Madeleine Bourdouxhe: De vrouw van Gilles (boekbespreking oktober 2012)

Verantwoording keuze:

Groot was mijn verbazing toen ik in mei dit jaar bij mijn broer in Dublin de Irish Times Book Review inkeek en het artikel ‘The highlights of European literature’ doornam. Bij Oostenrijk staan Robert Musil, Joseph Roth en Thomas Bernhard vermeld. Onder Duitsland vind je WG Sebald en Günter Grass, onder Nederland WF Hermans en Cees Nooteboom, … En wat zie je onder België? Slechts één auteur wordt hier vermeld: juist, ja, Madeleine Bourdouxhe.
Ik had haar Verzameld Werk ooit eens tweedehands gekocht, en ik weet nog dat ik aangenaam verrast was.
Dat is de reden waarom ik deze bij ons in Vlaanderen totaal onbekende Belgische schrijfster aan de leesgroep voorgesteld heb. Eén lid had het boek bij toeval ooit eens uit de bibliotheek ontleend en was ook enthousiast. De keuze was gemaakt.

Biografie en bibliografie:

Madeleine Bourdouxhe is de oudste dochter (°1906) van een Luiks ondernemersgezin. Haar zus, Rosine, is 9 jaar jonger; haar broer Henry 14 jaar.
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vlucht de familie naar Frankrijk. Ze wonen o.a. een tijdje in Parijs. Daar leest Madeleine alles wat ze te pakken krijgt. Ze is vooral onder de indruk van Flauberts Madame Bovary.
In 1918 keert de familie terug naar Luik en verhuist vervolgens naar Brussel, waar Madeleine haar middelbare studies voortzet in het lyceum A. Max in Etterbeek. Ze krijgt ook interesse in politiek, schilderkunst en cinema.
In 1926 begint Madeleine filosofiestudies aan de ULB. Een jaar later trouwt ze ‘echter’ met de drie jaar oudere wiskundeleraar Jacques Muller en stopt met studeren. Ze geeft bijlessen Frans, geschiedenis, Latijn, filosofie en biologie aan universiteitstudenten.
Het jonge koppel woont in Ukkel en heeft goede contacten met de Brusselse surrealisten. Ze zijn ook politiek actief: in 1936 geven ze de Russische dissident Victor Serge onderdak.
In 1937 verschijnt haar eerste roman, nl. ‘La femme de Gilles’, bij de gerenommeerde uitgeverij Gallimard en krijgt uitstekende recensies in La nouvelle Revue Française en in de Figaro Littéraire.
In 1940 wordt hun enig kind Marie geboren. Met hun dochter moeten ze vluchten naar Labrède bij Bordeaux. Na een jaartje kunnen ze echter terugkeren. Ze nemen wel anti-nazipamfletten uit Parijs. Ze helpen ook een jonge Joodse vrouw onderduiken.
En Madeleine weigert nog samen te werken met uitgeverijen, zoals Gallimard, die door nazi’s gecontroleerd worden. In 1943 komt haar korte roman A la recherche de Marie uit bij Libris en in 1944 Sous le pont Mirabeau bij Edition Lumière.
Vanaf 1946 woont het gezin aan de Zavel in Brussel. Ze onderhouden contacten met de Parijse intellectuele elite. Sartre neemt regelmatig verhalen van Bourdouxhe op in zijn tijdschrift Les temps modernes, en Simone de Beauvoir verwijst naar La femme de Gilles in haar roman ‘Le deuxième sexe’ wanneer ze het heeft over de ongelijkheid tussen man en vrouw in de seksuele relatie:
Mais ce qui la blesse davantage (la femme), ce sont les paroles qui contestent la fusion à laquelle pendant un moment elle avait cru. La “Femme de Gilles”, dont Madeleine Bourdouxhe a raconté l’histoire, se rétracte quand son mari lui demande: “Tu as bien joui?” Elle lui met la main sur la bouche; le mot fait horreur à beaucoup de femmes parce qu’il réduit le plaisir à une sensation immanente et séparée. “C’est assez? Tu en veux encore? C’était bon?” Le fait même de poser la question manifeste la séparation, change l’acte amoureux en une opération mécanique dont le male a assumé la direction.” (Le Deuxième Sexe, Gallimard, 1942, tome II, p.162) (nvdr. Let op de Nederlandse vertaling…)
In 1964 wordt Bourdouxhe benoemd tot secretaris van de Libre Académie de Belgique. In 1972 wordt ze grootmoeder van Nadia Benzekry. Twee jaar later sterft haar man. In 1985 verschijnen haar verhalen bij Les Editions Labor. Ook haar vroegere romans worden herdrukt en krijgen een nieuw leven.
In 1988 verhuist ze naar de Diepestraat, eveneens in Ukkel, om dicht bij haar dochter en kleindochter te kunnen zijn.
Madeleine Bourdouxhe sterft in 1996. Haar kleindochter heeft in 2004 een documentaire over haar gemaakt ‘Une lumière dans la nuit. Un portrait de Madeleine Bourdouxhe’ en in datzelfde jaar verschijnt een verfilming van ‘La femme de Gilles’ van de regisseur Frédéric Fonteyne.
Pas in 1993 verschijnt de Nederlandse vertaling ‘De vrouw van Gilles’ bij Arena. In 2002 komt uiteindelijk haar verzameld werk bij Uitgeverij Atlas uit. Beide boeken zijn niet meer te verkrijgen.

Personages:
Elisa x Gilles: hebben samen een meisjestweeling en een jongensbaby
Victorine is de jongere zus van Elisa, die nog thuis woont. Gilles en Victorine hebben een verhouding.

Enkele discussiepunten:

1. Waar en wanneer speelt dit verhaal zich af?
2. Is het huwelijk van Elisa en Gilles in het begin één en al rozengeur en maneschijn, zoals het min of meer beschreven wordt? Wat denk je?
3. Verklaar de titel.
4. Wie vertelt? Neemt de verteller stelling? Neem jij stelling?
5. Waaruit bestaat Elisa’s leefwereld?
6. Hoe had Elisa anders kunnen reageren op de affaire van haar man en zus?
7. Dit verhaal is geschreven in 1937. Vind je het verhaal verouderd, of juist nog actueel?
8. Frédéric Fonteyne, de regisseur van de verfilming van het boek (2004) zegt dat “de tragische schoonheid van het boek vooral in het stilzwijgen ligt”. Hoe komt dat stilzwijgen in de roman tot uiting?
9. (p. 20) Ze was gauw terug en gedrieën liepen ze de modderige, gladde weg af. Ze praatten niet. Het was waterkoud. Gilles had zijn kraag opgeslagen. Beide vrouwen hadden hem een arm gegeven; met de andere hand hielden ze hun bontje voor hun mond. Ze liepen flink door. Ondanks haar dikke buik had Elisa geen moeite met het onregelmatige plaveisel; Ze liet haar blik langs de gevels gaan, eerst rechts en daarna links van de weg, en ze registreerde alles, in een flits maar haarscherp. Elk vuil stukje ijs dat in de goot tegen de stoeprand lag te glinsteren merkte ze op, en ze zag precies hoe groot de lichtkringen van de straatlantaarns waren. Toen ze langs een verlicht venster liepen, zag ze een vrouw die zich over een half afgeruimde tafel boog: ze zag haar gezicht, haar haren, haar mond, haar bewegingen, haar leven. Met deze ene blik, die precies de paar tellen duurde die drie lichamen in wandeltempo nodig hebben om een rechthoekige lichtvlek op de grond over te steken, kende Elisa haar.
Ze bedacht dat de twee die naast haar liepen, in dezelfde pas en op dezelfde weg als zij, ook die stukken ijs zagen, het nevelige schijnsel rond de lampen, de donkere gevels en de verlichte ramen die vrouwenlevens in een treurig kader plaatsen, maar dat zij van dat alles geen weet hadden. En ze voelde een diepe, hartverwarmende trots in zich opwellen, waarin geen minachting school.
Ze kwamen bij de halte van de tram die hen naar de stad zou brengen; geen van drieën had nog een woord gezegd.

Waarom registreert Elisa alles zo ‘bijna krampachtig’?
Cfr. Stijlfiguur ‘hypotypose’ : +/- dingen op zo’n manier ordenen dat er een soort tafereel, schilderij, beeld uit ontstaat.
10. Bij haar overlijden verschijnt in Le Soir een artikel ‘La mort de Madeleine Bourdouxhe, gloire et discretion d’un écrivain rare’. Daarin staat o.a. hetvolgende geschreven: “Elle aurait probablement pu revendiquer, dans la société des gens de lettres, une place majeure, profitant de sa notoriété et de ses relations; mais Madeleine Bourdouxhe n’était pas de cette race-là. Elle négligea de s’occuper de sa carrière littéraire, ne songeant jamais à accumuler les publications qui auraient pu asseoir sa réputation; …” Om even bij na te denken…

Recensie boek:

Vergeten Franse vrouwen
T. VAN DEEL − 04/05/02, 00:00 (Trouw)
RECENSIE Madeleine Bourdouxhe debuteerde in 1937 -zij was toen eenendertig jaar- met de kleine roman ‘De vrouw van Gilles’ bij de fameuze uitgeverij Gallimard, op voorspraak van Jean Paulhan, hoofdredacteur van La Nouvelle Revue Francaise, aan wie zij het manuscript had aangeboden. De literaire kritiek reageerde enthousiast, men prees de toon en de evenwichtigheid van het werk en noemde het ‘volmaakt in zijn verstilde kracht’.
De Belgische Franstalige schrijfster publiceerde in de oorlogsjaren, helaas bij kleine Brusselse uitgeverijen, nog de roman ‘Op zoek naar Marie’ en het verhaal ‘Onder de Pont Mirabeau’. Daar bleef het bij en na de oorlog was zij dan ook al spoedig vergeten. Pas de uitgave van ‘Zeven verhalen’ in 1985 in Parijs leverde een hernieuwde belangstelling op voor haar werk, dat nu ook vertaald werd en beschouwd als een literaire herontdekking van formaat. De Nederlandse vertaling is de allereerste uitgave van haar verzameld werk. Bourdouxhe is zes jaar geleden in Brussel gestorven.
‘De vrouw van Gilles’ begint als een idylle, met Elisa en Gilles in de hoofdrol. Elisa houdt zo diep en hevig van haar man, een fabrieksarbeider, dat ze om vijf uur, als hij bijna thuis komt, een en al afwachting is, een ,,golf van verliefdheid welt in haar op en ze moet met twee handen steun zoeken bij de nikkelen stang van het fornuis, duizelig en ademloos”. Natuurlijk kust hij haar zacht op het voorhoofd. Buiten staat de teil al klaar in de zon, ‘zodat het water warm wordt’, want de kinderen moeten in bad, het is zaterdag. Gilles krijgt alvast een met poedersuiker bestrooide rijstevlaai toegestopt. Als de kleine, blonde tweeling binnenkomt, zegt hij zacht: ,,Ik ben zo blij met mijn twee kleine meisjes”.
De volgende dag is het zondag en zullen zij in de ochtend ‘de liefde bedrijven’. Ook als hij van de nachtploeg thuiskomt, haast hij zich wel eens om Elisa nog in bed aan te treffen. ,,Ze geeft zich gedwee en kalm, gefascineerd door de vreugde op het gezicht boven haar, en wanneer Gilles haar uit primitieve mannelijke trots onhandig vraagt of zij ook heeft genoten, bevestigt ze dat, geheel te goeder trouw, zonder te vermoeden dat er voor haar een ander plezier zou kunnen bestaan dan de mogelijkheid het Gilles te verschaffen”. De slotzin van het eerste hoofdstuk luidt geheel in deze geest: ,,Kalm en tevreden kijkt hij hoe Elisa in de ondergaande zon twee blote lichaampjes inzeept”.
Zo volmaakt en vredig kan het in een roman natuurlijk niet blijven toegaan en inderdaad gebeurt in het tweede hoofdstuk iets dat het begin is van een tragedie zonder weerga, een noodlottig proces dat alleen nog maar met het ergste kan eindigen. Gillis ziet in de keuken Victorine, de jongere zus van zijn vrouw, spaarzegeltjes natlikken en inplakken, en plotseling wordt hij bevangen door een panische begeerte naar haar en zoekt hij ‘steun bij de stang van het fornuis’ (een van de vele mooie spiegelingen in het verhaal). Victorine, bij wie ‘het geslachtelijke alle plaats innam’, merkt feilloos zijn blik op, loopt naar hem toe en drukt zich tegen hem aan. ,,Met vijf seconden vertraging besefte Gilles dat hij zich te goed deed aan een kleine rode mond met een lichte slijmsmaak.” Die laatste toevoeging is kenmerkend voor de aandacht die Bourdouxhe, altijd, besteedt aan details.
Gilles is verloren en begint een verhouding met Victorine, die hij aanvankelijk verzwijgt, maar die Elisa intuïtief al spoedig doorheeft. Aangezien de roman grotendeels vanuit haar gezichtspunt wordt verteld en zich vooral toelegt op de uitdrukking van haar innerlijke beleving, zijn haar reacties op deze ontrouw het belangrijkste onderwerp van het verhaal. Hoe doorstaat haar liefde deze ramp, hoe houdt zij de gedeelde liefde van haar man vast, hoe krijgt zij hem weer helemaal terug? Het wordt duidelijk dat de complicaties legio zijn, dat de liefde afkalft en dat de opofferingen die zij zich getroost een lijdensweg betekenen. Het karakter van Elisa is niet meer goed voorstelbaar in de huidige tijd, maar door de manier waarop zij hier beschreven wordt, krijgt zij wel degelijk concreet gestalte.
Aanvankelijk denk je met een draak van een verhaal van doen te hebben, maar door de sensitieve, nauwkeurig registrerende stijl van vertellen en de fatale, onomkeerbare loop der gebeurtenissen blijk je achteraf met een strak geregisseerde tragedie te zijn geconfronteerd.
Het volgende werk, ‘Op zoek naar Marie’, is in zekere zin de positieve, levenslustige pendant van ‘De vrouw van Gilles’. Hier is het juist de intens levende en liefhebbende dertigjarige Marie, ook getrouwd, die getroffen wordt door de aanblik van een jongen op het strand en die, door dat moment bepaald, een relatie met hem begint. De erotiek geeft haar innerlijk leven vleugels en stimuleert haar verbeeldingskracht. Deze Marie is een veel modernere vrouw dan Elisa. Zij laat zich overrompelen door de aanblik van de bruine, gespierde jongeman: ,,Een werkelijkheid waarnaar je moet gissen, die je te pakken moet krijgen, die je de jouwe moet maken. De wereld van het mogelijke; de aantrekkingskracht, het duizelingwekkende van een nieuwe wereld.”
Die wereld gaat ze aan, ze begeeft er zich in, en beiden doen dat zonder enige verplichting aan te gaan en zonder iets van elkaar te weten of naar iets te informeren. Het verhaal eindigt met een ode aan de geliefde, die tegelijk een ode is aan de wereld. Marie loopt door Parijs en denkt aan hem en aan de liefde. Als ze dromerig stilstaat en glimlacht, vraagt een stratenmaker haar: ,,Zo schoonheid, sta je naar de engeltjes te lachen?” ,,Nee jongen, ik lach naar jou, antwoordde Marie hem in gedachten. En naar de twee kinderen die, de schooltas onder de arm, blijven treuzelen om te kijken wat hij doet, naar de vrouw die zich voorthaast, naar de jonge soldaat die geen enkele overwinning nastreeft, naar al dat lieve volk dat langsloopt en gezegend is met het geluk op aarde te leven.” Dit bijzonder positieve slot is een buiging voor het leven, volstrekt tegengesteld aan dat van de vorige roman.
In het ‘Verzameld werk’ staan dan ten slotte nog een achttal verhalen, waarin op één verhaal na, steeds het vrouwelijk gezichtspunt naar voren wordt gebracht in de relaties tussen vrouwen en mannen. Deze verhalen geven een interessante uitbreiding aan de innerlijke vrouwenwerelden die Bourdouxhe in haar tweeluik romans uitbeeldde. Het is overdreven om haar werk nu onmiddellijk de hemel in te prijzen en het uit te roepen tot grootse literatuur, maar dat de heruitgave en vertaling ervan een literaire verrassing betekent, is buiten kijf.

Recensie van de film:
Luc Joris in DE MORGEN – 13 oktober 2004 – Wat een vrouw lijden kan

La femme de Gilles, de derde langspeelfilm van de Belg Frédéric Fonteyne, opent met metaforische beelden van spetterende hoogovens. Op de klankband klinkt ‘Mon homme’, een Franse chanson uit 1920 van Mistinguett. “Sur cette terre, ma seule joie, mon seul bonheur, c’est mon homme…” Maar enkele strofen verder zingt Mistinguett: “La femme à vraie dire n’est faite que pour souffrir par les hommes”.
“Een vrouw is, eerlijk gezegd, enkel gedoemd om te lijden door de mannen”.
Die pijn van een toegewijde, maar door haar man bedrogen huisvrouw, wordt in La femme de Gilles magnifiek in beelden gevat.
Regisseur Fonteyne en scenaristen Philippe Blasband en Marion Hänsel baseerden zich voor dit verstilde kamerspel op de gelijknamige roman uit 1937 van de Belgische schrijfster Madeleine Bourdouxhe. “De tragische schoonheid van het boek lag in het stilzwijgen”, aldus Fonteyne. Hoewel de film klassiek en academisch is in zijn overigens puntgave reconstructie van het Waalse arbeidersmilieu van voor de Eerste Wereldoorlog en een nauwkeurige naturalistische kroniek is over het leven en het werk van een huisvrouw van die tijd heeft Fonteyne er een verrassende filmische dynamiek aan gegeven die indruk maakt.
Net zoals in zijn vorige film, het internationaal bejubelde Une liaison pornographique, staat in La femme de Gilles het (intieme) leven van een koppel centraal. Maar deze keer zijn de dialogen tot een minimum beperkt. Over het intieme, en in dit geval de gevoelstoestand van Elisa (een glansrol van Emmanuelle Devos), wordt er nauwelijks gerept. De beelden doen al het werk. De film is bijgevolg een subtiel spel van blikken, lichaamstaal en gezichten, door cameraman Virginie Saint-Martin schitterend gefotografeerd tot intimistische miniatuurschilderijen.
Volgens Fonteyne ligt de ziel van de mens in zijn gezicht en is de camera een magische manier om dat vast te leggen. De manier waarop hij hier in brede, korte close-ups de vertwijfeling, de jaloezie, de frustraties, het stilzwijgen, de steun en trouw van Elisa tastbaar maakt, getuigt van veel filmische feeling.
Die cinematografische aanpak krijgt in dit verhaal over absolute liefde, dat verteld wordt tegen de achtergrond van de vier seizoenen, een juist, en genuanceerd verlengstuk in het spel van de acteurs. Clovis Cornillac als de kloeke metaalarbeider Gilles die er langzaam het noorden bij verliest als hij verliefd wordt op Victorine (Laura Smet), de jongere zus van Elisa, verstopt zich nooit achter zijn hoekige, fysieke présence. De combinatie van bittere radeloosheid en geweld, van vleselijke lust en apathie, wordt nooit karikaturaal.
Het is echter vooral Emmanuelle Devos die La femme de Gilles tot een subtiel vrouwenportret omtovert. Met een oogopslag, een gelukkige glimlach of een verbeten reactie geeft ze diepere betekenis aan scènes, zoals die waarin ze in de ondergesneeuwde tuin geconfronteerd wordt met een voetstap van Gilles of als het in de keuken, het theater van haar lijden, tot haar doordringt dat Gilles haar bedriegt en ze hem vervolgens terug probeert te winnen door hem te steunen en geduldig te wachten tot zijn liefde voor Victorine overwaait.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *