Marguerite Yourcenar: Het Hermetisch Zwart (boekbespreking oktober 2003)

Biografie:
Marguerite de Crayencourt werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Tien dagen later stierf haar moeder.
Ze werd opgevoed door haar vader op het kasteel van de Zwarteberg (verkocht in 1912, nadien gesloopt). Tien jaar lang verbleef ze tijdens de zomer in het zuiden van Frankrijk, tijdens de winter in een herenhuis in Rijsel. Ze liep nooit school. Vader Michel leerde haar Latijn, Grieks en vooral veel letterkunde. Reeds vroeg wou ze schrijfster worden.
Op 26-jarige leeftijd verloor ze haar vader. Ze zwierf de wereld rond en vestigde zich uiteindelijk met haar levensgezellin Grace Frick, professor in de letterkunde in de US, in de Verenigde Staten, op het eiland Mount Desert.
In 1968 publiceerde ze ‘L’Oeuvre au noir’ die voor haar grote doorbraak zorgde. Daarin wordt het Brugge uit de Renaissance haarscherp beschreven. Gek genoeg was ze voor die datum zelden of nooit in Brugge geweest.
In 1979 stierf Grace Frick aan de kanker waartegen ze zowat 20 jaar gestreden had. Na haar dood werd Jerry Wilson haar vaste begeleider. Maar ook zijn doodstrijd zal ze meemaken. In 1986 stierf Jerry Wilson aan aids.
In datzelfde jaar ontmoette Marquerite Yourcenar André Delvaux die « L’Oeuvre au noir » wou verfilmen. De verstandhouding was uitstekend. Ze zou de film echter nooit zien. Ze stierf na een leven vol reizen , studie en publicaties op 17 december 1987.
In 1980 wordt ze het eerste vrouwelijk lid van de Académie française (Yves Saint-Laurent heeft haar ‘habit’ ontworpen), de eerste ‘immortelle’ dus.

Beknopte bibliografie:
fictie
1929 : Alexis, ou le traité du vain combat (Alexis)
1934 : Le dernier du rêve (Pasmunt van de droom)
1938 : Nouvelle orientales (Vertellingen uit het Oosten)
1939 : Le coup de grâce (genadeschot)
1951 : Mémoires d’Hadrien (Hadrianus’ gedenkschriften)
1968 : L’oeuvre au noir (Het hermetisch zwart)
autobiografieën
1973 : Souvenirs pieux
1977 : Archives du Nord
Vormen samen deel 1 en 2 van ‘Le labyrinth du monde’
1988 : Quoi ? L’éternité.

Enkele begrippen:
Alchemie : oudegeheime wetenschap die probeerde onedele metalen in edele om te zetten en een levenselexir te bereiden.
Magie : alle handelingen waardoor de mens macht probeert uit te oefenen op krachten die hij in de natuur vindt.

Enkele namen:
De familie Ligre
Henri-Maximilien
Juste Ligre (broer Hilzonde, nonkel Zeno)
Zoon Henri-Maximilien
Zoon Philibert (xMartha)
De familie van Zeno
Moeder Hilzonde en vader, jeugdzonde Alberico de Numi
Simon Adriansen, tweede echtgenoot Hilzonde
Martha, dochter Hilzonde en Simon
De familie Fugger
Salomé en Martin Fugger, zus en schoonbroer Simon
Dochter Bénédicte
Vrienden/kennissen van Zeno
Colas Gheel, Thierry Loon, Perrotin, Thomas van Diksmuiden
Wiwine, Jeanette Fauconnier
De kanunnik Barholommé Campanus (Sint-Donaas)

Enkele citaten (om even bij stil te staan):

“Wie zou er zo dwaas zijn te sterven, zonder althans zijn gevangenis te hebben verkend?”

p. 259: Het is de poging om kennis der dingen om te zetten in macht over de dingen. In zekere zin was alles magie : magie der kennis der kruiden en der metalen die het de arts mogelijk maakte invloed uit te oefenen op de ziekte en de zieke ; magisch de ziekte zelf, die zich aan het lichaam opdringt als een last waarvan het zich soms niet wil bevrijden ; magisch de macht van de klanken, hoog of laag, die de geest verontrusten of juist kalmeren ; magisch vooral de indringende macht van de woorden, bijna altijd sterker dan de dingen, welke verklaart wat op dit punt beweerd wordt in het Evangelie van Johannes. De verheven bekoring die vorsten omgeeft en van kerkelijke plechtigheden uitgaat was magie, en magie de zwarte schavotten en het lugubere tromgeroffel van de terechtstellingen, die de kijkers nog meer fascineren en beklemmen dan de slachtoffers zelf. Magisch tenslotte de liefde en de haat, die in ons brein het beeld prenten van een wezen door wie wij onze gedachten laten beheersen.
Monseigneur schudde nadenkend het hoofd : een aldus geordend heelal liet geen plaats meer aan de persoonlijke wil van God.

p. 287: Zeno: “De revolte was in mijzelf, of misschien in onze eeuw!”

“Ik had aanvankelijk geen enkel vaststaand schema. Pas toen ik, met tegenzin, de kladjes van de Zeno van mijn twintigste jaar overlas, dacht ik: je zou de opstand van de arbeiders opnieuw kunnen gebruiken, dat is iets heel belangrijks, zoiets als een tijdsdocument: en je zou de ontmoeting van de twee neven kunnen gebruiken, dat heeft iets van de gloed van de jeugd; en de geschiedenis van de minderbroeders in Brugge, door een kroniekschrijver in een paar regels verteld, zou als kern of liever als geraamte kunnen dienen voor heel het tweede deel van het boek; en dan moeten er natuurlijk reizen in voorkomen, want die horen bij elke filosoof uit die tijd.
Maar behalve dat wist ik niets. Over het algemeen weet ik maar heel weinig als ik aan een boek begin. Ik heb me telkens weer afgevraagd wat met Zeno kon gebeuren of niet, wat ik kon zeggen of niet. Maar wat betreft de manier waarop het toeval gestalte krijgt, daarvoor moet je het toeval zijn gang laten gaan, en het toeval speelt een heel grote rol, als het leven maar lang genoeg duurt.” (uit ‘Met open ogen. Gesprekken met Metthieu Galey, 1982, -Franse editie 1980)

“Ik zou Zeno eigenlijk willen zien als een van die rondtrekkende jonge mensen van onze tijd, hoewel ik er erg weinig heb gekend die zijn bezieling hebben. De meesten lijden aan een enigszins slap nihilisme, wat wel begrijpelijk is in een tijd die nog chaotischer is. Ze ontvluchten een bepaalde gemakzucht en dan wordt hun vlucht zelf weer gemakkelijk. De onderzoekingstocht van Zeno is geen vlucht. Hij vertrekt aanvankelijk om in de leer te gaan bij Don Blas de Vela. Dan komt Montpellier, dan de jaren die ik niet heb beschreven. Dan het Oosten, en ik heb ook zijn verdere avonturen niet in detail beschreven, maar je kunt ze tenslotte vermoeden: de Hongaarse veldtocht, de gruwelen van de oorlog, en dan de jaren van zwerven door Italië en Duitsland, die voor een deel bij zijn beroep horen, want hij was arts en oefende zijn praktijk uit, gaande van stad tot stad. Ik heb mij daar niet al te zeer in verdiept, omdat al die verwikkelingen mij niet zoveel interesseerden. Wat me wel interesseerde, was een mens van vuur en ijs, die dat alles had meegemaakt; Wij voelen dat hij door de gebeurtenissen uit zijn leven is gehard, zoals je dat van staal zegt, maar de details doen er weinig toe. Voor hem is het leven al verteerd, opgebruikt, opgebrand – het woord verbrand is heel belangrijk in L’oeuvre noir- het leven is tot as vergaan, als we hem terugvinden in Innsbruck, na de pestepidemie. (uit ‘Met open ogen. Gesprekken met Metthieu Galey, 1982, -Franse editie 1980)

“Het leven van de vrouwen is te begrensd”, vindt ze: “het is al moeilijk genoeg een man een beetje waarheid in de mond te leggen.” (uit ‘Met open ogen. Gesprekken met Metthieu Galey, 1982, -Franse editie 1980)

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *