Giuseppe Tomasi di lampedusa ‘De Tijgerkat’ (boekbespreking november 2009)

Biografie:

 

Giuseppe Tomasi di Lampedusa (Palermo, 23 december 1896Rome, 23 juli 1957) was Hertog van Palma en Prins van Lampedusa.

 

Tomasi is de zoon van Giulio Maria Tomasi, Prins van Lampedusa, en de eveneens adellijke Beatrice Mastrogiovanni Tasca di Cutò. Na de dood van zijn zus aan difterie groeide hij op als enig kind. Zijn vader was een koele persoonlijkheid. Tomasi had een veel sterkere band met zijn moeder. Hij kreeg in het familiepaleis in Palermo les van een privéleraar in literatuur en de Engelse taal; zijn moeder leerde hem Frans.

Tomasi di Lampedusa was een zwijgzame en solitaire man, die zijn tijd doorbracht met lezen, nadenken en reizen. Hij zei over zichzelf: “Ero un ragazzo cui piaceva la solitudine, cui piaceva di più stare con le cose che con le persone.” (“Ik was een kind dat van de eenzaamheid hield, dat liever met voorwerpen omging dan met personen.”)

In 1911 ging hij naar het liceo classico in Rome en later in Palermo. In 1915 verhuisde hij opnieuw naar Rome, waar hij rechten ging studeren. In dat jaar werd hij ook opgeroepen voor de militaire dienst. Hij vocht in 1917 tijdens de Slag bij Caporetto, waar Italië een zware nederlaag tegen Duitsland en Oostenrijk-Hongarije leed. Hij werd krijgsgevangene gemaakt en opgesloten in een Hongaars krijgsgevangenenkamp. Hij kon echter  ontsnappen en keerde te voet terug naar Italië, waar hij het uiteindelijk tot luitenant schopte. Zijn rechtenstudies pakte hij echter niet meer op. Hij keerde terug naar Sicilië, waar hij buitenlandse literatuur studeerde, tussen de vele reizen door die hij samen met zijn moeder ondernam.

In 1932 trouwde Tomasi di Lampedusa met Alexandra Wolff Stomersee (roepnaam “Licy”, een adellijke Letse studente psychoanalyse. Zij woonden enige tijd in Palermo samen met Tomasi di Lampedusa’s moeder, maar uiteindelijk dreef de ‘incompatibilité d’humeurs” tussen de twee vrouwen Licy terug naar Letland.

In 1934 stierf Lampedusa’s vader en erfde hij van hem de prinselijke titel.

In 1940 werd hij opnieuw voor korte tijd onder de wapens geroepen, maar omdat hij aan het hoofd van een erfelijke plantage stond, werd hij al gauw naar huis gestuurd om zijn plantage te besturen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleven Lampedusa en zijn moeder in Capo d’Orlando, waar hij zich weer met Licy verenigde.

In 1943 werd het familiepaleis door een Amerikaans bombardement volledig verwoest, een gebeurtenis die Lampedusa bijzonder heeft aangegrepen.

Na de dood van zijn moeder 1946 keerde Tomasi met zijn vrouw terug naar Palermo.

In 1953 begon hij tijd door te brengen met een groepje jonge intellectuelen, onder wie Gioacchino Lanza, met wie hij zo’n sterke band opbouwde dat hij die in 1954 adopteerde.

Tomasi di Lampedusa was vaak te gast bij zijn neef, de dichter Lucio Piccolo, met wie hij in 1954 naar San Pellegrino Terme reisde om een literaire prijsuitreiking bij te wonen. Daar ontmoette hij onder andere Eugenio Montale en Maria Bellonci. Men neemt aan dat hij na zijn terugkeer uit San Pellegrino Terme aan Il Gattopardo begon te schrijven. Hij wilde een boek schrijven in de stijl van Ulysses van James Joyce. Dit gaf hij al gauw op, want zoals hij in een brief schreef: “Ulysses lukt me niet”. Sporen van deze poging zijn met name terug te vinden in het eerste hoofdstuk.

In 1956 was het werk klaar. Tijdens zijn leven werd het werk geweigerd door alle uitgevers aan wie hij het boek aanbood. Hierover raakte hij zeer verbitterd.

In 1957 werd bij Tomasi di Lampedusa longkanker vastgesteld. Op 23 juli stierf hij. Hij is begraven in het kerkhof van de Capucijnen in Palermo.

Twee jaar na zijn dood werd Il Gattopardo toch gepubliceerd en het jaar daarop won de roman de Premio Strega. Sindsdien geldt het boek als een van de grootste werken van de 20e-eeuwse Italiaanse literatuur, en als het onbetwiste hoogtepunt van de Siciliaanse literatuur.

 

Bibliografie:

  • I racconti (Verhalen), 1961;
  • Le lezioni su Stendhal (Lessen over Stendhal), 1959, gepubliceerd in boekvorm in 1977;
  • Invito alle lettere francesi del Cinquecento (Inleiding in de 16e-eeuwse Franse literatuur), 1970;
  • Enkele essays

 

Situering in tijd en ruimte:

 

Deze roman speelt zich af op Sicilië als er in 1860 een eind komt aan de macht van het Huis van Bourbon en de burgerij onder aanvoering van Garibaldi de macht overneemt. 

Personages:

  • Don Fabrizio Salina, prins van Salina, X Maria Stella
  • Zijn neef Prins Tancredi
  • Concetta Salina, één van de dochters van Fabrizio
  • Angelica
  • Angelica’ vader Don Calogera, rijke burgerburgemeester X donna Bastiana
  • Pater Pirrone

Enkele vragen:

 

  1. Beschrijf de personages en de familiale verhoudingen.
  2. Waarin komt het verval van de adel tot uiting?
  3. Is Sicilië in dit boek duidelijk herkenbaar? Zo ja, waarin?
  4. Hoe worden de Sicilianen beschreven?
  5. Eén van de beroemdste zinnen in dit boek is “Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles anders worden.” Verklaar.
  6. Hoe wordt de levensstijl van de adel beschreven? En hoe dat van de niet-adel?
  7. Is dit boek nog actueel? Hoe?
  8. Herken je de auteur in dit boek? Waarin?
  9. Dit boek wordt soms wel eens vergeleken met de roman die in dezelfde tijd uitkwam: ‘Gejaagd door de wind’ van Margaret Mitchell. Begrijpelijk?
  10. Het boek werd door Visconti in 1963 verfilmd.Don Fabrizio wordt gespreeld door Burt lancaster, Tancredi door Alain Delon en Angelica door Claudia Cardinale. Herkenbaar?

 

 

In de klauwen van het verval

Zaterdag 31 januari 2004 door Pieter Steinz in NRC-Handelsblad

`Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles anders worden.’ Met deze woorden verdedigt de jonge revolutionair Tancredi in De tijgerkat zijn beslissing om zich aan te sluiten bij het leger van de Italiaanse vrijheidsstrijder Garibaldi. Het is mei 1860, en het huis van Bourbon staat op het punt uit Sicilië verjaagd te worden. Tancredi’s oom, de eigenlijke hoofdpersoon van de roman van Giuseppe Tomasi di Lampedusa, beseft dat de oude aristocratische levenswijze in de verdrukking raakt: `Wij waren de tijgerkatten,’ zegt hij met een verwijzing naar de luipaard uit zijn familiewapen. `Zij die hier onze plaats gaan innemen, zullen de jakhalzen zijn, de hyena’s.’

Don Fabrizio Corbèra, de prins van Salina, zegt dat hij behoort `tot een ongelukkige generatie – tussen de nieuwe en de oude tijd in, en in geen van beide op haar gemak.’ Maar kortzichtig is hij niet, en als hij ergens aan wil ontsnappen, is het aan de lethargie van zijn mede-Sicilianen die doorgaans `iedereen haten die hen wil wekken’. Hij besluit zijn lievelingsneef te steunen, en huwelijkt Tancredi uit aan de beeldschone dochter van een ongecultiveerde nouveau riche. Tot groot verdriet van zijn eigen dochter, die verliefd is op Tancredi en zo wordt opgeofferd aan de moderne toekomst. Maar de neergang van het prinselijk huis is niet af te wenden: als Don Fabrizio 23 jaar later op zijn doodsbed ligt – in een mooie melancholieke sterfscène –ziet hij zichzelf als een uitgemergelde reus en als de laatste Salina. `Want de betekenis van een adellijk geslacht ligt geheel en al in zijn tradities, in zijn vitale herinneringen. En hij was de laatste die nog buitengewone herinneringen had.’

De schrijver Tomasi, een man zonder geldzorgen of ambities, moet zich ongeveer zoals Don Fabrizio gevoeld hebben. Als zoon van de hertog van Palma, en kleinzoon van de prins van Lampedusa, kende hij het verval van de Siciliaanse aristocratie van binnenuit. Na de Tweede Wereldoorlog, toen het familiepaleis in Palermo door een geallieerd bombardement verwoest was, zette hij zich aan een roman die hij omschreef als `vierentwintig uur uit het leven van mijn overgrootvader’. Tomasi’s model was Ulysses van James Joyce; de structuur van de kroniek van één dag – die van de landing van Garibaldi in Sicilië – is nog aanwijsbaar in het eerste hoofdstuk. Maar de roman dijde uit, en liep via momentopnamen uit 1861 en 1862 door tot de dood van Don Fabrizio in 1883 en het symbolische einde van de familie in 1910, wanneer de opgezette lievelingshond van de prins bij het grof vuil wordt gezet.

De tijgerkat verscheen in 1958 als `Il gattopardo’, een jaar na de dood van de schrijver aan longkanker, en op voorspraak van zijn jongere collega Giorgio Bassani. Al snel bleek dat Tomasi’s literaire debuut zich kon meten met de grote familieromans uit de wereldliteratuur – hoe fragmentarisch het verhaal naar het eind toe ook wordt. Maar De tijgerkat is meer dan een saga over aristocratie en verval. Het is ook een sublieme politieke roman over de Italiaanse eenwording, waarbij royalisten en revolutionairen, sjoemelaars en slampampers elkaar de macht betwistten. Daarnaast, en dat houdt het boek in de eenentwintigste eeuw aantrekkelijk, geeft het een memorabel beeld van `het ware gezicht van Sicilië, waarbij vergeleken barokke steden en sinaasappelboomgaarden niet meer zijn dan onbetekenende opschik.’ Het Sicilië van Tomasi is een `troosteloos en onredelijk’ eiland dat zucht onder het gewicht van 25 eeuwen opgelegde beschaving, en waar iedere verandering door de bewoners in golvende dorheid wordt gesmoord. Verplichte literatuur voor iedere vakantieganger op weg naar Catania of Palermo.

 

 

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *