Peter Terrin: Monte Carlo

monte carloVorig weekend las ik Monte Carlo van Peter Terrin. Het boek telt 170 bladzijden, bestaat uit 3 delen en is onderverdeeld in zo’n 80 hoofdstukjes, 80 pareltjes.

Ik houd meer van de naam van de schrijver dan van de titel van het boek. Ik heb niets met autosport en al evenmin met het mondaine Monaco van 1968. Maar omdat het een nieuwe Terrin was, las ik toch het eerste hoofdstukje en was meteen verkocht.

Het vuur is nog geen vuur. Niet echt. Maar de hoogwaardige brandstof die net uit de Lotus is gelekt, is geen vloeistof meer. Deze verandert van gedaante, op dit ogenblik, een brute ommekeer die gepaard gaat met wat sommigen zullen omschrijven als een geblaf, een gemeenplaats, in werkelijkheid het geluid van een reusachtig, naar zuurstof happend beest. Geen vuur nog, een wolk van hitte, zonder kleur, voorlopig onzichtbaar in het felle zonlicht van deze uitzonderlijk warme lentedag in Monte Carlo. Een wolk die hem in de rug duwt en tegelijk omvat. Overall, ondergoed, zelfs de brillantine in zijn haar zijn nog valabele grenzen, in staat hem af te schermen, zijn huid te sparen. Op dit ogenblik bestaan ze naast elkaar, evenwaardig, zijn overal en de spokende hitte. Het vuur dat nog geen vuur is.

Een pareltje, niet? Zeker als je weet dat het hele eerste deel van het boek, 40 bladzijden lang, en met 15 van die hoofdstukjes, eigenlijk één lange slow motion van de momentopname nét voor de brand is.

Hoofdpersoon in dit verhaal is de monteur Jack Preston die zich, als de wagen waaraan hij werkt ontploft, op de jonge filmster Deedee (soort Marilyn Monroe) werpt. Zij is gered, maar zijn rug loopt ernstige brandwonden op. Dat hij het overleeft komt volgens de dokter omdat “hij de dood in de ogen had gekeken. Hij zag alles in het juiste perspectief en liet zich derhalve niet neerdrukken door het feit dat hij onherroepelijk verminkt is”(p.41). De monteur ziet het echter even anders. Zijn heldendaad zal beloond worden. “Het kon niet lang meer duren. Sommige gebeurtenissen bleven nu eenmaal niet zonder gevolg.” (p.41) Hij wacht op een teken van Deedee, op een bedanking. Die droom houdt hem recht.

Hij keert terug naar zijn geboortedorp Aldstead (Engeland) en hij blijft wachten. Als in het dorpscafé ‘De zwarte zwaan’ een interview met Deedee uitgezonden wordt, ziet hij duidelijk tekens dat zij aan hem denkt. Die blik alleen al. En zo begint onze monteur overal tekens te zien. Als lezer weet je dat hij aan het dromen is. Een monteur telt niet echt mee in het mondaine wereldje van Monaco. Maar de lezer herkent dat dromen op zich ook: het zich vastklampen aan iets en overal tekens zien. Welke lezer heeft nog nooit een onbeantwoorde liefde meegemaakt? Niet dat Jack verliefd is, maar hij droomt van de erkenning die hem ongetwijfeld zal te beurt vallen. Maar ondertussen verliest hij natuurlijk de realiteit uit het oog, zoals de liefde van zijn vrouw Maureen.

Voor ze uit de ether gingen, de eindtune door het orkestje al ingezet, vroeg de interviewer inderhaast of ze nog een boodschap had voor de Engelse kijkers. Hij leek niet zo afgesproken, zo haastig. Het kwam hem voor dat ze echt de tijd uit het oog waren verloren. Deedee keek voor het eerst in veertig minuten recht in de camera, zonder aarzeling, voorbereid als het ware. Haar stem klonk ineens lager, intiemer. Ze klonk en keek of ze alleen maar aan die ene persoon dacht voor wie de boodschap bedoeld was.
Ze zei niet: I love you all…
…. Ze zei: I love you” (p.101)

In hoeverre kan dat dromen kwaad? Maken die dromen Jack Preston gelukkig? Het zijn vragen die ik me het hele verhaal door stelde.

Niet voor niets heet het dorpscafé ‘De zwarte zwaan’, naar het boek van Nassim Nicholas Taleb, waarin die Zwarte Zwaan staat voor onvoorspelbare gebeurtenissen die een enorme impact hebben en achteraf aannemelijk en voorspelbaar worden gemaakt. Een grote fout die wij maken is denken dat het leven heel eenvoudig in elkaar zit.

Lezen, dat boek. Vooral als je niet van autosport houdt.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Peter Terrin: Monte Carlo

  1. Jeiz schreef:

    Als reactie op Jack Preston:

    Jack heeft en heeel nobele daad verricht, door het gebruiken van zijn lichaam om zijn held/ medemens te beschermen. Voor deze daad wacht hij jarenlang op een dankbericht van Deedee. Dit valt uiteraard te begrijpen, aangezien hij de rest van zijn leven opgescheept zit met littekens.
    Mijn commentaar hierop luidt:
    Jack moet leren begrijpen dat hij bepaalde dingen los moet laten. Door zijn obsessie voor Deedee, verloor hij zijn baan, heeft hij veel geld moeten uitgeven aan een kleurentv en is Maureen weduwe.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *