Hoe mijn leesgroep me vroeg om Blindgangers van Joke J. Hermsen te herlezen en hoe ik er meteen haar Kairos bij nam…

Zo’n twee weken geleden kwamen we samen om Blindgangers van Joke J. Hermsen te bespreken. De leesgroep van Dilbeek telt zo’n 13 oudere vrouwen en 1 jongere man (Mijn eigen leeftijd neem ik hierbij als maatstaf). Die 13 vrouwen zijn nuchtere vrouwen met al heel wat levens- en leeservaring. Die ene jongeman omarmen ze met liefde. Het is niet zo evident, een man in ons midden. De zeldzame mannen die zich in onze leesclub waagden, voerden ofwel het hoge woord en werden min of meer buitengekeken, of kropen onder tafel, overweldigd door die burcht van vrouwen. Bij onze jongeman zie je niets van dat alles. Hij studeerde moraalfilosofie, is een grote fan van Hannah Arendt, kent de essays van Joke J. Hermsen en herkende heel veel van zijn eigen filosofiegroepje in de roman Blindgangers. En net als Joke J. Hermsen dringt hij zijn filosofische gedachten niet op, maar brengt ze op een aangename manier aan.

We hadden vroeger al andere filosofie-gelinkte romans gelezen. Ik herinner me een jongere vrouw die vol enthousiasme Proeven van liefde van Alain de Botton aangeraden had. De groep vond het echter “een verschrikkelijk boek van een ongelooflijke blaaskaak” (sic). Die jongere vrouw hebben we nadien niet meer gezien. Ook de romans van Connie Palmen kregen het hard te verduren. Wat zou Blindgangers dan geven? Zelf was ik alvast niet erg onder de indruk. Ik vond het een perfect opgebouwd boek, met goed uitgetekende karakters, met een behoorlijke taal en een grote wijsheid. Een volgens het boekje goed geschreven boek, en ook niet meer dan dat. Misschien ben ik te veeleisend geworden. Ik verwacht van een boek dat hij me betovert, me doet verdwijnen. Een andere eigenschap die ik van een auteur waardeer is humor en zelfrelativering. “Iets dat ambetant is amusant maken”, zoals ze hier zeggen. Blindgangers bood me geen van beide.

Maar de 13 oudere vrouwen en die ene jongere man vonden het een fantastisch boek. Enkelen hadden het boek zelfs twee keer gelezen en waren na die tweede lectuur nog enthousiaster! Het ene na het ander fragment werd voorgelezen: over Iris en haar dingallergie (Blindgangers, p.61), de liefde van Reindert voor Ella (Blindgangers, p.197), … Het lukte hen niet me te overtuigen. Ik vond het allemaal heel mooi en verstandig, maar het ontroerde me niet. Wat me wel ontroerde, was hun groot enthousiasme en hun doorzettingsvermogen om mij te overtuigen. Het deed me denken aan die keer dat ik hemel en aarde bewoog om de lezers de schoonheid van De verwondering van Hugo Claus te doen inzien. Tevergeefs. Maar zoals mijn enthousiasme hen toen ontroerde, ontroerde hun enthousiasme me nu. In die mate dat ik hen beloofde Blindgangers te herlezen.

Maar eerst verdiepte ik me in haar nieuwe essaybundel Kairos. Een nieuwe bevlogenheid. Prachtig! Fantastisch ook hoe een filosofe, die voor mij iets te redelijk denkt om literair te kunnen zijn, de liefde voor en het belang van literatuur weet op te roepen!

In het deel dat Hermsen aan Hannah Arendt wijdt, onder de titel Sta me toe een verhaal te vertellen, citeert zij haar: “Zonder verhalen krijgen we wel ‘de erfenis van het verleden’ voorgeschoteld, maar niet ‘het testament’, dat wil zeggen niet de verhalen die ons leren hoe met deze erfenis om te gaan.” Vandaar dat Hermsen bij het vertellen over Hannah Arendts leven “een filosofische dialoog in verhaalvorm heeft geschreven, een genre dat van Plato tot aan 18de eeuwse filosofen als Denis Diderot en Belle van Zuylen veelvuldig werd beoefend, maar tegenwoordig helaas zelden meer voorkomt. Een vorm van narratieve filosofie dus. …” (Karos p.103-104). Dat is waarschijnlijk de reden waarom Hermsen de roman, met veel dialogen in, gebruikt om haar ideeën naar buiten te brengen. En bij het lezen van haar essays en het herlezen van haar boek Blindgangers werd me duidelijk hoe goed zij daar in slaagt.

In de filosofische dialoog tussen Hannah Arendt en haar man zegt Hannah (Kairos, p. 114)
dat alle pijn te dragen is als deze in een verhaal gegoten wordt. Zelf heeft ze lang geaarzeld of ze de kant van de literatuur of de filosofie zou op gaan. Het is de filosofie geworden, maar de poëzie zal ze nooit verloochenen. Dat heeft haar ook in Rilkes gedichten zo getroffen. Hoe hij woorden weet te geven aan haar diepste zielenroerselen. Poëzie is de hoop en de troost van de mens. Iedereen moet de wonderbaarlijke wereld van de kindertijd verlaten, waarin we ons nog verbonden voelden met alles wat ons omringde. Iedereen moet ‘ik’ gaan zeggen en zich van anderen onderscheiden en daarmee de eenzaamheid aanvaarden, maar in de liefde, de poëzie en de kunst kan de afstand tot de ander weer overbrugd worden. “Dan pas komt samen wat wij/in ons bestaan gescheiden houden.” Als zij diep geconcentreerd aan het werk is, voelt ze zich nooit eenzaam. Ze moet er wel alleen voor zijn, maar dat is iets heel anders. Voor haar zijn denken, dichten en liefhebben allemaal verschillende wegen om tot de overstijging van het ‘ik’ te komen en het noodlot van het altijd ‘tegenover staan’ even op te heffen, …”
Hermsen is een groot bewonderaar van Hannah Arendt en ik vermoed dat ook zij soms geaarzeld heeft of ze de kant van de literatuur of de filosofie zou op gaan. Maar zij is zo overtuigd, en geef haar maar eens ongelijk, van de kracht van verhalen, dat zij uiteindelijk naast haar essays altijd romans zal schrijven. Denk ik.

Toen ik daarna Blindgangers herlas, kwam veel van wat ik in Kairos gelezen had terug. De hoofdpersonages, die vroeger een filosofische club NON DESPERANDUM hadden en nu een reünie houden, zitten in een keerpunt, willen een nieuwe kans en vechten (of vechten niet meer) tegen de wanhoop. Ze zitten vast in een wereld die volgens de kloktijd ‘doldraait’. In Kairos. Een nieuwe bevlogenheid (de god van het geschikte ogenblik, het bevlogen moment, een bredere en inspirerende tijdservaring) pleit Hermsen voor die Kairos-tijd, het tegenovergestelde van onze Chronos-tijd of kloktijd. De blindgangers (mooie titel trouwens) beschrijven die verschillende tijden haast letterlijk:

“Bas had zich nooit eenzaam gevoeld tijdens zijn wandelingen door de duinen, omdat hij al lopend en peinzend leek te worden opgetild in een groter geheel”. (Blindgangers, p.23)

Van op tijd komen kon geen sprake meer zijn. Ook al omdat de tijd zich in alle mogelijke bochten leek te wringen en haar zomaar van vroeger naar later deed schieten, nu ze dit echt niet kon gebruiken. Ze had haast, er wachtten haar dingende zaken. Maar de tijd trok zich van haar zorgen niets aan en zoog haar voor de grap een dikke sluiter in, waar alle uren hoog opeengestapeld lagen, om haar het volgende moment weer uit te blazen en tergend lang vast te houden in de immense uitgestrektheid van één enkele seconde.” (Blindgangers, p.37)

“Iris vond het jammer dat er een einde kwam aan dit languit uitgestrekt liggen in zichzelf, dat, hoe verwarrend ook, haar meer levensruimte bood dan haar quasikwiek opgestane zelf” (Blindgangers, p.40) en even later droomt Iris hardop dat ze ziek is, dat ze niet naar dat reünieweekend moet, dat ze in een Zwitserse kliniek kon uitrusten, als op een toverberg… Die toverberg is natuurlijk duidelijk gelinkt naar het gelijknamige boek van Thomas Mann dat in de essaybundel Kairos een heel hoofdstuk krijgt, onder de overduidelijke titel De roman als kuuroord. Over de heilzame werking van De Toverberg van Thomas Mann.

De titel van de nieuwe dichtbundel van Det is Kairomania. Det verklaart de titel: “Ach, dat is eigenlijk een grapje, ik heb gewoon twee woorden samengenomen. Voor mij betekent het de lust om in een andere tijd te raken. Kairos was de Griekse god van het geschikte moment en daarmee de tegenhanger van Chronos, de lineaire tijd. Voor Aristoteles was Kairos ook de tijd van de melancholieke mens, die zijn leven niet plant of hard aan de toekomst werkt, maar de juiste gelegenheid afwacht om iets tot stand te brengen. Nou ja, dat sprak me wel aan.”
(Blindgangers, p. 253)

Ik heb het boek de tweede keer inderdaad liever gelezen, omdat ik inzag hoe Hermsen haar filosofische ideeën op een toegankelijke manier verweeft in een verhaal. Wat ik las, vond ik wel meer een toepassing van haar ideeën dan literatuur. Maar goed, wat Joke Hermsen wil bereiken, bereikt ze met bravoure. Ze zet de filosofische leek op een niet hoogdravende manier aan het denken. En aan het lezen. Nog meer lezen. Door Blindgangers ben ik bij Kairos beland. Ik heb De Toverberg van Thomas Mann uit de bibliotheek meegenomen. En ik heb Hannah Arendts De menselijke conditie (Uitgeverij Boon, €45,90) voor mijn verjaardag gevraagd.
En bovenal. Na het lezen van Kairos ben ik dubbel zo blij/enthousiast dat ik een lezer ben en via mijn leesgroepen en werk in de bib het lezen aanmoedig. Bedankt leesgroep, bedankt Joke J. Hermsen!

Tot slot: Joke Hermsen vertelt in Blindgangers ook iets over enkele werken van de Nederlandse kunstenaar Van de Wint. Ik heb ze opgezocht. En ik vind ze mooi. Hieronder: 1. De tong van Lucifer en 2. Velden van Nevel. Zo zie je maar dat lezen nooit eindigt.

.

.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.