Erwin Mortier: Godenslaap

We bespraken in de leesgroep al 2 boeken van Erwin Mortier: Marcel en Alle dagen samen. Beide boeken werden warm onthaald en maakten veel los. Sommige niet meer zo jonge leden haalden herinneringen op aan oorlog en collaboratie. Ze vroegen zich bovendien af hoe Erwin Mortier, een wel nog jonge schrijver in hun ogen, zoveel wist. Waar haalde hij de informatie over de geuren en de kleuren van die tijd? Iemand beweerde zelfs dat het naaitatelier in Marcel dat van haar tante was. “Niet echt”, zei ze: “maar wel net echt. Ik voelde me weer tussen de balen verdwalen”.

Hij doet het weer, die duivelse (of moet ik zeggen goddelijke?) Erwin Mortier. Hij gaat in Godenslaap terug naar WO I, en ook hier schrijft hij alsof hij die tijd zelf beleefd heeft. Hij doet dat via Helena Demont, die in een bejaardentehuis haar herinneringen in brokken en beetjes vertelt aan haar verzorgster Rachida. Helena is hoogbejaard, “De engel van de tijd heeft mij al meegenomen, Hij zou de engel van de wraak kunnen zijn of de engel der victorie. Maar hij is ook de engel van de slaap en de Melancholie van Dürer.”

Helena heeft altijd notitieboekjes bijgehouden. “Van zodra Rachida de plank op mijn schoot legt en het kladboek opent, welt in mij de verrukking op van een kind dat de doos met krijt of waterverf uit de kast ziet gehaald worden. … Mij lijkt de wereld dan het hof te maken: schrijf mij uit, verdubbel me. Traceer mijn luchtlagen, mijn bodemlagen, mijn mantels en mijn zieke memorie, en al de gradaties tussen zijn en niet-zijn die alleen een mens, het meest ontaarde dier dat uit mijn slijmen opkroop, tot bestaan kan wekken.”

Geen wonder dat Rachida deze vrouw “de moeder van het boek” noemt. Deze vrouw die jaloers is op de woordenschat van coloriet van de vooroorlogse schilders (pp.156-157) of op de kunst van Van Gogh, de enige schilder bij wie ze de dreigende duistere middagen van tijdens de oorlog terugzag (p.211). Deze vrouw die vreest dat woorden te kort komen om de oorlog te beschrijven, maar het toch probeert. Deze vrouw die toen ook vreesde dat “deze oorlog die de onze was over een jaar of honderd rond de gedenkstenen, de foto’s, de dagboeken, de brieven en de zerken even volkomen zal zijn weggesleten als de botten van de doden in de grond, hoogstens een verkleuring in het zand”.

Erwin Mortier is erin geslaagd deze oorlog levendig te houden. Bepaalde scènes, zoals de “obscene” dood van het als volwassen vrouw verklede kleine meisje Amélie Bonnard, zijn zo beeldend beschreven dat ze mij het boek een poosje opzij deden leggen. Toch wordt herhaaldelijk gezegd dat de werkelijkheid nog erger is dan de gruwel in het boek. (( Reden te meer dat ik Jonathan Littells boek, De Welwillenden, niet zal lezen. Ik ken iemand die een week verlof neemt om het meer dan 900 bladzijden tellende boek te lezen. Zij die het lazen, vinden het een heel knap en noodzakelijk boek. Maar als Erwin Mortier me, zelfs met zijn bedwelmende stijl, bij bepaalde scènes al doet kokhalzen… Wat dan met een oorlogsverhaal verteld vanuit het perspectief van een oorlogsmisdadiger? ))

Erwin Mortier is er tevens in geslaagd om de lezer aan het denken te zetten over meer dan alleen maar die bepaalde historische feiten. De ik-persoon zegt vaak over de gebeurtenissen dat ze “obsceen zijn”, terwijl haar geliefde diezelfde gebeurtenissen “inevitable” noemt. Deze twee woorden blijven alleszins al dagen in mijn hoofd hameren. Ik betrap er mezelf op dat ik ze bij de recente politieke gebeurtenissen voortdurend gebruik.

Erwin Mortier is er met dit boek ten slotte  voortreffelijk in geslaagd zijn liefde voor de taal, voor het woord, voor het boek, en de noodzaak van boeken schrijven en lezen, te verwoorden. “Ik zou in die boekenplanken begraven willen worden. Zou het niet fijn zijn om ze los te wrikken uit de muren en er een mooie doodkist van te maken?”, laat de schrijver Helena zeggen.

Je zou er een mooi grafschrift voor Erwin Mortier van kunnen maken.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *