Gabriel Garcia Marquez: Liefde in tijden van Cholera (verslag van de bijeenkomst in Roosdaal door Mieke Massaer & Norbert Verbestel)

“Het was onvermijdelijk: de geur van bittere amandelen deed hem altijd denken aan het lot van gedwarsboomde liefde.”

‘Liefde in tijden van cholera’ verscheen voor het eerst in 1985 (en werd ondertussen ook verfilmd), en verhaalt het leven van Florentino Ariza en Fermina Daza.

Gabriel García Márquez beschrijft in zijn magisch-realistisch sprookje de tragikomische geschiedenis van een levenslange onbeantwoorde liefde en speelt zich af tegen de woelige achtergrond van een koloniale stad aan Colombia’s Caribische kust rond 1900. Garcia Marquez verwisselt in deze prachtige roman de decors van het bekende dorpje Macondo voor die van de telkens oplaaiende burgeroorlog, technische vernieuwingen als luchtvaart en stoomaandrijving in het begin van de 20e eeuw in een stad als Cartagena of Barranquila in Colombia.

Gabriel García Márquez werd op 6 maart geboren in Aracataca, een stad in het noorden van Colombia. Zijn ouders leefden in armoede, en hij werd overgelaten aan de zorgen van zijn grootouders. In 1946 gaat hij naar de universiteit van Bogotá om er rechten te studeren. Rond die tijd ontmoette hij zijn toekomstige vrouw, Mercedes Barcha Pardo, zij was 13. Toen ze haar lagere school had beëindigd, trouwden ze. Gabriel García Márquez verloor alle interesse in zijn studies. Hij ging niet meer naar de lessen, maar liep op straat rond, en verdeed zijn tijd met het lezen van poëzie. In 1982 ontvangt Márquez de Nobelprijs voor literatuur.

Het verhaal speelt zich af over een periode van meer dan 50 jaar. Het verhaal is geschreven in de alwetende vertelsituatie en dus niet uit het perspectief van één persoon. Het boek springt van de ene persoon naar de andere. Het boek kent geen hoofdstukken en ook nauwelijks witregels. Het komt langzaam op gang en als we dan eenmaal de drie hoofdpersonen hebben leren kennen springen we niet alleen van persoon tot persoon maar maken ook voortdurend bewegingen in de tijd, zowel voor- als achteruit, alle kanten op.

De kracht van het boek zit voor mij in het verteltalent van Márquez en in zijn ongeëvenaarde beeldspraak. Het verteltalent komt tot uitdrukking in de prachtige beelden die hij in schitterende zinnen met een rijkdom aan verrassende woorden weet te schetsen.

Er komen heel wat universele thema’s in het boek aan bod: liefde, dood en ouderdom. Van in het begin mag je bijna zeker zijn dat Florentino Ariza en Fermina Daza gaan samenkomen, je moet alleen maar lezen om te weten hoe en wanneer. Wat er tussenin te beleven valt zit vol van subtiele humor gekoppeld aan al dan niet absurde situaties.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *