Peter Terrin: Post Mortem (verslag van een lid van de leesgroep Leze en Zegge van de bibliotheek van Roosdaal)

post mortemNa ons vorige boek, waar ik helemaal niet over te spreken was, had ik nood aan een goed boek. Aan Stoner had ik een heel goede herinnering, en daarom heb ik eerst Augustus en dan Butcher’s Crossing gelezen. Post mortem van Peter Terrin, heeft pech dat het achter Butcher’s Crossing komt. Om positief te blijven ga ik dit keer niet zwijgen, maar geef ik eerst een korte impressie van Buther’s Crossing, wat ik het beste van de drie vind. Dit boek heeft een mooi verhaal en dit verhaal wordt geschreven in korte, maar krachtige zinnen, zonder uitwijkingen of onnodige details. Elke zin wordt als het ware als een foto op je netvlies geplaatst en de aaneenschakeling van deze foto’s wordt een film die je zo voor je ziet afspelen. Post Mortem heeft vanaf bladzijde 124 iets dergelijks bij mij teweeg gebracht, jammer van die eerste 123 bladzijden waar ik niets aan had en zeker niet bijdragen tot de indruk die ik over dit boek overhoud.

In deel 1 schrijft Terrin over Emiel Steegman, de hoofdpersonage. Hij is schrijver en krijgt een inval voor een nieuw boek. De hoofdpersonage daarin zal Meneer T zijn. Terrin schrijft over Steegman en Steegman schrijft over T, waar ik veronderstel dat dit de T van Terrin is, omwille van het autobiografische aspect van dit boek. De personages Emiel Steegman en T beginnen door elkaar te lopen zodat het, voor mij althans, niet altijd duidelijk is wie wie is. De beste beschrijving van deel 1 staat op bladzijde 94: “De nakende presentatie van zijn nieuwe roman zou niet als een film maar als een verzameling beelden aan hem voorbijtrekken, frames die niet op elkaar aansluiten”. Inderdaad, deel 1 is een opeenstapeling van indrukken die niets met elkaar te maken hebben, zelfs niet door een rode draad aan elkaar verbonden zijn, zodat er helemaal geen sprake kan zijn van een verhaal. En dan ook nog gebracht in een moeilijk leesbare stijl. Wat is de meerwaarde van hoofdstukken 3, 10 en 13, waar dit laatste hoofdstuk enkel “T heeft een geheim” bevat.

Als gevolg is dat deel 1 geen aangenaam lezen is, maar ik bleef wel lezen omdat de voorflap van het boek zegt: “Tot Renée, zijn dochtertje van bijna vier, wordt getroffen door het noodlot…’. Zou dit misschien reeds een verwittiging zijn om de lezer te doen doorzetten, die anders al lang had opgegeven door dat moeilijk leesbaar woordgebruik. Jammer dat we tot pagina 124 moeten doorbijten om te weten wat dit noodlot is. Maar hier neemt het boek een totale wending, misschien omdat dit gedeelte autobiografisch zou zijn. De twintig laatste bladzijden van deel 1 en deel 2 zijn vlot leesbaar, zonder al te veel nutteloze uitweidingen. Het is een spannende weergave van waar een vierjarig meisje, haar ouders en de medische staf moeten doorgaan na een ernstig herseninfarct van het kind. Het is niet enkel een beschrijving van wat gebeurt maar ook een weergave van de gemoedstoestanden van de betrokken personages. Inhoudelijk heel mooi, met sommige zeer ontroerende passages. Als grootvader van een vierjarig kleinzoontje heeft me dit echt geraakt, ik kreeg er zelfs een krop in de keel van.

Waarom kon deel 3 niet gewoon doorgaan met de beschrijving van de revalidatie van Renée ? Waarom enigszins terugvallen in de minder vlot leesbare stijl van deel 1 ? Nu is een biograaf van Steegman aan het woord. Steegman heeft juist voor zijn overlijden een aantal video films naar die biograaf gestuurd. Deze gaan vooral over de revalidatie van zijn dochtertje, waardoor het verloop van de verdere revalidatie beschreven kan worden. Maar plots worden ook de omstandigheden van de dood van ene Sandra Volckaert, een hoertje, naar voor gebracht. Er is sprake van een aanhoudingsbevel voor Steegman. Fictie en non-fictie liggen hier zo dicht bij elkaar zodat ik niet kon uitmaken wie uiteindelijk aansprakelijk is voor deze moord. Terrin zal het wel niet zijn, dus houd ik het maar bij Steegman, of was het dan toch zelfdoding ? Alleen vraag ik me af waarom dit erbij gesleurd moest worden, het maakt het slot van het boek alleen maar meer onverstaanbaar. Het allerlaatste hoofdstuk is de begrafenis van Steegman, waar zijn dochter ondertussen veertien geworden is en bijna volledig hersteld is.

Dit had een mooi boek kunnen zijn, had hij het tweede deel nog wat meer uitgewerkt en het ‘Voor mijn dochter’ genoemd.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in bibliotheek Roosdaal. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *