Giorgio Bassani: De tuin van de familie Finzi-Contini (leeskring Dilbeek oktober 2015)

tuin van familie finzi contini boekBiografie:Bassani werd in 1916 geboren in Bologna als zoon van welgestelde joodse ouders. Zijn vader was arts
Hij bracht zijn jeugd door in Ferrara, een stadje vlakbij Bologna, dat eeuwenlang het centrum van de joodse cultuur was. Hij was net zoals de meesten een geassimileerde jood, die eigenlijk nog weinig met het Jodendom te maken had. Veel joden hadden zelfs een fascistische partijkaart op zak! Maar dan kondigde Mussolini in 1938 de rassenwetten af. Joden mochten niet meer naar de plaatselijke tennisclub, werden geweerd uit de bibliotheek en Bassani moest zelfs zijn verloving met een katholiek meisje verbreken.

In 1939 studeerde hij ondanks alles af aan de letterenfaculteit van Bologna. In 1940 moest hij zijn eerste verhalenbundel onder een pseudoniem uitbrengen. In 1943 werd hij opgepakt op (terechte!) verdenking van clandestiene activiteiten tegen het fascisme. In datzelfde jaar trouwde hij met Valeria Sinigallia en verhuisde naar Florence, waar ze met valse pasporten op twee piepkleine kamers gingen wonen,en later naar Rome.
Bassani slaagde erin zijn ouders en zijn zus Jenny uit handen van de Duitsers te houden. De rest van zijn familie vond de dood in Buchenwald.
In Rome werkte hij als redacteur bij belangrijke tijdschriften en uitgeverijen. Aan hem kwam onder andere de eer toe ‘De tijgerkat’ van Giuseppe Tomasi di Lampedusa uit te geven. (Zie onze bespreking in de leesclub van november 2009: klik hier ).
Hij overleed op 13 april 2000 en werd begraven op de joodse begraafplaats in Ferrara.

Bibliografie:

Ik zal hier enkel zijn belangrijkste romans benoemen. Daarnaast schreef hij ook verhalen, gedichten en essays.

Kenmerkend: Alle verhalen spelen zich af in Ferrara, in de jaren 30-40 van de vorige eeuw. Veel personages komen in de verschillende verhalen terug. In de roman ‘De geur van hooi’ heeft Bassani het ook over zijn eigen schrijversschap en de modellen voor zijn personages.

1962: Il giardino dei Finzi-Contini. In het Nederlands vertaald als ‘De tuin van de Finzi-Contini’ (oorspronkelijke vertaling luidde ‘Het groene paradijs van de jeugdliefdes: de tuin van de Finzi-Contini) Verfilmd door regisseur Vittorio De Sica.
1964: Dietro la porta. In het Nederlands vertaald als ‘Achter de deur’
1968: L’airone.(‘De reiger’)
1970: Gli occhiali d’oro (‘De gouden bril’)
1972: L’odore del fieno (‘De geur van hooi’)

Personages:

ik-persoon: de observator, een dokterszoon met een romantische inborst, zijn broer Ernesto en zijn zus Fanny

de Finzi-Contini’s: professor Ermanno en zijn vrouw Olga, zoon Alberto, dochter Micol

tennis- en discussiepartner Giampiero Malnate

Enkele vragen:

1.Waar en wanneer speelt het verhaal zich af?

2.Wat vind je van de titel?

3.In besprekingen wordt vaak verwezen naar andere romans, nl. Brideshead Rvisited van Evelyn Waugh (1944), Swanns kant op van Proust (1913). Waarom?

4.Waarom denkt de verteller juist bij een Etruskisch graf aan de tuin van de Finzi-Contini’s? Hieronder zie je een afbeelding van het ‘Graf van de reliëfs in Cerveteri’ (Maak eens een daguitstap vanuit Rome en bezoek Cerviteri en Tarquinia!) De ruimte is 6,4 m lang en 7,5 m breed en vrijwel alle oppervlakken zijn bedekt met gestucte afbeeldingen van alledaagse voorwerpen die het leven, en dus ook de dood, veraangenamen: lepels, messen, kruiken, wapens, kussens, handtassen, parfumflesjes.
graftombe_in_cerveteri

5.Hoe schermden de Finzi-Contini’s zich van de buitenwereld af, en waarom zochten ze plotseling toch contact? Lukte dat hen?

6.Hoe verhouden de familie van de ik-persoon en de Finzi-Contini’s zich tot elkaar?

7.Hoe verloopt het contact tussen de ik-persoon en zijn familie?

8.Beschrijf de dagen van de jongelui. Hoe zou je de sfeer waarin ze verkeren beschrijven? Hoe verloopt de tijd?

9.Hoe beleven de jongelui hun joods-zijn?

10.Als dit een liefdesverhaal is… Hoe verloopt de liefde?

11.Als dit een buildingsroman is … Hoe ontwikkelt het hoofdpersonage zich dan?

12.Als dit een politieke roman is … Hoe uit zich dat dan?

13.Enkele lezers vertelden me dat ze helemaal door het verhaal meegesleurd waren. Hoe kan dat? Er gebeurt toch niets? Hoe kan dat dat?

14.Enkele lezers vermoedden ook een homofiele aantrekkingskracht tussen twee personages. Tussen wie? Waaruit leid je dat af?

15.Bas Heijne schrijft in zijn inleiding: “De tuin van de familie Finzi-Contini is een roman die me achtervolgt. Sommige romans, niet veel, doen dat -ze blijven je na lezing bij als een hardnekkige schim, niet zozeer als een herinnering aan het verhaal, aan sterke, onvergetelijke personages of beslissende scènes, maar vooral als sfeer, stemming.”
Wat zal jou bij blijven van dit verhaal? Zijn er volgens jou toch wel enkele onvergetelijke personages of beslissende scènes? Welke?

16.Ik heb de roman in de nieuwe vertaling van Jan van der Haar. Hoe vind je de vertaling?

17.Verklaar de titel van de bespreking hieronder: Het hoofd achterstevoren’.‘

Een bespreking in De Standaard der Letteren van 2 oktober 2015 door Alexandra De Vos:

Het hoofd achterstevoren

De tuin van de Finzi-Contini’s van Giorgio Bassani biedt geen rauwe Holocausttragiek, maar een van weemoed doortrokken verhaal over de verloren tijd en het verloren paradijs.

À la recherche du temps perdu, op zoek naar de verloren tijd.
Proust maakte daar als schrijver naam mee, Madeleines soppend in een kopje thee tot er een stroom aan herinneringen en een romancyclus van kwam. Couperus had het in onze lage landen ook het liefst over de dingen die voorbijgaan, over oude mensen en de Haagse kringen van de belle époque. Evelyn Waugh deed het in Engeland met het tot uitsterven gedoemde ras van de stamboomaristocraten (herinner u het tot een prachtige
serie bewerkte Brideshead revisited). Zo heeft elk taalgebied zijn herinneringskunstenaars, de schrijvers die gevoelig zijn voor wat verloren gaat, of al verloren is, en die strijd voeren tegen het vergeten. Italië had een schitterend herinneringskunstenaar in Giorgio Bassani (1916-2000).
Bassani werd geboren in de Joodse middenklasse van het stadje Ferrara, in een gemeenschap die vóór de Tweede Wereldoorlog bloeide. Ze was modern, geassimileerd, patriottisch – de meeste Joden hadden zelfs een partijkaart van de fascisten op zak. Want Mussolini leek de kwaadste niet, hij was zelfs niet antisemitisch. Een clown en een windhaan, ja – maar geen bloeddorstig monster als Hitler. En tot ver in de jaren 30, vóór de rassenwetten de Joden meer en meer uitsloten van het publieke leven, konden de meesten zich geen voorstelling maken van het kwaad dat op handen was. Er werd gestudeerd, getennist, getrouwd. Het leven was goed in Italië. Tot dat allemaal ophield. Tot het leven noodlot werd, ‘een, trage, geleidelijke afdaling in de bodemloze trechter van een maalstroom’.

Onaanraakbaar

Bassani stond erbij en keek ernaar, en ook hij werd uiteindelijk meegesleurd. In de romancyclus Het verhaal van Ferrara legde hij de geest en de gebeurtenissen van die gedoemde jaren 30 vast. En het hoogtepunt is De tuin van de Finzi-Contini’s (1962), de geschiedenis van een jeugdliefde.
Micòl, zo heet het meisje dat het hart van de naamloze verteller in deze roman doet kloppen. Van kindsbeen af is hij door haar gefascineerd – hij, een dokterszoontje met een romantische inborst. En zij: hoogblond, sprankelend, opgroeiend in de splendid isolation waarin haar aristocratische afkomst haar dwingt. Want de Finzi-Contini’s hebben zich na de dood van hun eerstgeborene teruggetrokken op een kasteeldomein, verscholen achter oude bomen en een hoge muur. De verteller vangt af en toe een glimp van hen op, op straat en in de synagoge, ‘op weinig meer dan een meter afstand, en toch mijlen ver weg, onaanraakbaar: als werden ze rondom door een glazen wand beschermd’. Het paradijs achter de muur, de plek waar Micòl lacht en speelt, is niet voor gewone stervelingen bestemd.
Maar in de nazomer van 1938, als alle Joodse jongeren uit de plaatselijke tennisclub worden gezet, zwaait plots de poort open. De verteller mag met zijn vrienden een balletje gaan slaan op de privébaan van de Finzi-Contini’s. In die magische dagen, ‘dagen van zacht glazige, lichtende roerloosheid’, zwerft de verteller met Micòl door het park. Zij doet hem kond (in een familiedialect dat ze het ‘Finzi-Continiaans’ doopt) van haar liefde voor oude bomen en opaalglas, voor haar neogotische landhuis en voor haar ziekelijke broer Alberto. Terwijl buiten, aan de andere kant van de muur, het net zich meer en meer spant rond de brave Joodse burgers, vluchten de twee verwante zielen in kinderlijk-onschuldige intimiteit, tot de verteller een stap te ver gaat en verjaagd wordt uit het paradijs.

De gruwelen van zijn tijd

Zelfs jaren later, als de verteller schrijver is geworden, is de tragedie niet verwerkt. Misschien was Micòl te wijs voor haar jaren, wist ze hoe haar familie zou eindigen en weigerde ze elke hoop. Misschien waren hij en Micòl té gelijk, allebei onverschillig voor het plezier in het hier en nu dat gewone mensen hebben. ‘Voor mij, net als voor haar, telde meer het verleden dan het heden, meer de herinnering aan bezit dan het bezit zelf. Tegenover de herinnering kan elk bezit alleen maar teleurstellend zijn, banaal, ontoereikend.’
Laat die ondeugd van zijn alter ego, dat ‘altijd met het hoofd achterstevoren lopen’, nu net Bassani’s grootste kwaliteit zijn. Wie anders zou met zoveel finesse, zoveel ingehouden liefde de herinnering levend houden aan een gemeenschap die bijna voltallig in de Duitse verbrandingsovens verdween? Ja, De tuin van de Finzi-Contini’s is in de eerste plaats een liefdesgeschiedenis, maar in de marge smokkelt Bassani de gruwelen van zijn tijd. Terloops aangeraakt, eenvoudig geregistreerd. Zoals de ooms en tantes van de verteller, ‘met hun arme gezichten bekroond door burgerlijke hoedjes of omlijst met burgerlijke permanentjes, zo ongeschikt om het werkelijke belang van het heden in te schatten en in de toekomst te kijken’.
Maar onafwendbaar was die toekomst, en allemaal werden ze weggeblazen, de Finzi-Contini’s en hun burgerlijke tegenhangers, ‘als lichte bladeren, als vellen papier…’. Of toch niet? Die vellen papier hebben hen ook bewaard. En samen met Micòl in haar tuin van Eden bevolken de Joden van Ferrara een roman van een grote klassieke schoonheid. Verwacht geen rauwe Holocausttragiek vanDe tuin van de Finzi-Contini’s. Verwacht weemoed en een precieze, heldere stijl, blauw als de zomerhemel boven Ferrara. Dat is de stille kracht van de herinneringskunst.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *