Jeroen Olyslaegers: Winst (januari 2013)

winstwinst 2Mijn groot geluk is dat ik geen boeken MOET lezen. Ik moet ze niet lezen voor school (daar ben ik iets te oud voor) en ik moet ze niet lezen voor mijn werk. M.a.w. ik moet ze niet lezen, maar ik mag! Ik kies zelf mijn boeken uit en ik bepaal zelf wat ik uitlees. Als een boek me echt niet kan boeien, leg ik hem terzijde. Genot voor alles.

En daar zat ik plotseling met het boek Winst van Jeroen Olyslaegers op mijn schoot. Het boek sluit aan bij een vorig boek van hem Wij, maar kan perfect afzonderlijk gelezen worden. Ik heb het boek al zo’n maand uit. Ik vond het toen geen goed boek. Ik vond de verhaallijn warrig en de inhoud nogal bij het haar getrokken. En toch heb ik het uitgelezen.
Waarover gaat het? Het verhaal speelt zich af in de nabije toekomst. De euro is gecrasht. De crisis woedt voluit. De ik-figuur Donald is een kunsthandelaar die op weg is om alles te verliezen wat hij liefheeft: zijn vrouw, zijn zoon, zijn vrienden, zijn werk. Tot hij op verzoek van een diamantair een grote tentoonstelling in Berlijn mag organiseren. Donald krijgt opnieuw een beetje hoop en aanvaardt de opdracht. Hij droomt ervan een ark te bouwen. “Een ark zag ik, niet met dieren gevuld, maar met kunst. Dobberend op het grootste springtij aller tijden en dus klaar voor een nieuwe start. Hij die de begeerte van velen aanschouwelijk maakt, heerst. Dat rauwe gevoel van naderend onheil na een eeuwigheid van verwoestende beschaving heeft ons immers teruggevoerd naar het beginpunt… “(p.29)
Waarom las ik steeds maar verder? Omdat ik tijdens het lezen vaak aangenaam verrast werd door heel mooie stukken proza. Mooi, ontroerend en grappig vond ik bij voorbeeld het personage van de ex-demente oma, die zichzelf vergelijkt met een bijenkoningin, in haar beschouwingen over de moderne tijd:”Het is duidelijk wat al die privacy, al die kleine kernen in plaats van één zoemend geheel hebben opgeleverd. Eenzaamheid, het toestaan van waanzin en een compleet verloren gegaan besef van wat mensen binden kan.” (p.254) Bovendien had ze heel haar leven een geheim met zich meegedragen dat zij,‘de bijenkoningin had afgedaan alsof ze het was vergeten. Ze had het geheim uiteindelijk aan haar dochter opgedrongen. Ze joeg de bijen weg. Dat had ze niet moeten doen. Niet lang daarna begon het. Haar rekening werd alsnog opgemaakt. Ze verloor woorden. Ze zwermden uit, zoals gewoonlijk, maar elke dag waren er een paar die niet meer terugkeerden. Het zoemen in haar huis viel stil…(p.256) Ik las ook verder omdat ik nieuwsgierig was naar het al dan niet slagen van die Ark. Ik heb altijd van dat beeld gehouden. Zeker zo rond het begin van het nieuwe jaar: het gevoel van alles achterlaten en opnieuw beginnen.
Ook nu, één maand na de roman gelezen te hebben, denk ik nog vaak aan de oma en de ark. En niet alleen aan haar. Als ik naar het jounaal kijk, denk ik aan de nabije toekomst zoals Olyslaegers die beschrijft. Als ik over facebook lees, denk ik aan het Netwerk zoals Olyslaegers die beschrijft: “Satirisch hoogtepunt? Een foto van een broodje kip dat ik op het punt stond te eten. Binnen een uur vonden 875 mensen dit ‘leuk’. De commentaren die ik kreeg, varieerden van ‘Smakelijk!’ tot een werkelijk duizelingwekkende numerologische uitweiding over de prijs van het broodje: 3 euromark en 15 cent.” (p.72) Als ik bepaalde kunstverzamelaars hoor spreken, denk ik aan Pluim, de diamantair/kunstverzamelaar. Als ik aan het grote aantal zelfmoorden denk, denk ik weer aan het boek: “Geld was toen al alle waarde aan het verliezen, en wij dus ook. Misschien is dat de reden waarom de behoefte aan troost op het Netwerk bijna onuitputtelijk is.” (p.71) Het is inderdaad een zwartgallig verhaal, niet voor niets is de kaft van het boek gitzwart.
Toch heeft het verhaal ook een hoopvol kantje. Hoop tegen beter weten in, maar toch hoop. Ik verlang nu al naar de massa Indignado’s die binnenkort, als het lente wordt, weer naar buiten zullen komen en gezamenlijk hun soort Ark van Noah bouwen. Alleen zijn de Indignado’s waar ik aan denk de Positief Autonomen of de Poznomen in het verhaal van Oylslaegers: “Een paar websites tonen foto’s van pleinbezettingen en ecologische volkstuinen vol hippies en anarchisten. Ruilhandel wordt hoog in het vaandel gedragen … Maar de rebellen hebben geen eigen site. Er wordt alleen maar over hen gesproken, geen van hen komt zelf aan het woord. Ik zoek verder en stuit op een analyse waarin op een bijna afgunstige toon duidelijk wordt gemaakt dat de zogenaamde Poznomen zich collectief hebben uitgelogd. Geen Netwerk. Niets. “ (p.63)
Een boek om stil bij te staan. Dus toch een goed boek.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *