Alan Bennett: De ongewone lezer (boekbespreking juni 2010)

Biografie

Alan Bennett (°1934) komt uit Leeds. Hij is de zoon van een slager in een grootwarenhuis. Tijdens zijn militaire dienst leerde hij Russisch aan een college in Cambridge. De liefde deed hem echter een beurs aanvragen voor de universiteit van Oxford waar hij meerdere jaren geschiedenis studeerde, en in zijn vrije tijd toneel speelde in de Oxford Revue. Het toneel werd zijn passie, en ook zijn roeping. Hij besloot een einde aan zijn carrière als academicus te maken.

Hij is uiteindelijk een beroemd Engels toneelspeler en -schrijver worden. Daarnaast schrijft hij ook filmscenario’s, korte verhalen, novellen en veel non-fictie. Hij geeft ook veel lezingen. Zijn Winnie de Poeh-voordrachten (met zijn expressieve stem en sterk Leeds accent) zijn nog steeds erg geliefd. Veel van zijn werken zijn gebaseerd op waargebeurde verhalen. In zijn werk zitten ook veel autobiografische elementen verweven. Als hij in 2005 verneemt dat hij kanker heeft, met minder dan 50% overlevingskansen, geeft hij zijn autobiografie uit, waarin hij het vooral over zijn ziekte en geaardheid heeft. Ondertussen is hij volledig genezen verklaard.

Alan Bennett woont al meer dan 30 jaar in Camden Town (Londen), en deelt al jaren zijn huis met Thomas Rupert, zijn vaste partner.

Ondertussen heeft Bennett ook aangekondigd dat hij zijn hele archief van werken, niet gepubliceerde manuscripten, dagboeken enz. schenkt aan de Bodleian Library, als “dank voor de mogelijkheden die de Britse sociale zekerheid hem heeft gegeven, mogelijkheden die hij anders niet zou hebben met zijn lage familiale achtergrond.”

Alan Bennett (1934) is vooral bekend vanwege zijn theatertekst The madness of George III, verfilmd met Nigel Hawthorne en Helen Mirren. De film kreeg vier Academy Award-nominaties, (waaronder script en acteerprestaties). De film won uiteindelijk de award voor de beste regie.

Bibliografie

In het Nederlands: enkel De ongewone lezer, oorspr. The uncommon reader
Voorts: massa’s theater- en filmscripts, hoorspelen (vb. Winnie-the-Pooh, Alice in Wonderland, The Lady in the Van), memoires, biografieën, …
Speciale aandacht wil ik hier geven voor: The Lady In The Van. Het verhaal is gebaseerd op een arme vereenzaamde vrouw die gedurende meer dan 15 jaar in verschillende kapotte caravans naast Bennett woonde. Deze novelle werd bewerkt voor de BBC.

Personages (belangrijkste)

De koningin van Engeland, Elizabeth II, en haar corgi’s
De bibliobus-bibliothecaris Hutchings
Norman Seakans, eerst keukenknecht, dan amanuensis (= literair assistent, zie p.34) van de koningin, dan student
De particulier secretaris van de koningin: Sir Kevin Scatchard
De chauffeur van de koningin: Summers
De gemaal van de koningin, nl. De Hertog van Edinburgh
De minister-president en zijn vrouw

Een (niet compleet) overzicht van de boeken die de koningin leest, in chronologische volgorde. Ondertussen kan je goed haar leesevolutie volgen (Waar hangen haar keuzes vanaf?)

1. een boek van Ivy Compton-Burnett (volgens Pieter Steinz ‘de twintigste-eeuwse Jane Austen), zal ze later (p.120) opnieuw lezen en meer plezier aan hebben
2. The Pursuit of Love van Nancy Mitford (volgens Pieter Steinz ‘de vrouwelijke Evelyn Waugh), gevolgd door Love in a Cold Climate van Nancy Mitford (het vervolg op The Pursuit …)
3. My Dog Tulip van J.R. Ackerley, gevolgd door zijn biografie (Norman vertelde er wel niet bij dat de hond in werkelijkheid Queennie heette.)
4. iets van Anita Brookner
5. iets van Ian McEwan
6. iets van A.S. Byatt
7. iets van Dylan Thomas
8. Virginia Woolf (nvdr: één van haar essaybundels heeft de titel ‘The common reader’!!!)
9. Charles Dickens (De koningin begon haar kersttoespraak met het voorlezen van de openingsalinea van Dickens ‘A Tale of Two Cities’, nl. “Het was de beste der tijden. Het was de slechtste der tijden.’ en deed dat lang niet slecht. (p. 73)
10. Vikram Seth
11. Salman Rushdie
12. Sylvia Plath
13. Henry James, zal ze later nog eens lezen en meer waarderen
14. Zusjes Brontë
15. poëzie van Larkin
16. Proust “Het merkwaardige bij hem was dat toen hij een koekje in zijn thee doopte (een walgelijke gewoonte trouwens) zijn hele verleden weer bij hem bovenkwam. Enfin, ik heb dat zelf ook geprobeerd, maarhet had in het geheel geen effect op mij. Toen ik jong was waren Fuller’s cakes een ware traktatie. Wellicht dat het zou kunnen werken als ik er daar eentje van zou proeven, maar die firma is allang ter ziele, dus op die manier kan ik geen herinneringen meer oproepen. Zijn we klaar?” (p.77-78)
17. Alice Munro
18. Beckett
19. Nabokov
20. Philip Roth
21. Balzac
22. Tourgenjev,
23. Conrad
24. Howards End van Forster (in wiens biografie ze trouwens te lezen kreeg dat “als zij een man was geweest, hij verliefd op haar geworden zou zijn”, p. 30)
25. Emily Dickinson

Over lezen wordt voortdurend een mening gegeven. Aan de hand van de citaten merk je duidelijk een evolutie in de visie van de koningin over lezen.

p.14-15: Lezen is een hobby, en het lag in de aard van haar werk dat ze er geen hobby’s op na hield. Joggen, rozen kweken, schaken of klimmen, taarten versieren, modelvliegtuigen bouwen. Nee. Hobby’s hadden te maken met voorkeuren, en voorkeuren dienden te worden vermeden. Door voorkeuren werden mensen uitgesloten. … En trouwens, lezen is niet iets doen. En zij was een doener.
p.31: Wat ze ook ontdekte was dat het ene boek naar het andere voerde, dat zich steeds weer nieuwe deuren openden, waarheen ze zich ook wendde, en dat de dagen simpelweg niet lang genoeg waren om alles te lezen wat ze wilde.
p.31-32: De koningin zei: “In feite is gebrieft worden het tegenovergestelde van lezen. Een briefing is beknopt, zakelijk en op feiten toegespitst. Lezen doe je onsystematisch, almaar afdwalend. Lezen nodigt voortdurend uit. Een briefing rondt een onderwerp af, lezen geeft juist de ruimte.”
p.38: Lezen leidde nogal eens tot buitensluiten (sic Sir Kevin)
p.40: Lezen was goed om de tijd door te komen (sic Sir Kevin)
p.41: De koningin zei: “Ik lees, denk ik, omdat een mens de plicht heeft te ontdekken hoe andere mensen in elkaar zitten”, een dermate clichématige opmerking dat Norman er nauwelijks bij stilstond, omdat hijzelf een dergelijke verplichting totaal niet voelde en uitsluitend voor zijn plezier las, en niet om er wijzer van te worden, hoewel een deel van het plezier erin bestond dat je van lezen wijzer werd, dat zag hij ook wel. Maar met plicht had het allemaal niets van doen.
p.42: Het aantrekkelijke van lezen ligt in het vrijblijvende ervan. Literatuur stond overal boven. … Voor het boek waren alle lezers gelijk, met inbegrip van haarzelf. De literatuur is een soort gemenebest: de letteren vormen een soort republiek. …. Het was een anoniem genot, een gedeeld genot, een gemeenschappelijk genot.
p.46: Een boek is een onstekingsmechanisme waarmee de verbeelding tot ontbranding wordt gebracht.
p.67: Schrijvers, besloot ze alras, kon men vermoedelijk het best tegenkomen op de bladzijden van hun romans, en waren evenzeer schepselen van de verbeelding van de lezer als de personages in hun boeken waren. Bovendien leken ze er nauwelijks mee ingenomen dat zij zo goed was geweest hun geschriften te lezen. Het was eerder zo dat zij zo goed waren geweest die te schrijven.
p.71: De koningin zei: “Literatuur kan het volk helpen. “Het zou de mensen laten zien, nietwaar, dat wij allemaal onderworpen zijn aan het lot.”
p.98: Het lezen had haar een ontluikende sensibiliteit gegeven (wat helaas werd aangezien voor beginnende seniliteit).
p.120: En ze bedacht(zoals ze de volgende dag noteerde) dat lezen, naast wat het nog meer was, ook een spier was die ze kennelijk had ontwikkeld.
p.121: Als men haar had gevraagd of het lezen haar leven had verrijkt, had ze dat ongetwijfeld moeten beamen, al had ze er met eenzelfde stelligheid aan moeten toevoegen dat het haar leven van ieder doel had beroofd.
p. 127: De koningin vroeg zich “of dat waar lezen een mens ontvankelijker maakt, schrijven het tegenovergestelde effect heeft. Of men om te schrijven een dikke huid moet hebben.”
p.133: “Zoals sommigen van u wellicht weten, ben ik de afgelopen jaren een enthousiast lezer geworden. Boeken hebben mijn leven verrijkt op een wijze die wij nimmer hadden kunnen bevroeden. Er is echter een grens aan tot waar boeken ons kunnen brengen, en ik denk dat de tijd gekomen is dat ik mij van lezer ontwikkel, althans tracht te ontwikkelen, tot schrijver.”
p.137: “Boeken leiden, zoals u ongetwijfeld weet, maar hoogstzelden tot een koerswijziging. Boeken bevestigen mensen doorgaans juist in wat ze, wellicht onbewust, al hadden besloten te doen. Men pakt een boek om zijn overtuigingen bevestigd te zien. Een boek sluit het boek als het ware.”

Enkele discussiepunten:

1. De koningin van Engeland voelde zich aanvankelijk met betrekking tot de keuze van een boek heel erg hulpeloos. Herken je dit gevoel? Had het kunnen mislopen?
2. Verklaar haar sympathie voor Norman.
3. De plotse leeswoede wekte grote wrevel bij haar entourage. (Maar niet bij haar familieleden!) Waarom?
4. Hoe zou je de koningin van Engeland in dit boek beschrijven? Klopt dit volgens jou met de werkelijkheid? (karaktereigenschappen, …). Hoe is de relatie met haar gemaal?
5. Aan welke verwachtingen moet de koninklijke familie voldoen? Verklaar de woorden “een voorstelling binnen de voorstelling” … (p. 96)
6. p. 39: “De koningin was een ware democrate, wellicht de enige in heel het land.” Wat bedoelt de schrijver hiermee?
7. p. 93: “Bovendien ondervond zij als lezeres van de werken van Jane Austen unieke persoonsgebonden beperkingen.” Welke?
8. Hoe evolueert de koningin?
9. Op p. 119 en p.121 zegt ze: “Ik heb geen stem.” Wat bedoelt ze daarmee?
10. Hoe staat zij tegenover de monarchie? Waarom zegt ze op p.140: “Soms voelden wij ons als een geurkaars, die werd gestuurd om een regime aangenamer te laten ruiken, want de monarchie is dezer dagen weinig meer dan een staatsdeodorant.”
11. Waarom besloot de koningin te schrijven?
12. Is dit een typisch Engels boek? Waarom? (onderwerp, taalgebruik, humor, …?)
13. In de inleiding vraagt Pieter Steinz zich af wat het mooiste leestraject zou zijn voor de Nederlandse koningin en voor haar troonopvolger. Welke boeken zou jij ons Belgische koningshuis aanraden?

Recensie:

(De Standaard, 28 maart 2008: auteur Kathy Mathys)
De koningin leest
Alan Bennett (1934) is vooral bekend vanwege zijn theatertekst The madness of George III, verfilmd als The madness of king George met Nigel Hawthorne en Helen Mirren. Ook in het stuk A question of attribution brengt hij een subtiel en humoristisch vorstenportret. De ongewone lezer is een novelle met de huidige Engelse koningin als hoofdpersonage.

Wanneer ze op een dag de honden uitlaat, stuit Elizabeth op de bibliobus van de City of Westminster. Ze heeft wat moeite met het boek van Ivy Compton-Burnett dat ze van de plank haalt, maar volhardt tot het einde: ‘Zo zijn wij nu eenmaal opgevoed. Boeken, boterhammen, aardappelpuree: men eet op wat men krijgt voorgeschoteld.’ Naarmate ze haar leesspieren meer traint, lukt het beter. Bij het lezen van een trage Henry James-roman vol ellenlange beschrijvingen laat de koningin zich nog een ongeduldig ‘Schiet toch eens op’ ontvallen. Toch raakt ze steeds meer verknocht aan haar lectuur. Ze ontdekt hoe het ene boek naar het andere leidt en ook dat ze veel heeft gemist in haar leven vol lege formaliteiten. Een koningin moet nu eenmaal de rem zetten op haar emoties: ‘Hoewel ik Shakespeare niet altijd begrijp, is Cordelia’s uitspraak “Ik kan mijn hart niet naar mijn lippen tillen, er een die ik grif kan beamen. Haar situatie is de mijne.’

De entourage van de koningin is allerminst opgezet met de nieuwe passie van hare hoogheid. Ze proberen haar leesmomenten te boycotten. Gelukkig wordt de koningin heel bedreven in het tegelijk lezen en wuiven vanuit de auto. Elizabeth probeert het strakke protocol te doorbreken en verrast haar publiek met spontane invallen. Ze leest Babar voor in de kleuterklas en vraagt een stomverbaasde Franse premier naar zijn mening over Jean Genet.

De ongewone lezer is een fijnzinnig en grappig vorstenportret dat zich tussen de regels laat lezen als een liefdevol pleidooi voor literatuur.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *