Alessandro Baricco: Emmaüs (boekbespreking juni 2012)

Biografie
Alessandro Baricco (Turijn, °25 januari 1958) studeerde filosofie en muziek en zette zich in 1990 aan het schrijven van een roman. Na zijn afstuderen werkte hij als muziekcriticus en als freelance redacteur bij de Italiaanse uitgever Einaudi. Zijn eerste publicatie was een studie over het muziektheater van Rossini. Baricco’s boeken zijn wereldwijd vertaald en hij is uitgegroeid tot een internationale bestsellerauteur. Zijn werk is bekroond met vele prijzen. Hij is een graag geziene gast op talkshows (onlangs nog op de Soirée Barbare op 18 april 2012 in het Legermuseum, ism Cultuurnet en Stichting Lezen). Hij presenteert culturele programma’s op Rai en publiceert in La Republicca.
Momenteel woont hij in Rome met zijn vrouw en twee dochters.

Biografie

• Oceaan van een zee (De Geus, 1995)
• Land van Glas (De Geus, 1996)
• Zijde (De Geus, 1997)
• Novecento (De Geus, 1998)
• City (De Geus, 2000; De Bezige Bij, 2009)
• Zonder bloed (De Geus, 2003)
• De Ilias van Homerus (De Geus, 2006)
• Dit verhaal (De Bezige Bij, 2007)
• De barbaren (De Bezige Bij, 2010) (belangrijk kritisch werk over onze cultuurbeleving. Uit dit boek wordt tegenwoordig veel geciteerd!)
• Emmaüs (De Bezige Bij, 2010)

Personages

Ik, Bobby, de Pater en Luca
André

Enkele discussiepunten

1. In welk perspectief is dit verhaal geschreven?
2. Waar en wanneer speelt dit verhaal zich af?
3. Wat trekt hen aan in André?
4. Waarom pleegt Luca zelfmoord?
5. Waarom kiest Baricco voor de metafoor van Emmaüs.
6. Hoe verklaar je de aanwezigheid van André in de Kerk (laatste hoofdstuk)?
7. Welke invloed heeft André op de vier jongens?
8. “In zijn romans probeert hij een techniek toe te passen die afwijkt van de literaire traditie en aansluit bij de vertelwijze van de moderne film”. Vind je dat terug in deze roman?

Recensie: Michael Bellon in De Standaard der Letteren 22/10/2010

Vier jongens zitten gevangen tussen hun strenge katholieke religie en hun fascinatie voor het sensuele, niet zo katholieke meisje Andre. Alessandro Baricco’s Emmaüs is een originele roman over opgroeien en geloof.
In het verhaal van de Emmaüsgangers, dat terug te vinden is op het einde van de evangelies volgens Lucas en Marcus, ontmoeten twee van Jezus’ apostelen onderweg een man die ze pas bij het avondmaal in het dorpje Emmaüs herkennen aan de handeling die hij daar stelt: het breken van het brood. Het is een verhaal dat de christenen aanport om vertrouwen te hebben in de vervulling van de Schrift.

De sublieme nieuwe roman Emmaüs van de Italiaanse bestsellerauteur Alessandro Baricco, gaat op het eerste gezicht over datgene waaraan keurige katholieken elkaar nog steeds herkennen: hun levenshouding, die hoort bij een vele generaties lang zorgvuldig doorgegeven mens- en wereldbeeld. Voor u hard wegloopt, voegen we daaraan toe dat Baricco dat thema op een ongeziene manier benadert. Zijn subtiele en bedachtzame schriftuur, die pas bij herlezing al haar betekenis prijsgeeft, gaat ver voorbij de clichés van schuld en boete.

Fataal meisje

Emmaüs is een verhaal over vier pubervrienden: Luca, Bobby, ‘de Pater’ en de ik-verteller. Samen vormen ze het muziekbandje van de parochiegemeenschap. De verteller heeft het altijd uitdrukkelijk over ‘wij’ en ‘ons’ als hij over het vriendenclubje spreekt. Daarmee benadrukt hij niet alleen hun hechte band, maar ook de radicale tegenstelling die hij ziet tussen mensen die doordrongen zijn van de katholieke leer en de mensen die het zonder die leidraad doen. Die laatsten zijn voor de jongens haast een aparte mensensoort: ‘figuren aan de horizon’. Ze zijn niet deugdzaam, niet voorzichtig, ze kennen geen schaamte, en ze oogsten zowel goed als kwaad. Daardoor ziet hun leven er rijker en spannender uit, maar verloopt het ook vaak tragisch.

Daartegenover staat dus de bedachtzame levenshouding van de mensen die het leven zien als een opdracht die ze gewetensvol tot een goed einde willen brengen. Zij kennen geen tragiek, omdat ze het kwaad dat zich in hun huis afspeelt, niet willen erkennen. Daardoor zijn ze in staat dramatische hoeveelheden ongeluk in zich op te nemen zonder schandaal te schoppen. (De verteller van Baricco verklaart zo waarom de jongens pedofiele handelingen van een priester zagen als ‘een hooguit wat onverwachte aanvulling op het protocol’).

Tegelijk gaat er voor de vier jongens een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit van het mooie, raadselachtige, promiscue, fatale meisje Andre, dat voor hen duidelijk tot het andere kamp behoort. Totaal gehypnotiseerd wagen zij zich over ‘de grens’, en lopen daarbij de nodige kleerscheuren op.

Moedermaagd

Je zou Emmaüs kunnen omschrijven als een adolescentenroman voor volwassenen. ‘We zijn allemaal een jaar of zestien, zeventien’, luidt de openingszin van de verteller. Het boek gaat over vriendschap, over onbegrip van en voor volwassenen, over levensmoeheid, over de ontdekking van kunst, seks, liefde en de (mede)mens. Baricco is een rasverteller, maar hij doorspekt zijn verhaal ook met rake observaties, doordachte beschrijvingen en prikkelende metaforen. Hij reflecteert op een Rik Torfs-achtige manier, met de bescheiden ambitie het ongrijpbare misschien toch te kunnen benaderen. Het boek is noch een afrekening met, noch een apologie voor de katholieke leer. Aan de basis van het geloof in God ligt het geloof in de mens, betoogt Baricco, die vervolgens schijnt te poneren dat geloof en humanisme zich in elkaar manifesteren, en dat er van de maatschappelijke tweedeling die de jongens menen te onderkennen au fond geen sprake is.

Dat brengt ons weer bij het verhaal van de Emmaüsgangers, waarvan de aantrekkingskracht voor Baricco ligt in het feit dat de weifelende protagonisten elkaar maar niet herkennen, en niet zien wat er tussen hen gaande is. De openbaring volgt met een handeling die alleen maar diepmenselijk is: het breken van het brood. In die zin verrast het niet dat de ik-verteller Andre op latere leeftijd herkent tussen ‘zijn’ gemeenschap van eucharistievierders. Als projectie van de verteller was Andre altijd een constructie, die hij nu zelfs herkent als zijn reconstructie van de Heilige Maagd: de figuur waarin alle al te menselijke tegenstellingen (moeder en maagd, lijden en liefde…) zich tegelijk kunnen manifesteren, en die daardoorfungeert als de onmogelijke sluitsteen van een geloof dat in oorsprong een geloof in mensen is.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *