‘Kongokorset’ van Herlinde Leyssens is een prachtig accident de parcours. Een interview

Herlinde Leyssens (°1968) is zaakvoerster van ‘De Architect’, een bekende feestzaal in Lennik. Lange tijd combineerde ze de feestzaal met haar werk buitenshuis (o.a. in het onderwijs) èn het architectenbureau van haar man. Letterlijk: op een gegeven ogenblik stond het architectenbureau op wieltjes in de feestzaal, dat ze dan tijdens het weekend mooi wegrolden. Ze hebben 3 dochters, die ze tijdens de talloze trouwfeesten in hun zaal in suitekledij staken zodat ze gewoon tussen de feestvierders konden spelen. Een bezige bij, die Herlinde.

Ze is afkomstig van Anderlecht, bracht haar schooljaren (Latijn, wiskunde en wetenschappen in Regina Caeli) door in Dilbeek, verhuisde in 2000 naar Lennik, waar ze nog steeds werkt, en besloot naar Bassilly (in het Nederlands ‘Zullik’) te verhuizen. Van opleiding is zij germanist. En dat is meteen de enige schakel in haar biografie die ik kan linken aan het schrijven van een roman. Zij beantwoordt niet meteen aan het beeld van een schrijver, eerder aan dat van een zelfbewuste zakenvrouw , en slaat een glaasje wijn af tijdens het interview. “Ik weet het, ik ben een atypische schrijver, ik drink alleen water.”

Je bent bekend van ‘De architect’. Plotseling geeft Uitgeverij Vrijdag een historische roman van je uit. Hoe is deze roman ontstaan?

Ik heb het altijd al heerlijk gevonden om met taal te spelen. Toen ik in het vierde middelbaar een fabel moest schrijven, deed ik dat meteen op rijm. Op mijn 20ste studeerde ik af in de germaanse talen, ging meteen samenwonen, kreeg drie dochters en werkte heel hard. Vijf jaar geleden besefte ik dat het tijd voor verandering was. We besloten werk en privéleven te scheiden en kochten een huis in Bassilly.
Ik herinner me het nog goed. Het huis was 100 jaar oud en gaf me een kippenvelmoment. Het voelde alsof ik werd bekeken door alle vrouwen die er hadden gewoond. Diezelfde dag nog begon ik iets over dat huis te schrijven. Ik heb altijd al een boek willen schrijven en ik voelde het meteen: hier gaat het gebeuren. Mijn eerste plan was om een geschiedenis van de twintigste eeuw te schrijven aan de hand van de vrouwen die in dit huis woonden. Een historische roman dus. Al vlug besefte ik dat dat niet zo eenvoudig is. Het begon al bij de openingsscène die ik in gedachten had: een vrouw zit rond 1900 in een zetel aan het raam de lezen. Begin maar: hoe zien haar kleren er uit?, wat kan ze lezen?, welke verlichting werd er gebruikt?
Ik ging te rade bij een plaatselijke heemkundige en vernam dat het huis gebouwd werd door een vice-gouverneur van Congo. “Hier hangt bloed aan de muren”, dacht ik meteen. Bovendien voelde ik weinig sympathie voor de man en de vrouw op de foto’s. En buiten enkele pensioenuittreksels en een naam op de passagierslijst van de Congoboot vond ik geen info.
Ik besloot in het museum van Tervuren informatie in te winnen over andere vrouwen uit die tijd en die dan te gebruiken om gestalte te geven aan de vrouw van het huis. Tom Morren van het AfrikaMuseum bracht me een grote zwarte doos met de nalatenschap van Gabrielle Deman, en wat ik daarin vond, gaf me het tweede kippenvelmoment.

Wie was Gabrielle Deman? Wat vond je in die doos?

Het was een grote zwarte doos vol moleskine dagboeken, fotoalbums, krantenartikels en menu’s van Gabrielle Deman, de eerste blanke vrouw ooit die Kongo-Vrijstaat doorkruiste. Tussen die dagboeken zaten ook nog foto’s die Gabrielle in Kongo genomen had. Tenslotte waren er de zo’n 300 liefdesbrieven van Albert Sillye, commandant van de Force publique, aan Gabrielle… In die 300 brieven kwamen ongeveer 500 namen voor. Onmogelijk om in een roman te gebruiken. Zoals je een saus kan indikken door het heel lang te koken, heb ik er 27 personages van gemaakt: de intelligente goede knecht, de militaire koloniaal die gek wordt, de missionaris, …
Over Gabrielle Deman zelf vond ik weinig. Ze wordt vermeld in de biografie van haar vader, Edmond Deman die een Franstalig Brussels uitgever was en veel belang hechtte aan illustraties. Hij onderhield contacten met kunstenaars en schrijvers als Fernand Khnopff, Théo Van Rysselberghe, Félicien Rops, George Minne, Leon Spilliaert, James Ensor, Emile Verhaeren en Maurice Maeterlinck. Hij stelde zijn eigen bibliotheek ook open voor het publiek. Je kon er tegen een kleine vergoeding boeken ontlenen. In die wereld van het symbolisme groeide de wetenschapster Gabrielle op.
Maar hier rees meteen een volgend probleem. Ik kon de lezer moeilijk wijsmaken dat heel die beaumonde in het huis in Bassilly passeerde. Heel mijn concept, namelijk een familieroman over het huis in Bassilly schrijven, kon niet meer. Gabrielle Deman kwam roet in het eten gooien. Maar wat voor vertelstof gaf ze me niet in ruil! Kongokorset is dus eigenlijk een accident de parcours.


foto links: Gabrielle Deman
foto rechts:Auguste Adam uiterst links, Albert Sillye vooraan rechts

Hoe zagen die dagboeken eruit? Hoe schreef Gabrielle? Was zij poëtisch?

Absoluut niet. Op p. 385 vind je een voorbeeld van haar stijl. Ze was een wetenschapster.

Dagindeling: 6 Aline wil opstaan, 8 snel ontbijt, instructies voor het huishouden, recepties, naaien, schrijven, als ik geluk heb wandelen tussen tussen 9 en 11, soms te paard, soms te voet met alle meisjes, middageten, siësta of vlinders vangen, recepties, dochter bad geven, diner van 6.30 tot ‘s nachts, of anders: slapen rond 8 à 8.30 wegens permanent tekort aan slaap en kaarsen. Elke dag hetzelfde.

Er zitten veel verhaallijnen in je boek. De passage in Engeland, de niet altijd even gemakkelijke liefdesverhouding tussen Gabrielle en haar man, … Er staan ook brieven in die door Gabrielle geschreven zijn… Wat is waar? Wat is fictie?

Er bestaat één brief van Gabrielle die voor haar oom en tante bestemd waren. Verder heb ik het bronnenmateriaal aan elkaar moeten lijmen met mijn fantasie. Ik geef je enkele voorbeelden. Ik weet niet of Gabrielle ooit in Engeland geweest is. Wat ik wel weet is dat ze ergens leerde fotograferen en dieren opzetten. In mijn zoektocht naar een realistische fotograaf (in tegenstelling tot de symbolische fotografen die ze in haar ouderlijk huis ontmoette) en een taxidermist kwam ik de namen Emerson en Walter Potter tegen. Bovendien wilde ik haar al doen nadenken over minder positieve verhalen van de Belgen in Afrika en haar laten kennismaken met Mrs Alice Seeley Harris, een Engelse zendelinge die bekend is om haar documentaire fotografie in de Congo Vrijstaat en die deelnam aan de campagne tegen het wrede bewind van de Belgische koning Leopold II. Zo moest ik haar een poosje in Engeland laten verblijven.
En wat Gabrielle en Albert betreft…. Ik heb me altijd afgevraagd hoe het komt dat zij geen kinderen hebben. Trouwens, alle dagboekpassages die een beetje seksueel of privé getint zijn, heeft Gabrielle geschrapt. Hier begint mijn fantasie te werken.

Je schrijft heel beeldend over Congo. Ben je er zelf geweest?

Bijna iedereen vraagt me dat. Ik ben dus niet in Congo geweest, en ik wil het ook niet. Wat ik weet komt via mijn bronnen. Het Congo uit mijn boek bestaat niet meer. Moest ik nu naar Congo gaan, zou me dat heel veel pijn doen. Ik heb meer dan 500 foto’s gezien, foto’s van een spoorwegstation met 10 verschillende sporen, … Het is ook het moment niet om te gaan.

Heb je sympathie voor je hoofdpersonage?

Ja, zij was voor mij op dat moment in mijn leven het voorbeeld om grenzen te verleggen. Als zij mij via haar teksten toont wat zij durfde: in 1904 trouwen met een halfvreemde man die tien jaar ouder is, naar Congo gaan en niet weten of ze het er levend van af zal brengen, en dat gewoon doet omdat het haar droom is. Dan is het voor mij klein bier om mijn droom waar te maken. Zij heeft mij de moed gegeven om een boek te schrijven.

In het boek geeft zij kritiek op de typische koloniale houding van de blanken. Doet zij dat in haar dagboeken ook?

Hmm. Zij heeft zelf ook wel typische koloniale trekken, met dat verschil dat ze wel respect heeft voor haar personeel. Ik heb haar op dat vlak toch wel wat sympathieker gemaakt. Herinner je je die passage van de afwas in de badkuip? Dat komt letterlijk uit haar dagboek.

(p. 375) Ik moest voortdurend alert blijven. Op een dag betrapte ik Fardala terwijl hij de afwas deed in het lauw geworden water van mijn bad. Ik zag wel in dat dat hem een boel werk uitspaarde: hij hoefde geen water meer te halen bij de bron en hoefde het ook niet te verwarmen op het houtvuur. Nog voor ik hem mijn verontwaardiging kon laten blijken, had hij zijn logica al klaar: ‘Een bord wordt vuil wanneer een zwarte het aanraakt. Daarom moeten wij handschoenen dragen. Maar u als blank mag het bord wel aanraken, want u bent proper. Dus kan ik toch het vuile wassen in het propere?”

Een mooi citaat om mee te eindigen. Maar het verhaal van Gabrielle Deman eindigt niet. Als alles goed gaat, komt er een tweede deel uit in 2020. Meer mag ik niet zeggen. Maar misschien doet deze spraakwaterval dat wel zelf. In december komt zij over Kongokorset vertellen in Bibliotheek De Wolfsput (Dilbeek). Hou de website in de gaten. En vooral, lees het boek. Je valt van de ene verbazing in de andere, het boek leest vlot en het is verslavend. Lees het op een broeierige zomeravond. Lees het meteen.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *