Ian McEwan: Suikertand (december 2012)

Serena Frome is de dochter van een anglicaanse bisschop. Ze heeft op haar moeders aanraden wiskunde gestudeerd aan Harvard, maar had liever een diploma in de letteren behaald. Ze woonde als twintiger op een kleine kamer in Londen, had een heftige relatie met een veel oudere man achter de rug en voelde zich eenzaam. “Lezen was mijn manier om niet aan wiskunde te denken. Of liever (al is liever misschien niet het juiste woord): het was mijn manier om niet te denken,” (pp12-13) herinnert ze zich. Serena Frome is inderdaad de vertelster van dit verhaal, ze vertelt wat haar zo’n 40 jaar geleden overkomen is.

Het is 1972, op de achtergrond is er de Koude Oorlog en de crisis, zijn er de aanslagen van de IRA en massaal stakingen. Serena kreeg een job aangeboden bij de Britse Inlichtingendienst. Haar eenzaamheid werd er alleen maar groter door. “Ik bleef lezen, drie à vier boeken per week. … Ik ging op mijn gebruikelijke hongerige manier te werk en er was ook een element van verveling, dat ik tevergeefs op afstand probeerde te houden. Wie mij gadesloeg, dacht misschien wel dat ik een naslagwerk raadpleegde, zo snel sloeg ik de bladzijden om. En vermoedelijk was ik op mijn hersenloze manier op zoek naar iets, een versie van mezelf, een heldin bij wie ik in de huid kon kruipen zoals ik een paar oude lievelingsschoenen aan zou kunnen schieten. Of een blouse van wilde zijde. Want ik wilde de beste versie die er van mij was, niet het meisje dat ’s avonds in haar uitdragerijstoel boven een pocket met een gebroken rug gebogen zat, maar een snelle jonge vrouw die het passagiersportier van een sportauto opentrok, zich naar haar geliefde boog om zijn kus te ontvangen, in volle vaart naar een verborgen plekje ergens buiten reed. …”( pp.86-87)
Maar, “en in zekere zin begon hier het verhaal”, op p.112 werd Serena plotseling gevraagd om mee te werken aan ‘Operatie Suikertand’. Het doel was beginnende Engelse schrijvers, die kritisch stonden tegenover één van de grootste bedreigingen van die tijd, nl. het communisme, financieel te steunen. Serena moest de schrijver Thomas Haley binnenhalen, hem de kansen geven zich volledig aan het schrijven te wijden, zonder dat hij te weten kwam wie hem echt betaalde.
Het had een stationromannetje kunnen worden: spionne wordt verliefd op haar doelwit… (En dat doelwit maakte tot overmaat van ramp kans om met een anti-kapitalistische novelle een literaire prijs in de wacht te slepen!) Maar we hebben hier wel met Ian McEwan, een schrijver van formaat, te maken, die ons tot en met de laatste bladzijde (p.398) meesleurt in een wervelend, spannend, wijs en o zo mooi verhaal.
Zoals ik al zei, speelt het verhaal zich af in het Londen van de jaren ’70 van de vorige eeuw, maar het zou zich evengoed hier en nu kunnen afspelen. Wij hebben ook onze economische en politieke crisis, wij worden ook geconfronteerd met de verschillende belangen van onze politieke en culturele elite (zojuist nog geëscaleerd in de affaire Tom lanoye-Bart De Wever), en er zouden bij ons nog steeds spionnen actief zijn (zie boek “Vrij spel” van onderzoeksjournalist Kristof Clerix, uitgeverij Manteau).
En dan zijn er nog de tijdloze thema’s van de literatuur en van de liefde, en hoe tegenovergestelde persoonlijkheden elkaar kunnen aantrekken. Heel mooi in het boek vind ik de passage waarin Serena haar geliefde schrijver Thomas de speltheorie uitlegde, en hoe hij er niets van begreep. Heel mooi is ook hoe Thomas haar literatuur op een andere manier dan enkel op het inhoudelijke wilde leren beoordelen… “Ik zei dat ik niet van kunstjes hield, dat ik graag het leven zoals ik het kende op de pagina herschapen zag. Hij zei dat het niet mogelijk was om zonder kunstjes het leven op de pagina te herscheppen.” (p.233)
Zelf begrijp ik ook niets van die speltheorie. Maar ik begrijp wel dat dit een boek is dat zowel de liefhebbers van een goed verhaal met een fantastisch plot, als de fijnproevers van mooie zinnen en interessante gedachten, zal plezieren.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *