Leesverslag Ilse van Cyriel Buysse: Tantes

Een verhaal over geld, macht, liefde en verraad. Basiselementen voor een onderhoudend verhaal, dit overgoten met wat sappig dialect en subtiele humor maakt dat ‘Tantes’ uit is voor je er erg in hebt (het beperkt aantal bladzijden -136- zal er bij dit laatste ook wel voor iets tussen zitten J )

 

“Tantes” toont ons hoe de zucht naar geld mensen tot zelfverloochening en verraad drijft en hoe hypocriet ze zich kunnen gaan gedragen als er geld in het spel is. Tevens zien we dat zij die geld hebben er gretig misbruik van maken om de levenswandel van anderen te controleren.

 

Geld en macht

 

De lezer is na enkele bladzijden al doordrongen van de verstikkende invloed van de tantes op het gezinsleven van de Dufours, vader, zoon Max en 3 dochters, Clara (30), Adrienne (28) en Edmée (25). De Dufours zorgen er voor om zeker niets te doen wat de 3 oude vrijsters afkeuren. Ze proberen constant te anticiperen op en te handelen naar wat de Drievuldigheid, Clemence de harde, Estelle de zachte en Victoire de verbitterde blazende furie, al dan niet goed vinden. Deze zijn zich maar al te goed van hun macht bewust en behandelen de Dufours dan ook als marionetten. Ze scheppen er genoegen in dat er naar hun wensen wordt geplooid en beschouwen dit niet meer als vanzelfsprekend.

 

Liefde en verraad

 

De manier waarop de verliefdheid tussen Raymond – de vriend van Max – en Adrienne beschreven wordt,  zorgt ervoor dat we twijfelen aan wat er eerst is: “de verliefdheid” of “de wil om verliefd te worden”. Op het moment dat Raymonds personage verder wordt uitgewerkt zien we hem zich immers afvragen of hij wel ooit gaat trouwen.  Met andere woorden hij speelt eerst ergens met de gedachte of het niet zijn tijd is. Dan vertellen de Verstratjes hem dat Adrienne op hem verliefd is. En het is pas dan dat hij verliefd wordt op haar.

 

Personages

 

Vader Dufour: zielige figuur die zich laat indoctrineren door de tantes in plaats van eens met de vuist op de tafel te slaan

 

Zoon Max : door zijn hypocriet gedrag en zijn verraad ten opzichte van zijn goede vriend Raymond verliest hij onze sympathie. Zijn geldbejag en jacht naar roem in de politieke wereld maakt dat hij in de achting daalt.

 

Dochter Adrienne: middelste dochter die smacht naar de liefde van de beste vriend Raymond van haar broer Max. Is het voorbeeld van wat een opvoeding onder allerhande dwang en vooroordelen met een mens kan doen

 

Dochter Clara: oudste dochter

 

Dochter Edméé: jongste dochter

 

Raymond (37): vriend van Max, een personage dat door iedereen niet anders dan aardig kan gevonden worden. Een no-nonsense mens, vrolijk, hartelijk

 

Tante Clemence: de tante die aan het roer staat

 

Tante Estelle is de enige tante van de drie ‘heksen’ die we nog kunnen pardonneren, zij zit zelf in de greep van de twee andere tantes.

 

TanteVictoire: haar eigenaardige blazen geeft uiting aan haar kwaadaardige en verbitterde karakter

 

Manse (55), Tieltje (17), Vreesken, Emlie, Jan, Oe-oe, Impikoko, de Verstratjes,…

 

Passages

 

Tegen de achtergrond van een op zijn einde lopend huwelijksfeest worden de personages voorgesteld aan de lezer, we maken kennis met de tirannie van de tantes en de verliefdheid van Adrienne.

Tafereel van jonggehuwden die hun feest verlaten en we zien dus hoe de tantes daar hun ijzeren greep op hebben: als ze opstaan en vertrekken, vertrekt iedereen omdat het niet gepast zou zijn om nog verder te feesten.

Raymond en Adrienne die recht tegenover mekaar zitten aan tafel omdat Adrienne dat zo geregeld heeft. De lezer komt onmiddellijk te weten dat zij een boontje heeft voor hem, maar hij (nog) niet voor haar.

“nooit zou hij Marie tot vrouw gekozen hebben als die keuze soms tegen de zin van de tantes mocht zijn uitgevallen”

“zij voelde zich daar eensklaps als een schuldige in haar bruidskleed voor die stugge harde maagd”

“zij stelde zich de eventuele openbaring van haar geheim voor als een catastrofe, die haar ganse leven overhoop zou gooien en verwoesten zoals destijds een soortgelijke liefde het leven van de goedige tante Estelle had verwoest.”

Marie en Max vertrekken op huwelijksreis.

De drie dochters voelen de prangende smart, ze zien zichzelf eindigen als de drie tantes. In hun dorp is er niets of niemand dat hun hoop geeft dat ze aan dit lot zullen ontsnappen. Ze gebruiken geloof als pijnstiller:

“hun enige troost en toevlucht was de kerk en die bezochten ze geregeld twee maal daags ‘sochtends en ’s avonds zo trouw en zo geregeld als de notabele drinkebroers hun herbergen bezoeken”

 

De tantes komen ten huize om hun ongenoegen over het bezoek van Max en Marie aan Parijs te uiten, vinden het echter wel een enorme eer dat Max de paus heeft gezien, ze maken van de gelegenheid gebruik om te zeggen dat Max bij Raymond moet wegblijven en dat hij hen moet bezoeken als hij terug is van zijn reis. Ze keuren de twee West-Vlaamse neven (Verstratjes) van Marie af.

 

Max en Marie komen terug van hun reis.

 

Marie blijkt zwanger en dit dient direct gemeld aan de tantes.

Historie met het hoedje met de oranje strik op de hoed van Marie: Clara en Edmée hadden gewild dat ze het niet aandeed om naar de tantes te gaan. De tantes hun reactie klopt met wat werd verwacht: ze keuren het af. De manier waarop dit beschreven wordt is wel subliem: Tante Clemence kijkt en kijkt dan nog eens een tweede keer als om de andere tantes erop te wijzen. Tante Estelle vouwt haar handen en tante Victoire wendt zich af en blaast.

 

De tantes krijgen de door de gewijde rozenkransen van in Rome

“’t waren als 3 kinderen die hun sinterklaas gaan krijgen”

Tegen Max zeggen ze “nu is de vakantie voorbij en gaat het serieuze leven weer beginnen hé”

Marie wordt opgelegd zich niet meer met haar neven, de Verstratjes, in te laten.

Max was aangeduid om het nieuws aan te brengen van de zwangerschap van Marie maar durft niet. Als er zich een ideale gelegenheid voordoet om het te zeggen en hij deze niet aangrijpt, zucht iedereen teleurgesteld. Als hij het dan uiteindelijk durft zeggen, is de reactie inderdaad één van afwijzing. Tante Clemence wordt rood. Tante Victoire wordt wit en verliest haar capaciteit tot blazen, tante Estelle krijgt een vreemde uitdrukking alsof ze het nieuws liever niet had gehoord. Marie schaamt zich en voelt er zich niet goed bij. Achteraf in de tuin zegt ze dit ook tegen Max als ze in de tuin wandelen. Die reageert hypocriet.

 

Eens ze weg zijn bij de tantes hangt er een soort euforie in de lucht: te vergelijken aan die nadat je uit een penibele situatie bent geraakt of een situatie waarvan je de afloop vreesde. Ze komen Raymond nog tegen onderweg.

 

Raymonds personage wordt beter uitgewerkt. “Waarom zou hij willen trouwen? Later misschien.”

“Trouwen…zou hij wel ooit trouwen? Zijn schone vrijheid prijsgeven! Zijn meesterschap delen? Hij had er nog niets geen zin in. Hij voelde zich nog steeds zo vrij en blij gelijk een vogel in de lucht. Alleen kon je leven vrij en blij gelijk een vogel in de lucht. Alleen kon je leven naar verlangen, zonder dat iemand aan je doen en laten iets aan te merken of af te keuren had. Je stond op wanneer je wilde, je liep de ganse dag in je sportkleren rond, je at en je dronk wat je wenste, je rookte in alle kamers, tot in je bed als je daar lust in had. Met een vrouw moest dat alles veranderen. Je had dan wel een vrouw wanneer je die verlangde; je hoefde er niet voor naar de stad te lopen en ze met anderen te delen; je had je eigen vrouw en dat was zeker heerlijk, maar er stond ook zoveel tegenover. En toch, …de meesten eindigden met te trouwen en misschien zou hij het ook wel eens doen. Max had het gedaan en scheen er geen berouw van te hebben. De Verstratsjes echter deden het niet en schenen wel vast van plan te zijn er zich nooit aan te wagen. Men wist niet wat het beste was. Oud worden in eenzaamheid moest ook wel akelig zijn. Maar dit lag voor hem nog in een ver verschiet; hij hoefde zich niet te haasten; hij kon vooreerst nog wachten en van ’t leven genieten.”

 

De Verstratjes komen eten ten huize van Raymond en openen hem de ogen wat betreft Adrienne. Prachtig hoe grappig de beschrijving van het uiterlijk van de Verstratjes.

 

Raymond wordt verliefd. “Het deed hem weldadig aan en tegelijkertijd maakte ’t hem kregel. Het streelde hem als een zoete hulde, maar meteen kreeg hij de indruk of hij alvast iets van zijn schone, ruime levensvrijheid kwijt was. Hij was gevleid en hij was nijdig. En nu hij daar dieper ging over nadenken, kwamen hem herinneringen in ’t geheugen van bijzonderheden die hij destijds niet gemerkt had en die nu eensklaps een grote betekenis voor hem kregen. “

“Zij was wel een vrouw om verliefd op te worden en om gelukkig mee te zijn. Was hij verliefd op haar of zou hij ’t kunnen worden?…”

“Hij verveelde zich. Voor het eerst in zijn leven voelde hij dat hem iets ontbrak en dat hij zich verveelde. Hoe kwam dat toch? Was dat nu alleen om wat de Verstratsjes hem die middag zo onbezonnen verteld hadden?”

“Hij was toch niet verliefd geworden op Adrienne Dufour, zo maar ineens, door dat gepraat van de Verstratjes, terwijl hij vroeger zelfs geen ogenblik aan haar dacht!…Gesard stond hij op”

 

De gemoedelijkheid ten huize van Raymond staat in schril contrast met de bedrukte sfeer ten huize van de Dufours.

 

Manse en Tieldeken die een glaasje alcohol drinken = humoristisch.

“- en weet-e watte: ge moet ulder uek azue ’n gloazeke geried moaken.

          o meniere, wa peist-e! We zoen zat zijn! Gilde Manse, met ogen die toch wel flikkerden van verlange

          toetoet, ge moet, ‘k wil het! Drong hij aan.

          Es ’t serieus…? Ala kijk, os ge ’t absoluut wilt…En gillachend hinkte Manse naar de keueken en maakte nog twee glazen klaar

          Op u gezondheid, meniere! Kwamen Manse en Tieldeken naar hem toe

Hij klonk met hen aan en zij dronken, lachend. Tieldeken kreeg dadelijk een vuurkleur en verslikte. Zij moest geweldig hoesten.

          ge ’n meug zue gulzig niet drijnken, knorde Manse

Maar Manse zelf viel plotseling geweldig aan het hoesten; en zo togen zij terug naar de keuken, stuiptrekkend en gebogen, het glas strak opgehouden in de ene hand, lachend en proestend door elkaar, zich wel wat schamend over hun onbehouwen doen in tegenwoordigheid van de meester.”

 

Raymond gaat geregeld met zijn paard langs het huis van Adrienne rijden en dat gaat niet ongemerkt voorbij voor de meisjes, de buren en uiteindelijk de tantes…

 

Clara en Edmée zijn jaloers.

 

Clara vertelt het aan Max.  Deze denkt even aan vroegere tijden en beslist dan dat het voorbij is alsof het nooit bestaan heeft. Hij wil in de politiek een vooraanstaande functie innemen en wil geen problemen met de tantes want dit zou zijn carrière kunnen schaden.

 

De tantes komen ten huize van de Dufours om de 3 meisjes te verbieden nog aan het raam te gaan als Raymond langs komt gereden. Machtsvertoon van de tantes brengt frustratie teweeg bij de Dufours.

 

Raymond gaat naar Max maar wordt kil onthaald. Daar wordt het hem duidelijk waarom de meisjes niet meer aan het raam komen.

 

Eerste reactie is van: oef, nu hoef ik niet meer verliefd te zijn, ik ben weer vrij, tweede reactie: arme adrienne, en wat moeten vreemden zich ermee moeien, laat ons zelf beslissen wat we met ons leven doen. Daarop schrijft hij een brief naar Adrienne om naar haar gevoelens te polsen. Ze bevestigt dat ze van hem houdt, maar vraagt hem te wachten.

“Zijn eerste gevoel toen hij weer met volle longen de vrije lucht inademde was een wonderbare kalmte. Een kalmte van bevrijding, van verlossing, zoals iemand voelen moet die ongedeerd aan een dodelijk gevaar ontsnapt is. Het juichte en jubelde in hem op; het was of hij, in plaats van hoon, een hulde had ontvangen. Eerst na een hele poos werd hij zich bewust, dat het zijn gekrenkte trots was die aldus zijn gevoelens stemde. Wel zo , de tantes vonden hem niet goed genoeg voor een van hun nichtjes! Best zo, hij zou dat nichtje kalmpjes met rust laten. Gelukkig…tienmaal gelukkig dat hij nog niets positief in die richting gewaagd had! Paardrijden onder haar ramen, wat had zulks te betekenen?”

 

Marie krijgt haar eerste kind, maar mag het niet de naam geven die ze wil. Ze wou het Sylvain noemen, maar het moet Clement noemen naar tante Clemence.  Marie mag haar kinderen niet de naam geven die ze wil van Max.

 

Beschrijving van “de heilige atmosfeer van het moederschap heerste”: deze zinsnede roept een sfeer op waarbij iedereen zich iets kan voorstellen, iedereen is wel eens bij een kersverse moeder langsgeweest.

 

Raymond besluit na een zomer wachten iets te ondernemen. Ze zien mekaar wel in de kerk en het is mooi hoe er beschreven staat dat dat hen sterkt tot de volgende zondag. Raymond spreekt af in de tuin. Daar neemt hij haar in zijn armen , maar ze vlucht weer weg, ze is helemaal in de war. Hoe kan het ook anders na jarenlange indoctrinatie. Ze voelt er zich zo slecht bij dat ze gaat biechten bij de pastoor die het natuurlijke een zonde noemt en haar een penitentie oplegt.

 

Het plan om te vluchten begin volgende winter als er niets gebeurt dat hen kan helpen om samen te zijn, begint te groeien.

 

Er doen zich 3 “gewichtige” gebeurtenissen voor:

          Max wordt provinciaal raadslid en de maat van zijn hals groeit met een paar centimeter J

          Victoire wordt zwaar getroffen door griep, Max vreest dat meneer pastoor op een stuk van de erfenis zit te azen en houdt een oogje in het zeil

          Marie verwacht een tweede kind, alleen Adrienne juicht, de anderen bekijken haar scheef om haar enthousiasme – het kind zal de naam Victoire Estelle krijgen ondanks hoe graag Marie het kind ook naar haar weldoenster had vernoemd

 

Victoire sterft ‘al mee ne kier’. De begrafenis is geregeld als voor iemand van adel. “in de kerk waar stro gestrooid was als voor een overlijden uit de adelstand, brandden kaarsen dik als armen van de katafalk”

 

Max’ zucht naar de erfenis: “hij kende reeds de inhoud van het testament; hij wist dat hij en ook zijn zusters, een niet onaanzienlijk legaat kregen,…”

 

Raymond is aanwezig op de begrafenis ook al werd hij niet uitgenodigd, enkel en alleen om een glimp van Adrienne op te vangen.

 

Het verraad van Max aan zijn vriend wordt hier in de verf gezet: Raymond kijkt vader Dufour en Max even aan. Vader Dufour doet alsof hij hem niet ziet en Max kijkt hem koel en strak aan, maar groet niet.

 

Raymond en Adrienne besluiten te vluchten. Alleen een dag en uur moet nog worden vastgelegd.

 

De twijfel slaat even toe bij Raymond als hij ziet hoe knus en gezellig zijn leven is met Manse, Tieldeken en zijn honden, maar beseft dat hij niet anders kan, dat het leven zonder Adrienne leeg zou zijn en zet door.”Wat ging hij doen? Zo eensklaps wegvluchten van alles wat hem dierbaar was: zijn huis, zijn bedrijf, zijn goede gedienstigen, zijn trouwe dieren! Het leek hem een onmogelijkheid, een monstruositeit. Somtijds, wanneer hij Manse en Tieldeken zo trouw en argeloos voor hem zag werken, somtijds, wanneer Oe-oe en impikoko hem met hun heldere, stralende ogen aankeken, moest hij het hoofd afwenden om niet plotseling in tranen uit te barsten. Neen, het kon niet, het mocht niet; hij voelde dat hij nooit de wrede moed zou hebben en sidderend ging hij aan zijn tafel zitten om haar te schrijven. Maar nauwelijks was hij de brief begonnen, of de pen viel uit zijn handen: de troosteloosheid van wat zijn leven dan zou worden grijnsde hem als een afgrond aan: hij moest haar hebben; hij kon niet zonder haar bestaan.”

 

Adrienne ontvangt de brief van Raymond waarin hij dag en uur aankondigt.

 

Op de bewuste dag wordt hij door de bediende van de Dufours gehaald omdat er iets is met Adrienne. Daargekomen merkt hij dat ze compleet van de kaart is. Ze lijkt als gek geworden. De dokter kan haar listig een verdovend middel toedienen. Ze wordt weggevoerd naar een klooster. Raymond vraagt zich af of het nog goed met haar komt, maar weet het ergens wel als hij haar aan het klooster achterlaat “Raymond sloot zijn ogen en zakte in de kussens neer”

 

Adrienne blijft in deze toestand. Ze is haar verstand compleet verloren. Raymond treurt weken en maanden lang en wordt tussen wanhoop en hoop heen en weer geslingerd, maar als hij beseft dat ze niet meer zal genezen, berust hij in zijn toestand en hervindt zijn vroegere leven terug. “Hoe was het mogelijk dat hij, die aan Adrienne niet dacht, eensklaps zo hartstochtelijk op haar verliefd werd, alleen maar omdat de Verstratsjes hem gezegd hadden, dat zij verliefd was op hem! Was dat wel echte liefde en niet eerder een wondere, onbegrijpelijke suggestie? Hij wist het zelf niet. Het was als een ziekte geweest. Hij had het ondergaan en er onder geleden; en nu kwam langzaam de genezing en de troost. Schuldig voelde hij zich niet. Hij geloofde niet dat hij zich iets had te verwijten. Een somber noodlot had het zo gewild. In zijn hart bleef voor haar een diepe tederheid bewaard. Hij dacht nog veel aan haar en steeds met zoveel innigheid en liefde. Maar hij kon het niet helpen dat hij zelf gezond was en normaal en dat in hem het leven triomfeerde over de vernieling. Hij kon het niet helpen dat de herboren lente weer zo fris en zalig was, en dat de verliefde vogels zongen en dat de milde aarde bloemengeurde en dat het leven hem riep…hem riep, met alle krachten. Zo was het een herleving, een ontembaar opjubelende herleving als na een lange, zware ziekte. Nog nooit had hij zijn leven, zijn bedrijf zo lief gehad. Nog nooit had hij de oude Manse aan zich zo verknocht gevoeld, nog nooit had hij als nu, de trouwe zorgen van Tieldeken gewaardeerd. En zelfs de Verstratsjes, die hij een tijdlang had vermeden, waren weer zijn vaste kameraden geworden. Tot zijn dieren toe…”

 

Max toont zich nog maar eens van zijn “goede kant” door kwaad te zijn op Adrienne omdat ze aan de basis ligt van zijn niet-verkiezing tot volksvertegenwoordiger. “haar naam mocht in zijn tegenwoordigheid niet meer vernoemd worden”.

 

De zussen van Adrienne bezoeken haar in het klooster, maar daar blijkt de zielige toestand van Adrienne eens te meer. Clara en Edméé gaan ontsteld terug naar huis.

 

Wanneer de tantes nog aan huis komen bij de Dufours neemt Clara de kans om hen eens de waarheid te zeggen. “Met alle eerbied u verschuldigd durf ik zeggen dat uw handwijs verkeerd was. Gij hebt altijd geleefd buiten het echte leven, zoals wij, trouwens, tot nu toe geleefd hebben. Maar ik beschuldig u alleen niet; ik beschuldig ook onszelf. Wij hebben u gevreesd en u ontzien uit miserabele berekening. Wij hebben nooit iets durven doen dat tegen uw zin zou kunnen zijn, omdat gij rijke erftantes zijt, omdat wij vreesden dat gij ons later zoudt benadelen. Wij hebben de tijd laten voorbijgaan, wij hebben ons leven verwoest, ons in eenzaamheid laten verdorren, zoals gij zelf verdord zijt, zonder iets van ’t ware, rijke, echte leven te genieten. Nu is ’t te laat voor ons zoals ’t voor u te laat is; de tragedie met Adrienne ontneemt ons onze laatste kansk wij worden Tantes zoals gij zijt, wij zijn alleen nog maar goed om te leven voor de kinderen van Max, gelijk gij alleen nog maar meer goed waart om voor ons te leven.”

Het doet goed van de tantes eens op hun plaats gezet te zien, maar waarom is Clara zo negatief: dat het leven voorbij is voor haar en Edméé, was dat in die periode zo: vond men na 25 jaar geen partner meer, of zit het stigma van het krankzinnig worden van Adrienne er voor iets tussen.

 

De manier waarop ook Max nog op zijn plaats gezet wordt door Clara ontlokt de lezer ook een glimlach op de lippen: “en doe maar niet zo boos tegen mij, want ook ik word een erftante” “ja, zeker, ik , en ook Adrienne, en ook Edmée: wij zijn Tantes…Tantes…die nooit zullen trouwen, even goed als de anderen; en van wie uw kinderen moeten erven, later, als gij ons maar niet ontstemt, als ge maar niet, als nu, onbeleefd en grof tegen ons zijt.”

 

Taal en perspectief

 

Perspectief: wisselend

 

Gebruik van het Frans en het dialect, de koetsen, de dienstmeiden, het paardrijden, de invloed van de pastoor en de kerk en de paus… het roept allemaal de sfeer van weleer op.

 

Conclusie

 

Een verhaal dat gemakkelijk wegleest, goed geschreven, met humor af en toe, maar het doet mij niet echt verlangen naar meer van deze schrijver. De personages worden wel neergezet, maar ergens miste ik toch een extra dimensie in de uitwerking van de karakters. Enkel het karakter van Raymond en in mindere mate dat van Adrienne is dieper uitgewerkt. Het feit dat Adrienne haar verstand verliest, deed bij mij afbraak aan de geloofwaardigheid van het verhaal. Ik had tevens het gevoel dat het verhaal goed liep tot het brieven schrijven van Raymond naar Adrienne en dat er dan gezocht werd naar hoe het verder moest. Te vergelijken met een zaterdagavondfilm, ontspannend, vermakelijk maar weinig indringend en bezielend.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *