Gustave Flaubert :Madame Bovary (boekbespreking januari 2009: Mie Jee)

Gustave Flaubert (1821 -1880) Frankrijk is dit een zeer vruchtbare en verscheiden periode :

de romantiek is er nog volop ( Musset sterft in 57, Lamartine in 1869, Vigny in 63, Hugo sterft in 1874, George Sand kent bijna iedereen).

het realisme krijgt zijn definitie en wordt een esthetische doctrine na 1850. Flaubert is er het voorbeeld en de voortrekker van. (Stendhal en Balzac sterven)

Veel poëzie (Le Parnasse) Gautier – Leconte de Lisle – José Marie de Hérédia

het naturalisme werd gedefinieerd door Zola (1840 – 1902) en Flaubert is peter van Maupassant (1850 – 1893)

-Baudelaire, voorloper van het symbolisme leeft van 1821 – 1867. Het proces van ‘Les fleurs du mal’ heeft plaats in hetzelfde jaar als dat van ‘Madame Bovary’ : 1857.

-in de schilderkunst : Delacroix wordt lid van het instituut (is nog volop romantisch) – Daumier, Millet en Corot en Courbet : Les demoiselles de la Seine (realistisch)

-in de muziek : Berlioz (Les Troyens) en Gounod (Faust)

-op politiek vlak regeert Napoléon III (1808-1873) na een politiek zeer woelige periode

(Haussman tekent de lanen van Parijs – empirestijl)

 

Buiten Frankrijk :

In Duitsland : Schopenhauer – Wagner (Tristan und Isolde) – In Engeland prérafaëlisme met Ruskin, Rossetti

 

Flauberts leven

-Geboren in 1821 in Rouen – vader is bekend ‘chirurg’ in het hôtel Dieu (vandaar zijn eerder droefgeestig en pessimistisch karakter maar ook zijn zin voor wetenschap en zijn precieze en objectieve waarnemingsvermogen).

-Humaniora in het lycée de Rouen (32-39) : verstandig maar gebrek aan discipline – houdt van romantische, zweverige boeken (René van Chateaubriand)

-Student in Parijs – ontmoet bekende figuren uit de kunstwereld (Pradier, V Hugo die hij verafgoodt). 1843 : crisis (zenuwziekte ? epilepsie ? syphilis?…)

-Hij trekt zich terug in Croisset (a.d. Seine, dichtbij Rouen) Dood van vader en zuster – hij leeft samen met zijn moeder en nichtje – pessimistisch – La tentation de Saint Antoine

-Reizen met Louis Bouilhet en Du Camp o.a. in Egypte

1857 Madame Bovary waar hij 54 maanden heeft aan gewerkt. Proces, hij wordt vrijgesproken en is beroemd.

-Hij werkt aan Salambô en aan l’Education sentimentale (3 X herschreven en nog geflopt)

Flaubert en de liefde.

Er is weinig over bekend : verliefd op Elisa Schlésinger, vrouw van een uitgever (romantische passie, zonder woorden, discrete bijna mystieke verafgoding ) Eerste liefdesbrief 35 jaar later wanneer ze weduwe is geworden. – Waarschijnlijk inspireerde ze vrouwenfiguren uit l’Education sentimentale.

-Tumultueuze relatie met Louise Colet, ‘schrijfster’…

-Volgens sommige biografen : relatie met de Engelse gouvernante van zijn nichtje.

 

-Verschillende crisissen en in 1872 sterft zijn moeder, daarna zijn vrienden : Bouilhet, St. Beuve, Goncourt en George Sand. Ongoocheld en verbitterd werkt hij aan een groot werk Bouvard et Pécuchet dat hij nooit zal afmaken.(Hij heeft 1500 boeken geraadpleegd om zich te documenteren).

-Zijn Tentation de Saint Antoine en Le Candidat (theater) kennen weinig succes. Maar Trois Contes (1877) worden unaniem erkend als een meesterwerk.

De naturalisten (Zola, Maupassant…) geven een banket ter zijner ere waar ze hem erkennen als de grote inspirator van de 19e eeuwse roman.

 

(te lezen : Flaubert’s parrot van Julian Barnes (de papegaai, de ogen van Emma : blauw of zwart, de relatie met Louise Colet, de verschillende biografieën))

 

Flaubert en het realisme

 

1 De romantische bekoring

Hij verafgoodt Chateaubriand en Hugo en zou ook deze jeugdigheid, deze passie, deze overlopende sentientaliteit en verbeeldingskracht willen ten toon spreiden maar hij wil ze intomen. Hij zal ze beschrijven maar ze ook in het belachelijke trekken.

 

2 De wetenschappelijke methode : het realisme

Flaubert is opgegroeid in een medisch milieu waar het fysiologisch determinisme de regel was. Hij wilde ook deze methodes, gebaseerd op objectieve waarnemingen toepassen om de dingen en de psychologie van mensen in hun realiteit weer te geven. Vandaar het belang van het vergaren van documentatie, een reuzenwerk voor de schrijver (vb : bruidstaart, les comices, Yonville, de apotheek van Homais, de vergiftingsverschijnselen bij Emma, voeten en schoenen …) (‘Un oeil médical de la vie – une vue du vrai qui est le seul moyen d’arriver à de grands effets d’émotion’)

 

3 De objectieve kunst

De auteur moet, zoals de wetenschapper, volledig onpartijdig zijn. Flaubert wil helemaal afwezig zijn in zijn boek ; erfelijkheid, milieu, omstandigheden conditioneren de handelingen van zijn personages. Helemaal onpersoonlijk zijn is niet mogelijk maar je moet het proberen. Flaubert wil zich niet vereenzelvigen met één personage, maar met allemaal. Hij zal gaan wandelen in het bos waar Emma en Rodolphe gaan paardrijden om het bos te kunnen beschrijven maar hij wil dan ‘homme et femme, amant et maîtresse à la fois…’zijn.

De roman kan dus nooit een moraliserende thesisroman zijn. Maar elk ‘echt’ boek draagt in zichzelf wel een les. Alleen als de lezer dom is zal hij die niet snappen.

Flaubert is soms humoristisch (kritiek op de burgerlijke maatschappij van zijn tijd) maar deze ‘eenzaat van Croisset’ is toch vooral een pessimist.

 

4 De cultus van de vorm

Het doel van de kunst is, voor alles, het mooie. Het mooie creëren, dat is het enige doel van de kunst en hier past geen enkele morele of sociale beschouwing. ‘Le style à lui seul est une manière absolue de voir les choses’.

Daarom werkte hij als een bezetene. Sommige passages zijn tot 14 keer herwerkt. Hij zegde zijn teksten luidop, hernam, verplaatste leestekens… Zo is Flaubert één van onze grootste prozaschrijvers. (keuze van juiste term, harmonie, sommige beschrijvingen zijn poëtisch, visuele kracht van ritme en klank.)

 

Madame Bovary

 

In 1849, na de teleurstelling van ‘La tentative de Saint Antoine’ rieden Bouilhet en Du Camp Flaubert aan niet te lyrisch te schrijven maar een meer alledaags onderwerp te nemen (plus terre à terre). Flaubert vertrok van een recent fait divers : een oudleerling van zijn vader, Eugène Delamare, dokter in Ry, waarvan de ontrouwe vrouw had zelfmoord gepleegd en die zelf was gestorven van verdriet. Flaubert zag dit werk als een straf (un pensum) en werkte eraan van 1851 tot 1856 (revue de Paris). In 1857 verscheen het werk in boekvorm.

 

I Een realistische roman

– een waar gebeurd avontuur beschreven op een weteschappelijke ‘exacte’ manier : Yonville = Ry (Lion d’Or, apotheek, l’Hirondelle …) Bovary = Delamare, Mme Bovary lijkt op Mme Delamare. Andere personages zijn meer composiet (Homais…). Hij verblijft in Ry, maakt plannen om na te gaan of afstanden kloppen…

-de indruk van echtheid ontstaat omdat de auteur vele beschreven gebeurtenissen zelf heeft meegemaakt : de boerenbruiloft, de jaarmarkt ‘comices’…

-hij kende luxueuse interieurs (zoals het kasteel en het bal…) en ook de eenvoudige boerenhuizen waar de dokter zijn klanten bezoekt, waar Berthe opgevangen wordt…

(Nu in Normandië : Tour Mme Bovary : les locations)

 

II Karakters en Bovarysme

Op het psychologisch vlak wil het realisme dat men mensen met een perfecte objectiviteit gade slaat om, met een maximum van waarschijnlijkheid, hun ideeën, gevoelens en gesprekken weer te geven  :

-Bovary is middelmatig,

-Homais dom en plechtig,

-Léon beschaamd,…

-Wat Emma betreft :  haar opvoeding, de gebeurtenissen die elkaar opvolgen in haar leven, spelen zeker een rol en daarna, glijdt ze af op een helling van verveling, leugen, ontrouw tot ze uiteindelijk zelfmoord pleegt. Dit wordt veroorzaakt door een soort determinisme, door de kleine kanten van haar karakter.

Emma Bovary is vooral het slachtoffer van de illusies die ze over zichzelf in stand houdt. Ze verlangt dingen die helemaal niet kloppen met haar situatie van kleine burgervrouw. Flaubert hekelt hier het vrouwelijk romantisme van zijn tijd maar, in bredere zin, beschrijft hij een diep menselijk probleem (dat hij ook in zichzelf vond) : ‘Ma pauvre Bovary souffre et pleure dans vingt villages de France.’ Deze tendens waarbij de mens denkt te zijn wie hij zou willen zijn en hem doet dromen van een illusoir geluk dat hij niet kan bereiken, zal Flaubert in verschillende romans beschrijven als de belangrijkste bron van hun pijn, verdriet (leurs maux).

Het Bovarysme zou men kunnen definiëren als de ‘vaardigheid illusies te kweken’.

 

III Madame Bovary en de moraal

Bij zijn verschijnen werd de roman als immoreel bestempeld en er kwam een rechtspraak van (hetzelfde jaar werden de ‘Fleurs du mal van Baudelaire’ veroordeeld en uit de rekken gehaald. De rechten werden voor 1 F verkocht.).

De beschrijving mocht dan ‘echt’ zijn, was het niet gevaarlijk als ‘normaal’ deze ‘fatale’ aaneenschakeling van gebeurtenissen voor te stellen die van Mme Bovary een slechte echtgenote maakt, een slechte moeder , een ontrouwe vrouw (die al deze te laken handelingen stelt)? Dit probleem van de moraliteit en de echtheid werd gesteld in het proces. De advocaat van Flaubert stelde dat een juiste lectuur van het boek moest leiden tot het verafschuwen van de ondeugd en de verschrikkelijke afloop normaal de deugd zou bevorderen. (Wat absoluut Flauberts doel niet was !)

 

Personages

 

Charles Bovary  (zijn vader en moeder vooral) : ‘officier de santé’

Emma Rouault (haar vader: landbouwer)

Hun dochtertje Berthe (weinig aanwezig)

 

Léon Dupuis, schuchtere romantische notarisklerk ; eerste liefde van Emma

Rodolphe Boulanger, landedelman, vrijgezel die weet hoe met vrouwen omgaan

 

Homais, ‘apotheker’ breedsprakerige ‘intellectueel’ en ‘wetenschapper’, anti-kerk (vrouw en kinderen : Napoléon, Franklin, Irma en Athalie)

 

(nota : Emma is het hoofdpersonage maar het boek begint en eindigt met Charles)

 

Kader

 

Tostes

Yonville , Ry sur Seine , (plannen : apotheek, les comices, het bos…)

Rouen (opéra)

 

Wisselend verhaalstandpunt

 

Flaubert is geen alwetend schrijver. We zien Emma met de ogen van Charles (superieure, mooie elegante vrouw), van Rodolphe ( beperkt, braaf,  provinciaals), van Léon (eerst een romantische, onmogelijke, liefde, daarna een avontuur dat snel vervelend wordt). Maar om haar complexe, mysterieuze charme te begrijpen zien we haar ook zoals ze zichzelf ziet, we volgen haar gedachtengang, haar afkeer van Charles en het boerenleven. De auteur toont haar ook gedeeltelijk als een slachtoffer (een product van haar opvoeding), gedeeltelijk als een schuldige. De auteur, die afwezig wil blijven, neemt toch af en toe een standpunt in. Al deze aspecten zijn fragmentarisch en complementair maar ‘echt’. Af en toe maakt Emma zelf de synthese en dan maakt het verhaal een sprong vooruit. De compositie van de roman is dus echt niet zo eenvoudig als het er uit ziet.

 

Partiële beschrijvingen

 

Flaubert zal zich niet bezondigen aan ellenlange beschrijvingen zoals zijn voorgangers (Balzac) soms deden. Hij zal bvb de schoonheid van Emma met enkele trekken beschrijven : vooral haar ogen (zwart, blauw, mysterieus…). Verder is er aandacht voor de kleren (Lheureux die haar zal ruineren) en vooral voor de schoenen : laarsjes, reislaarzen, intieme roze sloefjes,.. maar ook robuste rijlaarzen, de horrelvoet van Hypolyte die wordt vervangen door twee soorten van ‘orthopedische’ hulpprotheses.

Flaubert bezat verschillende boeken en encyclopedieën over het schoeisel van zijn tijd en gebruikte ze vaak.

 

Enkele besprekingen over Madame Bovary

BY ERICA JONG

(…)”Madame Bovary” can be approached in many ways: as a notable banned book (like “Ulysses” or “Lolita”), as a book that delineates the confinement of the 19th century wife, as a book that influences subsequent development of the novel, even as a book that betrays the foot fetishism of the author. In “The Perpetual Orgy,” Mario Vargas-Llosa’s book about his passion for “Madame Bovary,” Flaubert’s erotic attachment to shoes and feet is detailed.

But what interests me most in “Madame Bovary” is the heroine’s fondness for reading. She dies because she has attempted to make her life into a novel — and it is the foolishness of that quest that Flaubert’s clinical style mocks.

A novelist mocking a heroine besotted by novels? Then this must be a writer mocking himself! And indeed, Flaubert memorably said that he had drawn Madame Bovary from life — and after himself. “I have dissected myself to the quick,” he wrote.

Emma Bovary is deluded by literature. Because she is in search of ecstasy and transcendence, she falls madly in love with a cad, then with a coward, ignoring the plodding husband and child who both adore her. She is looking for a higher, more spiritual life than the one available to her as the wife of a bourgeois country doctor, and in this quest she finds only self-destruction. We identify with her because we too look to fantasy for salvation. If Emma Bovary, with all her self-delusion, still stirs our hearts, it is because she wants something authentic and important: for her life to have meaning, for her life to bring transcendence.

“In ‘Madame Bovary,'” says Vargas-Llosa, “we see the first signs of alienation that a century later will take hold of men and women in industrial societies (the women above all, owing to the life they are obliged to live): consumption as an outlet for anxiety, the attempt to people with objects the emptiness that modern life has made a permanent feature of the existence of the individual. Emma’s drama is the gap between illusion and reality, the distance between desire and its fulfillment. On two occasions she is persuaded that adultery can give her the splendid life that her imagination strains toward, and both times she is left feeling ‘bitterly disappointed.'”

Perhaps we identify with Emma because we too feel an emptiness at the center of things — an emptiness we try to fill with books, with fantasies, with sex, with things. Her yearning is nothing more or less than the human condition in the modern world. Her search for ecstasy is ours. “One way of tolerating existence is to lose oneself in literature as in a perpetual orgy,” Flaubert wrote in 1858. If “Madame Bovary” can still move us all these years later, it is because she was both Flaubert’s refuge — and his self-portrait.
Sept. 15, 1997


WIJ zijn hooghartige lezers geworden. Wij pretenderen zo niet alles, dan toch heel veel te weten over een amalgaam van thema’s dat ons wordt aangereikt. (…) Waarom zouden wij in ’s hemelsnaam nog een boek lezen dat geschreven is in 1857? Wat kunnen we daar nog uit leren en — deze vraag bij voorbaat met “niets” beantwoordend — welke kwaliteiten heeft het boek dan dat het ons toch nog tot het lezen ervan zou kunnen aanzetten?

Wat Madame Bovary betreft, is de eerste assumptie al meteen onjuist. Wij kunnen hier nog heel wat van leren. Flaubert gunt de lezer een inzicht in de psychologie van een vrouw die aan haar eigen hartstochten ten onder gaat. (…)

De kracht waarmee Flaubert de innerlijke neergang van Emma tekent, kent nauwelijks haar gelijke. Twee andere namen dringen zich op: Anna Karenina en Van de koele meren des doods. De taal van Flaubert is nog vloeiender dan die van Tolstoi of Van Eeden. Het is de rijkdom van die taal — uitstekend behouden in de bekroonde vertaling van Hans van Pinxteren — die het mede mogelijk maakt om de veranderlijke stemmingen en de diepere zielenroerselen van Emma adequaat weer te geven.

Kenmerkend is het ritmische van een stijl die zich toch nergens te buiten gaat aan eindeloze beschrijvingen. Naar verluidt werkte Flaubert soms dagenlang aan één alinea omdat er iets in het ritme was dat hem stoorde. Sommige fragmenten doen ook verrassend actueel aan. In die mate zelfs dat, wanneer we ze zouden lezen in een historische roman van — om maar iemand te noemen die graag werkt met verwijzingen naar het heden — Umberto Eco, we zouden zeggen dat “het er te dik opligt”.

De moderniteit — of veeleer de tijdloosheid — van Madame Bovary zit in enkele thema’s die ook in onze tijd actueel zijn en wel altijd actueel zullen blijven. Zo is er het vraagstuk over de impact en het belang van de literatuur. Flaubert spot met een literatuur die zichzelf te ernstig neemt en die te ernstig wordt genomen. Emma Bovary is de negentiende-eeuwse, vrouwelijke Don Quichote. Zij misvat de romantische verhalen uit de literatuur voor het echte leven. Door te willen leven naar de normen en idealen uit de romans, bewerkt zij haar eigen ondergang. Flaubert is niet mals voor deze opvatting van literatuur. Anderzijds krijgt ook het “echte” leven, de maatschappij, er duchtig van langs. Want Flaubert staat natuurlijk nog stevig in het realisme en sommige van zijn beschrijvingen neigen naar het harde naturalisme. Het werd Flaubert niet altijd in dank afgenomen. De domme bourgeoisie doet hem na de publicatie van Madame Bovary een proces aan wegens aantasting van de goede zeden. Na de vrijspraak op 7 februari 1857 wordt het boek een geweldige bestseller.

Uiteraard blijft Madame Bovary een negentiende-eeuwse roman en elke vorm van datering is niet weg te wissen, maar de taalrijkdom, de scherpe observatie van de auteur en enkele verrassende opvattingen die hun tijd ver vooruit zijn, maken Flauberts meesterwerk tot op heden een goed verkopend boek.( Peter Mangelschots1 mei 2002)

Nog even nadenken over de toekomst van de roman in de 21e eeuw. Met A.F.Th Van der Heijden

-barrière tussen fictie en non-fictie moet verdwijnen ; tijd voor frictie

Enkele mogelijke uitgangspunten voor een gesprek

 

-De klinische stijl van de meester maakt van Madame Bovary een poëtisch meesterwerk van het leven van de burgerklasse in het midden van de 19e eeuw.

 

-Men kan Mme Bovary benaderen vanuit verschillende invalshoeken

                -een bekend verboden boek

                -een boek dat de 19e eeuwse vrouw beschrijft (haar begrenzing, haar dromen…)

                -een boek dat de ontwikkeling van de roman ingrijpend bepaalt

                -een boek dat het voetfetichisme van de auteur duidelijk maakt

                -een boek dat handelt over de gevolgen van de ongebreidelde leesdrift van Emma

                -een boek dat, hoewel Flaubert dat niet wil, vooral over hemzelf gaat…

               

                -een boek dat nu niet meer kan gelezen en gesmaakt kan worden…

                – een boek dat eerst en vooral een 19 e eeuws boek is…

 

-De drang naar consumeren is bij Emma een uitlaatklep voor haar angst. Het is een bekoring om de leefte van het bestaan te vullen met dingen. Emma’s drama is de spanning tussen illusie en realiteit, het verschil tussen verlangen en de vervulling ervan. (Zie ook Bovarysme)

(werkblad opgesteld door Mie Jee Vandewijer)

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *