had ik geschreven uit liefde voor België, maar jammer genoeg hadden de Belgen er totaal geen belangstelling voor. De Bezige Bij is nu van plan om het boek in vertaling te brengen.”

– Onder uw vrouwelijke personages richt u een ware slachting aan. Ze sterven bij bosjes. En de slachtoffers zijn altijd lieve, begripvolle types. Wat is de bedoeling daarvan?

,,Dat is inderdaad een constante. Mensen zeggen me vaak dat ik een vrouwelijke manier van schrijven heb. Ik heb een geslachtsgebonden wereldbeeld. Er zit altijd een grote dualiteit in mijn romans, tussen licht en donker, lage en hogere instincten, en de nobelste gevoelens komen nu eenmaal vaker bij vrouwen voor. Als er in Grijze zielen geen vrouwen voorkwamen, zou het boek Zwarte zielen hebben geheten, want zonder de vrouwen zijn de mannen geen knip voor hun neus waard. Een wereld zonder vrouwen zou voor mij een ware verschrikking zijn, want ik heb altijd gevonden dat vrouwen veel intelligenter, sterker, zachter en verstandiger zijn. Mannen hebben meer gebreken. Het zijn de mannen die oorlog voeren, niet de vrouwen. In Het kleine meisje wordt in wezen aangetoond dat de liefde de dood overleeft. Het leven van meneer Bark staat nog steeds in het teken van de liefde voor zijn overleden vrouw en dat geldt ook voor meneer Linh.”

– In uw romans komen vaak kleine meisjes voor, die de onschuld en de lieflijkheid symboliseren.

,,Die kinderen geven mijn personages de moed om verder te leven. In Het kleine meisje is het kleindochtertje van meneer Linh de reden waarom de oude man zich staande houdt en zijn land ontvlucht. Kinderen geven je behalve een groot verantwoordelijkheidsgevoel ook de moed om het leven te trotseren, een energie waardoor je beseft dat je verder moet, voor hen.”

– Dat klinkt hoopvol, maar uw romans druipen van het pessimisme.

,,Ik zou het veeleer tragiek noemen, want ik ben een veeleer optimistisch man. Mijn romans proberen de tragiek in een mensenleven te tonen zonder de positieve dingen uit het oog te verliezen. Zonder mij was een heel pessimistisch boek, maar in mijn jongste zit veel meer hoop. Het is een verhaal over vriendschap. Tijdens het schrijven maakte het me onvoorstelbaar gelukkig om mijn personages elke dag terug te vinden op het bankje waar ze elkaar ontmoet hadden.

Elke dag was ik blij om die twee terug te zien.”

– Zoals gewoonlijk zijn de personages gevoelige zielen, die verdwaald zijn in een vijandige wereld die krioelt van de klootzakken.

,,Tja, er zijn nogal wat klootzakken op de wereld, maar in dit boek zijn de mensen vooral onverschillig.”

– Het contrast tussen onze onverschillige, anonieme, jachtige steden met het idyllische geboortedorp van meneer Linh wordt fors aangezet.

,,Je weet niet precies waar het boek speelt, want er zijn geen geografische verwijzingen, maar ik heb geprobeerd mezelf te verplaatsen in een oude man uit een Zuidoost-Aziatisch land, dat Cambodja of Vietnam zou kunnen zijn, een man die alles kwijtraakt, zijn land ontvlucht en ergens in het Westen terechtkomt. Ik ken Zuidoost-Azië vrij goed en het is me altijd opgevallen hoe eenvoudig, aardig en gastvrij de mensen er zijn, ondanks hun extreme armoede. Ze leven in een landelijke wereld die duizenden lichtjaren verwijderd is van onze megalopolissen. Als je je probeert in te leven in de geestesgesteldheid van zo’n man, dan ga je op een andere manier naar onze steden kijken. En toen ik me het personage van meneer Linh voorstelde, een aandoenlijke, zwakke bejaarde man, werd de stijl vanzelf sober en eenvoudig. Het moeilijke was dat ik voortdurend moest opletten dat het niet te naïef, te simplistisch werd.”

– U beschrijft zijn eenzaamheid en ontheemding, maar kennelijk was het u niet om de vluchtelingenproblematiek te doen.

,,Als ik aan een boek begin, zeg ik nooit tegen mezelf: nu ga ik eens een boek schrijven over de vluchtelingenproblematiek, over vriendschap of over wat dan ook. Ik weet van tevoren niet waar ik naartoe wil. Meestal vertrek ik van een beeld, een gevoel of een enkel woord. Deze keer had ik het beeld van een oude man voor ogen, die heel alleen op een stoel zat te wachten met een kind in zijn armen. Meer niet. Tijdens het schrijven tast ik volkomen in het duister, maar naarmate ik vorder, duiken er betekenissen, thema’s en beelden op. Achteraf zie ik pas op welke manieren het boek gelezen zou kunnen worden. Zelf heb ik daar geen mening over, alle lezingen zijn goed. Die lezingen verschillen kennelijk van land tot land. Uw Waalse collega’s hadden dit verhaal bijvoorbeeld gelezen als een politiek boek over de vluchtelingenproblematiek, maar het is natuurlijk veel meer dan dat. Ontheemding is wel een thema dat me ter harte gaat, vanwege de manier waarop vluchtelingen in onze democratieën worden opgevangen. Ze krijgen onderdak, kleding, eten, een beetje geld en daarmee is de kous af. Terwijl het een traumatiserende ervaring is om je eigen land achter je te laten en in een volslagen onbekend land terecht te komen. Het is een hele schok, een soort van gedwongen wedergeboorte. Alsof je bij iemand een vitaal orgaan weghaalt, zodat zijn lichaam dat orgaan zelf moet vervangen. Die mensen hebben veel meer aandacht, veel meer medemenselijkheid nodig. We zouden vooral meer naar hen moeten luisteren, zodat ze hun verhaal kunnen vertellen en aan een nieuw verhaal kunnen beginnen. Ik vind dat onze samenleving daarin tekortschiet.”

– Die aandacht krijgt meneer Linh van meneer Bark. Ze verstaan elkaars taal niet, maar begrijpen elkaar intuïtief.

,,Het boek draait om de ontmoeting tussen die twee mensen die alleen zijn. De ene omdat hij zijn land mist en de andere omdat hij zijn overleden vrouw mist. Verdriet om een sterfgeval is eigenlijk ook een vorm van ballingschap, want als je getroffen wordt door een groot ongeluk, begrijpt niemand echt wat je doormaakt. Je bent altijd moederziel alleen met je verdriet. Mijn personages kunnen niet echt met elkaar praten, maar er is wel menselijk contact. Meneer Linh vindt het prettig om de stem van die man te horen en meneer Bark vindt het prettig om hardop te praten tegen iemand die geen antwoord geeft, een beetje zoals je tegen een psychoanalyticus praat. Vriendschap is een raar iets. Liefde is een veel simpeler gevoel. Iedereen vindt vroeg of laat de liefde op zijn pad, maar ik betwijfel of dat met vriendschap ook het geval is. Vriendschap is liefde zonder het fysieke, seksuele aspect, hoewel het ook sommige gebaren, omarmingen, aanrakingen gedoogt. Vriendschap is veel brozer, mysterieuzer. Het houdt in dat je alles van de ander accepteert zonder te oordelen.”

– Wat is het ultieme geheim van uw succes?

,,Ik ben misschien niet de aangewezen persoon om daarover te oordelen, maar ik kan u wel vertellen dat ik me altijd laat leiden door oprechtheid. Ik heb nog nooit een boek in elkaar geknutseld zoals een broodschrijver dat zou doen. Als je van je pen moet leven, bestaat het risico dat je alleen nog maakwerk produceert. Ik wil romans schrijven vanuit een gedrevenheid, een noodzaak. Schrijven is voor mij van levensbelang. Ik denk dat je die oprechtheid in mijn boeken proeft. Als het maakwerk is, dan voelt de lezer dat.”

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *