Junot Diaz:Het korte maar wonderbare leven van Oscar Wao (boekbespreking mei 2010)


Biografie // bibliografie:

Diaz werd geboren op 31 december 1968 in de Dominicaanse Republiek. Zijn vader was vorkliftbestuurder – zolang hij werk had- en zijn moeder poetsvrouw. Hij was het derde kind van vijf. Zijn vader emigreerde al vroeg naar New Jersey. Pas op 6 jarige leeftijd ging Diaz zijn vader vergezellen. Zodra hij kon lezen, ging hij vaak naar de bibliotheek (zelfs al was dat 4 mijl lopen!). Hij raakte gefascineerd door apocalyptische films en boeken.

‘Ik had een typische migrantenjeugd. We kwamen aan in New Jersey in de jaren 1970. Ik voelde me er dikwijls dodelijk eenzaam, maar ik had ook goede vrienden en een fijne familie. Het was een leven vol contradicties. Immigreren heeft een grote impact op een mens. Het hardt je en je ondergaat opvoedingsmethodes die niet altijd even geschikt zijn. Het verhaal van Beli en Lola toont dat aan. Beli is getraumatiseerd door wat haar overkomen is op de Dominicaanse Republiek. “

In1992 studeerde hij af aan het Rutgers College (New Jersey). Hij kluste in die tijd heel wat bij…

Ik kan gerust zeggen dat ik de VS vanuit de bottom-up gezien heb. Als individu ben ik misschien een succesverhaal, maar mijn afkomst verlies ik nooit uit het oog”.

In 1995 haalde hij zijn MFB aan de Cornell University in New York. Daar schreef hij ook de meeste verhalen van zijn eerste bundel ‘Drown’.
Ondertussen is Diaz ook actief in de Dominicaanse gemeenschap, doceert hij creatief schrijven aan de Massachusetts Institute of Technology, en is bovendien de fictie-redacteur voor de Boston Review .

11 jaar later, in 2007, verscheen zijn eerste roman ‘The Brief Wondrous Life of Oscar Wao’, dat bekroond werd met de Pulitzer Prize voor fictie.

Het duurde gewoon erg lang om mijn eerste roman te schrijven. Ik heb minstens duizend pagina’s weggegooid. Niet iedereen heeft het in zich om elk jaar iets nieuws af leveren. Ik wil dat elk boek bijzonder is en helemaal anders dan het vorige.”

Diaz woont al 34 jaar in de VS, maar hij keert nog geregeld terug naar Santo Domingo.

Mensen zijn er gelukkig, het toerisme bloeit. Toch is de Dominicaanse Republiek nog steeds het slachtoffer van de wanpraktijken van politieke en sociale elites. Het land lijdt ook onder zijn afhankelijkheidsrelatie met de VS.”

Situering in tijd en ruimte:

De Dominicaanse Republiek vormt samen met het westelijke Haïti het Caribisch eiland Hispaniola. De hoofdstad is Santa Domingo. De Dominicanen noemen hun land zelf Santo Domingo, naar hun hoofdstad.

Zoals veel landen in het Caribisch gebied had de Dominicaanse republiek een onstabiel politiek klimaat. Berucht is nog steeds ‘de bok’ of ‘de culocraat’ (p. 217) Trujillo die in 1930 aan de macht kwam . Trujillo wilde van de Dominicaanse Republiek een blank land maken. Onder zijn schrikbewind werden ongeveer 20.000 Haïtianen (=zwart) vermoord. In zijn strijd tegen het communisme (Cuba…) haalde hij ook heel wat kapitaalkrachtige westerlingen naar zijn land. Het geld kwam vooral zichzelf en zijn entourage ten goede. Corruptie vierde hoogtij. In 1961 werd hij vermoord. Hij werd opgevolgd door zijn stroman Balaguer (zie voetnoot p.96-97)

Personages (belangrijkste):

Hoofdpersoon is de ‘dikke nerd ‘Oscar Wao. Hij weegt op zijn hoogtepunt 153 kilo en praat als een Star Trek-computer (p.177). Hij droomt ervan de Dominikaanse Tolkien te worden, en hunkert voortdurend naar ‘een vrouw’ en naar ‘de daad’. Hij is altijd wel verliefd. Belangrijke verliefdheden zijn de medestudent Jenny (oftewel La Jablesse, oftewel John Singer Sargents Madame X) , Ana Obregon en later het ex-hoertje Ybon.
Zijn zus, Lola, het mooie gothic meisje, heeft al enkele liefjes versleten voordat ze een langere relatie met Yunior begint.
Yunior is de verteller van het grootste deel van het verhaal, ook hij is Dominicaan. Hij is een van de vriendjes van Oscars zus, Lola, maar hij verpest de relatie iedere keer weer door vreemd te gaan. In het derde jaar van Oscar op de universiteit deelt Yunior een kamer met Oscar.
Oscars moeder, Hypatía Belicia Cabral, kortweg Beli, groeide op in de Dominicaanse Republiek, waar ze wordt opgevoed door La Inca, die
een eigen bakkerij heeft. Haar ouders (Abélard Cabral en Socorro) en zijn omgekomen toen ze een jaar oud was, vermoedelijk vermoord. Beli wordt op haar 16de zwanger van ‘de gangster’…Dit kind verliest ze. Uiteindelijk krijgt Beli 2 kinderen: Oscar en Lola, die ze alleen opvoedt.

Enkele discussiepunten:

1. Hoe komt Oscar aan zijn bijnaam Wao? (p. 183)
2. Titel?
3. Wie vertelt dit verhaal? In welke stijl doet hij dat? Heb je de verklarende woordenlijst achteraan veel gebruikt? Werkte het storend?
4. Het belang van de voetnoten…
5. Yunior leest Oscars manuscripten en zegt: “Het was niet mijn ding (Laat vallen die pahser, Arthurus Prime!) maar ik kon wel zien dat hij aanleg had. Hij kon dialogen schrijven, wist zijn personages smoel te geven, hield de vaart in het verhaal.”Yunior laat Oscar op zijn beurt ook zijn eigen fictie zien, een en al overvallen en drugdeals en Fuck you, nando! En PANG!PANG!PANG!, en op verhaaltjes van 8 pagina’s krijgt hij commentaren van vier pagina’s. (p. 176). En Diaz?
6. Lola zegt op p. 209: “Dat was mijn droom, mijn stellige voornemen, al heb ik ondertussen wel geleerd dat je nooit kunt vluchten. Nooit. De enige uitweg is naar binnen. En daar gaan deze verhalen ook over, denk ik.” Wat denk jij?
7. p. 241 “Zafa of Fuku? Zeg het maar;” Later op p. 299 “Fuku. Oscar proefde het woord, probeerde het aarzelend uit, Fuck you.”
Wat is dat nu met die Zafa of Fuku?
8. p.243 “Maar laten we wel wezen, het eiland wemelt van de verhalen over De Meid Die Door Trujillo Werd Begeerd. Als Plankton zijn ze, die verhalen. (Niet dat er plankton op het eiland voorkomt, maar je begrijpt wel wat ik bedoel.) Zo talrijk dat Mario Vargas Llosa zijn muil maar hoefde te openen om ze uit de lucht te zeven. Je hoort ze overal, en hun populariteit is begrijpelijk, want ze verklaren alles. Nam Trujillo jullie je huizen en bezittingen af en stopte hij je ouders of grootouders in de gevangenis? Dan zal hij geil geweest zijn op de dochter des huizes en werd die niet aan hem uitgeleverd….” Verklaar de verwijzing naar Mario Vargas Llosa.
9. In het hoofdstuk Eilandmagie, pp. 273-276, staat één lange zin die 3 bladzijden beslaat. Waarom doet de schrijver dat?
10. Dit verhaal gaat ook over migratie. Wat wordt daarover in het verhaal gezegd?


Recensie: De Standaard, 28 december, Kathy Mathys,

In de ban van de fuku.

Met Het korte maar wonderbare leven van Oscar Wao levert Junot Diaz op de valreep een van de mooiste boeken van 2007 af.

Welkom in de Dominicaanse Twilight Zone. Vrouwen slapen er met een machete onder de lakens. Excentriekelingen ‘verdwijnen’ er voorgoed in de suikerrietvelden. Fantastische wezens, die uit Tolkien lijken weggelopen, duiken op in dromen. Bovenal: iedereen gelooft in de fuku, een hardnekkige vloek die zich overzet van generatie op generatie.

Oscars moeder Beli, een rusteloze ziel die ‘allergisch is voor tranquilidad’ (‘rust’), liet als zestienjarige de Dominicaanse Republiek achter zich. Aan het dictatoriale regime van Trujillo had ze klaplongen en kapotte ribben te danken. In Patterson, New Jersey, werkt ze zich de ziel uit het lijf. Ze voedt er haar kinderen, Lola en Oscar, met harde hand alleen op.

Diaz’ verhaal begint in de nederige slaapkamer van de titelheld. Oscar, een hyperromantische fantasyfreak, is ervan overtuigd dat de fuku zijn leven beheerst. Hij kampt met overgewicht en vult zijn dagen met obsessieve vreetbuien en Stephen King-boeken. Op school behandelen Oscars leeftijdsgenoten hem als ‘een doofstomme eunuch’. Hij incasseert gelaten wrede grappen over zwangerschapsstriemen. Meisjes willen hem hooguit als vriend, nooit als lief. Geen wonder als je vrouwen tracht te imponeren met openingszinnen als: ‘Stel dat wij Orks waren, zouden we dan de innerlijke wens hebben om een elf te worden?’

Lola

We krijgen ook de verhalen van de punkgriet Lola, Oscars coole zus, en van de ouders en grootouders van hun beiden. Gaandeweg blijkt dat de personages, die elkaar voortdurend in de haren zitten, eigenlijk dezelfde dromen najagen. Zowel Lola als Beli willen ontkroesd haar en een leven dat onbelast is door het verleden.

Diaz trekt zijn kleinschalige verhaal over tienergroeipijnen moeiteloos open tot een wijdvertakte vertelling vol politieke details. Met een even grote bevlogenheid schrijft hij over Oscars felle verliefdheden als over de gruwelpraktijken van Trujillo, de eertijdse dictator van de Dominicaanse Republiek. De voetnoten onderaan de tekst staan vol historische weetjes, grappige fait-divers en roddels over Dominicaanse sterren en politici. Toch krijg je nooit de indruk dat Diaz zijn kennis al te zeer wil etaleren.

Enthousiast

Dit is een vol boek dat bruist, knettert en gromt. Ook op stilistisch vlak is het luid en druk. Het hyperkinetische proza brengt je in dezelfde roes als Dave Eggers’ debuut Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit. Net als Diaz’ roman was dat een verhaal waar het enthousiasme en de virtuositeit van de pagina’s spatten. Het wonderbare maar korte leven van Oscar Wao is geschreven in een soort Spanglish, dat je zelfs zonder kennis van het Spaans moeiteloos kan volgen. In de Nederlandse vertaling is het Spaans behouden en het resultaat is nog steeds swingend. Diaz gebruikt ook veel fantasymetaforen en je hoeft geen genrespecialist te zijn om die grappig te vinden. ‘Wat zou er meer scifi kunnen zijn dan de Dominicaanse Republiek?’ vraagt Oscar zich af. Het land lijkt inderdaad een haast magisch oord, waar Trujillo als een Darth Vader op de meest onverwachte momenten kan opduiken. De vrouwen in dit boek zijn harde tantes ‘die het zwart van een kraai schelden’. Toch toont Diaz hen ook als ze zich kwetsbaar en verloren voelen.

Oscar is onvergetelijk. Wisselend fragiel en weerbarstig ontpopt hij zich van een naïeve techneut tot een onweerstaanbare held. Voor een verhaal waarin zoveel geweld en ellende steekt, is dit een erg aanstekelijk en blij boek. Diaz countert de tristesse met humor. Zelfs als de personages tot over hun oren in de stront zitten, voel je nog hun immense levensdrang. Zelfs als hun ziel bijna leeggeplunderd is door de beulen van de dictator blijven ze vechten. In migrantenverhalen stapelen de clichés over ontheemding en heimwee zich soms torenhoog op. Diaz vindt de juiste aanpak en als hij vertrouwde thema’s oprakelt, doet hij dat met een overtuigende gretigheid. Hij schreef een van de beste boeken van het jaar.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *