Marlen Haushofer: De wand (leesgroep maart 2015)

de wandBiografie Haushofer werd als Marie Helene Frauendorfer geboren op 11 april 1920 in een Oostenrijks dorp waar haar vader boswachter was. Samen met haar vier jaar jongere broer groeide ze op in een idyllische, landelijke omgeving. Volgens haar autobiografische roman ‘Hemel die nergens ophoudt’ (1966) kon ze al lezen voor ze naar school ging en blonk ze uit in het schrijven van opstellen. Op haar tiende moest ze naar een internaat, waar ze zich moeilijk kon aanpassen. Ze kreeg last van depressies en was vaak ziek.

Begin 1940 begon Haushofer germanistiek en kunstgeschiedenis te studeren aan de universiteit van Wenen, maar na het zomersemester in 1941 stopte ze hiermee. Uit een relatie met een student geneeskunde kwam in juli 1941 haar zoon Christian ter wereld. Deze groeide de eerste vier jaar van zijn leven bij anderen op.

In november 1941 trouwde ze met Manfred Haushofer, met wie ze een tweede zoon kreeg. Ze ruilden Wenen voor Graz waar hij een tandartspraktijk begon en zij zijn assistente werd. Haar oudste zoon werd in het gezin opgenomen. Dat ze vanwege haar gezin weinig tijd had om te schrijven, viel haar zwaar. In 1950 kwam het tot echtscheiding, wat Haushofer in een depressie stortte. Acht jaar later zou ze echter voor de tweede keer met Manfred Haushofer in het huwelijk treden.

Eind jaren zestig ging haar gezondheid achteruit. Uiteindelijk stierf ze op 49-jarige leeftijd, 1970, aan botkanker.

In 2007 verscheen een biografie van Marlen Haushofer van Daniela Strigl met de titel ‘Wahrscheinlich bin ich verruckt’. Dit werk is niet in het Nederlands vertaald.

Bibliografie (enkel de in het Nederlands vertaalde werken)

Wij doden Stella (oorspronkelijk 1958)
De Wand (oorspronkelijk 1958)
De mansarde (oorspronkelijk 1969)
Hemel die nergens ophoudt (oorspronkelijk 1966)
Ontmoeting met de onbekende (postuum verschenen verzameling verhalen, 1985)

Het boek ‘De wand’ werd vrij nauwkeurig verfilmd als ‘Die Wand’, regisseur Julian Polsler, 2013. De leeskringleden die de film zagen waren heel positief.
die wand film

Personages:

Hugo Rüttlinger en Luise
ik-persoon: vrouw, +/-40jaar
hond Luchs
koe Bella
kat en haar kinderen Perle, Tiger en Panter

Enkele vragen:

1. Wat weet je van het leven van de vrouw voor het ontstaan van de ‘Wand’?
2. Beschrijf het huis en het land waarin ze woont. Hoe leeft de vrouw er?
3. Vind je dat de vrouw voldoende inspanningen gedaan heeft om uit haar situatie te geraken? Om de ‘Wand’ te verkennen?
4. Hoe beleeft de vrouw ‘tijd’. Vroeger en nu?
5. Waarom begint zij haar verhaal op te schrijven?
6. Hoe kijkt de vrouw naar zichzelf. Vroeger en nu?
7. Beschrijf haar nachten. En haar dromen.
8. Beschrijf haar relatie met de ‘Wand’.
9. De vrouw krijgt een hekel aan dagdromen. Waarom?
10. Er komen veel personificaties in het boek voor. Hoe komt dat?
11. Hoe verloopt haar relatie met de dieren?
12. Enkele uitspraken van de vrouw:
(p.114) “Waarschijnlijk moet je aanleg hebben voor doden
(p.180) “Sinds ik mijn tempo heb verlaagd, is het bos om me heen pas tot leven gekomen
(p.192) “Er bestaat geen verstandiger gemoedsaandoening dan liefde
(p.196) “Voor Bella is ieder ogenblik de eeuwigheid
13. “Soms schoten me dichtregels te binnen zonder dat ik wist van wie ze waren; dan kwam er een kwellend verlangen in me op om naar de dichtsbijzijnde bibliotheek te hollen om boeken te gaan halen. Het troostte me een beetje dat de boeken er nog moesten zijn en dat ik ze op een dag te pakken zou krijgen. Nu weet ik dat het dan te laat zal zijn. Zelfs in normale tijden zou ik niet lang genoeg kunnen leven om alle lacunes op te vullen. Ik weet ook niet of mijn hoofd die dingen nog zou kunnen opnemen. Mocht ik hier ooit uit komen, dan zal ik alle boeken die ik vind liefdevol en verlangend strelen maar ik zal ze niet meer lezen.” Waarom niet, denk je?
13. “Er duiken wel vaker glazen wanden, glazen plafonds, kaasstolpen en glazen deuren op in het werk van vrouwelijke schrijvers. Hoe zou dat komen? Waar komt die vrouwelijke voorkeur voor glas vandaan?” vraagt Joke 14. Hermsen zich af in ‘Pleidooi voor het menselijke in de mens’ (Arbeiderspers 2003) en ze vernoemt vervolgens ‘De wand’ van Marlen Haushofer, ‘De glazen stolp’ van Sylvia Plath en verschillende verhalen van Ingeborg Bachmann.
Heb jij een idee?

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , . Bookmark de permalink.