Paul Auster: het boek der illusies (boekbespreking februari 2012)

Biografie

Paul Auster (°3 februari 1947) is het enig kind van Samuel en Queenie Auster. De familie Auster behoorde tot de Joodse middenklasse. Paul Auster bracht zijn schooljaren door in New Jersy en behaalde zijn diploma’s Engels en Franse literatuur aan de Columbia University. In 1970 behaalde hij ook een diploma in Comparatieve literatuur. Zijn ouders zouden in die jaren ook uit elkaar gaan.
Al voordat hij naar Columbia University ging wist hij dat schrijver wilde worden en altijd onafhankelijk wilde zijn. Omdat hij geld nodig had om van te leven en schrijven maar weinig oplevert, had hij na zijn afstuderen allerlei freelance baantjes, o.a. assistent op een olietanker.
Na een tijdje van rondzwerven, ging hij zich in Parijs vestigen, waar hij samen met zijn toekomstige echtgenote Lydia Davis leefde van vertaal- en recensiewerk. Zo vertaalde hij werk van o.a. Charles Baudelaire, Arthur Rimbaud, Stéphane Mallarmé, Joseph Joubert en Verlaine. Daarnaast probeerde hij in Parijs te overleven als schrijver van eigen poëzie en essays, later gebundeld in Ground Work (1990). Hij moest ook geregeld opdrachten aannemen als ghostwriter. Als het echtpaar een zoon krijgt, Daniel, beginnen de financiële verplichtingen echt door te wegen, en neemt hij een baan aan in een antiquariaat, en heeft hij zelfs geprobeerd een door hem uitgevonden spel op de markt te brengen. Het ging bergafwaarts. Op den duur begon hij er zich bij neer te leggen dat hij nooit schrijver zou worden.
In 1980 komt er verandering. Hij scheidt van zijn vrouw, erft van zijn vader en krijgt alle tijd om zich aan het schrijven te wijden, ditmaal onder de pseudoniem Paul Benjamin. Een jaar later leert hij Siri Hustvedt kennen, met wie hij zijn dochter Sophie krijgt, en met wie hij tot op vandaag getrouwd is. Ook Siri Hustvedt is auteur.
Het schrijverschap (niet alleen poëzie en proza, maar ook filmscenario’s) begint te rollen.

Bibliografie

1987 The New York Trilogy (Broze stad, Schimmen en De gesloten kamer) : drie experimentele detectiveverhalen
1985 Broze stad
1987 In het land der laatste dingen
1989 Maanpaleis
1990 De muziek van het toeval
1992 Leviathan
1992 Auggie Wren’s Crhistmas Story
1992 The Red Notebook, and others writings
1994 Mr. Vertigo
1995 Smoke (film, regie Wayne Wang)
1995 Blue in het Face (film, regie Wayne Wang)
1999 Timbukto
1999 Lulu on the bridge (film, eigen regie)
2000 Oefeningen in waarheid
2001 The center of the World (film, eigen regie)
2002 Het Boek der illusies
2003 Orakelnacht
2005 Brooklyn Dwaasheid
2006 Op reis in het Scriptorium
2009 Van de hand in de tand
2009 Onzichtbaar
2010 Sunset park

Personages (belangrijkste)

David Zimmer
Hector Mann, alias Herman Loesser
Alma Grund
Brigid
Nora
Dolores Saint John
Sylvia Meers
Frieda Spelling

Enkele vragen

*p.15 “Het was niet zozeer slapstick en anarchie als wel karakter en tempo, een soepel georkestreerde mix van voorwerpen, lichamen en geesten…” Zo beschrijft David Zimmer de eerste keer dat hij een film ziet van Hector Mann. Misschien geldt die beschrijving ook ergens anders voor…
*Hector Mann maakte stomme komedies. In hoeverre is er sprake van ‘komedie’?
*p. 32 “Dat is de code van beelden. De betekenissen worden in één oogopslag begrepen, en omdat het ene ding onvermijdelijk uit het andere volgt in dit valkuiluniversum van ontbrekende putdeksel en ontploffende sigaren, weet je, zodra je een man in een wit pak door een straat ziet lopen, dat dat pak hem in moeilijkheden zal brengen.” Akkoord? Wat zegt het over de auteur(s)?
*Zimmer zegt dat zijn leven herbegon bij het bekijken van de films van Hector Mann. In het boek eindigen en herbeginnen levens vaak.
*Zimmer zegt op p. 99: “De wereld zat vol gaten, kleine openingetjes van zinneloosheid, microscopische kiertjes waar de geest doorheen kon lopen, en was je eenmaal aan de andere kant van zo’n gaatje, dan was je vrij van jezelf, vrij van je leven, vrij van je dood, vrij van alles wat bij je hoorde.” Levensvisie?
*Wat vind je van de titel van het boek ‘Het boek der illusies’?
*Hoe luidt de titel van Zimmers boek over Hector Mann? Hoe vind je die?
*Hoe lang heeft Zimmer Alma gekend? Hoe speelt Auster met de tijd?
*Het boek zit vol parallellen. Welke?
*Het boek zit tenslotte zelf vol vragen. Welke? Welk soort boek is dit?

Recensie
Het echte leven begint bij nul
(Vrijdag 4 oktober 2002 door Pieter Steinz)

Eerlijk gezegd had ik Paul Auster al opgegeven. Sinds hij midden jaren negentig met zijn scenario voor de filmhuishit Smoke en zijn regie van de komedie Blue in the Face toetrad tot de internationale film-jetset, kwam er nauwelijks literatuur meer uit zijn handen. Hij publiceerde een bundel met oud werk (Hand to Mouth), een boek met andermans verhalen (True Tales of American Life) en een rommelig romannetje over een denkende hond (Timbuktu). Er leek weinig over van de joods-Amerikaanse meester die als geen ander `de muziek van het toeval’ kon laten doorklinken in kafkaeske thrillers over even wonderlijke als ontwortelde personages.
Austers tiende roman komt dan ook als een verrassing. Terug is de schrijver die grossiert in persoonsverwisselingen en in elkaar grijpende toevalligheden; terug is de componist van fantasierijke verhalen-in-een-verhaal; en terug is de mythograaf die onbekommerd leentjebuur speelt bij de grote auteurs uit het verleden om vaak typisch Amerikaanse thema’s nieuw leven in te blazen. Dat The Book of Illusions af en toeaf en toe een beetje rammelt, en niet de gestroomlijnde perfectie tentoonspreidt van meesterwerken als The New York Trilogy (1984-’86) en The Music of Chance (1990), zij Auster vergeven. Zelfs een Rolls-Royce kan even sputteren als hij na tien jaar uit de garage wordt gereden.
The Book of Illusions introduceert een echte Auster-verteller: David Zimmer, een literatuurdocent die na de dood van zijn vrouw en twee kinderen in een vliegtuigongeluk bijna zijn greep op het leven verliest. Wat hem redt uit een roes van alcohol en depressie is een film van de jaren-twintigkomiek Hector Mann, die na een bliksemcarrière in de zwijgende cinema van de aardbodem verdween. Gefascineerd door `the last of the two-reel comedians’ besluit Zimmer een boek aan Manns oeuvre te wijden; het is nog niet af of hij krijgt een brief van een vrouw die beweert dat zij de echtgenoot is van de in 1929 ondergedoken filmmaker en die hem vraagt of hij hen wil bezoeken op hun ranch in New Mexicoaf en toe een beetje rammelt, en niet de gestroomlijnde perfectie tentoonspreidt van meesterwerken als The New York Trilogy (1984-’86) en The Music of Chance (1990), zij Auster vergeven. Zelfs een Rolls-Royce kan even sputteren als hij na tien jaar uit de garage wordt gereden.
The Book of Illusions introduceert een echte Auster-verteller: David Zimmer, een literatuurdocent die na de dood van zijn vrouw en twee kinderen in een vliegtuigongeluk bijna zijn greep op het leven verliest. Wat hem redt uit een roes van alcohol en depressie is een film van de jaren-twintigkomiek Hector Mann, die na een bliksemcarrière in de zwijgende cinema van de aardbodem verdween. Gefascineerd door `the last of the two-reel comedians’ besluit Zimmer een boek aan Manns oeuvre te wijden; het is nog niet af of hij krijgt een brief van een vrouw die beweert dat zij de echtgenoot is van de in 1929 ondergedoken filmmaker en die hem vraagt of hij hen wil bezoeken op hun ranch in New Mexico
Zimmer denkt aan een grap; de lezer weet dat het menens is. Binnen een paar bladzijden ben je zó door Auster meegesleept dat het als een teleurstelling komt dat de schrijver twee lange hoofdstukken besteedt aan het leven van Hector Mann voordat hij de rest van de geschiedenis vertelt. Maar daarna rolt het verhaal door: Zimmer wordt overgehaald om naar Terra del Sueño te gaan door een mysterieuze en verleidelijke vrouw, Alma, die hem vertelt over het lijk in de kast van Mann en ook over diens levensinvulling na 1929: films maken in het diepste geheim, meesterwerken die niemand ooit te zien zal krijgen – bij wijze van van boetedoening voor de `unpardonable sin’ die hij in het verre verleden begaan heeft.
Wat Zimmer geacht wordt te doen in New Mexico, en hoe hij er uiteindelijk vandaan komt, zal ik hier niet vertellen. Maar wel dat Auster de suspense afwisselt met vaak verrassende uitweidingen. Het schelmenverhaal van Manns leven in de maanden na zijn misdaad biedt daar genoeg mogelijkheden toe; en de hoofdstukken over zijn verblijf in de boezem van de familie van zijn slachtoffer, of over zijn werkervaring als helft van een duo dat rijke voyeurs aan hun gerief helpt, lezen als korte verhalen. Net zo fascinerend is de weergave van de enige gesproken Hector Mann-film die Zimmer op de ranch in Terra del Sueño te zien krijgt: een moderne romantische tragikomedie over een schrijver die zijn geliefde uit de dood terughaalt door het manuscript van zijn nieuwe boek te verbranden. Auster toont zich een eersteklas scenarist, met als gevolg dat je vergeet dat je naar een fictieve, navertelde film zit te kijken. Het dringt tot je door waarom het zo verschrikkelijk is dat Mann in zijn testament heeft laten opnemen dat al zijn films binnen 24 uur na zijn dood moeten worden vernietigd.
Je zou The Book of Illusions een roman over leven na de dood kunnen noemen. Het niet-zo-verborgen motto van het boek is `Mensen komen pas volledig tot leven als ze met hun rug tegen de muur staan’ – zowel een kenschets van Zimmers bestaan als een parafrase van een citaat uit Mémoires d’outre-tombe van de Franse schrijver Chateaubriand, die als een leidmotief in Austers roman opduikt. Zoals Chateaubriand in zijn postuum verschenen autobiografie de lezers toesprak vanuit het graf, zo doet David Zimmer dat in het boek dat wij lezen (en dat, zo blijkt uit de laatste bladzijden, pas na zijn dood is verschenen). Hector Mann weigert juist om voort te leven; hij legt zichzelf de grootste straf op die een kunstenaar kan bedenken en dus de grootste zelfkwelling voor iemand die nog een appeltje met zichzelf te schillen heeft.
Overigens is Auster niet erg geïnteresseerd in de emotionele kanten van matters of life and death. Anders dan in bijvoorbeeld het scenario van Smoke geeft hij de lezer geen kans om mee te leven met zijn hoofdpersonen. Dat maakt The Book of Illusions eerst en vooral een knappe stijloefening, waarin de schrijver niet alleen speelt met thema’s uit de autobiografie van Chateaubriand maar ook met de negentiende-eeuwse parabels van schuld en boete van zijn grote voorbeeld Nathaniel Hawthorne. Postmodern is Auster nog steeds; maar bij hem staat dat een goed verhaal niet in de weg.
———————————————————————————————

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *