Herman Hesse: Narziss en Goldmund (boekbespreking februari 2010)

Biografie:

Hermann Hesse [Calw 1877 – Montagnola 1962] 

In 1877 wordt Hermann geboren in Calw als zoon van de missionaris Johannes Hesse en diens vrouw Marie Gundert. In 1891 krijgt hij toegang tot het seminarie van Maulbronn als student met een beurs. Een half jaar later vlucht hij, omdat hij ‘ofwel dichter, ofwel helemaal niets’ wilde worden. 

In de in 1906 verschenen vertelling ‘Unterm Rad’ verwerkt hij zijn schoolervaringen en jeugdcrises. Hesse sluit een opleiding tot torenklok-mechanicus af en begint in Tübingen een opleiding voor boekhandelaar. In die tijd ontstaan de eerste literaire werken. In het jaar 1898 verschijnt Hesses eerste dichtbundel ‘Romantische Lieder’. De literaire doorbraak komt met de kritische ontwikkelingsroman ‘Peter Camenzind’. Hij trouwt de uit Basel afkomstige fotografe Maria Bernoulli. Uit dit huwelijk worden drie zonen geboren. Vanaf 1916 vormen de dood van zijn vader, de beginnende schizophrenie van zijn vrouw en de aandoening van zijn jongste zoon de oorzaak voor een zenuwinzinking. Hesse begint een psycho-therapeutische behandeling bij J.B. Lang, een leerling van Carl G. Jung. Deze ervaringen verwoordt hij in de roman ‘Demian’ (1919). In die tijd maakt hij zijn eerste schilderwerken. 

Hierna verhuist Hesse zonder zijn familie naar Montagnola in het Zwitserse Tessin, waar hij de rest van zijn leven doorbrengt. In 1922 verschijnt de roman ‘Siddharta’. In 1923 wordt Hesse Zwitsers staatsburger en scheidt hij van zijn vrouw die op dat moment in een verpleeghuis is opgenomen. In 1924 trouwt hij met Ruth Wenger. Deze verbintenis wordt in 1927 beëindigd. In 1927 verschijnt zijn roman ‘Steppenwolf’, in 1930 de roman ‘Narziß und Goldmund’. In het jaar 1931 trouwt Hesse met de kunsthistorica Ninon Dolbin.  

In 1942 wordt zijn verzameld dichtwerk uitgegeven. Na het verschijnen van ‘Glasperlenspiels’ (1943) trekt Hesse zich terug uit het literaire leven vanwege zijn slechter wordende gezondheidstoestand en zijn afnemende gezichtsvermogen. 

In 1946 wordt aan Hesse de Goethe-prijs van de stad Frankfurt/Main toegekend. Voor zijn levenswerk krijgt hij in datzelfde jaar de Nobelprijs voor de literatuur. 

In 1962 sterft Hermann Hesse in Montagnola.

 

(links: en schilderij van Herman Hesse)

Beknopte bibliografie:

Peter Camenzind

Tussen de raderen

Demian

Siddharta

De Steppenwolf

Narziss en Goldmund

Reis naar het morgenland

Het kralenspel

In het Nederlands zijn de boeken vooral uitgegeven door de Arbeiderspers en de Bezige Bij.

In Duitsland geeft Suhrkamp Verlag Hesse uit.

Personages:

  •  Narziss, eerst novice, dan abt in het klooster Mariabronn
  • Goldmund, leerling in het klooster Mariabronn, later zwerver en kunstenaar
  • zigeunervrouw
  • Lydia en Julie, dochters van de ridder
  • Lene
  • Agnes, minnares Heinrich
  • en vele vele andere minnaressen…
  • Viktor
  • Robert, metgezel
  • Niklaus
  • Maar misschien ontbreekt het belangrijkste personage wel…….

Enkele vragen:

  1. Herken je iets van de biografie van Hesse in dit verhaal?
  2. Waar en wanneer speelt dit verhaal zich af? Komen plaats en tijdperk duidelijk naar voren? Zijn plaats en tijdperk belangrijk in dit verhaal?
  3. Welk soort roman is dit?
  4. Beschrijf de twee vrienden. (karakter, naamgeving, …)
  5. Beschrijf hun vriendschap/liefde.
  6. Dit verhaal staat vol tegenstellingen. Voorbeelden?
  7. Hoe beleeft Goldmund de ‘liefde’? Welke vrouwen zijn voor hem belangrijk?
  8. Flierefluiter, vagant, puur natuur, … Is Goldmund gelukkig in die rol? Waaraan merk je dat?
  9. Hoe zien de twee vrienden god?
  10. Wanneer begint Goldmund zich een kunstenaar te voelen. Hoe komt dat?
  11. Wanneer begint Narziss de kunst te verheerlijken? Hoe komt dat?
  12. Hoe eindigt het verhaal tenslotte?
  13. De boeken kenden een revival in de Hippie-periode. Volgens Gert Jan Peelen, zie recensie hieronder in de Volkskrant, heeft Herman Hesse nu afgedaan. Ook voor jou?

 

Een fragment uit het sprookje ‘De dichter’:

Oorspronkelijk verschenen in ‘Marchen’ Berlijn, 1955

Hij (=de Chinese dichter Han Foek die op trouwen stond) kwam tot de bevinding dat alle geesten en alle genoegens van deze aarde hem toch nooit geheel gezond en opgewekt van hart konden maken, dat hij ook midden in het leven altijd eenzaam zou blijven, toeschouwer en vreemdeling om zo te zeggen, en ook merkte hij dat zijn ziel als enige onder vele anderen zodanig aangelegd was dat hij niet anders kon dan tegelijkertijd de schoonheid van de aardeen het verborgen verlangen van de vreemdeling te ondergaan. Een en ander stemde hem bedroefd en hij dacht over deze aangelegenheid na; zijn gedachten kwamen hierop neer, dat waar geluk en diepgaande bevrediging voor hem slechts weggelegd waren wanneer het hem eenmaal gelukken zou de wereld op een dermate volmaakte wijze in gedichten te weerspiegelen, dat hij in deze spiegelbeelden de wereld zelf zou bezitten in gelouterde en vereeuwigde vorm. …

Artikel 1/

Twee versies van het leven

Over Narziss en Goldmund van Hermann Hesse

door Carl De Strycker

Hermann Hesse is veertig jaar dood, maar hij leeft en herleeft. Dat bewijzen de talrijke revivals van zijn werk. Zowat elk decennium opnieuw wordt Hesse (her)ontdekt en bijzonder gretig gelezen; ook nu weer, begin eenentwintigste eeuw. Getuige daarvan de heruitgave van zijn bekendste werken, en ook de aandacht voor zijn minder gekende geschriften. Bij De Bezige Bij verscheen onlangs een fraaie band met Siddharta, De Steppewolf, Demian en Reis naar het morgenland; Atlas verzorgde na drieëntwintig jaar een herdruk van Fabuleuze vertellingen. Dat de boeken van deze Nobelprijswinnaar nog steeds door een groot publiek verslonden worden, heeft alles te maken met de algemeen menselijke thematiek die hij op een heldere manier behandelt. Hesses figuren zijn zoekende personages die vechten tegen nihilisme en zich afvragen wat de zin van het leven en de liefde is. Kortom: de Grote thema’s en dat is niet anders in de middeleeuwse vertelling Narziss en Goldmund die voor Thomas Mann ‘het belangrijkste boek van Hesse’ was.

De eerste zin van Narziss en Goldmund neemt een halve bladzijde in beslag. Wie echter dit typisch barokke Duitse proza aan het begin van de roman doorworstelt, wordt al gauw beloond met een schitterend verhaal. Dit boek is een Bildungsroman, maar even goed een avonturenverhaal, het is een liefdesstory en een kunstenaarsroman.
Hesse vertelt het verhaal van Goldmund die als jongen aan het begin van de dertiende eeuw door zijn vader naar de strenge kloosterschool Mariabronn wordt gestuurd. Daar ontmoet hij de jonge monnik Narziss en de twee worden vrienden hoewel ze in zowat alles elkaars tegenpool blijken te zijn. Goldmund is helemaal niet in de wieg gelegd voor het rigide ascetische leven vol wetenschap en gebed dat de broeders leiden. Als hij dat met behulp van Narziss inziet, vlucht hij en trekt hij de wijde wereld in. Hij zwerft rond en geeft zich over aan een liederlijk leven vol nieuwe indrukken en erotiek. Talrijk zijn de vrouwen die hij verovert en dan weer verlaat, even talrijk de avonturen die hij op zijn tochten meemaakt. Goldmunds tamelijk onverschillige leven is gericht op zoveel mogelijk plezier en genot, tot hij op een dag in een kerk getroffen wordt door de schoonheid van een Mariabeeld. Hij vraagt wie de kunstenaar is, zoekt hem op en wil bij hem in de leer gaan. Goldmund leert beeldhouwen en vindt zo een nieuwe passie, maar toch blijft hij een rusteloos zoeker en ook nu weer hij trekt er terug op uit. Wanneer hij met de pest en de dood van zijn grote liefde Lene geconfronteerd wordt, lijkt hij tot inkeer te komen. Hij wil terug naar het klooster, terug naar Narziss. Op weg daarheen verleidt hij echter de vrouw van de graaf, wordt betrapt en ter dood veroordeeld en het is slechts op voorspraak van Narziss dat hij wordt vrijgelaten. Deze neemt hem mee naar Mariabronn, waar Goldmund een schitterend kunstwerk maakt, maar nog steeds niet tot rust kan komen. Opnieuw krijgt hij de zwerfkriebels en nog een laatste keer trekt hij erop uit. Het wordt een teleurstelling: hij ziet in dat hij oud wordt en het vitalisme van weleer is hem nu vergaan. Goldmund sterft met Narziss aan zijn zijde, nadat beide mannen hun vriendschap en waardering voor elkaar hebben uitgesproken.
In Narziss en Goldmund verkent Hesse de mogelijkheden van het leven en stelt hij ook de plaats van de kunstenaar ter discussie. Dat gebeurt meesterlijk door de twee grondhoudingen tegenover het leven tegen elkaar uit te spelen: eros of logos, lichaam of geest, zinnelijkheid of ascese. Elk titelpersonage vertegenwoordigt een van deze polen. Narziss is een asceet en wetenschapper, die een uitgebalanceerd en ingehouden leven van studie en gebed leidt. Daartegenover plaatst Hesse de vrijbuiter Goldmund. Doordat de auteur echter op Goldmund en zijn avonturen focust, komt de nadruk wel bij diens levensbevestigende houding te liggen. In dit personage verwerkt Hesse dan ook de artiest en het lijkt erop dat hij daarmee kiest voor een Dionysische houding. Grote kunst ontstaat uit een rijk gevuld leven met hoogtes en laagtes, ze ontstaat uit gestileerde ervaringen van een gevoelsmens, meent de schrijver. Toch probeert Hesse vooral duidelijk te maken dat deze twee visies op het bestaan uiteindelijk tot voldoening kunnen leiden en dat alles afhangt van het karakter en temperament van het individu. Hier worden beide houdingen niet tegen elkaar uitgespeeld, maar twee versies van het leven getoond.

In dit meesterwerk zijn duidelijk de invloeden van Hesses lectuur van Nietzsche terug te vinden, maar ook de psychoanalyse speelt een belangrijke rol. Narziss heeft meer dan eens iets weg van een anachronistische therapeut die zijn patiënt Goldmund over zijn problemen laat praten. Niet enkel filosofeert de vrome broeder met zijn vriend Goldmund over diens grote belangstelling voor vrouwen, hij helpt hem ook van een bijzonder opdringerig moedercomplex af.
Dat deze roman soms een beetje schematisch overkomt door een aantal moraliserende passages en de duidelijke polarisatie, doet niets af van de grootheid van dit werk. Hesse toont zich in dit boek immers een meesterlijk verteller, die met veel gevoel voor romantiek de talrijke vurige liefdesverhoudingen beschrijft en met evenveel vakmanschap er altijd de juist spanning weet in te houden. Steeds neemt het verhaal een nieuwe onverwachte wending, nooit beantwoordt het einde van een hoofdstuk aan de verwachting van de lezer, altijd is de verrassing compleet. Hesse houdt steeds nog een sterke pointe achter de hand.
In Narziss en Goldmund zijn alle grote thema’s en obsessies van de auteur meesterlijk bijeen gebracht in een stilistisch hoogstaand verhaal over de spanning tussen hartstocht en moraal.

Gebruikte bronnen:

Decloedt, Leopold – ‘Voorwoord’, in: Stassijns, Koen – De mooiste van Hermann Hesse, Lannoo/Atlas, 2002.
Hansen, Wil – ‘De tobber met vakantie’, in: De Morgen, 7 augustus 2002, p. 21.
Krans, Alfred – ‘Hesse revival’, Schoon Schip, 9/1 (2002), p. 32-36.
‘Narziss und Goldmund’, Kindlers Literatur Lexikon, ed. Wolfgang von Einsiedel e.a., Kindler, Zürich 1970.
Ross, Martin – ‘Nawoord’, in: Hesse, Hermann – Narziss en Goldmund, vert. Pé Hawinkels, Singel Pockets, Amsterdam 2002.
Dit artikel verscheen eerder in Bibem. Tijdschrift voor literatuur & theater, 16de jaargang – nr. 4/2002

Carl de Strycker

Artikel 2/

De raadselachtige populariteit van Hermann Hesse

RECENSIE, Gert J. Peelen op 12 juli ’02, 00:00, bijgewerkt 20 januari ’09, (Volkskrant)

 ZOU Hermann Hesse nog bekend zijn bij de generatie die na 1970 is geboren? Dat is zeer de vraag. De ouders van deze jongeren, die veelal zelf het product zijn van de na-oorlogse geboortegolf, zullen zich de naam van de Duitse romancier, dichter en essayist zeker nog herinneren, en misschien ook nog wel dat hij in 1946 de Nobelprijs voor de literatuur ontving. Maar het valt te betwijfelen of ze, al was het maar uit nostalgische overwegingen, nog weleens een destijds stukgelezen boek van hem uit de kast zullen pakken, zoals Narziss und Goldmund of Siddharta.

Hesse is dan misschien niet vergeten, hij heeft wel afgedaan. En dat is, gezien de voorgeschiedenis, vrij opmerkelijk. Want hij was de absolute goeroe van de omvangrijke generatie die tussen 1965 en 1975 volwassen werd. Zijn werk ging in West-Europa en de Verenigde Staten met honderdduizenden exemplaren tegelijk over de toonbank. Een Amerikaanse popgroep – nog een illustratie van zijn ongekende populariteit – vernoemde zich in die jaren naar Hesse’s roman Der Steppenwolf en scoorde een hit met Born to be wild, bekend uit de hippiefilm Easy Rider.

Op 2 juli jongstleden was het 125 jaar geleden dat Hermann Hesse in Calw (Württemberg) werd geboren als zoon van een Baltisch-Duitse vader en een Zwabisch-Zwitserse moeder. En eveneens dit jaar, om precies te zijn: op 9 augustus, is het veertig jaar geleden dat hij in het Zwitserse Montagnola (nabij Lugano in de Tessin) overleed. Op het toppunt van zijn roem was hij dus al bijna tien jaar dood. Dat hij zo beroemd zou worden, daarvan had zelfs zijn uitgever, die na Hesse’s overlijden in 1962 begon met het mondjesmaat heruitgeven van zijn werk, niet kunnen dromen.

Het was overigens de tweede keer dat het werk van Hermann Hesse bovenmatig veel bijval oogstte. De eerste keer was een halve eeuw eerder naar aanleiding van de publicatie in 1919 van Demian – na eerder verschenen romans als Peter Camenzind (zijn redelijk succesvolle debuut), De avonturen van Hermann Lauscher, Unterm Rad, Gertrud, Knulp en Rosshalde, zijn eerste echte bestseller.

Met de verschrikkingen en massavernietigingen van de oorlog van 1914-’18 nog vers in het geheugen van het grote publiek sloeg het door Hesse in Demian voor het eerst ondubbelzinnig gepropageerde, onvoorwaardelijke individualisme in als een bom. Thomas Mann herinnerde zich: ‘Onvergetelijk is de elektriserende schok die Demian vlak na de Eerste Wereldoorlog teweegbracht. Het is een verhaal dat met griezelige nauwkeurigheid de zenuw van die tijd trof en de gehele jeugd, die besefte dat er uit haar midden een verkondiger van haar diepste levensbesef was opgestaan, in dankbare verrukking meesleepte.’

Hesse’s lof der onaangepastheid, verkondigd in Demian en het hoofdthema van al zijn latere werk, maakte hem in die eerste na-oorlogse jaren tot de populairste auteur van Duitsland. Maar lang mocht dat niet duren.

Zoveel eigenzinnigheid en individuele vrijheidsdrang, gepaard aan het radicale pacifisme dat Hesse in die jaren publiekelijk voorstond, vielen niet te rijmen met het nationaal-socialisme dat kort nadien van zich deed spreken. Hesse, die met een vooruitziende blik al in Demian zinspeelde op een mogelijk tweede wereldbrand en de gruwelijke gevolgen daarvan, stapte uit protest tegen de politieke ontwikkelingen in Duitsland in 1930 uit de Pruisische dichtersacademie, na er slechts vier jaar lid van te zijn geweest.

Zijn populariteit in zijn geboorteland verdween sneller dan ze was gekomen. Daaraan heeft ook bijgedragen dat hij zich in 1923 tot Zwitsers staatsburger had laten naturaliseren. Een Einzelgänger en een buitenstaander, dat was hij en dat zou hij blijven. Daarom was het hem begonnen, níet om de instemming van de middelmaat der grauwe horden.

Het burgerlijke, schreef Hesse, ‘is niets anders dan een poging tot nivellering, als het streven naar een volkomen middelpunt tussen de talloze uitersten en tegenstellingen in de menselijke verhouding’. Het is een citaat uit Der Steppenwolf, de roman die in 1927 voor het eerst verscheen en bijna een halve eeuw later het brevier van de vrijgevochten babyboomers zou worden. Niet alleen het anti-burgerlijke karakter ervan, de totale afkeer van spruitjesgeur en klootjesvolk, sprak de jeugd in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw aan. Prikkelend voor de doordenkers onder die jeugd was vooral ook de in vrijwel al Hesse’s boeken virulent aanwezige opvatting dat het menselijk bestaan geen grijs gemiddelde is of mag zijn, maar een spanningsveld tussen extremen als goed en kwaad, schoonheid en lelijkheid, zinnelijkheid en ascese, logos en eros, geest en leven. Het ene bestaat slechts bij de gratie van het andere. Het zijn daarom geen tegenstellingen die de mens, zoekend naar een ten onrechte ‘gulden’ geheten middenweg, moet zien te neutraliseren of op te heffen, maar geladen tegendelen die in onderling verband staan maar desondanks gescheiden moeten blijven. Juist deze spanningsvolle polariteit staat garant voor energie, dynamiek en persoonlijke ontwikkeling.

Is het in Demian de tegenstelling tussen goed en kwaad (beide elementen vertegenwoordigd door de god Abraxas) die gekoesterd wordt en de basis vormt van het volle leven, in Narziss und Goldmund (voor het eerst verschenen in 1930 en in Nederlandse vertaling in 1970) zijn het de spiritualiteit en de aardsheid. Het conflict tussen geest en leven, afzonderlijk belichaamd in de twee bevriende hoofdpersonen, komt pas in de dood van de volledig aan moeder aarde toegewijde Goldmund tot ontlading. Zijn vergeestelijkte vriend laat hij in verwarring achter met de veelzeggende vermaning: ‘Maar jij, Narziss, hoe wil jij ooit kunnen sterven, als jij niet eens een moeder hebt?’

Er zijn oorzaken aan te wijzen van de spectaculaire herrijzenis van Hesse’s werk kort na de dood van de auteur, eind jaren zestig, begin jaren zeventig van de vorige eeuw. Een daarvan is het hoge autobiografische gehalte van zijn romans en vertellingen. De man die drie keer huwde, in 1919 zijn gezin de rug toekeerde om – hoe egoïstisch ook – zijn eigen individuele vrijheid te bewerkstelligen, en die periodes van ascese en kluizenaarschap afwisselde met tijden van grote uitbundigheid en losbandigheid in de lichtzinnige stad aan de voet van zijn heremietenheuvel, blijft achter de veelal sjabloonmatig opgezette hoofdpersonen van zijn romans en novellen steeds duidelijk zicht- en herkenbaar. Hesse is Lauscher en Camenzind, Klein en Wagner, Narziss en Goldmund, steppenwolf Harry Haller en glasparelspeler Josef Knecht. Niet de vorm maar de vent sprak hier het meest tot de verbeelding.

Een andere aanwijsbare oorzaak van de tweede succesgolf is Hesse’s vroege flirt met de oosterse wijsheid. Er zit een fikse dosis boeddhisme en aanverwante oriëntaalse religiositeit in zijn denken. Het meest expliciet komt die tot uitdrukking in Die Morgenlandfahrt (1932) en Siddharta, het verhaal van een brahmanenzoon die op zoek gaat naar ‘zijn ware zelf’. Het is tekenend dat dit laatste boek pas na de heruitgave in de jaren zestig een doorslaand succes werd. De eerste druk van 1922 in Duitsland markeerde juist het begin van Hesses afnemende populariteit. En uitgerekend dit boek leverde Hesse toen zware kritiek op van zijn maatschappelijk geëngageerde, Duitse collega-auteurs. Zij verweten hem romanticisme en een laakbare, politiek afzijdige houding.

In dit licht lijkt het curieus dat politieke argumenten wel degelijk een rol hebben gespeeld toen aan Hesse, tenslotte Duitser van geboorte, in 1946, zo kort na de Tweede Wereldoorlog, de Nobelprijs werd toegekend. In 1955 mocht hij bovendien de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel in ontvangst nemen en werd hij opgenomen in de vredesklasse van de orde Pour le mérite.

Ondanks zijn ferme uittreden uit de dichtersacademie en ondanks de kracht en persoonlijkheid die zijn oeuvre uitstraalt, is een zeker escapisme niet vreemd aan de figuur Hermann Hesse. Politiek is het werk allerminst. Des te opmerkelijker is het dat zijn boeken zo gretig aftrek vonden in een periode waarin naast hippiedom en flower power de samenleving ingrijpend verpolitiekte, de maatschappelijke verhoudingen polariseerden en de verbeelding op alle fronten aan de macht moest worden geholpen. Want ook daarin voerden de Hesse-verslindende geboortegolvers al demonstrerend en gebouwen bezettend de boventoon. De onthechte, maar immens populaire brahmanenzoon zit daar toch een beetje als een Fremdkörper tussen.

Herlezing van Hesse’s werk helpt niet bij het oplossen van dit raadsel, maar levert veeleer een confronterende situatie op. Dat geldt met name voor de authentieke babyboomer die positieve herinneringen dacht te hebben aan de laatste Hesse die hij zo’n dertig jaar geleden met een zucht van genot dichtsloeg. Hoe heeft dit behaagzieke, wijdlopige en breedsprakige proza, waarin quasi-diepzinnige traktaten worden afgewisseld met mierzoete nep-romantiek, ooit een hele, toch als tamelijk kritisch te boek staande generatie in zijn ban kunnen houden?

Wellicht kunnen jongere lezers die geheel onbevangen de volgende week bij De Bezige Bij te verschijnen heruitgave – een verzamelbundel met Siddharta, Demian, De steppenwolf en Reis naar het morgenland – ter hand nemen, daarover uitsluitsel geven. De Duitse uitgever Suhrkamp zag in dit dubbele jubeljaar zelfs aanleiding voor een nieuwe en sterk uitgebreide editie van Hesses verzameld werk in twintig delen (de vorige telde er twaalf). De wens is de vader van de gedachte. Maar een derde Hesse-hype lijkt er vooralsnog niet in te zitten.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *