John Irving: De regels van het ciderhuis (boekbespreking januari 2013)

regels van het ciderhuis 1regels van het ciderhuis 2
A. Biografie
Veel van John Irvings leven vinden wij in zijn boeken terug, maar zijn boeken zijn niet autobiografisch.

*John Winslow Irving (°1942 in New Hampshire) is de zoon van Helen Frances Winslow. Zijn officiële naam was John Wallace Blunt Junior. Zijn biologische vader, een piloot uit WOII, was samen met zijn ploeg neergestort in het door Japan bezette Birma. Hij en zijn ploeg waren 40 dagen vermist. Hij overleefde het, maar keerde achteraf niet meer terug naar vrouw en kind. Helen Frances Winslow hertrouwde toen John 6 was. Zijn stiefvader adopteerde hem en zo kreeg hij zijn nieuwe naam. John Irving heeft nooit de behoefte gevoeld om naar zijn biologische vader te zoeken. Op zijn 39ste kreeg John Irving een pakje met brieven die zijn ouders hadden uitgewisseld en krantenknipsels over zijn vaders heroïsche oorlogavonturen.
*De vader van zijn stiefvader was een hoogleraar verloskunde op Harvard en had drie boeken gepubliceerd: een handboek voor de zwangere vrouw, een tekstboek over de kraamzorg en een geschiedschrijving van het ziekenhuis waar hij werkte. Hij heeft ze als tiener gelezen en ze maakten indruk. Zie ook bijgevoegd artikel ‘John Irving verklaart medische interesse’ van Peter Boerman onderaan.
*John Irving was aanvankelijk een middelmatige student die hard moest werken voor karige punten. Hij leed bovendien aan dyslexie. Hij leefde zich uit in de worstelsport. Dankzij deze passie kreeg hij uiteindelijk een beurs voor de universiteit van Pittsburgh. In 1962 ging Irving Duits studeren aan de universiteit van Harvard en kreeg daar de kans om een jaar in Wenen les te volgen. Na een eerste huwelijk met Helen Holm, hertrouwt hij 1964 met de kunstenares Shyla Leary, met wie hij 2 zonen krijgt: Colin(°1965) en Brandon (°1970). In 1987 trouwde hij voor een derde keer, ditmaal met de Canadese literaire agente Janet Turnbull, die tot op vandaag de redactie van al zijn werk verzorgt. Samen met hun zoon Everet (°1991) wonen ze afwisselend in Vermont en Toronto.

B. Bibliografie (een keuze uit…!)

1. Romans
1968: De Beren los
1978: De wereld volgens Garp
1981: Hotel New Hampshire
1985: De regels van het Ciderhuis
1989: Bidden wij voor Owen Meany
1998: Weduwe voor een jaar
2012: In een mens
2. Korte verhalen
1991: Waarom ik van Dickens hou en andere verhalen
3. Autobiografische non-fictie
1996: Het verzonnen meisje
1999: Mijn leven in de film

De boeken van Irving zijn in 23 landen uitgegeven. Veel van zijn romans zijn verfilmd. Het succes van De wereld volgens Garp was buitengewoon: het boek werd een immens succes. Het was niet alleen het meest verkochte boek van de jaren zeventig in de Verenigde Staten, maar werd een heus cultureel fenomeen. Er werden meer dan 120.000 exemplaren verkocht van de eerste druk en met een reclamecampagne van een schaal die normaal gezien voorbehouden is voor films, werden van de tweede druk ruim drie miljoen exemplaren verkocht. John Irving haalde de cover van Time, er verscheen Garp-merchandise (afgeleide boeken, buttons, T-shirts, gadgets e.d.) en het boek won verschillende prijzen, waaronder de prestigieuze American Book Award. Het boek werd verfilmd metRobin Williams als Garp en alhoewel de critici niet onder de indruk waren van de verfilming, was het een van de grootste kassuccessen van 1982. Sindsdien is Irving een ster. Ieder nieuw boek van hem wordt een echte mediahype. Onlangs was hij te gast in Bozar (Brussel), waar hij over zijn nieuw boek In een mens sprak voor een volgepropte Henry Le Boeufzaal. De 70-jarige man vertelt even goed op podium als in zijn boeken. Je kan het interview bekijken op http://www.youtube.com/watch?v=j36pk19Tvf0

C. Personages

• In St.Clouds, Maine
*Homer Wells
*Dr. Wilbur Larch
*Melony
*Edna, Angela, Carol
• In Heart’s Haven & Heart’s Rock
*Candy Kendall: dochter van weduwnaar Ray Kendall, moeder van Angel Wells, gehuwd met Wally Worthington en minnares van Homer Wells
*Wally Worthington: zoon van Olive (X)en Wallington Senior (Alzheimer)
*Debra
*Mr. Rose
*Rose-Rose: dochter van Mr. Rose

D. Enkele vragen:

1. Dr. Wilbur Larch of Sint Larch schrijft (hoofdstuk 1): “Hier in St. Cloud’s wordt de veilige berslotenheid afgemeten naar het aantal beloften dat gehouden wordt. Ieder kind begrijpt een belofte –als die tenminste gehouden wordt – en ziet daarna uit naar de volgende belofte. Veiligheid voor wezen moet je langzaam maar met regelmaat opbouwen.” Vanwaar de bijnaam Sint Larch? Vanwaar de naam St.Clouds? Beschrijf het leven op St. Clouds? Vind je het een goede ingesteldheid van Larch? Waarom? Welke gevolgen heeft het voor Homer Wells?
2. 2013 is officieel uitgeroepen door het Europese jaar van het voorlezen. Het voorlezen heeft ook in St. Cloud’s een belangrijke rol. Verklaar. Zie ook www.voorlezen.be
3. Vanwege de Raad van Bestuur worden de ex-bewoners van St Cloud’s 5 vragen opgestuurd (hoofdstuk 7) Waarom? Hoe zou jij die vragen beantwoorden?
4. De regels die in het Ciderhuis aan de muur hingen werden niet door alle bewoners juist begrepen, en soms zelfs niet eens gelezen. Er is ook sprake van ‘eigen ‘ regels. Zie hoofdstuk 10: “Vijftien jaar lang wist Homer Wells dat er waarschijnlijk net zoveel ciderhuisregels waren als het aantal mensen dat in de loop der jaren door het ciderhuis getrokken was; En toch hing hij ieder jaar een nieuwe lijst op.” Verklaar.
5. Er is in het boek ook sprake van andere al dan niet neergeschreven regels. Welke? Hoe gaan de personages om met bepaalde regels?
6. In hoofdstuk 7 heeft Larch per brief raad aan Homer. Ik citeer: “Ben je vergeten hoe het leven op het St.Cloud’s is? Ben je zo ver van ons weggedreven dat je een leven met compromissen onaanvaardbaar bent gaan vinden? Jij –een wees, nota bene! Ben je vergeten hoe je van nut moet zijn? Je hoeft niet neer te kijken op compromissen; we krijgen niet altijd de kans om zelf te kiezen hoe we van nut kunnen zijn; je schrijft dat je van haar houdt –nou, laat je dan door haar gebruiken; misschien is dat niet wat je verwacht had, maar als je van haar houdt, moet je haar geven wat ze nodig heeft – en wanneer ze het nodig heeft, dus niet wanneer jij het het juiste ogenblik vindt. En wat kan zij je schenken van zichzelf? Alleen datgene wat ze over heeft – en als dat minder is dan jij verwacht had, wiens schuld is dat dan? Weiger je haar te aanvaarden omdat ze zich niet meer voor de volle honderd procent kan geven? Een deel van haar is achtergebleven boven Burma –ga jij nu de rest afwijzen? Speel je soms alles of niets? En noem je dat van nut zijn?” Wanneer schrijft Larch deze brief? Wat vind je van dit advies?
7. Abortus is een belangrijk item in dit boek. In hoofdstuk 10 (einde) zet Dr. Larch zijn mening duidelijk uiteen in een brief aan Homer: “Jonge mensen vinden het bewonderenswaardig als er risico’s worden genomen. Dat vinden ze heldhaftig. Als abortus wettelijk was toegestaan, kon je weigeren –ja, gezien je opvattingen had je dan moeten weigeren; maar zolang het tegen de wet is, is er toch geen mogelijkheid om te weigeren? Hoe kun je jezelf een keuze gunnen op een terrein waar zoveel vrouwen geen keuze hebben? De vrouwen kunnen helemaal niet kiezen. Ik weet dat jij dat ook niet in orde vindt, maar hoe kun jij –jij, nota bene, jij die weet wat je weet –HOE KUN JIJ IN ALLE VRIJHEID ERVOOR KIEZEN OM GEEN HULP TE VERLENEN AAN MENSEN DIE NIET VRIJ ZIJN OM ANDERE HULP TE KRIJGEN? Je moet ze helpen omdat je weet hoe je dat kunt doen; Bedenk eens wie ze zal helpen als jij weigert!” Bespreek.
8. Larch kreeg seksuele ervaring via een hoer en haar dochter, en zijn begin als ‘abortusdokter’ begon door diezelfde vrouwen. Het waren geen al te smakelijke ervaringen en hij heeft zich de rest van zijn leven seksueel onthouden. Homers introductie tot seks was ook niet om naar huis te schrijven: seks met Melony en een afbeelding van bestialiteit. Toch zou hij zich later absoluut niet van seks onthouden. Vanwaar deze verschillende ontwikkeling.
9. De vader-zoon relatie verdient ook besproken te worden. Larch versus Homer, Homer versus Angel. Beschrijf.
10. Na een jarenlange zoektocht vindt Melony eindelijk Homer. Hoe verloopt de ontmoeting? Had je deze ontwikkeling verwacht? Waarom betekent deze ontmoeting een keerpunt?

E. Artikel uit Vrije Universiteit Medisch Centrum Amsterdam, www.vumc.nl, geschreven door Peter Boerman
‘John Irving verklaart medische interesse”

Toen John Irving een jaar of veertien was, vertelde hij z’n ouders voor het eerst dat hij later schrijver wilde worden. Zijn moeder moet hem daarop meewarig hebben aangekeken en gezegd hebben: ‘Ga eens met je opa praten. Die is ook schrijver.’ Grootvader Frederick Irving had inderdaad een aantal boeken op zijn naam staan, maar dat bleek niet het soort boeken dat de jonge Irving in gedachten had. Het werk van opa, een hoogleraar verloskunde op Harvard, telde drie titels: een handboek voor de zwangere vrouw, een tekstboek over de kraamzorg en een geschiedschrijving van het ziekenhuis waar hij werkte.
Hoewel John Irvings besluit romanschrijver te worden al vaststond, begon hij opa’s boeken toch te lezen. In diezelfde tijd maakte hij voor het eerst kennis met Charles Dickens. En, zo gaf hij toe op de lezing die hij vrijdag 11 oktober op de VU gaf ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan van het VU-ziekenhuis: ‘De klinische details van de eerste dagen van de verloskunde en gynaecologisch onderzoek bleken achteraf eigenlijk meer eye-opening dan alles wat ik bij Dickens ontdekte.’
Irving, nu 54, was door de VU gevraagd een lezing te verzorgen om uit de doeken te doen waar zijn belangstelling voor de medische wetenschap vandaan kwam en waar hij de informatie vandaan had voor zijn twee boeken die voornamelijk over dokters handelen: De regels van het Ciderhuis, over een gynaecoloog, en Een zoon van het circus, over een Indiase orthopedisch chirurg. ‘Ik heb die vraag vaker gehad’, vertelt John Irving, die na het succes van zijn vierde boek, De wereld volgens Garp, ruim van zijn boeken kan leven. ‘Ik had voordien alleen nooit de tijd genomen om er een stuk over te schrijven. Daarom was ik wel blij met deze uitnodiging.’
Het is geen wonder dat een groot deel van zijn lezing een ode aan zijn grootvader betrof, die in het ziekenhuis werkte waar in 1894 de eerste keizersnede werd gedaan – een procedure die destijds 65 minuten in beslag nam, tegen ruim een half uur tegenwoordig. Wèl een wonder was dat Irving zijn andere zes boeken ongenoemd liet. Het was toch geen toeval dat Garps moeder, de oorspronkelijke hoofdpersoon van het boek, een zuster was? En drijft De Watermethode-man niet op het hilarische gegeven van de man die een afwijking aan zijn urinekanaal probeert op te lossen zonder dat er een dokter aan te pas komt, maar daar uiteindelijk niet aan ontkomt? ‘Het zijn inderdaad romans waar de medische wereld om de hoek komt kijken’, bevestigt Irving daags na zijn lezing in het statige hotel The Grand. ‘Ik schrijf nu eenmaal graag over dokters en geneeskunde. Dokters zijn altijd bezig met iemands crisis. Alleen is bij Garp en De Watermethode-man het perspectief anders. Ze vereisten veel minder technisch-medisch onderzoek. Het is een stuk makkelijker om over medische dingen te schrijven als je het niet doet vanuit het oogpunt van de dokter, maar vanuit dat van de patiënt. Die hoeft er namelijk niet meer vanaf te weten dan jij en ik. Net zo als het ook makkelijker is om patiënt te zijn dan om dokter te zijn. Voor De regels van het Ciderhuis en Een zoon van het circus kon ik me dat gemak niet veroorloven. Daarvoor waren ze te complex. Ik werkte aan die boeken met twee of drie dokters die alle delen van het manuscript nalazen op technische vergissingen.’ Een prettige manier van werken, aldus de bestseller-auteur, omdat hij op deze manier deuren kan openen die anders voor hem gesloten zouden blijven.
Een schrijver die zich niet openstelt om wat te leren, heeft weinig te melden, denkt Irving. Maar het heeft ook een keerzijde. ‘Je verliest veel privacy. En één van de leukste dingen aan het schrijversvak is nu juist dat het zo privé is. Het is jóuw boek. Als je samenwerkt met specialisten, verlies je dat een beetje uit het oog.’
Politiek
Irvings samenwerking met dokters heeft zijn werk voor het eerst ook een duidelijke politieke lading meegegeven. In zijn eerdere werk vermeed de overtuigde Democraat politieke stellingname. ‘Ik was daar nooit zo mee bezig. De enige politieke crisis van mijn generatie is de Vietnamoorlog geweest. Veel mensen van mijn leeftijd die tot dan weinig politiek bewustzijn kenden, kregen die toen vanzelf, doordat ze het gevaar liepen erheen te moeten. Doordat ik al heel jong getrouwd was en als student al vader was, wist ik ook al snel zeker niet dat ik niet opgeroepen zou worden. Daardoor kon ik het standpunt van een outsider innemen. Ik had niet eens het gevoel tot die generatie te behoren. Als ik nu terugkijk, denk ik dat ik het veel beter kan beoordelen juist omdat ik er geen deel van uitmaakte. Ik heb sinds die tijd het gevoel een scherpe politieke blik te hebben – juíst omdat m’n blik niet door mijn eigen belangen wordt vertroebeld.’
Irving mag zich nu tot de meest geëngageerde schrijvers van Amerika rekenen. Vooral in de abortusbeweging, in de Verenigde Staten nog altijd een hot issue, is hij actief. In De regels van het Ciderhuis laat hij over zijn standpunt weinig twijfel bestaan: ‘Er is een groot verschil tussen wens en behoefte’, vertelt Irving in zijn lezing over dit punt. ‘Geen enkele dokter staat te trappelen om een abortus uitvoeren; geen enkele vrouw wil een abortus. En toch is er een niet te ontkennen behoefte aan de procedure. Daar gaat dat boek over. Christelijk rechts wil nog steeds niet aan abortus. Dat is erger dan alleen een inbreuk op de privacy: het is een death wish voor de planeet. Laat het gezond verstand toch regeren. Als je abortus niet goedkeurt, doe het dan jezelf niet aan, maar laat dokters hun vak uitoefenen. Vrijheid van religie zou twee kanten op moet werken: we zouden de godsdienst moeten kunnen aanhangen die we willen, maar we zouden ons ook moeten kunnen vrijwaren van de godsdienst die ons wordt opgedrongen.’
Na De regels van het Ciderhuis zwoer Irving nooit meer over dokters te schrijven. Onderzoek doen, prima, maar voor hem geen dokters meer die over zijn schouder zouden meekijken. En zo ontstond Bidden wij voor Owen Meany, Irvings afrekening met de Vietnamcrisis. ‘Geen dokters, wat een opluchting’, zegt hij nu met een vleugje ironie. Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan en in zijn volgende werk speelde toch weer een dokter de hoofdrol in de persoon van dr. Darawoella, een Indiase orthopedisch chirurg, gespecialiseerd in kreupele kinderen en met onderzoek naar dwergen als hobby. Een zoon van het circus, zoals het boek zou gaan heten, werd uiteindelijk zijn opus magnus. Hij besteedde er in totaal vijf jaar aan. ‘Toen ik begon aan het boek had nog niemand de genetische achtergrond in kaart gebracht van achondroplasie. Achondroplasie is de meest voorkomende vorm van kortbenige dwergen, die de meerderheid van de circusdwergen vormen. Tegen de tijd dat ik klaar was, kwam net iemand per toeval achter de details van de erfelijkheid. Had ik dat gewild, dan had ik die ontdekking ook nog wel in het boek kunnen verwerken. Maar ik meende toch dat het beter zou zijn als dr. Darawoella gewoon zijn onderzoekswerk zou opgeven omdat hij zijn amateurisme erkent, dan als hij zou moeten stoppen omdat iemand hem te slim af is geweest.’
Een zoon van het circus is, de medische diepgang ten spijt, voor Irving in de eerste plaats toch een politieke roman: ‘Het boek handelt over vreemdelingen en immigratie. Ik denk dat die kwestie tot ver in de volgende eeuw bij ons zal blijven en dat we ons er niet gemakkelijk vanaf kunnen maken. Er zullen nog veel en veel meer dr. Daroewalla’s komen.’
Gezond sporten
In een recent verschenen en voor Irvings doen opmerkelijk dunne autobiografie, Het verzonnen meisje, staat te lezen dat Irving vanwege z’n sport – hij was ruim dertig jaar actief in het worstelen – vaak met dokters te maken kreeg. Hij had blessures aan zijn knieën, ellebogen en schouder. Irvings zoon Brendan, die van zijn vader het worstelen kreeg aangeleerd, trof het nog slechter: een knieoperatie in ’87, nieuwe knieblessures in ’88, een ontwrichte schouder in ’89, een gescheurde schouderpees, een afgebroken tand, twee gebroken vingers en de ziekte van Pfeiffer. Heeft dat Irvings interesse in de medische professie gevoed? ‘Niet echt. Hier in Europa kijken ze er nogal van op als een schrijver aan sport doet, en zeker als het een contactsport is. Maar in Amerika is dat heel normaal. Ik heb verhoudingsgewijs ook erg weinig blessures gehad. Ik heb twintig jaar actief en dertien jaar als coach geworsteld. En dan toch maar drie blessures, dat is bijna niets. Als je mensen die niet aan sport doen, vertelt dat je geopereerd bent aan je knie, je elleboog en je schouder, kijken ze je aan of je een wrak bent, of je een ernstig auto-ongeluk hebt gehad. Maar zo vreemd is het niet. Je kunt nu eenmaal niets fysieks doen zonder risico op blessures.’

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *