Anne Provoost: In de zon kijken (boekbespreking april 2008)

Biografie

 

Anne Provoost werd op 26 juli 1964 in Poperingen geboren. In haar jeugd schreef zij heel veel: verhaaltjes en dagboeken. Toen ze Germaanse filologie ging studeren in Kortrijk en Leuven, nam ze zich voor om niet meer te schrijven. Maar toen ze een week ziek in bed lag, schreef ze een verhaal waarmee ze een verhalenwedstrijd won. Ze studeerde nog een jaar padagogiek en ging toen met haar man mee naar de VS. Daar werkte ze in een kinderdagverblijf en schreef ze voor Amerikaanse en Vlaamse kindertijdschriften. Terug in Antwerpen werkte ze parttime voor een uitwisselingsorganisatie voor middelbare scholieren. Sinds midden 1995 is ze fulltime schrijver. Anne Provoost woont met haar man, Manu Claeys en hun drie kinderen in Antwerpen.

Provoost schrijft niet alleen romans, maar ook korte verhalen en essays. De vraag hoe we naar kinderen kijken houdt haar bijzonder bezig. Een aantal van haar boeken in vertalingen verschijnen in fondsen voor volwassenen, waardoor ze aanhoudend wordt geconfronteerd met de vraag: wat maakt literatuur tot jeugdliteratuur? Ons kindbeeld en de literatuur die daaruit voortvloeit, beschrijft ze in En dan nu het slechte nieuws. Het kind als antagonist dat midden 2004 verscheen in Reading Minds/Gedachten Lezen, de essayreeks van Stichting Lezen Vlaanderen en Nederland.

Anne Provoost is lid van PEN en van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.

In juni 2007 stond Anne Provoost op de Senaatslijst voor Groen!

Zojuist was zij nog de curator van Zogezegd in Gent (literair festival ter opening van de literaire lente).

 

 

Bibliografie

 

1990 Mijn tante is een grindewal (bekroond met de Boekenleeuw)

1991 De wekker en het mes

1991 Niet uitlachen!

1993 Kauwgom voor de held

1994 Vallen (bekroond met de Zilveren Griffel, de Gouden Uil, de Woutertje Pieterse prijs en de Boekenleeuw)

          (verfilmd als ‘Falling’ olv Hans Herbots in 2001)

1997 De roos en het zwijn (bekroond met de Boekenleeuw en de Gouden Zoen)

2001 De arkvaarders (bekroond met de Boekenwelp en de Gouden Zoen)

2007 In de zon kijken.

Ondertussen is haar werk in bijna alle Europese talen vertaald.

Verwacht:

2008 (eind februari?) Beminde ongelovigen. Atheïstisch sermoen.

 

Beminde ongelovigen. Atheïstisch sermoen.           

 

De dreiging van het creationisme, en van andere vormen van extremisme, dwingt de atheïst om argumenten te geven voor zijn niet-gelovig zijn. Het comfort van een samenleving met voornamelijk gematigde gelovigen valt stilaan weg, dus kan de atheïst niet langer de schouders ophalen wanneer hem wordt gevraagd waar de mens nog houvast kan vinden.

Niet geloven is een optie, geen verlies. Het dwingt tot actie in plaats van gelatenheid, zeker gezien de demografische en ecologische veranderingen waar de mensheid voor staat.

Anne Provoost houdt de god-met-het-plan tegen het licht. Ze beschrijft tien graden van (on-)gelovigheid om een antwoord te vinden op de vraag: is Intelligent Ontwerp een extreme vorm van religie, of is het er het wezen van? Ze vertrekt van de grote vragen die elke mens, of hij nu religieus is of niet, zich stelt: wat is de aard van het universum?, en hoe moet ik leven? , en besluit met een atheïstisch sermoen: het is hoog tijd om ingesleten begrippen als ‘redding’, ‘schepping’ en ‘heil’ op te blinken en opnieuw gevoel te verwerven voor het onpeilbare, het metaforische, het overdrachtelijke…

 

Personages

 

Chloe Vanderweert

Haar ouders Linda en Greg

Haar (half-)zus Ilana

Maurice, vroegere partner van Linda

Chloës nonkel Brendan en 17-jarige neef Sandy

Buren Rockie en Lorne

Erica, de zus van Rockie

Bloemenkoopman Peter en zijn zoon Loewy

De student aan de vijver

 

 

 

 

Enkele vragen

 

  1. Verklaar de titel.
  2. Wanneer speelt het verhaal zich af?
  3. Wie is het hoofdpersonage?
  4. Welke leeftijd heeft Chloe?
  5. Probeer het ongeluk van Greg te beschrijven. Wat is er juist gebeurd?
  6. Probeer het huis en de omgeving te beschrijven. Hoe heet het huis?
  7. Van de 12 hoofdstukken is het 11de ‘Plannen op Private Beach’ een flashback. Waarom is dit hoofdstuk zo belangrijk?
  8. Beschrijf de verschillende relaties.
  9. Welke gevoelens overheersen in dit verhaal?Worden die overheersende gevoelens weerspiegeld in de opbouw van het verhaal?
  10. (p.90)  De vliegen vinden de hond bijna onmiddellijk. Ze gaan in zijn ogen en in zijn mondhoek zitten. “Kom, ik help je even. Ik wil niet dat je dit alleen moet doen. Waar is een goeie plek? Daar achter de bongerd?” Ik begrijp wat hij bedoelt, ook al ken ik het woord bongerd niet.

In het boek komen heel wat plaatselijke termen voor. Wat vind je daarvan?

           

 

 

 

Enkele citaten

 

1. “Als men mij vraagt waarom ik voor jongeren schrijf, zeg ik meestal dat ik niet voor jongeren schrijf, maar over jongeren. Is een boek met een bejaarde als hoofdpersonage noodzakelijk een boek voor bejaarden? Het bepalen van de doelgroep is niet mijn taak: dat moeten de uitgevers, de bibliothecarissen, de leraren, de ouders en vooral de lezers zelf beslissen. Ik blijf het overigens een vreemde vraag vinden. Nog nooit heb ik iemand aan een schrijver horen vragen waarom hij voor volwassenen schrijft. (Anne Provoost in Blikopenen, 1994)

 

2. “Eigenlijk maak ik niet veel onderscheid tussen volwassenen en jongeren. Volwassenheid bestaat niet voor mij. Eigenlijk ben je het meest volwassen op het moment dat je je laatste adem uitblaast. En alle stadia daarvoor zijn voor mij groeiprocessen. Ik vind het dan ook volstrekt fout om zon houding aan te nemen van: tot je 18de ben je kind en dan ben je volwassen en dan weet je ’t ook.”

(www.jeugd.antwerpen.be/terloops/interviewAnnePr.htm)

 

3. “Terwijl mijn man boven de zolder klaarmaakt voor de verbouwingswerken van dit weekend, sorteert hij de tientallen dozen met knipsels en tijdschriften die we in onze jaren samen verzameld hebben. Nu en dan komt hij met zijn haren vol stof naar beneden en laat me artikels zien die we al lang vergeten waren, maar die zowel voor mij als voor hem een kapitaal aan gegevens bevatten, een fotoreportage bijvoorbeeld met gezichten van dode, zorgvuldig afgelegde mensen, veelal jonge mensen, een keer zelfs een kind. Ik kijk in afgrijzen naar het onbeschaamde realisme, maar ben terzelfder tijd de fotograaf eindeloos dankbaar. Eendimensionele weergaven van de werkelijkheid inspireren me doorgaans meer dan de werkelijkheid zelf, en daarom leg ik bij elk schrijfproject naast een reeks trefwoorden ook een verzameling afbeeldingen en foto’s aan”. (Dagboekfragment, mei 1993, verschenen in De Bond, 28 mei 1993)

 

4. Op de website www.anneprovoost.be wordt het boek ‘In de zon kijken’ als volgt voorgesteld:

Ik schrijf over het kijken van een moeder naar haar dochter, en over wat er gebeurt als de blik in gevaar is. Mijn interesse gaat vooral naar hoe een kind naar de problemen van de volwassenen kijkt, en hoe volwassenen op de aanblik van het kind reageren. Het boek gaat uiteraard vooral over rouw en genezing. Ik ben al een tijd op zoek naar een vertelstem die wars is van auctoriële en personele commentaar. Ik schrijf in de tegenwoordige tijd, wat erg nieuw voor me is. Ik probeer een uitgebeende manier van vertellen uit. Ik sta mezelf op geen enkel moment toe commentator te zijn, niet op de werkelijkheid en niet op het verhaal. Chloë ervaart, voelt aan, beseft, maar ze begrijpt nog niet alles. De schrijver, ik dus, verwoordt wat zij beseft en ervaart. Ik speel met dat niveauverschil tussen wat een kind mentaal vermag, en wat het al onder woorden kan brengen. Het mentale vermogen is veel groter dan het verbale. Als Chloë de directe rede gebruikt, voel je dat ze nog een kind is, met een kleine woordenschat en beperkte taalvaardigheid. Maar in haar hersenpan kolkt en bruist een complexiteit van denken die kinderen al op heel jonge leeftijd hebben. Die complexiteit breng ik in kaart. Ik gebruik er de woorden voor waarover Chloe nog niet beschikt, en zo doe ik haar recht. Dit verhaal gaat de banale gevallen van heirkracht. Zo schrijven drukt een levensbeschouwing uit, natuurlijk: meestal is het bestaan een vlakke rit, en als het toch een zware etappe wordt, dan is dat niet omdat het parcours vol cols zit, maar omdat het zo gestaag doorgaat, als één langgerekt vals plat.

 

 

Website

 

Meer gegevens vind je op de uitstekende website www.anneprovoost.be

 

 

Een recensie

 

 uit DSL, 04/05/2007 van Mark Cloostermans

 

 

Zilveren tijden

Anne Provoost dwingt je tot traag lezen in haar jongste roman, die zich afspeelt op het Australische platteland.

In de zon kijken is een eeuwigheid in productie geweest. Provoosts vorige boek, de internationaal geprezen jeugdroman De arkvaarders, dateert al van 2001. Sindsdien heeft Provoost mondjesmaat fragmenten vrijgegeven uit haar eerste roman voor volwassenen. Een hoofdstuk verscheen in de bundel Gelezen en goedgekeurd, een tweede werd een Radioboek, nog een ander verscheen in de reeks Stad van letters en een vierde hoofdstuk ontstond op vraag van de Provincie West-Vlaanderen, als ‘artistiek antwoord’ op een schilderij. De stukjes van de puzzel zijn nu samengebracht in een slanke roman.

Hoewel een aantal thema’s, beelden en kwesties als rode draden door de roman getrokken zijn, blijf je de indruk hebben naar een puzzel te kijken. Provoost heeft elk hoofdstuk opgevat als een afgeronde scène. Die scènes horen wel thuis in de evolutie van de hoofdpersonages, maar kun je ook op zich lezen. Elk hoofdstuk een eiland, de roman een archipel. Geen wonder dat de personages zo eenzaam zijn.

In de zon kijken draait rond de kleine Chloë – Provoost zegt niet hoe oud ze is – die op het Australische platteland woont. Na een val van zijn paard sterft haar vader. Haar halfzus verlaat het huis. Chloë’s moeder heeft een oogziekte, waardoor ze langzaam blind wordt.

Een bord vol ellende, kortom, met in de kern daarvan: de angst om alleen te zijn. Chloë’s moeder verliest haar man. Chloë verliest haar halfzus. De buren Lorne en Rockie zijn als de dood dat hun blind wordende buurvrouw de boerderij zal verkopen en naar de stad trekken. ‘Alles gaat onderuit, zie je dat niet?’ zegt Rockie, kort voordat Chloë’s vader sterft. ‘In een mum van tijd blijven wij achter met alleen nog de ijzerwinkel voor jou en wat rondscharrelen op het erf voor mij.’ De outback als gevangenis zonder tralies.

Die outback krijgt veel aandacht. Provoost gebruikt alle mogelijkheden die het decor haar biedt. In de zon kijken is geen Vlaamse boerenroman die voor de lol naar Australië verplaatst is. Een rit door een donker park, een aanrijding met een wombat, een uitslaande brand, windhoosjes – de natuur toont zich van haar meest theatrale kant. En altijd die zon, waar Chloë zo snel mogelijk uit wil. Haar verlangen naar een rustig holletje, een ‘crypte van pels’, naar het tegendeel van de immense vlakte die haar omringt, is onnadrukkelijk maar voelbaar aanwezig in de roman.

Provoost vertelt deze geschiedenis van verlies en prikkende wonden vanuit het perspectief van Chloë. Over dat kinderperspectief is door collega-recensenten al een robbertje gevochten. Knack beweert dat er ‘geen hout’ van klopt, terwijl in De Groene Amsterdammer werd gesteld dat Provoost maar één keer ‘uit haar rol valt’, namelijk als Chloë het heeft over een ‘banaal interieur’. Dat klopt zeker niet: Chloë zegt doorlopend zaken die een negenjarige niet kan weten, in een taal die geen kind beheerst. Hou bij het lezen voor ogen dat het de volwassen Chloë is die de pen vasthoudt, maar dat ze zich moedwillig beperkt tot het perspectief van haar negenjarige zelf. Zo voelt de lezer wat zij beleefd heeft, zonder dat we worden afgescheept met het taalgebruik van een kind. Je ziet dat het mooist in de scène waarin Chloë beschonken raakt na een paar glaasjes jenever. Met enkele goedgekozen beelden maakt de schrijfster ons duidelijk dat het meisje dronken is, maar tegelijk blijft ze haarscherp observeren, alsof er niets aan de hand is. Je kan dat een rommelig perspectief noemen, maar een rommelig perspectief dat je tweehonderd bladzijden consequent aanhoudt, is een keuze.

Als lezer kan ik daar best mee leven. Want In de zon kijken is een nauwkeurig geformuleerde, broeierige roman, waarin een klein meisje op heel volwassen wijze rouwt om het verleden, om ‘vroeger, toen Ilana hier woonde en alles nog van zilver was’. De zorgvuldige formulering dwingt je om trager te gaan lezen, om aandacht te hebben voor de vele details van Chloë’s wereld. Dat klinkt misschien afschrikwekkend – u leest niet graag trage boeken en ik ook niet – maar Provoost weet je moeiteloos tot vertraging te verleiden. De afwisseling tussen beschouwende en meer dialoogrijke hoofdstukken is perfect. Er is zelfs ruimte voor (dikwijls pijnlijke) humor. De scène waarin een verbrijzelde knikker de falende oogbal van Chloë’s moeder symboliseert, imponeert nog het meest.

Ten slotte breit Provoost een open einde aan Chloë’s geschiedenis. Dan is het de beurt aan de lezer om alleen achter te blijven.

 

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *