Elsschot: Het dwaallicht (boekbespreking april 2010)

Biografie/bibliografie

Willem Elsschot, pseudoniem voor Alfons de Ridder, werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882 als zoon van de bakker Christiaan de Ridder en Adela van Elst. Op zijn zestiende werd hij van de Gemeenteschool gestuurd. Zijn jeugdvriend Ary Delen vertelt daarover: “Fonne van de bakker was een door alle professors zeer gevreesde belhamel. Geen kon als hij de klas overhoop zetten door het uithalen van allerlei ontzettend kattekwaad. Hij werd dan ook overal buitengesmeten, behalve op de les in het Nederlands –bij Pol de Mont- en op de turnles.” Alfons de Ridder werd dan maar loopjongen bij een aantal firma’s. In 1901 begon hij tenslotte aan een opleiding aan de Antwerpse Handelsschool. De vriendschap en de wederzijdse waardering tussen hem en Pol de Mont bleef echter levenslang bestaan.
In 1905 werd hij als secretaris in Parijs benoemd. In 1908 verhuisde hij naar Rotterdam waar hij chef-correspondent werd bij een scheepswerf. Hij trouwde er ook en schreef zijn eerste boek,‘Villa des Roses’, dat over zijn leven in Parijs gaat. Na drie jaar en een half hield hij zijn job(s) in Rotterdam weer voor bekeken en keerde terug naar België, waar hij werk vond als boekhouder. Uiteraard lag ook dit hem niet helemaal. Hij stopte er dus mee en richtte samen met 2 vrienden het publiciteitsblad Revue Continentale Illustrée op (dat later model staat voor het Wereldtijdschrift in Lijmen). Tijdens W01 schreef hij ook nog twee boeken: ‘de Ontgoocheling’en ‘de Verlossing’ . Na de oorlog ging hij opnieuw in het reclamevak. In 1924 verscheen ‘Lijmen’.
In 1931 begon hij eindelijk een reclamebedrijf voor zichzelf. Gelukkig. Met gezag en autoriteit had hij het altijd moeilijk. Met ‘Kaas’ in 1933 brak er een nieuwe periode van creativiteit aan. Er verschenen in 13 jaar zeven nieuwe titels (zowel proza als poëzie), met als hoogtepunten ‘Het been’ en ‘De leeuwentemmer’ , en als laatste in 1946 ‘Het Dwaallicht’. Willem Elsschot was al geen veelschrijver, zijn vrienden moesten hem vaak overtuigen om nog eens iets te schrijven, maar na 1946 hield hij zich enkel en alleen nog met reclamewerk bezig.
In 47 ontving hij de Driejaarlijkse Staatsprijs van België en in 51 de Constantijn Huygensprijs. In 57 , op zijn 75ste verjaardag, bracht hij zijn complete werk samen in ‘Verzameld Werk’. Na zijn dood in 1960 werd hem nog de Staatsprijs voor zijn schrijversloopbaan toegekend.
Onlangs maakte Dick Matena een prachtig stripalbum van het Dwaallicht.(Athenaeum-Polak en Van Gennep)
Antwerpen eert hem momenteel met een speciaal stadsfestival ‘De stad van Elsschot’ van 29 juni tot 21 oktober 2010.

Secundaire bibliografie (beknopt)

Eric Rinckhout “Dwaalspoor”, Meulenhoff/Manteau
Ida de Ridder “Fine. Levenslang met Willem Elsschot”, Athenaeum-Polak en Van Gennep
Ida de Riddel “Willem Elsschot en de piano”, Nijgh & Van Ditmar
Lauwaert, “Willem Elsschot en de vrouwen”, Standaard Uitgeverij

Personages (belangrijkste)

Laarmans = ik-figuur
3 Afghaanse matrozen (waaronder de zgn Ali Khan)
Maria van Dam
Fathma

Enkele discussiepunten

1. Waar en wanneer speelt dit verhaal zich af? Had je die periode ook voor ogen toen je het verhaal las?
2. Titel? Dwaallicht is volgens het woordenboek “een zich verplaatsend blauwachtig vlammetje boven poel, moeras, … ontstaan door verbranding door moerasgras. Welke functie heeft het dwaallicht in dit boek?
3. Welke sfeer heeft dit verhaal? En welke stijl? Marnix Gijsen schreef ooit over Elsschot: “De essentialia van het leven, de bitterzoete kern der kleine, dagelijkse gebeurtenisssen, heeft Elsschot achterhaald met volkomen eerlijkheid en een klassieken eenvoud, en ik kan nauwelijks geloven dat diens sobere proza, zonder enige opschik, zonder retorische galm ooit zou kunnen verouderen…”
4. Hoe zou je Laarmans beschrijven? Kennen jullie een type dat aan Laarmans beantwoordt?
5. Wat zou jij doen als op een druilerige novemberavond 3 ‘zwartjes’ je de weg vroegen?
6. Laarmans wordt wel eens het alterego van Elsschot genoemd. Welk beeld krijg je van Elsschot? Cfr. foto. Waarom geeft Elsschot zo’n beeld van zich weer? Het werk van Elsschot is sterk autobiografisch. “Ik schrijf dat zo maar op. Ik heb toch geen fantasie”, antwoordde hij op de vraag van een interviewer. Geloof je dit understatement?
7. Enig idee hoe Elsschot in huiselijke kring was? Denk aan zijn beroemd gedicht ‘Het huwelijk’
Maar dodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
Staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
En ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
En die des avonds komt, wanneer men slapen gaat (1919)

Er bestaat ook een brief van zijn moeder:
Gij weet wel dat gij niet in uw huwelijk gehandeld hebt zoals het behoort. Zo er iets is, is ’t uw fout.”

De voorbeelden in Dwaallicht zijn legio:
p. 1 Maar eerst nog een krant voor vanavond bij ’t vuur, want als ik niet lees, werkt mijn zwijgen verkillend op mijn huisgenoten…

8. Welke rol speelt Maria van Dam voor Laarmans?
9. Er wordt ook gezegd dat Elsschot in dit laatste boek al zijn politiek-ideologische standpunten weergeeft. Akkoord? Was Elsschot een rebel?
10. In 2010 viert Antwerpen uitvoerig zijn 50ste sterfdag. Hoe verklaar je zijn succes?

Recensie:

(De Standaard, 2 maart 2007: Blufboek van de week)

Honderd hoogtepunten uit de moderne literatuur. Voor in uw boekenkast, op recepties en bij vrienden.
Dat Willem Elsschot (pseudoniem van Alfons De Ridder, 1882-1960) een ereplaats in deze rubriek verdient, daar mag niemand aan twijfelen. Wie Elsschot niet gelezen heeft, moet dringend die krater in zijn kennis van de Nederlandse literatuur dichten.

Eigenlijk verdienen zijn handvol romans en novellen hier allemaal een bespreking, want uiteindelijk is zijn Volledig werk één meesterwerk. Als je toch moet kiezen, is Het dwaallicht van 1946 wellicht de veiligste selectie. Het boekje zet in enkele tientallen bladzijden de wereld van Elsschot neer. En het laat zich in een paar zinnen samenvatten.

November 1938. Burgerman Frans Laarmans, volgens de overlevering Elsschots alter ego, doorbreekt even de miezerige sleur van het dagelijkse leven en stort zich in het avontuur. Hij ontmoet op straat drie ,,zwartjes”, Afghaanse matrozen van een vreemd schip dat in Antwerpen aangemeerd ligt. Zij zijn op zoek naar ene Maria Van Dam. In plaats van rustig met zijn krant naar huis te keren wil Laarmans proberen om voor die ,,rijstkakkers” het mysterie te ontrafelen. Maar wie neemt wie op sleeptouw? Wie helpt wie? Het wordt een episode zonder uitkomst. Maria Van Dam blijft onbereikbaar.

De avondlijke zoektocht door Antwerpen zit vol symboliek, zodat er al ettelijke bladzijden over de diepere betekenis van deze novelle verschenen zijn, een exponentieel veelvoud van het aantal woorden dat Elsschot ooit gebruikte. Het gaat over racisme en religie. Geilheid en burgerzin. Politiek. De dreigende oorlog. Is het een kerstverhaal, een parabel, een literair testament? Die analyses doen misschien vermoeden dat Het dwaallicht een hoogdravend betoog is, maar dat is het niet.

Het dwaallicht is verre van spectaculair. En dat is de ultieme sterkte. Eenenzestig jaar na de eerste publicatie staat het eenvoudige verhaal ongeschonden overeind en dat heeft veel te maken met het menselijke gevoel van mededogen dat uit elke regel spreekt. Al van bij de aanhef sluipt de weemoed binnen. Steeds weer moet ik denken aan die grijs geciteerde verzen uit Het huwelijk (1910), die levenshouding die schippert tussen vervaarlijke opstandigheid en aaibare gelatenheid, die stijl die golft van scherpte naar zachtheid. Droge humor en onnadrukkelijke diepzinnigheid maken de lectuur bijzonder aangenaam. Er staat geen woord te veel.

Het dwaallicht kun je tientallen keren herlezen. Ook al weet je wat er gebeurt: niets bijzonders. Ook al weet je dat de personages weinig opwindend of aantrekkelijk zijn. Het gaat eigenlijk niet over Antwerpen, of over Laarmans, of over die drie matrozen. Het gaat over overal en iedereen. We hebben allemaal een Maria Van Dam.

Het dwaallicht lijkt Elsschots afscheid van de literatuur – de laatste paragrafen laten zich bijna letterlijk als een adieu van de schrijver aan zijn lezers interpreteren. De tijd heeft die mythe alleen maar versterkt, want ook al had Elsschot ook nadien nog schrijfplannen, toch is er niets meer verschenen.

Uiteindelijk zou mijn pleidooi voor Het dwaallicht overbodig moeten zijn. U verliest uw tijd door dit te lezen. Neem Het dwaallicht ter hand en laat u voor enkele kwartiertjes even van het rechte pad leiden door Laarmans. U kunt uw krant nadien nog rustig uitlezen.

Peter Jacobs

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *