Aravind Adiga: De witte tijger (boekbespreking april 2014)

witte tijgerBiografie:Aravind Adiga werd op 23 oktober 1974 geboren in Madras. Hij groeide op in Mangalore. Zijn grootvader van vaders kant was bankdirecteur, zijn grootvader van moeders kant dokter. Later emigreerde zijn familie naar Sydney. Hij studeerde Engelse Literatuur aan de Columbia-Universiteit in New York, waar hij eindigde als salutatorian (=academische titel voor de op twee na beste student van het collegejaar). Later studeerde hij ook nog in Oxford. Hij werkte als jounalist voor de Financial Times, Money, Wall Street Journal, en later als correspondent Zuid-Azië voor Time. Tenslotte ging hij als freelancer aan de slag. Het is in die periode dat hij ‘De witte tijger’ schreef. Momenteel leeft hij in Mumbai (=Bombay)

Bibliografie:
 2008: De witte tijger (bekroond met de Men Booker Prize
 2008: Tussen de aanslagen (verhalen)
 2011: De laatste man in de toren

Personages:
 Balram Halwai (alias Munna, alias …) komt uit het dorp Laxmangarh, in het district Gaya
 Vader Vikram Halwai
 twee zoons van de Ooievaar (één van de vier landheren): Maki (Makesh Sir)en Meneer Ashok (x Pinky Lady)
 Oma Kusum
 Dharam, een of andere neef

Enkele vragen:

*Balram heeft verschillende namen/bijnamen. Waarvoor staat ‘De witte tijger’? Hoe zou jij hem beschrijven?
*Waarom en hoe schrijft Balram een brief aan de premier van China?
*Hoe wordt China met India vergeleken?
*Op wie slaat ‘de grote socialist’?
*Op p.26 zegt hij: “Ik zou hier niet onder die kroonluchter zitten zonder de leiding van mijn vader Vikram, riksjachauffeur.” .
*Op p.24 zegt hij: “Ik heb de school niet afgemaakt, grof gezegd. Wat maakt het uit! Ik heb niet veel boeken gelezen, maar wel alle boeken die ertoe doen. Ik ken het werk van de vier grootste dichters aller tijden uit m’n hoofd: Rumi, Iqbal, Mirza Ghalib en een vierde wiens naam ik ben vergeten. Ik ben ondernemer door zelfstudie.¨ In hoeverre hebben die boeken hem gevormd?
*In hoeverre merk je iets van het kastensysteem in India?
*Aravind Adiga wil een chroniqueur van zijn land zijn (uit interview met Guus Bauer op 19 aug 2011 voor literatuurplein). Slaagt hij daarin?
*Welke toekomst voorspelt Balram voor de wereld?
*Waarom slaat Balram Dharam bij diens aankomst?

Nog enkele uitdrukkingen:
*p.220: Een boekverkoper leest een vers voor: “Jarenlang zocht je de sleutel, maar de deur was altijd open!”
*p.40: De dichter Iqbal wordt geciteerd “Ze blijven slaven omdat ze niet kunnen zien wat mooi is in deze wereld!”
*p.105: Vrije mensen kennen de waarde van de vrijheid niet…

Een beetje illustratie…
 *Bericht uit de Standaard van 21 april 2014, zie ook filmpje Poo Party! https://www.youtube.com/watch?v=_Pj4L7C2twI
Redt deze ongewone held India van toiletprobleem?
India is een volksheld rijker. In dit hilarische filmpje mét meezinghit maak je kennis met ‘Mr. Poo’, een levensgroot stuk stoelgang met één advies: ‘Doe je gevoeg niet op straat, maar in het toilet’.Vooral in de arme delen van India en in de buitenwijken van grote steden is stoelgang in het openbaar een gigantisch probleem. Het is niet alleen niet erg proper, er gaan ook grote gezondheidsgevaren mee gepaard.Daarom bedacht Unicef Mr. Poo, een campagne met een grote drol als uithangbord. Hij duikt op in allerlei reclamefilmpjes op televisie, vergezeld door een vlot meezingbaar technodeuntje, en maakt de Indiërs duidelijk waar ze hun ding moeten doen: op het toilet. Take your poo to the loo: veel duidelijker dan dat wordt het niet.Volgens cijfers van Unicef heeft India met 620 miljoen mensen het grootste aantal inwoners dat soms in het openbaar naar het toilet gaat. Door de 65 miljoen kilogram stoelgang die elke dag op straat belandt, is de gezondheid van de inwoners van de arme wijken voortdurend in gevaar. Slechts de helft van de bevolking gaat in het land naar het toilet.Hoewel het zo overkomt, is het komische filmpje dus niet om mee te lachen..

 *foto’s: 1. Gandhi Standbeeld in New Delhi,2. Zwarte Fort bij dorp Laxmangarh, in het district Gaya,3-4-5 Bengalore,6. Ganga

Recensie van Kathy Mathys in De Standaard van 11 september 2008

Delhi in vierde versnelling

Debutant Aravind Adiga versierde deze week een plekje op de shortlist van de Man Booker Prize. Met ‘De witte tijger’ wil hij ons het ware gezicht van India laten zien.

Kathy Mathys

Volgens verteller Balram is er een India van het Licht en een India van het Donker. In het Licht, vlakbij de oceaan, wonen de rijken met hun verzegelde autoramen en smetteloze villa’s. In het Donker ploeteren de armen in de kleverige, vette modder van de verraderlijke rivier Ganga. Ze hebben geen drinkwater, elektriciteit of riolering maar wel democratie, aldus de spotzieke Balram. In de praktijk vormt corruptie de regel, niet de uitzondering. Balram komt uit Laxmangarh, een verwaarloosbaar dorpje waar je hooguit kan mikken op een baantje als riksjachauffeur. Niet meteen de ideale omgeving voor een ongeduldig kereltje vol ondernemerstalent. Al behoort Balram tot de Halwai, de kaste van de suikerbakkers, zijn bestemming ligt elders. Balram is een witte tijger, meent hij, een uitzonderlijk exemplaar binnen een dorp vol defaitisten.
De roman is één lange brief gericht aan de Chinese premier, die van plan is om het nieuwe India te bezoeken. Balram werpt zich op als de ideale gids: ‘Als iemand de waarheid over Bangalore kent, dan ben ik het wel.’
Balram vertelt hoe hij vanuit zijn geboortedorp via Dhanbad en Delhi in Bangalore, het wereldcentrum van technologie en outsourcing, terechtkwam. Ook al kreeg hij overal te horen dat banketbakkers het niet lang uithouden in vierde versnelling, toch bemachtigde Balram een baan als chauffeur van de rijke Ashok, die ook afkomstig is uit Laxmangarh. Daar houdt de vergelijking meteen op. Ashoks vader was een rijke landheer die de lokale bevolking uitzoog en zijn zoon aan Amerikaanse universiteiten liet studeren. Ashoks Amerikaanse maniertjes blijken niet meer dan een laagje vernis. Hij beweert te pas en te onpas dat Balram tot de familie behoort maar behandelt hem als een irritant insect. Het verhaal komt op kruissnelheid, wanneer Balram moet boeten voor een misdaad die zijn baas beging.
Balram is een gretige verteller met een goed gevoel voor humor. ‘In Laxmangarh bespreken de kiezers de verkiezingen als eunuchs de Kama Sutra,’ klinkt het over politieke onwetendheid. Of over hypocrisie in zijn land: ‘Welk traditioneel Indiaas dorp is compleet zonder zijn pornobioscoop?’ Zijn geestige vertelstem klinkt woedender en pragmatischer naarmate de roman vordert. Is Balram wel de uitgelezen gids die hij beweert te zijn? Welke demonen houden zich schuil in deze briesende zakenman? Op de omslag van het boek lezen we ‘Geen sari’s. Geen kruiden. Geen lyriek. Ontdek nu het échte India!’ Het ontbreekt ‘De witte tijger’ inderdaad aan de bloemrijke beschrijvingen van pittige gerechten of huwelijksceremoniën, die je zo vaak aantreft in Indiase romans. Toch toont ook Adiga slechts enkele facetten van een uiterst complex land. Je krijgt vooral een goed beeld van de economische koorts in het hedendaagse Delhi, dat wel één reusachtige bouwwerf lijkt. Het oude kastensysteem is nauwelijks nog relevant. Je hebt twee kasten: die van de Mannen met Dikke Buiken en die van de Mannen met Dunne Buiken. Dus je eet of je wordt gegeten. Onderaan de ladder staan de door knokkelkoortsmuggen geplaagde chauffeurs en bedienden. Ze zijn te mak om los te breken uit hun kooi, stelt Balram.
Balram lijdt aan tunnelvisie en bezondigt zich meer dan eens aan gespierde boutades. Dat is geen kritiek. Als lezer voel je snel dat Balram de zaken flink aanzet. Zijn ongenuanceerde, opzwepende stem vormt zelfs de grote kracht van dit boek. Adiga’s lyriek is niet melig of sensueel maar rauw en krachtig. Balrams ongegeneerde observaties – of ze nu gaan over het spijsverteringskanaal van zijn baas of de onderlinge haat tussen bedienden – missen hun doel nooit.

***

.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *