Connie Palmen: De vriendschap (boekbespreking november 2012)

Biografie
Connie Palmen is op 25 november 1955 geboren in het kloosterdorp St. Odiliënberg (Limburg). Samen met haar drie broers kreeg ze een katholieke opvoeding.
Op de plaatselijke mavo vielen haar schoolprestaties aanvankelijk tegen. Ze trok zich echter op aan haar leraar Nederlands, die ontdekte dat ze slecht presteerde uit verveling: haar IQ bleek buitengewoon hoog. Na de mavo ging Palmen naar de Pedagogische Academie in Roermond, waar ze tegelijkertijd haar havo-diploma haalde. In 1978 verliet ze Limburg om in Amsterdam Nederlands te gaan studeren.
(Logboek p.98): Ze (=Simone De Beauvoir) beschrijft (in ‘Een zachte dood’) het slag vrouwen waarmee ik groot werd en waarbij ik niet wilde gaan horen. Al die weggemaakte karakters, uitgewist in de zorg voor anderen, in de nijverheid van de huishoudens in de jaren vijftig. “Een vrouwenhand en een paardentand staan nooit stil,”zegt mijn moeder ’s avonds als ze , na een dag werken en zorgen, gaat zitten en onmiddellijk een breiwerk oppakt. Het zijn niet alleen de moeders, het zijn ook mijn generatiegenoten die dezelfde koers lijken te gaan varen als hun moeders. Op de lagere school zit ik in een kleine klas, met elf meisjes. Mijn verlangen naar vriendschap ten spijt, ik hoor bij niemand. Ik weet niet wat me van hen onderscheidt, en ik ben er al helemaal niet trots op dat het zo is, ik weet alleen dat ik niets wil van wat zij willen. Ik wil weg, al kan ik niet uitleggen waarvan en van wie ik weg wil. Als ik in 1978 het dorp verlaat om in Amsterdam te gaan wonen, zijn negen van de tien meisjes getrouwd, moeder en huisvrouw. Ze hebben een huis en een tuin dicht in de buurt van ons geboortedorp.

Ze was een ijverige student. Samen met een aantal jaargenoten nam ze filosofie als bijvak, maar werd daar zo door gegrepen dat ze besloot in beide studierichtingen af te studeren. In 1986 rondde ze haar studie Nederlands cum laude af met een scriptie over het boek ‘In Nederland’ van Cees Nooteboom (over de plaats van een schrijver in een roman). Twee jaar later studeerde ze af in de filosofie met de scriptie ‘Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates’ (over relatie taal en werkelijkheid).
Door een interview voor het VPRO-programma Een uur Ischa in 1991 maakte ze kennis met de 12 jaar oudere journalist/columnist ‘De dikke man’ Ischa Meijer. Uit deze ontmoeting volgde een liefdesrelatie die duurde tot zijn plotselinge dood in 1995. Drie maanden later stierf haar vader.
(I.M. p.165) Hij (=Ischa) vraagt me of ik niet eerder had willen beginnen met schrijven en publiceren en ik zeg hem dat het niet eerder kon, dat ik al die jaren studie en afzondering nodig had om op dit punt te kunnen geraken.
“Ik ben pas langzaamaan meer op mijzelf gaan lijken,” zeg ik. “Voor het eerst heb ik het gezicht dat ik altijd al had, maar nooit aantrof in de spiegel en ik ben ok opeens zo oud als mijn leeftijd zegt dat ik ben.” …”En ja, op jou heb ik me ook mijn hele leven voorbereid.

Bijna vier jaar na het heengaan van Ischa Meijer ontmoette ze de voormalige minister van Buitenlandse Zaken en minister van Staat, Hans van Mierlo, met wie ze na 11 jaar en 11 dagen op 11 november 2009 in het huwelijksbootje stapt. Deze tweede partner overleed op 11 maart 2010, na een ziekbed van zes weken. Zijn dochter Marie , met wie Connie een heel goede band had, ging dood in de vroege ochtend van dinsdag 29 juni 2011.
(Logboek p.181): Behalve uitzonderlijk mooi, was mijn man een geliefd en befaamd staatsman. In 1966 richtte hij een sociaal-liberale partij op, was minister van Buitenlandse Zaken en vicepremier, minister van Defensie en minister van Staat tot aan zijn dood. Hij werd de Kennedy van de Lage Landen genoemd, iets wat eerder te maken moet hebben met het jeugdige elan van beide mannen dan met een fysieke gelijkenis; mijn man was verlegener, verwoester, knapper. Hij noemde zichzelf een straathond met manieren.
Momenteel woont Connie Palmen aan de Herengracht in Amsterdam. Haar moeder woont nog steeds in haar geboortehuis in St. Odiliënberg
(interview Humo 8.5.12) Het was verschrikkelijk voor mijn moeder. Want zij zag natuurlijk ook hoe ik alles kwijt was, en als een vergeefs naar adem happend visje op het droge lag. Het is natuurlijk confronterend dat er voor zo’n pijn geen troost bestaat – dat je die zelfs als moeder niet kan bieden. Ze was ook zelf diep geraakt door de dood van zowel Ischa als Hans. Ze hield zo ontzettend veel van mijn mannen! Bij Ischa gromde ze indertijd dat ze er nog een kind bij had, maar al snel konden ze het heel goed met elkaar vinden. En Hans, tja, als je dat geen geweldige man vond, dan deug je niet of je bent krankzinneig. Ik denk niet dat ik mijn moeder ooit bewust pijn heb gedaan, … Maar ik weet wel dat ik haar pijn heb gedaan met mijn peilloos verdriet.

Bibliografie van de romans
1991: De Wetten
1995: De vriendschap (bekroond met de AKO literatuurprijs 1995, Humo’s Gouden Bladwijzer en de Trouw Publieksprijs)
1998: I.M
1999: De erfenis (boekenweekgeschenk)
2002: Geheel de uwe
2007: Lucifer
2011: Logboek van een onbarmhartig jaar
Naast romans is zij de auteur van verhalen, essays (gebundeld in ‘God en Vitriool’ en ‘Als een weke krijger) en wetenschappelijke werken.

Personages
Catherina Buts, roepnaam Kit
Barbara Callenbach, roepnaam Ara :3 jaar oudere vriendin van Kit, heeft 6 zussen
Jet en Wim: ouders van Kit
Willem, Peter (=Makkie) en Christiaan: 2 oudere en veel jonger broertje van Kit
Verliefdheden van Kit:
Hendrik van de vakantieboerderij (Kit =14), Barten van de middelbare school (Kit is 15), Matthias op Pedac (Kit is 20), Bruno de getrouwde man (Kit = 20 tot 30 jaar), Thomas Herstael.
En ook nog: Oom Stam, Karel de vriend van Makkie, vriendin Marga van de Pedac, …

Enkele discussiepunten
1. Dit boek gaat over de vriendschap tussen B.C en C.B. Waarin verschillen de vriendinnen van elkaar? Waarin gelijken ze op elkaar? Herken je zo’n vriendschap?
2. De moeder van Kit waarschuwt herhaaldelijk voor een te grote afhankelijkheid van Ara. Terecht?
3. Hoe kijkt Kit aan tegen het vrouw-zijn?
4. (II,5) Kit leert op de Pedac een nieuw begrip kennen dat volgens haar veel verklaart: Double Bind “als iemand een opmerking maakt waarmee ik geen kant op kan, omdat er twee kanten aan die opmerking zitten, …”
5. (II,5) In discotheek de Think maakt Kit kennis met haar ‘liefste vijand’. Wie?
6. (II,5) In datzelfde hoofdstuk noemt Ara Kit ‘een koekoeksjong’ en noemt Kit Ara ‘een bodemloos put’. Waarom?
7. Waarom wil Kit haar studies psychologie met filosofie combineren?
8. Waarom is schrijven zo belangrijk voor Kit?
9. Welke scriptie wil Kit schrijven? Onderwerp? Stijl?
10. Ara vergelijkt zichzelf met Thomas. Hoe komt dat?
11. Hoe denk je dat Ara zal reageren op de brief (III,7) die Kit haar schrijft?
12. In welke mate past deze roman bij de tentoonstelling ‘Sehnsucht. Een onstilbaar verlangen’.
13. Hoe is de roman opgebouwd?
14. Welk soort roman is ‘De vriendschap’?
15. Connie Palmen maakt in haar werk veel gebruik van haar eigen biografie. Vaak is de hoofdpersoon en jonge vrouw die hongerig is naar kennis, schrijverschap en roem. De karakters in haar verhalen zijn doorgaans herleidbaar tot echte personen uit haar nabije omgeving en dat maakt haar boeken tot sleutelromans. Het ontbreekt haar volgens eigen zeggen aan fantasie en daarom beperkt ze zich tot verhalen die dicht bij haar eigen leven liggen. Zelf heeft ze het genre dat ze beoefent eens omschreven als ‘autobiofictie’. Want waar ligt precies de grens tussen de autobiografie en de autobiografische roman?
15. (I.3) “Machteloosheid, afhankelijkheid en weerloosheid zal ik altijd verbinden met liefde en geluk, altijd!” Zie ook: Artikel Etienne Vermeersch over succes van Vijftig tinten grijs van E.L.James (De Standaard 8 september 2012):
“Ik beweer natuurlijk niet dat dergelijke mystieke relaties altijd een seksuele component hebben (zie echter het beroemde beeld van Theresia van avila door Bernini), maar deze positieve waardering van het koppelen van liefde aan totale onderwerping, inclusief lijden, kan ook op andere seksuele terrein invloed hebben gehad….

En er is meer. Ondanks de bovenvermelde tekorten (nl. niet speciaal literair, …) is de beschrijving van de ontwikkeling van deze seksuele relatie niet triviaal. In het eerste en tweede deel wordt de verliefde Ana ook stilaan aangetrokken tot enkele BDSM-aspecten van de relatie, hoewel ze de totale onderwerping afwijst. En Christian komt door zijn verliefdheid gaandeweg los van zijn exclusief op dominantie gerichte persoonlijkheid. Men zegt dat veel vrouwen overtuigd zijn dat ze door liefde een man kunnen veranderen; welnu, hier krijgen ze de indruk dat dit stilaan zal lukken; maar heel makkelijk gaat het niet.

Enkele citaten uit andere boeken van Connie Palmen
*I.M :
(pp.28-29) Mijn hartsvriendin Paulien zal me bestoken met verwijten en zeggen dat het haar op die dag duidelijk werd dat onze vriendschap voor altijd veranderd was. …. Ze verbiedt me het boek te schrijven…
(p.112) Onder het kopje ‘Honger’ maak ik mijn eerste aantekeningen voor het volgende boek; Ischa heeft er last van dat hij te dik is. … Hij is er de hele dag mee bezig en hij vindt het een vondst dat ik daar een roman aan ga wijden, aan dat onderwerp, aan verslavingen en aan die eeuwige, complexe verhouding tussen lichaam en geest. We kunnen het er uren over hebben.
(pp.187-188) Op de terugweg vertel ik Ischa dat de structuur van ‘De vriendscha’p me steeds duidelijke wordt, dat ik weet wat ik met elkaar wil verbinden, hoe en waarom ik dat ga doen.
‘Daarnet, bij de indianen, wist ik dat het boek daar ook weer over gaat, over echt en fictie.”
“Maar jij houdt toch van fictie?”
“Ja,” zeg ik, “Het is voor mij niet tegengesteld aan wat er blijkbaar met echtheid bedoeld wordt.’
Thuis pak ik mijn notitieboekje en vertel hem bij iedere aantekening het verhaal dat erbij hoort. Hoe ik als kind van een baksteen een hond maakte, van een fiets een paard, van een boom een bloedbroeder en hoe vanzelfsprekend ik het daardoor vond dat ik later niet gewoon ontmaagd werd door een man, maar door een dokter met een eendenbek, hoe logisch mij dat alles leek.
“Het werd wat ik ervan maakte,”, zeg ik.
“Je was een machtig kind,” zegt Ischa. “Je hebt je niet klein laten krijgen door het gemis, maar je hebt je leven naar je hand gezet.
*Logboek van een onbarmhartig jaar. In memoriam Hans van Mierlo, Marieke van Mierlo:
(pp.33-34) Over die dagboekvorm zeg ik die middag tegen haar (=Kristien Hemmerechts) dat ik nooit had vermoed me in die mal te zullen gieten, dat het mijn genre niet is, maar dat ik nu tot niks anders in staat ben dat tot dit onbeteugelde schrijven, zonder ideeënleidsel, een schrijven waar ik ambivalent tegenover sta. Zij zegt juist veel van het genre te houden omdat het haar disciplineert, haar dwingt de werkelijkheid scherper op te merken, direct een formulering te vinden voor de observaties. Misschien komt het daardoor, zeg ik, dat schrijven voor mij nooit in de eerste plaats om het formuleren van zinnen ging, dat kwam achteraf, als het voornaamste werk was gedaan, de ideeën, de vorm. Het dagboek is vormeloos, het heeft geen andere verbintenis dan het schrijvende ik, geen andere tijd dan de chronologische, geen andere betekenis ook, geen dubbbele zin. Ik zeg dat ik er alleen maar mee verder kan wanneer ik erin slaag het romanesker te maken, er een andere stuwkracht in te leggen dan die van het schrijvende ik en van de dag van vandaag.
“Dan zul je dat ook doen, Connie,”zegt ze kalm.
(p.86) … ik ben iemand die zo in iemand anders haakt dat alleen verraad, moord, de dood er een einde aan kan maken. Zoals ik behept ben met dat liefdesverlangen, zo ben ik behept met het altijd sluimerend verlangen naar de breuk, naar de vernietiging.
“Het is alsof je eraan dood wil gaan, “ zegt Tas op een dag over die liefde.
“Neen, ik wil het niet,” zeg ik, “ maar ik ben er wel toe bereid.
(p.159) boeken als Het jaar van magisch denken, Taal zonder mij, Schaduwkind , … zijn boeken die geschreven moeten worden. Het is niet dezelfde urgentie die het achter het moeten verscholen ligt waarmee recensenten soms een roman complimenteren: ‘Deze roman moest geschreven worden.” De noodzaak van het schrijven is geen literaire, maar een existentiële. Het boek niet schrijven zou betekenen dat je ophoudt met schrijven, en daarmee met het leiden van een leven van een schrijver. Het staat elk boek dat je nog van plan bent te schrijven in de weg, het staat je leven in de weg. Maar met het vertellen van de waarheid heeft het bitter weinig van doen.
(p. 213) Ik vertel dat het bijhouden van een logboek een strijd is tegen het vergeten, iets wat nooit de impuls was voor welke roman dan ook, dat ik romans altijd begon met een idee, met vermoede verbanden, analyses, observaties, nooit met het verlangen mijn jeugd, een vriendschap, de studententijd, een liefde, of wat dan ook op te dreggen uit een poel van vergetelheid en daarmee voor verdwijning te behoeden.
*De Wetten:
(p.144) Mijn liefdesverlangen bestempelde hij (=filosoof) als ‘selige sehnsucht’.
(p.181) Soms doen zich in het leven gebeurtenissen voor met een duidelijk begin en einde, met een opening en een afsluiting, afgeronde voorvallen, ze hebben de structuur van een verhaal.
*Echt contact is niet de bedoeling (essay)
(p.10) In die lezing, die ik de titel ‘echt contact is niet de bedoeling’ gaf, heb ik voor het eerst een gedacht geformuleerd die ik later in ‘De Vriendschap’ zou uitwerken, de gedachte dat het boek een plaatsvervangend lichaam van de schrijver is. Het vlees is woord geworden.

Verdeelde meningen over Connie Palmen
*Naar aanleiding van de gebruikelijke publiciteitscampagne werd Connie Palmen in De Groene Amsterdammer ‘De Spice Girl van de Nederlandse letterkunde genoemd. Anderen vergelijken haar dan weer met Madonna. In 2001 zond VPRO een driedelige serie uit getiteld Driving Miss Palmen, waarin de zucht naar roem en de filosofische pretenties van Palmen op de korrel werden genomen.

*(Maarten ’t hart, Dienstreizen van een thuisblijver, p. 115) Reeds viel, ofschoon het nog lang geen etenstijd was, de nacht. In de invallende duisternis maakten wij alvast een kleine proefwandeling door de stad. Nog waren wij het hotel niet uit, of we zagen een lange rij wachtenden. ‘Die staan in de rij voor de staatsdrankwinkel,’ wist een Belgische auteur ons te vertellen. Peutertje Palmen liep naast Marcel Möring, sloeg opeens haar armpjes om zijn benen, en klom als een baviaantje in de auteur omhoog. Tijdens ons verblijf in Göteborg heb ik haar herhaaldelijk in zowel Möring als Van Dis omhoog zien klimmen. Niemand keek daarvan op; blijkbaar is onder schrijvers reeds bekend dat Palmen graag omhoog klimt in auteurs die langer zijn dan 1,95 meter (ik ben helaas maar 1,85 meter), maar ik moest er in het begin aan wennen. Steeds dacht ik ook: kijk eens hoe behendig zij klautert, als ze zou schrijven zoals ze klautert, dan zou ze een niet onverdienstelijk auteur zijn.

*(Opzij, 1 mei 1998, Pauline Sinnema) Hoeveel mensen zouden in hun leven een grote liefde hebben meegemaakt? Je ziet een man naar je kijken, je voelt tegelijkertijd aantrekkingskracht en doodsangst en je weet: dit wordt wegrennen of verzuipen. Liefde is misschien niet eens het woord; het heeft ook veel te maken met verslaving, ziekte en krankzinnigheid. …
Voor Palmen is er nooit een keuze geweest voor wegrennen of verzuipen. Ze wou verdrinken in die man (I.M.). En kreeg daar nooit helemaal de kans voor. Dat mocht alleen tijdens de vakanties. En zelfs tijdens die vakanties kon er nog zo verschrikkelijk veel niet. Niet in bed, hoewel ze zo gekmakend naar hem verlangde. En zelfs daarbuiten niet. “Ik bedek zijn gezicht met kussen en houd hem zolang in mijn armen als voor hem verdraaglijk is.”
Dat is verdriet. Vol te houden omdat hij er was en ze elke keer een stapje dichterbij kon komen. En hoen hij stierf, was het verdriet zo groot om zelf aan te sterven. Dat schrijft ze en wie haar niet gelooft, hoeft alleen maar haar foto te zien na Ischa’s begrafenis: een vrouw die in één klap twintig jaar ouder is geworden.
God weet waarom dat mensen zo irriteert. Herinnert het ze aan hun eigen armzalige, geremde bestaan? In elk geval, I.M. is uit, het boek over Palmens liefde voor Ischa, en het grote slopen is begonnen…
Sommigen verwijten Palmen exhibitionisme, narcistisch gedrag en raden haar aan eens in de spiegel te kijken. Ik probeer woorden te vinden voor mensen die het nodig hebben met grote modderpoten over zo’n verdriet heen te lopen. ..

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *