Herta Müller: Barrevoetse februari (leesverslag Ann)

barrevoetse februariToen Herta Müller in 2009 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg, was de eerste reactie bij velen: “Herta wie?” Velen hadden nog nooit van dat Duitse boerenmeisje uit Roemenië gehoord. Nochtans was zij al geruime tijd een ‘geheimtip’ bij menig literatuurliefhebber.

Verschillende romans, waaronder Hartedier en Ademschommel, (Let op de neologismen!) kenden na haar prijs een bescheiden succes. Zojuist is haar bundel Barrevoetse februari opnieuw uitgebracht. En daar ben ik blij om. Haar beknopte, gesloten geen-woord-te-veel stijl leent zich uitstekend voor verhalen. Bovendien bieden haar verdichte verhalen een prima introductie tot haar terecht bekroonde oeuvre.

Herta Müller (°1953) behoorde tot de Duitse minderheid in Roemenië. Aanvankelijk koos Rusland in de Tweede Wereldoorlog de kant van Duitsland en gingen veel van haar dorpsgenoten voor Hitler vechten. Tot Hitler zelf Rusland binnenviel. Na de oorlog werd die Duitse minderheid voor hun oorlogsverleden hard aangepakt. Velen werden naar werkkampen gebracht om er zogezegd ‘heropgevoed te worden’. De moeder van Herta Müller bracht vijf jaar in zo’n kamp door. Haar vader, een vrachtwagenchauffeur die tijdens de oorlog bij de SS diende, gaf zich over aan de drank. Thuis werd er nooit over het verleden gesproken, maar uit elk detail kon je afleiden wat erachter verborgen zat.

De onderdrukte sfeer hield hier niet op. Herta ging Duitse en Roemeense literatuur studeren en vond werk als vertaalster in een fabriek. Ze verliet het platteland voor de stad. Daar leerde ze de dictatuur van Nicolae Ceausescu kennen. Toen Herta weigerde om voor de geheime dienst Securitate te werken, werd ze ontslagen. Ze emigreerde in 1987 naar Berlijn, waar ze nog altijd woont.

Ik ben vernederd door mijn Duitse vader en nog een keer vernederd en bedrogen door het zwijgen van de Roemeense geschiedenis.” ( uit het verhaal Overal waar je de dood hebt gezien)

Het is in dat jaar 1987 dat de bundel Barrevoetse februari voor het eerst verscheen. De bundel bevat zowel schetsen van amper één bladzijde, zoals het verhaal Koude strijkijzers als het dertig bladzijde lange verhaal Vele vertrekken liggen onder de huid. Die koude strijkijzers slaan op schoenen, die vele vertrekken onder de huid op de innerlijke verscheurdheid van het ‘alleengaande kind’ in tijden van oorlog. Ik citeer de eerste zinnen: “Achter de kast is de muur een ravijn. Achter de kast praten de soldaten. Hun hoofd hebben ze in het ravijn hangen”.

Naast de dreiging, de constante dreiging, die tijdens het lezen onder je huid kruipt (Vind maar eens een plek onder je huid die die dreiging kan weerstaan…) is er natuurlijk de taal die de angst compleet maakt. Het is die taal die mij het meest in mijn gezicht sloeg. Er worden prachtige neologismen gebruikt. De beeldspraak is ronduit verbluffend. Vooral het gebrek aan perspectief viel me op. De maan hangt, het dorp ligt. De wijzers van de kerkklok lopen achter het gebladerte. De wilde wingerd spint de zon dicht. …

Grootvader stond op van zijn stoel. Die kraakte hard. De zieke stak een voet uit het bed alsof hij hem door het plafond stak. De holte van zijn voet was zo diep dat ik van onderaf zijn oogholten zag.
In de kamer ernaast schreeuwde de kleine Franz. Het was geen huilen, het was alleen maar schreeuwen, groot als de muur van de kamer.
Nu stond Leni achter het vensterglas. Tussen de beide rimpels in haar voorhoofd was over een jaar heen huid gespannen.
Leni zei achter het vensterglas: “Sinds gisteravond is mijn rode kip weg.” Moeder deed het raam open. Haar haren vlogen de straat op. De venstervleugels stonden als twee spiegels boven moeders schouders. …”
(uit het verhaal De grote zwarte as)

Alles wordt vanuit het perspectief van een kind, een alleengaand kind zonder enig perspectief op toekomst, geschreven. “Ik liep naar de spoordijk toe alsof ik was leeggelopen.” Het station, dat slecht nieuws van het front brengt (zoals in het titelverhaal waar de trein een dode meebrengt), is tegelijkertijd ook de enige mogelijkheid om de grauwe werkelijkheid van het grauwe verdoemde dorp te ontvluchten. De enige kleuren die je in de bundel vindt zijn zwart of grijs. In hoeverre je deze nog kleuren kan noemen. En de mensen zijn leeg. Dat alleengaand kind is niet de enige leeggelopen figuur in de bundel. Ook aan uitgebluste volwassenen is er geen gebrek. Maar allen hanteren ze min of meer hetzelfde gezichtspunt. Vlak. Leeg. Uitzichtloos. Geen perspectief. Of toch wel: het kikvorsperspectief.

Waarom lees en herlees ik deze verhalen dan zo graag? Omwille van die beeldspraak die me van de ene verwondering naar de andere voerde. Het is alsof ik een gedicht lees. En toch ook een beetje omwille van het openen van een wereld waar ik geen weet van heb. De onderdrukte Duitsers in Roemenië. De onderdrukking in het algemeen. Herta Muller weet als geen ander het onderdrukte gevoel weer te geven. Het is trouwens de taal die Herta Muller staande wist te houden: haar eigen strijd om dingen een naam te geven, die ze formuleert in het verhaal Mijn woordenstrijd, mijn Minderhedenduits.

Aangekomen en er niet zijn. Zowel op het zand als op de oevers. En langzamer dan waar ook merk ik dat ik niets begrijp. Mijn taalverwerving en mijn Minderhedenduits. De wolk heeft zijn grijze mantel aan. Wat is de rand smal, de spoorlijn van de ene slaap naar de andere. Wat klop je holwangig in me. En als ik wil praten, ga je dood op mijn tong liggen. En als ik wil zwijgen, doe je alsof het asfalt zich leent voor opschietende, woudgroene maïsvelden in mijn hoofd.”

Dit leesverslag deelde ik ook met de ‘blog-voor-bloggers’ Not just Any Book. Voor de blog iStoire ben ik op één verhaal, nl. Lijsternacht, dieper ingegaan. Dat verhaal kun je daar ook integraal op lezen. Neem eens een kijkje op beide boeiende blogs!

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *