Alain de Botton: Proeven van liefde (boekbespreking maart 2010)

Biografie

Alain de Botton werd geboren in Zwitserland (Zurich) in 1969, maar verhuisde na zijn twaalfde verjaardag naar Engeland, waar hij scholen bezocht in Oxford en Londen. In de laatste stad studeerde hij ook af in de wijsbegeerte. Het plan om in dat vak te promoveren aan Harvard strandde; De Botton legde zich geheel toe op het schrijven.
Zijn eerste boek ‘Essays in Love’ verscheen toen hij pas 23 was. Dit boek wordt nog vaak genoemd in lijstjes (o.a. van Yasmine), is ondertussen aan zijn zoveelste druk toe en wereldwijd werden er meer dan 2miljoen exemplaren verkocht. Hij wordt ook The Boy Wonder van de Engelse literatuur genoemd.
De Bottons werk destilleert visies en ideeën van klassieke filosofen, zoals Seneca en Montaigne, maar ook schrijvers als Stendhal en Proust, en presenteert deze op een oorspronkelijke en leesbare manier. Zijn essays worden ook als ‘de filosofie van het alledaagse’ bestempeld. In Londen startte hij ‘the School of Life’ op.
Zijn theorieën hebben vaak betrekking op de Westerse sociaal-economische verschijnselen, zoals status anxiety (statusangst) en the art of travel (de kunst van het reizen), maar raakt ook aan algemenere thema’s zoals liefde. Hij drukt zich op een persoonlijke manier uit en doorspekt zijn werken vaak met relativerende humor.
In West-Europa is hij inmiddels een populair denker. In februari 2003 werd de Botton tot Chevalier de l’Ordre des Arts et des Lettres geslagen en won hij de prestigieuze essay-prijs, de Prix Européen de l’Essai Charles Veillon. De Botton heeft een eigen productiebedrijf, nl. Seneca Productions, waarmee hij o.a. een filosofische reeks maakte (kwam ook op Canvas). Voor de Sunday Telegraph en The New Statesman schrijft hij wekelijks columns over literatuur en televisie.
Ondertussen is De Botton getrouwd, met Charlotte. Ze hebben twee zonen, Samuel en Saul van 4 en 2. Zijn vrouw is overdag bij de kinderen. In de avonduren runt ze het bedrijf dat de documentaires van De Botton over zijn boeken produceert.

Bibliografie

1993 : Essays in Love (Proeven van liefde)
1995 : The Romantic Movement (De Romantische school)
1996 : Kiss and tell (de biograaf)
1997: How Proust can change your life (hoe Proust je leven kan veranderen)
2000: The consolations of Philosophy (de troost van de filosofie)
2003: The art of travel (de kunst van het reizen)
2004: Status Anxiety (statusangst)
2006: The architecture of happiness (de architectuur van het geluk)
2008: The pleasures and sorrows of work (ode aan de arbeid)
2009: A week at the airport: a Heathrow diary (een week op de luchthaven)

Personages (belangrijkste)

Naamloze verteller
Chloé
Rachel
Will
Ouders Chloé

Aforismen

Een aforisme is een korte, bondige uitspraak. Aforismen zijn vaak grappig, paradoxaal en/of absurd en bevatten vaak een boodschap van wijsheid. In de filosofie worden aforismen vaak gebruikt. In de aforistische filosofie wordt de scheidslijn tussen filosofie en poëzie wazig, omdat hierin soms bewijsvoering ontbreekt.

Vb. ‘Een aforisme is een waarheid als een kalfje’ (C.Buddingh)

INTERVIEW. Verlos ons van de statusangst
De levenslessen van de televisie-filosoof Alain de Botton
interview 12 juni 2004, door Gilbert Roox (De Standaard)

Alain de Botton: ,,De Botton maakt van de filosofie een soort kruidentherapie, zeggen ze. Terwijl ik gewoon vasthoud aan de idee van de oude Griekse filosofen, die vonden dat opvoeding erop gericht is een goed burger en een gelukkig mens van je te maken.’
BRUSSEL – Na het succes van ,,Gids voor het geluk” richt de filosoof Alain de Botton zich alsnog tot de ongelukkigen met een televisieserie over statusangst. Waarom zijn we in het rijke Westen zo ontevreden en depressief? Een kwestie van overspannen verwachtingen, oordeelt De Botton: ,,Iedereen moet een winnaar zijn.”
DE eerste warme lentedag in Brussel: op het terras van Hotel Métropole speelt Alain de Botton zichzelf voor de camera’s van de VRT. Her en der zijn er blikken van herkenning. Sinds de televisieserie Gids voor het geluk is De Botton ook bij ons een cultfiguur. Dat hoge voorhoofd, die eeuwige jongelingencharme ondanks zijn 35: houdt de filosofie jong?Dr Love heeft net een causerie op het literaire festival Het Groot Beschrijf achter de rug. Na het spitsroeden lopen voor de camera volgen drie blitz-interviews over Statusangst, zijn nieuwste boek, dat alweer een vervolg krijgt op de televisie. Speciaal voor de gelegenheid heeft de uitgever een suite in het prestigieuze hotel afgehuurd. Veel tijd om ervan te genieten krijgt Alain de Botton niet, want de Eurostar terug naar Londen wacht. De filosoof praat sneller dan zijn schaduw. In een halfuur zijn we door de vragen heen.

– Statusangst begint met een vreemde vraag: zijn wij de dag van vandaag gelukkiger dan een boer uit de Middeleeuwen? En het verrassende antwoord luidt: nee.

De materiële levensomstandigheden van de middeleeuwse boer waren overduidelijk veel slechter. Hij was een lijfeigene die enkele lappen grond bewerkte voor rekening van de kasteelheer en zelf bezat hij bijna niets: wat vodden, een ezeltje en een handvol kippen. Maar spiritueel was hij verzoend met wat het leven hem bracht. Zijn lage status maakte deel uit van een door God gevestigde orde.

De middeleeuwse boer verwachtte niets van het leven en daarom was hij tevredener dan wij vandaag zijn. Dat is een paradox van de vooruitgang. En zo zijn er nog meer. De auto is uitgevonden om de mens toe te laten zich sneller te verplaatsen. Maar wat zien we in onze steden? Nu bijna iedereen een auto rijdt, bewegen we ons zelfs trager voort dan vroeger te paard.

– Nog nooit waren we in het Westen zo welvarend en toch stijgt de ontevredenheid. Hoe komt dat?

Het heeft te maken met te hoog gespannen verwachtingen. In vroegere samenlevingen waren ongelijkheid en lage verwachtingen de regel: weinigen maakten er zich druk om. De klassenmaatschappij gaf meer tevredenheid. Mensen wisten vooraf dat de horizont van hun ambities beperkt was en verzoenden zich sneller met hun lot.

Onze democratische samenleving daarentegen predikt de gelijkheid van kansen: iedereen wordt in staat geacht de top te kunnen bereiken. Dat is prachtig, maar de teleurstellingen en de frustraties zijn navenant. Want maar enkelen maken de hoge verwachtingen ook waar en al de rest blijft achter met het knagende gevoel dat ze het niet hebben gemaakt. Door de politiek van gelijke kansen neemt ook het aantal mislukkelingen toe.

– Statusangst is uitgegroeid tot een sociale plaag vandaag. ,,Een sterke afname van gebrek lijkt paradoxaal genoeg samen te gaan met een toenemende angst voor gebrek”, schrijft u.

Ja, want de normen schuiven alsmaar op. De klassieke economie ziet het akelig simpel: hoe meer geld je hebt, hoe gelukkiger je bent. Maar rijkdom is relatief, zoals John Kenneth Galbraith al wist. Het hangt er maar vanaf met wie je jezelf vergelijkt.

Vergeleken met onze grootouders zijn we vandaag allemaal fantastisch goed af, maar waarom voelen we ons dan niet gelukkiger? Omdat we ons altijd vergelijken met de buurman die nog net iets meer heeft: een groter huis, een duurdere auto. Voorbij een zeker niveau van welvaart, draait onze consumptie steeds meer om status: ons onderscheiden van de anderen door wat we bezitten. Om de paar jaar hebben we een nieuwe auto nodig. Niet omdat de oude versleten is, maar omdat we mee willen zijn. De man die rondrijdt in een oude kar, wordt bekeken als een zonderling. Terwijl een Ferrari-rijder alom bewonderd wordt.

Waarom is een mens nooit rijk, beroemd of machtig genoeg? Omdat geld, roem en macht niet om zichzelf nagejaagd worden maar als een bewijs van liefde. En daarvan heb je nooit genoeg. De mens kan niet zonder aandacht van anderen. Ons zelfbeeld wordt volledig bepaald door onze sociale status. En statusangst is de angst omlaag te donderen in de sociale hiërarchie. Het is een obsessie van verlies aan aandacht: wij zijn losers en de wereld gaat aan ons voorbij.

– Dat is des te erger, omdat er vandaag geen troostprijzen voor verliezers meer zijn.

Ooit was het Gods wil dat je arm was. Of in de versie van het communisme: de armen waren arm omdat ze uitgebuit werden door de rijken. Vandaag gelooft niemand dat nog. In een meritocratie op zijn Amerikaans is iedereen geheel verantwoordelijk voor zijn succes in de samenleving. De rijke is niet alleen maar rijk, hij is ook een beter mens, iemand met meer creativiteit en doorzettingsvermogen. Terwijl de verliezer zijn falen alleen aan zichzelf te wijten heeft. Pech bestaat niet, want winners make their own luck, zoals ze in de Verenigde Staten zeggen.

Dat is een heel wrede filosofie, omdat ze nauwelijks ruimte voor mislukking laat. Of zelfs voor een middelmatig bestaan. Iedereen moet de top halen en minder is niet goed genoeg. Misschien dat we daarom in de Angelsaksische wereld een epidemie van depressies bij twintigjarigen zien: ze weten zich geen raad met de druk om een sociaal succes te worden.

In Amerikaanse boekhandels vind je in de sectie zelfhulp maar twee soorten van boeken. De eerste soort gaat over succes hebben: how to earn a million bucks in five minutes. De tweede soort wil geblutste eigenwaarde oplappen. Het is de ommekant van de medaille: die boeken bieden troost aan de verliezers van de race naar het succes.

– En waar liggen uw eigen boeken?
Hoe Proust je leven kan veranderen kwam vreemd genoeg in de sectie troost terecht.

– Was u blij daarmee? Als zelfhulpboek verkocht het al snel een paar honderdduizend exemplaren, beweert uw collega Nick Hornsby.

Ik denk niet dat het zo simpel ligt. Anders was How to be good toch ook een bestseller geworden (lacht). Zelf heb ik een hekel aan zelfhulpboeken. Ze stellen het leven zo akelig rozig. Zelfhulpboeken missen elk gevoel voor het tragische, de onvolkomenheden van het leven. Met hun positieve gedram maken ze me alleen maar depressief. Ik vind een zekere mate van pessimisme veel meer troostend. Het beste recept voor een rijk leven is erkennen hoe verschrikkelijk het bestaan is.

– ,,Intelligente mensenhaat” noemt u dat in Statusangst, met een verwijzing naar de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer.

Ja. Een mens moet de moed hebben zijn eigen weg te gaan, wat iedereen rond hem daar ook over denkt. Vaak zetten we ons vast in een uitzichtloos masochisme: we willen ons bewijzen tegenover mensen die we zelf niet eens respecteren. Zo maak je alleen jezelf kapot. Vergeet dus de ambities van ouders en leraren. Het is jouw leven en je kunt niet in de smaak vallen bij iedereen.

– Ook de gedachte aan de dood is een goed tegengif tegen statusangst, schrijft u. Kijk naar de oude Egyptenaren, die op het hoogtepunt van hun festijnen rottende skeletten lieten ronddragen tussen de gasten. Een leuk idee, maar ik zie het niet zo meteen bij ons aanslaan. De meesten onder ons verkiezen een Ierse koffie.

Zeker weten (lacht). Ik wilde alleen aangeven dat het besef van de vergankelijkheid der dingen ons helpt om te focussen. Daarom hadden geleerden in vroegere dagen ook een schedel op hun werktafel staan. Een memento dat onze tijd kort is en dat een mens maar beter kan bezig zijn met de dingen die er echt toe doen.

In onze consumptiesamenleving van vandaag is dat wel heel erg moeilijk geworden. De reclame probeert ons de klok rond allerlei niet terzake doende dingen aan te smeren onder het mom dat ze levensnoodzakelijk zijn. En daarbij bezingt ze statusangst als koopprikkel. Wie geen computer met plasmascherm in huis heeft, telt niet meer mee.

– In uw boek voert u de Griekse filosoof Diogenes op die zijn leven sleet in een ton. Zo onthecht bent u zelf allicht niet. U bent een bestsellerauteur en een televisiester, die miljoenen verdient. In Engeland werd Statusangst gelanceerd met de slagzin ,,Koop dit boek – iedereen zal het doen”. Is dat niet het toppunt van ironie: een boek tegen statusjacht wordt zelf gehypet tot een statusobject?

Ik begrijp uw vraag niet.

– Brutaler gezegd: wat heeft een culturele coryfee zoals u eigenlijk te klagen over statusangst?

O, ik voel die ook, weet u. Bijvoorbeeld als ik een slechte recensie van mijn boeken lees. En die zijn er ook, zeker in Engeland. Ik ben te populair geworden en dan krijg je statusnijd. Een intellectueel op het publieke schouwtoneel werkt vele collega’s op de zenuwen. ‘Waarom komt die vent op tv?’ zeggen ze. ‘Omdat zijn naam klinkt als een Franse aristocraat?’

– Dat u uit een steenrijke familie komt, maakt de zaken er allicht niet beter op. Uw vader Gilbert de Botton was een Zwitserse investeringsbankier die zijn bedrijf kort voor zijn dood voor 650 miljoen euro verkocht. En uw stiefmoeder Janet Wolfson is de erfgename van een winkelimperium. Zelf verhuisde u al op uw achtste naar Engeland om er te studeren aan de elitescholen van Harrow en Cambridge.

Dat klopt, maar wat heeft dat met Statusangst te maken? Mijn vader was een zeer rijke man, ja, maar we schoten helemaal niet met elkaar op. Pas de laatste jaren voor zijn dood zijn we weer een beetje met elkaar beginnen te praten.

– Het is bekend: een succesrijke vader kan een grote last zijn voor zijn zonen. Koos u daarom voor een carrière in literatuur en filosofie?

Mijn vader was geobsedeerd door maatschappelijk succes en hij wilde mij ook in die richting duwen. Niet wie je was, telde, maar wat je presteerde. A’s halen was niet genoeg, het moesten A-plussen zijn. Hij deed heel laatdunkend over mijn keuze voor de literatuur. Dat kwam allicht omdat hij zelf toen hij jong was, dromen in die richting had. Ik denk dat hij jaloers was.

Toen ik succes kreeg als schrijver, werd onze relatie steeds vreemder. Maar het is wel grote onzin te beweren dat ik voor de literatuur koos omdat ik geen andere manier zag om me af te zetten tegen mijn vader, zoals Mark Simpson in The Independent schreef. Boeken schrijven als speeltje voor het verwende rijkeluiskind dat alles al had: zo is het echt niet gegaan.(Boos) Schrijven is een heel moeilijk vak. Ik had honderd gemakkelijkere dingen kunnen doen. Dat stuk van Simpson, die nota bene ooit een collega van mij was, is pure karaktermoord. Eigenlijk had ik hem wegens smaad voor de rechter moeten dagen.

– Critici noemen u wel eens een light-filosoof. ,,Een pocket-denker voor jan en alleman”, kopte The Observer geringschattend boven een bespreking.

Ik wil dat als een compliment zien: wat is er mis mee grote ideeën naar de mensen te brengen? Ik schrijf de boeken die ik zelf vroeger als student had willen lezen.

Op onze universiteiten krijg je jammer genoeg geen lessen over het leven meer. Wijsheid is verbannen van de curricula. Ik heb me rotverveeld op Cambridge. Mijn beste herinneringen zijn de boeken die ik in de bibliotheek las. Mijn professoren waren topacademici die er geen enkel benul van hadden hoe ze hun boodschap moesten verkopen. Nadenken over de verpakking vonden ze beneden hun stand. Daarom doen ze ook zo smalend over filosofie op televisie. De Botton maakt van de filosofie een soort kruidentherapie, zeggen ze. Terwijl ik gewoon vasthoud aan de idee van de oude Griekse filosofen die vonden dat opvoeding erop gericht is een goed burger en een gelukkig mens van je te maken.

– Hoe voelt u zich eigenlijk als televisiester? Een tikje ongemakkelijk in uw vel soms?

Ik geniet ervan. Ik houd van interviews en praten met mensen. Statusangst is ook een betere tv-serie geworden dan Gids voor het geluk. Het is geen pure illustratie van het boek, het leidt een eigen leven. Dat maakt het dubbel boeiend.

– Mij is vooral uw bezoek aan Fleet Street bijgebleven, waar u de gifmengers van de boulevardpers vette koppen bij de meesterwerken van de wereldliteratuur liet verzinnen.

Voor Oedipus van Sofokles leverde dat dan ondingen op als Sex with mum was blinding. Heerlijk. Bij nader toezien gaan bijna alle meesterwerken van de literatuur over verliezers. Een beter tegengif tegen de zieke obsessie van onze cultuur met succes bestaat niet.

Statusangst, Canvas, dinsdag 15/6, 22.25.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in Bibliotheken met de tags , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *