Dezso Kosztolanyi: Anna

Via Sandor Marai ben ik bij “zijn grote meester” Dezso Kosztolanyi gekomen. De leden van de leesgroep, stuk voor stuk grote Marailiefhebbers, waren vorig jaar ook erg te spreken over Kosztolanyi’s boek ‘Leeuwerik’: een indroevig verhaal over een koppel dat beseft dat ze hun enige dochter, niet bepaald een lust voor het oog, eerder een last dan een zegen vinden. ‘Leeuwerik’ is me ook nog om een andere reden bijgebleven. In het hoofdstuk waarin de vader eens de bloemetjes buiten zet, staat volgens mij één van de mooiste zuipscènes ooit beschreven. (zie werkblad leesgroep februari 2009)

In ‘Anna’ staat het leven van een voorbeeldig dienstmeisje centraal. Het verhaal speelt zich af in een chique buurt van Boedapest. Het zijn de jaren 1919-1920. De val van de Hongaarse Radenrepubliek wordt fijntjes in het verhaal geweven. Het boerenmeisje Anna komt in het kinderloos burgergezin Vizy terecht. En “het gezelschap van dienstmeisjes is voor dames even comfortabel als het copuleren met straatmadelieven voor heren. Heeft men hun diensten niet meer nodig, dan stuurt men ze eenvoudig weg” (p.122). Voorts geven deze burgers après-midi’tjes met gesprekken als “wie er waren gescheiden of gestorven, wie was aangekomen en wie afgeslankt.” (p.228)

Als hun lichtzinnige neef Jancsi komt logeren, krijgt het verhaal een nieuwe wendig. Maar wat zeg ik niet. Feit is wel dat Anna “als het dier wordt, dat buiten verleden en toekomst in een eeuwig heden leeft” (p.185), en dat Kosztolanyi vanuit de in zijn tijd populaire theorieën van Freud de menselijke, vooral sexuele, drijfveren tracht bloot te leggen. Ook de raadselachtige vrijscène in het verhaal, een poging tot verkrachten die uitmondt in het zelf overweldigd worden, zal me lang bijblijven.

Liefhebbers van de beschrijving van extreme gevoelens, van het uitrafelen van de dunne koord tussen zin en waanzin, moeten dit werkje lezen. Liefhebbers van die andere grote Hongaarse schrijvers als Sandor Marai en Magda Szabo komen in de boeken van de veel oudere, maar zeker niet gedateerde, Dezso Kostolanyi zeker aan hun trekken. Bij Kosztolany komt er nog iets bij: de humor. En bij de nogal zwaar op de hand liggende Hongaarse gevoelswereld is die heel goed meegenomen.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *