Pauline Genee: Duel met paard (leesverslag Ann)

Onlangs was ik in boekhandel Passa Porta in Brussel en daar werd me het boek ‘Duel met paard’ van de mij volslagen onbekende Pauline Genee aangeraden. “Ik heb niets met paarden”, zei ik, waarop de boekhandelaar zei dat het boek niets met paarden, maar met rekenpaarden te maken heeft. Ik was verkocht.

De feiten: er heeft in de eerste decennia van de twintigste eeuw een wonderpaard Hans bestaan. Jarenlang ontving het dier, op de binnenplaats van de Berlijnse Griebenowstrasse 10, rekenles van zijn meester Wilhelm Von Osten (1936-1911). Er was daarbij op enig moment ook een Italiaanse kunstschilder betrokken. … (verantwoording, p.253).

Hij bestond echt, die Kluger Hans. Het staat niet alleen in de verantwoording, het staat ook op de achterflap en er bestaan foto’s van de rekenlessen. De meester staat vooraan op een schoolbord rekensommen te schrijven en het paard luistert aandachtig. Wie psychologie gestudeerd heeft, kent ook het begrip het ‘Kluger Hans effect’. Toch slaagt de Nederlandse debutant Pauline Genee erin je voortdurend van je stuk te brengen. Als lezer weet je dat een rekenend paard onzin is en toch ga je mee in alle redeneringen.

Hij (Wilhelm Von Osten, nvdr) had de Italiaanse portretschilder Haeckels prachtige illustraties moeten laten zien, vooral die van verschillende soorten embryo’s. De schilder zou niet weten wat hij zag: de platen waren behalve instructief ook bijzonder kunstig geschilderd, nota bene door de wetenschapper zelf. De Italiaan zou het belang ervan misschien niet meteen begrijpen. Von Osten zou het hem uitleggen, samenzweerderig fluisterend, misschien wel in zijn oor. “Kijk eens hier,” zou hij hem onderwijzen. “Deze afbeelding zijn embryo’s van totaal verschillende dieren: een ongeboren vis naast een salamander, een schildpad, een kip, een varken, koe, konijn, en een mens: allemaal drie weken oud. Wat zeg je, Emilio? Je vindt het moeilijk om verschil te zien? Precies! Want hier, in de eerste weken van hun ontstaan, is sprake van totale eenvormigheid. En als al die dieren in aanleg hetzelfde zijn, in den beginne ook niet afwijken van de mens, dan zijn zij derhalve ook tot hetzelfde in staat… logisch toch, Rendich?” Van Osten haalt er zelf Anna Karenina bij, meer bepaald de passage met het renpaard van graaf Wronsky. “Die wist nog eerder dan zijn ruiter welke manoeuvres er precies nodig waren om de race te winnen. Had Tolstoj er soms een doctorsgraad in de dierkunde voor nodig gehad om dit zo te kunnen schrijven? Wel om de dooie drommel niet!” (pp.85-86)

En moest je toch twijfelen aan de waarheid, dan kan je evengoed twijfelen aan de waarheid van die waarheid, of zoals de generaal bij wie de portretschilder logeert het schitterend verwoordt:

“Ik word daar enigszins filosofisch van. Dan vraag ik me af: wanneer is iets eigenlijk waar? Als de wetenschap het heeft bewezen? Als genoeg mensen erin geloven? Of als de juiste mensen het geloven? Misschien, mijnheer Rendich, is dit allemaal te diepzinnig voor u, maar kan iets ook in stilte waar zijn? In volledige anonimiteit? Een niet bewezen, niet gezien onomstotelijkheid, bestaat dat? Nou? Of wordt een waarheid pas geldig wanneer ten minste één mensenoog het opmerkt en benoemt? Met andere woorden: bestaat waarheid alleen dan, als ze waargenomen wordt? Wat kijkt u wazig, mijn beste?…. Weet u, Rendich, alles begint met waarneming, niet zozeer bij de feiten. En dan: benoemen en herhalen. Zo wordt het vanzelf waar. Dat is tegenwoordig een vak, wist u dat? Het heet reclame.” (p.93)

Die Italiaanse portretschilder is er één van de oude stempel die aan de grond zat toen hij de leraar en zijn paard leerde kennen. “Laat de meesterwerken toch aan de meesters over”, wordt hem door zijn geldschieter geadviseerd. (p.73) Toch droomt hij dat zijn Hans Kluger-portretten meesterwerken worden. En hij droomt natuurlijk ook van vrouwelijk schoon. Zijn personage wordt als een Italiaanse verleider neergezet. Alle personages zijn eigenlijk typetjes: de leraar, de generaal, de maecenas, de Italiaanse schilder, de vrouw waar hij verliefd op is. Grappig. En heel eigenzinnig. Alleen bij de buurvrouw van de leraar stel je je tijdens het lezen vragen. Wie is zij? Een intrigerende persoon.

Ik heb geen psychologie gestudeerd en ik ben blij dat ik nog nooit van Kluger Hans gehoord had. Het verwonderingseffect werd er alleen maar groter door. Ik heb wel geschiedenis gestudeerd, en ik ken Berlijn een beetje. Het verhaal kon ik door de beschrijvingen van de stad en de tijdsgeest meteen plaatsen. Bovendien heb ik weer wat bijgeleerd met deze historische roman. Want onderzoek is er wel degelijk gebeurd. Of zoals de schrijfster in een interview met uitgeverij Querido zegt dat zij “steeds volgens het adagium ‘het had zo kunnen gebeuren’ werkt. Dat dit tenslotte de ondergrens van een geloofwaardigheid bij een historische roman is.”

Je moet het maar kunnen, een geloofwaardige roman afleveren over een paard dat kan rekenen. En dat in korte vlotte zinnen, alsof ze het relaas tussen pot en pint aan het vertellen is, met een knipoog.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *