Daniel Kehlman: Het meten van de wereld (juni 2007)

Biografie en bibliografie (tot 2007!):
Daniel Kehlmann is geboren in München in 1975. Zijn vader is de bekende Weense televisieproducer Michael Kehlman. Op zesjarige leeftijd verhuist hij naar zijn vaders geboortestad Wenen. Hij heeft de dubbele nationaliteit (Duits-Oostenrijks). Aan de universiteit studeert hij filosofie en literatuur en doctoreert met een studie over Immanuel Kant.

Hij debuteert al op tweeëntwintigjarige leeftijd (hij is dan nog student!) met ‘Beerholms Vorstellung’. ‘Het meten van de wereld’ is zijn zesde boek. In het Nederlands is er ook nog ‘Ik en Kaminski’ te verkrijgen.
Stern-magazine plaatste hem in de traditie van de groten als Nabokov en Proust. Net als Vladimir Kaminer (‘Russendisco’ en ‘Doldatenrock’) en Marc Wortmann (‘De weduwetrooster’) behoort hij tot de zogenaamde generatie ‘Golf’. Zie: Wortmann. In Engeland wordt zijn boek ‘het meten van de wereld’ vergeleken met Suskinds ‘Het parfum’.

Belangrijkste personages:
Carl Friedrich Gauss
Echtgenoten Johanna en Minna, minnares Nina
Kinderen Eugen, Joseph en een Wilhelmine
Wilhelm en Alexander von Humboldt
Aimé Bonpland

Situering in tijd en ruimte:
Gauss en Humboldt ontmoeten elkaar als vijftigers op het Congres van Duitse natuuronderzoekers in Berlijn in 1828. Hiermee begint en eindigt het verhaal. Daartussenin komen herinneringen aan de jeugdjaren, werken (zoals de ‘Disquisitiones Arithmeticae’ die Gauss op zijn twintigste schreef) en tochten (zoals de expeditie van Humboldt en Bonpland in 1799 naar Latijns-Amerkia waar ze de loop
van de Orinoco in kaart brengen, de Chimborazo van 5610 meter beklimmen, overstromingen, kannibalen en muskietenzwermen overleven en Mexico en de Humboldtstroom beschrijven).

Enkele citaten over literatuur:
p. 23 Het schrijven van een roman, zei Humboldt, leek hem de koninklijk weg om het vluchtigste in het heden voor de toekomst vast te leggen.
Aha, zei Lichtenberg.
Humboldt bloosde. Dus was het een ijdele onderneming wanneer een auteur, zoals nu kennelijk in de mode was, een al voorbij verleden tot plaats van handeling nam.
Lichtenberg bekeek hem met dichtgeknepen ogen. Nee, zei hij toen. En ja.
p. 212 Kunstenaars vergaten al te gemakkelijk hun taak: het laten zien van wat is. Kunstenaars beschouwden afwijkingen als iets positiefs, maar verzinsels verwarden de mensen, stilering vervalste de wereld. Decors bijvoorbeeld die niet wilden verhullen dat ze van karton waren, Engelse schilderijen waarop de achtergrond in een oliesaus overliep, romans die opgingen in leugenachtige sprookjes, omdat de auteur zijn kletspraatjes met de namen van historische personen verbond.

Enkele vragen:
1. Welk soort boek is dit?
2. In een interview dat 8Weekly met de schrijver had, vertelde deze dat hij voor deze roman een schrijfstijl had bedacht waardoor het zou lijken dat een geschifte historicus het boek geschreven had. Verklaar.
3. Vergelijk de twee hoofdpersonages Carl Friedrich Gauss en Alexander von Humboldt.
4. Hoe staan ze tegenover elkaar?
5. Barbara de Munnycnk (3 maart 2006) zegt in de Standaard der Letteren dat Kehlmann zijn hoofdpersonages en hun tijd met respect, maar zonder ontzag benadert. Waarom en hoe doet hij dat?
6. In de Standaard der Letteren van 20 juli 2006 staat dat “het niet toevallig is dat Gabriel Garcia Marquez zijn grote voorbeeld is, wat zich uit in de atmosfeer, de speelsheid en de absurditeit.” Ben je het daarmee eens?
7. Vergelijk Alexander von Humboldt en Aimé Bonpland.
8. “Een mens wilde iets weten omdat hij het wilde weten”, vat Humboldt zelf samen. En: “Een heuvel waarvan je niet weet hoe hoog hij was, is een belediging voor het verstand.” De lezer van deze roman moet niet hopen op diepgaandere analyses van het genie. Wat vind je van zo’n uitspraak?
9. Hoe denk je dat de wetenschappers reageren op dit boek?
10. In het boek is er een constante wisselwerking tussen heden en verleden. Waarom en hoe doet de auteur dit?

Een interview met de schrijver:
Vrolijke wetenschap
door: Maarten van Bracht (boeken.vpro.nl)
‘Duitsers beschouwen lachen als een pijnlijke aandoening, die je beter verborgen kunt houden’. Een interview met Daniel Kehlmann.
Daniel Kehlmanns ‘Het meten van de wereld’ is een geestige roman over twee geniale
Duitse geleerden, hun wetenschappelijke’ambities en hun’menselijke beperkingen.
Het gaat hard met de amper dertigjarige Daniel Kehlmann. Zijn boek ‘Die Vermessung der Welt’ is in Duitsland al maandenlang dé literaire seller. De roman beschrijft het leven van twee grote Duitse geleerden, natuurvorser Alexander von Humboldt en astronoom Carl Friedrich Gauß. De wereld en het heelal in kaart brengen is hun beider doel, maar hun karakters en herkomst zijn volkomen verschillend. Op die tegenstelling drijft het boek. De aristocraat, ocraat, globetrotter, empiricus en crypto-homo Humboldt tegenover de kleinburger, huismus, rationalist en bordeelganger Gauß. Eén ontmoeting tussen beiden (in 1828 tijdens een wetenschappelijk congres in Berlijn) is overgeleverd, de rest van het boek is fictie, zij het op feiten gebaseerd.
Kehlmanns stijl is vlot en bondig. Zijn proza staat onder spanning, is stellig, ernstig en juist daardoor vaak zeer geestig. Juist in hun rigide streven naar wetenschappelijke exactheid verhullen én tonen beide protagonisten hun menselijke zwakheden en beperkingen. Twee genieën, twee gewone stervelingen. Kehlmann neemt ze serieus, maar biedt de lezer weinig gelegenheid tot identificatie. De roman relativeert het hooggestemde humanisme van de Duitse klassieken. Plastisch wordt beschreven hoe droevig het begin negentiende eeuw nog gesteld was met hygiëne, voeding, huisvesting en transport.
Daniel Kehlmann: ‘Dat heb ik natuurlijk uit de vakliteratuur, maar vooral uit romans uit die tijd. Daarin vind je de sfeer, de details van het alledaagse bestaan terug. Wat betreft de jeugd van Gauß bijvoorbeeld heb ik veel gehad aan Anton Reiser van Karl Philipp Moritz.’
Critici noemen uw stijl en toon ‘laconiek’. Mee eens?
‘Ja. Laconiek en afstandelijk, ogenschijnlijk zakelijk. Bijna de toon van een vertellend historicus – terwijl wat verteld wordt juist burlesk en grotendeels verzonnen is. Het heeft de toon van de beste romans van Voltaire, waardoor ik me sterk heb laten inspireren.’
‘Schurkenstreek’, ‘karaktermoord’, oordeelde het Humboldt-genootschap over uw Alexander. Maar wiskundigen hadden geen moeite met Gauß.
‘Dat komt omdat mathematici afkerig zijn van pathos. Het zijn ontspannen mensen, ze beseffen dat het beeld dat we van iemand scheppen, een model is. Het Humboldt-genootschap wil het beeld van een grote Duitse held, en daarbij kunnen ze mijn komedie-achtige benadering van deze figuur niet gebruiken. Bovendien hebben geleerden altijd wezenlijke eigenschappen met hun onderzoeksobject gemeen. Bij Humboldt- vorsers is dat vaak diens ontstellende gebrek aan humor.’
Humboldt begrijpt niet dat hij de indianen enorm irriteert. U noemt dat ‘typisch Duits’ en stelt dat Duitsers geen gevoel voor humor hebben. Dat denken Nederlanders ook vaak.
‘Uw landgenoten hebben gelijk. Niettemin zijn er zijn geweldige Duitse humoristen – zelfs Thomas Mann is er een – maar alleen het buitenland moet om hen lachen. Nog steeds beschouwen Duitsers lachen als een pijnlijke aandoening die je beter verborgen kunt houden. “Noch immer der rechte Winkel in jeder Bewegung, und im Gesicht der eingefrorene Dünkel,” (“Dat hoekige bewegen, en die in het gelaat gebeitelde eigendunk” – MvB) schrijft Heine als hij, de balling, weer met landgenoten geconfronteerd wordt. Dat is niet aardig, maar heel goed gezien.’
Van Alexanders broer Wilhelm heeft u een horrorfiguur gemaakt, omdat ‘de uitvinder van het Duitse schoolsysteem niks beters verdiende.’ Is het zo erg?
‘Hij heeft dat nare schoolsysteem bedacht! Lees al die klassieke boeken over gekwelde leerlingen maar, ‘Unterm Rad’ van Hesse, ‘Schüler Gerber’ van Torberg, Musils ‘Törless’. Allemaal de schuld van Wilhelm. Daarom moet hij een beetje satire wel kunnen verdragen.’
‘Worst en sterren,’ zegt Kant tegen Gauß. Waarom reduceert u een geniaal filosoof tot een mummelende bejaarde?
‘Kant wérd op het laatst oud en dement. Een dergelijk feit, namelijk dat ook een grote geest als Kant niet gevrijwaard blijft voor verval, vertelt de waarheid over het menselijk bestaan.”Sterven, soit,’ zei u in Der Spiegel, ‘maar waarom moeten we eerst ook nog oud worden?’ Wat had u dan gewild?
‘Ik ben bang dat we hier machteloos staan. Maar het blijft een existentieel schandaal. Vanaf een bepaald, opvallend vroegtijdig moment is het hele leven een proces van verval. Dat had God toch anders kunnen oplossen, meent Gauß. Dat vind ik ook.’
U bent door jezuïeten opgeleid. Afkerig van religie?
‘Nou, religie mag nooit meer een maatschappelijke machtsfactor worden. De staat moet níet de gelovige beschermen tegen wie hem bespot, maar degene die spot beschermen tegen de woede van de gelovige. Dat is de belangrijkste verworvenheid van de Verlichting. Persoonlijk heb ik met jezuïeten uitsluitend goede ervaringen opgedaan. Bij de verovering van Zuid-Amerika heeft de orde wel een ambivalente rol gespeeld, in het boek belichaamd door pater Zea. Een problematisch, maar ook zeer intelligent man.’
Wat stoort u aan de literaire kritiek?
‘Ach, dat is eigenlijk niet aan mij, maar in Duitsland werd nauwelijks begrepen dat het boek ook een satire is op de klassieke Duitse literatuur, met al haar blinde vlekken en gebreken. Sommigen lazen het als een poging om twee grote figuren “van hun sokkel te stoten.” Wat een goedkope veronderstelling! Alsof dat de bedoeling van een roman kan zijn.’
U bent nu bestsellerauteur, steeds op tournee. Zijn er ook nadelen?
‘Roem en succes brengen vooral materiële zekerheid met zich mee, zodat je rustig verder kunt met je werk. Alle mogelijke nadelen verbleken bij dit voordeel. En dat maakt me zeer gelukkig.

Recensie DSL 20 juli 2006
Literaire sensatie is Duits én grappig
De 31-jarige Daniel Kehlmann laat in Duitsland al een poosje JK Rowling en Dan Brown achter zich.
In extremis nog even een leestip voor de zomermaanden? Als we nu eens voor iets Duits en iets komisch zouden gaan. Een onwaarschijnlijke combinatie, dachten velen. Tot ze Het meten van de wereld van Daniel Kehlmann onder ogen kregen. Toch nog Duits degelijk genoeg om van de uitgever de aanprijzing ,,filosofische avonturenroman” mee te krijgen.
Kehlmann (31) heeft er niet lang aan getwijfeld om schrijver te worden. Op zijn 22 lag zijn eerste roman al in de boekhandel. Sindsdien is hij rustig blijven voortwerken. Met zijn vorige en vijfde boek, Ik en Kaminski , mocht hij van de eerste internationale erkenning proeven. Hij begon zich voorwaar af te vragen of een schrijver niet beter achter zijn bureau zou zitten in plaats van in treinen, op weg naar het volgende interview.

Sinds Het meten van de wereld is het hek van de dam. De Duitse uitgeverij Rowohlt Verlag wist hem aan zich te binden en die schaalvergroting zet zich ook door in de verkoopscijfers. Sinds de publicatie in september zijn er 600.000 exemplaren verkocht en er zijn vertalingen in zowat twintig talen gemaakt. Tien maanden na de verschijning staat het boek nog steeds op de tweede plaats in de Duitse bestsellerlijsten.
Bij ons blijft het al bij al overzichtelijk. In februari en maart was er een bescheiden literaire hype toen Kehlmann de Nederlandstalige pers van uitleg voorzag (toch weer in die treinen), maar de bestsellerlijsten zijn nog niet ingenomen. Uitgeverij Querido schat dat er vijfduizend exemplaren van verkocht zijn, wat ,,ontzettend goed is voor een Duitse roman, met een toch erg Duits onderwerp”.
Duits is het wel. Kehlmann vervlecht de levens van twee genieën die in het pantheon van de Duitse wetenschappen thuishoren. Carl Friedrich Gauss was een wonderkind dat op zijn twintig al een mijlpaal in de wiskunde voortbracht. Alexander von Humboldt was een natuurkundige met een leven vol anekdotes. Meten is de passie die hen bezighoudt. Als de schrijver zijn twee onderwerpen laat samenkomen op een conferentie in Berlijn, slaat dat gensters. Onze recensente vond het een ,,levendig en grappig dubbelportret van twee verlichte geesten met kleine kantjes”.
Kehlmann, in 1975 geboren in München maar ondertussen verhuisd naar Wenen, heeft iets met biografisch materiaal. Maar hij zet het graag naar zijn hand. Zijn boeken hebben de toon van non-fictie, maar er glippen voortdurend elementen in uit fictie en historische monografieën.
Zelf houdt hij het erop dat hij een ,,Latijns-Amerikaanse roman over Duits classicisme” wou plegen. Niet toevallig is Gabriel Garcia Marquez zijn grote voorbeeld (maar ook Zadie Smith en Ian McEwan zijn sterk), wat zich uit in de atmosfeer, de speelsheid en de absurditeit.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *