leesverslag Ilse van Lloyd Jones: Meneer Pip

Hoofdpersoon: Matilda

Als lezer bekijk je alles door de ogen van Matilda, een zwart meisje dat aan het begin van het verhaal 14 jaar oud is en aan het einde van het verhaal een jonge vrouw is.  Van lief klein onschuldig meisje naar volwassen getraumatiseerde vrouw.

 

Matilda woont op een eiland en je maakt kennis met de mensen in haar dorp en met de twee mensen die een belangrijke plaats innemen in haar leven: haar moeder en Mr. Watts, de enige blanke in het dorp. Haar vader is drie jaar voordien van huis gegaan om elders geld te gaan verdienen, meer bepaald Townsville bij Australië.

 

Watts – Matilda – moeder Dolores

‘Ik volgde Mr. Watts vanuit eenzelfde gedachte trouw als waarmee een hond opstaat om zijn baas te volgen of waarmee een tamme papagaai naar de schouder van zijn eigenaar vliegt.’

 

‘Meneer Dickens. Het duurde heel lang voordat ik dat ‘meneer’ achterwege liet. Maar meneer Watts is altijd meneer Watts gebleven’

 

‘Maar de geheime plannen van meneer Watts begonnen me ook dwars te zitten. Als ik het eiland zou verlaten, dan moest mama een soort waarschuwing krijgen – uitvoeriger dan meneer Watts van plan was. Als het aan hem lag moest ze ter plekke een besluit nemen. Ik was bang dat ze nee zou zeggen, en ik was bang voor wat ik zou beslissen.’

 

‘Ik vertelde mama niet dat ik bij meneer en mevrouw Watts thuis was geweest. Ze zou een bezoek aan hen als verraad beschouwen. Ook al zag ik mezelf als een voorstander van meneer Watts ik wilde het mama niet inwrijven. Ik wist waar de grenzen lagen en zorgde ervoor dat ik ze niet overschreed. En soms ving ik dan een glimp op van iemand die Dolores heette en die zichzelf was en niet alleen maar iemands moeder’

 

‘En jij Matilda, waarom neem je een voorbeeld aan een onwetende, gevaarlijke leraar? De wereld is helemaal gek geworden. Kan die meneer Watts van jou een huis bouwen? Kan hij bij zonsondergang naar het koraalrif peddelen en een school papegaaivissen te grazen nemen? Die meneer Watts van jou heeft andere wezens nodig om hem en zijn vrouw in leven te houden. Zonder hen is hij niets.’

 

Great Expectations

Wanneer er een burgeroorlog losbreekt op het eiland, wordt het dorp van alles en iedereen geïsoleerd. De onderwijzers vertrekken, en is het de enige overgebleven blanke, Mr. Watts, die zich toelegt op het onderwijzen van de kinderen. Hij weet ook niet alles, maar probeert zo goed en zo kwaad als het kan en schakelt ook de moeders van de kinderen in als overdragers van kennis. Maar het wonderbaarlijkste: hij schakelt de levenservaring van personages uit het boek “Great Expectations” van Charles Dickens in om hen iets bij te brengen over ‘het leven’. Dit doet hij door elke les een stukje voor te lezen. Al snel is iedereen in de ban van het boek. Ook de ouders, want die horen het van hun kinderen. Als het boek uitgelezen is, beginnen ze het gewoon nogmaals te lezen en als het op een bepaald moment in het verhaal zoek raak, wel dan beginnen alle leerlingen stukjes uit hun herinneringen op te diepen die ze dan samen met Mr. Watts op papier zetten.

 

‘Nadat de laatste woorden van Great Expectations waren voorgelezen merkte je een paar dagen lang dat onze klas zich mat voelde. Er was niets meer om naar uit te kijken. Het verhaal was afgelopen. En dat gold ook voor onze reis door de wereld ervan. We bevonden ons weer in de onze. Zonder zicht op enige ontsnappingsmogelijkheid werden onze dagen richtingloos’

 

 

 

Wildemannen

Als de roodhuiden een eerste keer binnenvallen vragen ze zich af wie Pip is. Pip is het hoofdpersonage uit het boek Great Expectations, Matilda had die naam op het strand in het zand getekend. De roodhuiden zijn woest omdat ze denken dat er iemand met die naam verstopt gehouden wordt en verbranden de bezittingen van de dorpelingen vooraleer ze het dorp verlaten. De dorpelingen zijn teneergeslagen en later voeren ze een wraakactie uit op Mr. Watts, ze verbranden ook zijn bezittingen, want die waren gespaard gebleven. Ze achten hem verantwoordelijk voor hun ongeluk. “ “ Terwijl het eigenlijk de moeder Dolores is die het boek had verstopt om Mr. Watts een hak te zetten. Als ze de impact van haar eigen daden ziet is het eigenlijk te laat om op te biechten. Matilda ontdekt het verraad , maar zegt er niets van. “waarom” De tweede keer dat de roodhuiden terugkomen verbranden ze ook de huizen van de dorpelingen. Na het vertrek van de wildemannen wordt er echter geen wraakactie op Mr. Watts uitgevoerd.

 

De rebellen vallen binnen en Mr. Watts doet zich voor als ‘Pip’, dit om de problemen die ze met de roodhuiden hebben omtrent het bestaan van ‘Pip’ te vermijden. Elke avond dat de rebellen bij hen zijn vertelt hij een mengeling van zijn eigen levensverhaal en dat van Pip. En iedereen hangt aan zijn lippen.

 

De derde keer dat de roodhuiden binnen vallen verandert alles. Het is een ware gruwel waar moeder Dolores en Mr. Watts worden afgeslacht en hun lichamelijk overschot wordt onrespectvol aan de varkens gevoederd. Eens de roodhuiden weg kunnen de dorpsbewoners niets anders doen dan de varkens slachten en begraven.

 

Matilda verlaat het eiland, zoekt haar vader op. Studeert, maakt een scriptie over Dickens, gaat nog op zoek naar wie Mr. Watts was.

 

Wie was Watts

Matilda gaat ook nog op zoek naar het verleden van Mr. Watts. Ze beseft dat het beeld dat ze van Mr. Watts hadden als kinderen, misschien niet met de werkelijkheid strookt.

‘Het feit dat hij van acteren hiel maakt dat ik me afvraag wat echt was en wat niet’

 

‘Wie zagen wij kinderen daar in het klaslokaal? Een man die werekelijk dacht dat Great expectations de grootste roman van de grootste Engelse schrijver uit de 19de eeuw was of een mand die alleen wat kruimels in handen had en beweerde dat hij nog nooit zo lekker had gegeten? Mogelijk is het een combinatie van dit alles. Dat je als het ware je eigen ik voor een andere verruilt en daarmee afdaalt naar een soort essentie van je persoonlijkheid. We zien alleen wat we zien. Ik heb geen idee wie de man was die June Watts heeft gekend. Ik ken alleen de man die ons kinderen bij de hand nam en ons leerde om de wereld te herontdekken en in te zien dat veranderingen altijd mogelijk zijn, ze deel uit te laten maken van ons bestaan. Je schip kon ieder moment voorbijvaren, en dat schip kon allerlei vormen aannemen. Je meneer Jaggers kon zelfs een boomstam blijken te zijn. Ik had gehoopt wijzer te worden van mijn bezoek aan mevrouw Watts. Waarschijnlijk hoopte ik verhalen te horen. Ik kreeg er het plakboek, dat het mysterie van de rode neus opheldert. Anderzijds wist meneer watts me zoals altijd weer te ontglippen. Hij was wie hij moest zijn, degene die we hem vroegen om te zijn. Misschien dat je inderdaad dat soort mensen hebt; ze voegen zich naar iedere ruimte die we voor ze gecreëerd hebben. We hadden een onderwijzer nodig, meneer Watts werd die onderwijzer. We hadden een goochelaar nodig die andere werelden kon oproepen, en meneer Watts werd die goochelaar . Toen we een redder nodig hadden, nam meneer Watts die rol op zich. Toen de roodhuiden een leven eisten, gaf meneer Watts het zijne.’

 

Ze doet een studie over Mr. Dickens en schrijft dan het boek dat we in handen hebben gehad. Dit heeft ze in zes maand geschreven.

‘Op een ochtend werd ik wakker en wierp de dekens van me af. Ik stond eerder op dan de vrouw beneden. Ik liep naar mijn bureau. Ik voelde de drang om iets te doen wat ik te lang voor me uit had geschoven. Ik naam het bovenste blaadje van De wezen van Dickens van de stapel, draaide het om en schreef: ‘Iedereen noemde hem Pop Eye. Die zin heb ik zes maanden geleden geschreven. Alles wat daarop volgt heb ik in de tussenliggende maanden geschreven. Ik heb geprobeerd de gebeurtenissen te beschrijven zoals ze mij en mama op het eiland zijn overkomen. Ik heb niet geprobeerd de dingen mooier voor te doen dan ze waren.’

 

De periode die aan dit schrijven vooraf ging was een periode van zware depressie waarin ze in haar bed ligt en er niet meer uitkomt. Schrijven als therapie.

‘Om onverklaarbare redenen voelde ik me neerslachtig. Alsof ik achterover in mezelf was gevallen. En ik voelde weer rouw, zoals vlak voor het moment waarop die vloedgolven alles wegspoelden’

 

‘De prille groene lenteblaadjes hadden geen invloed op mijn sombere gemoedstoestand. De zingende conducteur wist me geen glimlach te ontlokken.’

 

‘Het enige wat ik had meegesjouwd was dat gewicht dat diep in mij verankerd zat, in mijn botten en dat me met de snelheid van een onweersbui had overvallen.’

 

‘Met een beetje geluk zie je een speldeprik licht en met bijzonder veel geluk dijt die speldeprik steeds verder uit, tot de grot zich op een dag achterwaarts van je lijkt te verwijderen, en je plotskaps weer daglicht ziet en vrij bent.’

 

Het hoofdpersonage maakt rake beschrijvingen van gevoelens en situaties, heel visueel soms en de kinderlijke manier van kijken is soms humoristisch.

 

P17: ‘.., want hoe kon je nou een land afsluiten? Waar moest je het in verpakken, wat moest je eromheen leggen?’

 

P10: ‘zij zagen wat de papegaaien zagen en wat de honden zagen terwijl ze, zittend op hun schriele kont, naar een voorbijvliegende muskiet hapten’

 

P13: ‘de eerste blanke die mijn grootvader zag was een gestrande zeiler die hem om een kompas vroeg. Mijn grootvader wist niet wat een kompas was, dus wist hij dat hij er ook geen had. …de witte man vroeg om een kaart. Mijn grootvader wist niet wat het gevraagde was, en dus wees hij maar naar de sneeën in de voeten van de man. Mijn grootvader vroeg zich af hoe de haaien zo’n stuk aas hadden kunnen missen. De witte man vroeg waar hij was aangespoeld. Eindelijk kon mijn vader hem helpen. Hij zei dat het een eiland was. De witte man vroeg of het eiland ook een naam had. Mijn grootvader antwoordde met het woord dat ‘eiland’ betekent. Toen de man vroeg waar de dichtstbijzijnde winkel was, barstte mijn grootvader in lachen uit. Hij wees naar een kokosboom en daarna in de richting waar de blanke vandaan was gekomen, namelijk die enorme oceaan barstensvol vis.’

 

P103 ‘Hoe het is om blank te zijn, hoe is het om op dit eiland blank te zijn? Zo’n beetje als hoe de laatste mammoet zich moet hebben gevoeld , denk ik. Eenzaam, van tijd tot tijd’ ‘Mammoet? We hadden geen flauw idee waar hij het over had.’

 

P137 Die dag wisten we niet veel op te diepen. Het was lastig om een gedachte vast te houden. Je hoefde maar een blik door de openstaande deur te werpen of je zag een loophoen passeren, of je staarde voor je uit en peinsde over de witte haren die in meneer Watts’ baard verschenen. Zo’n plotselinge opwelling kon je helemaal in beslag nemen. Over niets ter wereld kon je nog nadenken nadat je de smaak van loophoen weer in je mond had geproefd of zodra je stilstond bij het feit dat meneer Watts zo snel oud werd.’

 

P241 ‘De moeder was zo blij als een varken in de melasse’

 

De lezer krijgt het makkelijk om zich in te leven in een personage of situatie. Het boek heeft een einde dat je als lezer niet onberoerd zal laten. Althans ik raakte er helemaal ondersteboven van. Matilda verliest immers de twee meest belangrijke personen in haar leven en dit zal haar tekenen voor het leven. Ze draagt haar moeder steeds in haar hart mee en ze beschrijft hoe deze soms op een onverwacht moment in haar opkomt:

‘Mama kwam voor in alles wat ik probeerde te vergeten. Soms gaf ik het op. Kon ik de deur van dat kamertje in mijn hoofd waarin ik haar had gestopt niet meer op slot houden.’

 

‘Ik bewoog me door de wereld van moeders en hun kinderen zoals een bezoeker door een dierentuin slentert, gefascineerd en vol afschuw’.

 

‘Of ze zou net zo lang naar die woorden hebben gestaard tot ze van schaamte begonnen om te krullen en in schilfers van de muur zouden zijn gevallen’

 

Ik verwonder me erover dat Matilda zich niet nog meer schuldig voelt over het feit dat ze Pip in het zand geschreven had en dat dat de aanleiding van alle kwaad was. Daardoor vroegen de roodhuiden zich immers af wie Pip was en staken ze de bezittingen van de dorpelingen in brand omdat er geen Pip te vinden was. En daardoor ging Mr. Watts zich onder het bewind van de rebellen voordoen als Pip en verder in het verhaal gebeurt de terechtstelling van Mr. Watts en moeder Dolores door de roodhuiden omwille van het hele Pip-verhaal.

 

Kleine dingen die gevoelens tonen, subtiel aanbrengen van gevoelens

‘Mijn vader droeg een zilveren ketting om zijn nek. Na een eerste omhelzing deed hij hem af en liet hij hem over mijn hoofd glijden. Volgens mij bedacht hij gewoon ter plekke dat hij me iets wilde geven en kwam die ketting daarom goed van pas. Ik draag hem nog elke dat’. Dat laatste zinnetje toont hoeveel ze om haar vader geeft.

‘Op dat moment zag ik dat hij haastig een blik achterom wierp naar het vliegtuig op het verder, lege grijze tarmac. En toen hij merkte dat ik zag wat hij deed, glimlachte hij vanacter zijn vochtige ogen en veranderde van onderwerp.’ Hierdoor weet je dat vader moeder mist.

 

‘Tot op de dag van vandaag kan ik die bekentenis van Pip – het is een heel akelig iets om je voor je thuis te schamen –  niet lezen zonder iets vergelijkbaars over mijn eiland te voelen’

 

‘Grace moet dezelfde hemel hebben gezien, dezelfde traag voorbijtrekkende wolken. Ze moet dezelfde ijselijke greep op haar hart hebben gevoeld die ik hier voel’

 

Dat de schrijver de menselijke geest goed kent merk je aan kleine dingen zoals:

‘Ik was nieuwsgierig maar wilde niet dat zij dat wist’

 

‘Ze hield even stil, ik vermoed om mij ruimte te geven om te vragen wat voor sores, maar dat interesseerde me niet’

 

‘als schuchtere vissen die hun holen in het rif verlaten’

 

‘ik had hem achterna kunnen rennen. Ik had beleefd om een beetje opheldering kunnen vragen. Maar ik heb niets gedaan. Ik wist wat ik wilde horen, en dat was…niets. Ik wilde het niet weten. Ik wilde het liever geloven’.

 

‘Maar ik was zo ver van haar verwijderd dat ze me niet in vertrouwen nam of naar mijn mening vroeg. Zelfs als ik in het donker naast haar lag was de afstand door mijn zwijgen te groot om te overbruggen.’

 

‘schuldgevoelens zijn geniepig. Ze kruipen overal naartoe, zelfs naar degenen die zich nergens schuldig over hoeven te voelen.’

 

Sprookje en gruwelverhaal in één.

Het sprookjesachtig element in het verhaal is het feit dat het voorlezen van een boek zo een impact kan hebben op mensen dat je het niet voor mogelijk zou houden. Lectuur als ontsnapping aan de huidige werkelijkheid en als venster op een andere werkelijkheid. Woorden die je in een andere wereld laten vertoeven en je kennis laten maken met mensen die je anders nooit zou ontmoeten. Je maakt vrienden. Je leert over het leven door binnen te kijken in het leven van anderen en hoe zij het redden in deze wereld, wat hen drijft, wat hen overkomt. En dan zijn er de gruwelijke, de wreedheden die mensen mekaar tijdens een oorlog kunnen aandoen en die aan het einde van het verhaal plaatsvinden en die je als lezer helemaal ondersteboven halen.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *