Marga Minco: Het bittere kruid

bittere kruidDit boek is volgens boekenbijlage een boek dat moet blijven gelezen worden. Zie: http://www.boekenbijlage.nl/een-boek-dat-gelezen-moet-blijven-worden/ Bijgevolg een volledige boekbespreking:

1. Verhaalopbouw

Het boek bestaat uit éénentwintig hoofdstukken en een epiloog van telkens drie tot vijf pagina’s, wat een totaal maakt van 90 pagina’s. De hoofdstukken kunnen beschouwd worden als afzonderlijke verhalen die telkens een korte episode uit het leven van de ik-figuur tijdens de oorlogsjaren belichten. Ze zijn niet genummerd, maar hebben wel een titel. Zo werd het hoofdstuk ‘De Lepelstraat’ eigenlijk al als afzonderlijk verhaal in 1942 geschreven, dit is vijftien jaar voor het verschijnen van het boek. Marga Minco noemt ‘Het bittere kruid’ zelf trouwens een verzameling autobiografische verhalen .

2. Titelverklaring

De titel van het boek is ‘Het bittere kruid’ en de ondertitel is ‘Een kleine kroniek’.

2.1 ‘Het bittere kruid’
Het bittere kruid wordt vernoemd op bladzijde 65. De ik-persoon herinnerde zich het paasritueel en de vragen die zij daarbij als jongste moest stellen : « Waarom is deze nacht anders dan alle andere nachten en waarom eten wij ongezuurd brood en bittere kruiden… ? », waarop haar vader op zangerige toon de uittocht uit Egypte verhaalde en ze van het ongezuurde brood en het bittere kruid aten, opdat zij het nog lang zouden proeven –tot in lengte van dagen.
Het eten van ongezuurde brood en bittere kruiden is één van de Joodse gebruiken bij het vieren van Pasen. Het is ontleend aan de bijbel waarin staat hoe de Israëlieten de bevrijding uit Egypte moeten herdenken (Exodus 12 :8). De smaak van bittere kruiden blijft namelijk heel lang in de mond achter. Net zoals de slavernij in Egypte het Israëlische volk lang getekend heeft, zullen de Joden ook de oorlogservaringen lang met zich meedragen. Het bittere kruid heeft hier dus duidelijk een dubbele betekenis.

2.2 ‘Een kleine kroniek’
Deze subtitel geeft heel goed de stijl van het boek weer. Een kroniek is een boek met chronologisch geordende gedenkwaardige feiten . Zoals ik al in de rubriek ‘verhaalopbouw’ opmerkte, is het boek opgebouwd uit afzonderlijke verhalen die steeds een korte episode uit het leven van de ik-figuur tijdens de oorlogsjaren belichten. Bovendien zijn die verhalen chronologisch gerangschikt. Een echte kroniek dus. Maar het is ‘een kleine kroniek’ omdat het relaas slechts zo’n vijf jaar beschrijft en Marga Minco de feiten uitgepuurd heeft, er staat werkelijk geen woord teveel. Bovendien vestigt zij de aandacht liever op de kleine dingen zoals een foto, het naaiwerk, een kampeerbeker, een tol, een tennisracket, …

3 Samenvatting

Hoewel de ik-persoon nergens in het boek een naam krijgt, weten we toch dat het om Marga Minco zelf gaat. Ik zal haar dus gewoon Marga noemen.
Het verhaal begint in mei 1940 met de Duitse bezetting van Breda, waar Marga met haar joodse familie woont. Het wordt er hoe langer hoe onveiliger. In het eerste jaar van de oorlog verhuizen haar ouders naar Amersfoort waar ze bij haar broer Dave, die ondertussen met Lotte getrouwd is, intrekken. Marga zelf ligt dan met tbc in een Utrechts ziekenhuis. Na zo’n jaar mag ze terug naar huis. De familie Minco krijgt ondertussen veel te verwerken: Marga’s oudere zus, Betty, wordt bij een razzia gearresteerd en naar de werkkampen gedeporteerd, en de ouders van Marga worden gedwongen te verhuizen naar het Amsterdamse jodenkwartier. Dave, Lotte en Marga kunnen voorlopig in Amersfoort blijven: Dave en Marga hadden van de dokter een attest gekregen, en Lotte mocht hen verzorgen. Wanneer de heimwee naar haar ouders te groot wordt, gaat Marga zich opnieuw bij haar ouders vervoegen. Dave en Lotte gaan ook naar Amsterdam, maar wonen er op kamers. Op een avond worden de ouders van Marga door de Duitsers opgepakt. Marga weet op het nippertje te ontsnappen. Haar broer en schoonzus vangen haar een tijdje op. Maar dan zet ook de hospita hen het huis uit en moeten ze weer vluchten, met de trein richting Utrecht. Marga komt er alleen al; haar broer en schoonzus zijn ondertussen opgepakt. Radeloos en heel alleen keert ze naar Amsterdam terug en neemt er contact op met Wout, een jongen die ze nog maar enkele weken kent, maar die haar aangeboden heeft te helpen in geval van nood. Via een heel netwerk van contacten en onderduikadressen belandt ze uiteindelijk bij een gezin in Heemstede. In de epiloog, waarin beschreven staat dat ze na de bevrijding een bezoekje aan haar oom in Zeist brengt, komt de lezer te weten dat geen enkel familielid de holocaust overleefd heeft.

4 Perspectief

Het verhaal is vanuit een ik-perspectief verteld en geschreven. De lezer leert enkel de gedachten en gevoelens van het ik-personage, d.i. Marga Minco, kennen. Hij ziet de holocaust door haar ogen.

5 Tijd en tijdvolgorde

De vertelde tijd in ‘Het bittere kruid’ bestrijkt zo’n vijf jaar: vanaf de Duitse bezetting van Breda in mei 1940 tot na de bevrijding in 1945. Het verhaal wordt chronologisch verteld. Af en toe blikt het ik-personage nog eens terug op haar kinderjaren: zowel op het zorgeloze, gelukkige aspect ervan als op de eerste tekenen van jodenhaat. Flash forwards zijn er niet; het ik-personage wist immers niet wat er zou gebeuren. Als lezer voel je wel de constante dreiging…
Soms wordt een gebeurtenis vertraagd weergegeven, als in slow motion, zoals het moment waarop de Duitsers aanbellen (pp. 60-61).
Soms zijn er hiaten in de tijd. Dan volgen de feiten elkaar heel snel op. Aan het einde wordt bijvoorbeeld een grote sprong gemaakt van het lopen naar een nieuw onderduikadres naar een gebeurtenis na de bevrijding (p.84 en p.87).

6 Plaats en ruimte

Het verhaal speelt zich af in Nederland: in Breda, Amersfoort, Amsterdam, Utrecht, Nieuw Vennep, Heemstede en Zeist. Op sommige plaatsen wordt zelfs de straatnaam gegeven, zoals de Kloosterlaan in Breda en de Lepelstraat en Sarphatistraat in Amsterdam.
De ruimte wordt sober en karig beschreven. Aan een landschap of interieur worden nauwelijks woorden verspild. We weten vaak niet meer dan dat een huis donker is. De sfeer is over het algemeen somber.
Alleen wanneer Marga over haar vader vertelt, schijnt de hemel op te klaren en is er plots veel licht. Hij was dan ook een eeuwige optimist.
Er is dus wel degelijk een wisselwerking tussen het innerlijke van de mensen en hun omgeving.

7 Karakterbeschrijving

7.1. Personages

a. Marga

In het begin van het verhaal leren we haar kennen als een jong, dynamisch, opgewekt, maar soms toch angstig meisje. Zo durfde ze na schooltijd bijvoorbeeld niet langs de jongeren passeren die haar en haar zus Bettie uitmaken voor vuile jodinnen.

b. Bettie

Bettie, de één jaar oudere zus van Marga, speelt niet zo lang mee in het verhaal, aangezien zij als eerste gearresteerd en gedeporteerd wordt. We weten wel dat Marga haar zus moedig en sterk vond.

c. Dave en Lotte

Dave is de broer van Marga. Hij was het eerste kind van het gezin Minco. Hij brak met veel joods-orthodoxe tradities en zou in zijn studententijd veel uitgegaan zijn. In het begin van de oorlog zit het studentikoze nog in hem. Vluchten ziet hij als iets avontuurlijks en wanneer hij een kampeerbeker moet kopen voor op werkkamp doet hij alsof er sprake is van een picknick.Tijdens de oorlog gedraagt hij zich echter steeds verantwoordelijker. Hij doktert van alles uit om niet alleen zichzelf maar ook de anderen te redden. Uit liefde voor zijn vrouw Lotte gaat hij zich tenslotte, wanneer zij bij een controle gearresteerd wordt, vrijwillig aanmelden bij de Duitsers.

d. Vader

De vader van Marga is een zeer optimistische man die denkt dat alles nog wel zal meevallen en doet alsof er hen niets kan overkomen. Een van zijn stopzinnen was “Het zal zo’n vaart niet lopen”, waarop Marga terecht zegt dat ze nooit geweten heeft of haar vader dit zelf geloofde, of dat hij het alleen maar zei om hen moed in te spreken. (p.35)

e. Moeder

Haar moeder zou ik vooral als een ‘gezelligheidsmens’ willen omschrijven. Ze prijst haar dochter Betty die de ster zo mooi op haar mantel genaaid heeft, ze laat een mooi familieportret maken, ze wil een trui breien voor ‘volgende zomer’ en ze houdt van een gezellig kopje thee. Ze is gelukkig met de kleine dingen en houdt de ‘grote dingen’ ver van zich af.

7.2. Uiterlijkheden

Het uiterlijk wordt alleen maar beschreven als het belangrijk is voor het verhaal. Zo weten we dat Marga blauwe ogen heeft omdat dat haar, in combinatie met haar geblondeerd haar, een veel minder joods uiterlijk geeft.

7.3. Leeftijden

Leeftijden zijn om diezelfde reden ook moeilijk te achterhalen. Marga is een jaar jonger dan haar zus. Dave is de oudste van de drie. De ouders zijn 50-plussers en moeten daarom naar het Amsterdams jodenkwartier.

7.4. Karakters

Ondanks de karige bewoordingen kunnen we toch eerder van karakters dan van types spreken. De woorden en handelingen van de personages zijn zo raak weergegeven dat het hen toch tot individuen maakt. Zeker wat betreft het hoofdpersonage Marga. We zien haar gedurende het verloop van het verhaal duidelijk evolueren van angstig meisje tot vrouw die veel risico’s neemt. Tegelijkertijd voelen we haar eenzaamheid steeds groter worden. Een ander personage dat duidelijk evolueert is Dave, haar broer. Marga en Dave kunnen als round characters beschouwd worden.

8 Thema

De tweede wereldoorlog en de vervolging van de Joden, in een woord omschreven als de ‘Holocaust’.

9 Taalgebruik

Marga Minco probeert haar verhaal in zo weinig mogelijk woorden te vertellen. Het is haar manier om er voor te zorgen dat ze niet te melodramatisch wordt. “Vaak is een half woord al voldoende”, zegt ze. En inderdaad, wanneer zij beschrijft hoe ze na een razzia in de Lepelstraat achter een raam een gedekte tafel ziet, een stuk brood op een bordje en een mes dat in de boter steekt, dan roept dit eenvoudig beeld heel wat emoties bij mij als lezer op.
Wat ook opvalt, is dat ze de Nazi’s of de Duitsers geen enkele keer bij naam noemt. Ze heeft het steeds over ‘de soldaten’. Kon zij dat woord niet meer over haar lippen krijgen?

10 Motief voor het verhaal

Marga Minco heeft dit boek geschreven als een eerbetoon aan al haar familieleden die zijn omgekomen in de tweede wereldoorlog. Om de gebeurtenissen uit het verleden te kunnen verwerken, schrijft ze er verhalen over. ‘Het bittere kruid’ (1957) is haar eerste boek en is grotendeels autobiografisch. Men kan dit boek als een fictieve biografie beschouwen.’Fictief’, omdat zij zich bijvoorbeeld de dialogen uit die tijd natuurlijk niet kan herinneren. Ze heeft haar werkelijkheid in verhalen gegoten. Na dit eerste boek volgden nog vooral ‘Een leeg huis’ (1966) en ‘De val’ (1983). Al haar werken gaan over de holocaust. De herinnering aan de jodenvervolging geeft nog steeds een bittere nasmaak. Of zoals haar echtgenoot Bert Voeten vooraan in het boek in het motto zegt: “Er rijdt door mijn hoofd een trein vol joden, ik leg het verleden als een wissel om…”

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *