Jef Geeraerts: Tien brieven rondom liefde en dood (verslag van een lid van de leesclub ‘Leze en zegge’ van de bibliotheek van Roosdaal)

tien brieven rondom liefde en dood(verslag van een lid van de leesclub ‘Leze en zegge’ van de bib van Roosdaal) Eerste brief: Een eerste bedenking betreft mijn vader zaliger, die ook graag boeken las. Toen hij rond de zeventig was, vroeg ik eens wat het laatste boek was dat hij gelezen had. Als antwoord kreeg ik dat hij gestopt was met het lezen van boeken omdat het meer en meer gebeurde dat hij onderaan de bladzijde niet meer wist wat hij bovenaan gelezen had. Hij had het steeds moeilijker zich te concentreren op die lange verhalen, en verkoos zich te beperken tot zijn dagelijkse krant.
Tweede bedenking. Van Jef Geeraerts heb ik volgende boeken gelezen: De PG, De ambassadeur, De zaak Alzheimer, Dossier K, Goud, Het Sigmaplan, Romeinse Suite en Sanpaku. Toen besloot ik niet langer boeken van Jef Geeraerts te lezen. Ik vond dat elk boek tot minstens één derde gereduceerd zou kunnen worden door het weglaten van onnodige uitweidingen en vervelende beschrijvingen.
Beide bovenstaande bemerkingen kwamen in mij op na het lezen van de eerste brief. Ik heb die twee keer gelezen, maar vraag me niet waar het over gaat, ik weet het echt niet. Moet ik mij zorgen maken over mijzelf zoals ik mij zorgen maakte over mijn vader? Ik denk het niet, maar wijdt het toe aan de schrijfstijl van Jef Geeraerts die mij duidelijk niet ligt.

Tweede brief:

Van de tweede brief herinner ik dat hij een bezoek brengt aan een bisschop in verband met het bouwen van een nieuw seminarie dat er feitelijk niet zou moeten komen omwille van steeds minder intredingen. Op blz. 20 had ik al eerder een relatief moeilijke zin gevonden, maar in deze tweede brief op blz. 27 vond ik de finale bevestiging dat het niet aan mij ligt en dat ik mij zeker geen verdere zorgen moet maken.
Ten bewijze: De heer G… stelt volgende vraag aan de bisschop: ‘En dat splinternieuwe seminarie van meer dan honderd miljoen, u zegt zelf dat er geen roepingen meer zijn, hoe rechtvaardigt u dan die geldverspilling?
Alzo antwoordde de uit Aalst afkomstige bisschop met sterk West-Vlaams accent:
Wat zou ik niet geven om een gewoone braave boer te zijn, ploegend en eggend tot Gods glorie.’ antwoordde de bisschop ter zake, ‘dat is nota bene allemaal de schuld van mijn secretaris, mijn factotum, bevoegd, homoseksueel en stammend uit een schatrijke familie die veele giften heeft gedaan, als ik er niet meer uitgeraak, dan ooverhandig ik hem de stukken, en hop, paardje in galop, met enkele slaagen horizontaal en vertikaal knapt hij het zaakje op, een waar genie, zoo is dat plan van het Nieuw Seminarie er ook door gekoomen, Noblesse Oblige, dat is een spreuk die ingelijst booven mijn bed hangt, ik ben immers geboortig uit het Land-van-Olsjt, waar de manslie een duvel in hun borst en de vrouwlie het vuur aan hun kont hebben en waar de Spaansche soldaaten intertijd hun zaad kwistig in het rond gestrooid hebben, links-rechts, links-rechts, goeie grond, goeie mest, goeie hop, goei bier, malse wijven met lekkere teiten en wasschen, strijken, zingen, bidden, ieveren, kindjes koopen, alles uit volle borst, aloud boerenbloed, gezonde bronst potverblomme, erin eruit en basta, geen fiorituurkens, zoals onze Moeder de Heilige Keirk het voorhoudt aan ieder die ooren heeft om te hooren en… ‘k hoore tuuten d’hoome en de navond es nabie, voor mie…’
Dit gaat voor mij iets te ver om vlot leesbare literatuur genoemd te worden.

Derde brief:

In de derde brief belandt Jef Geeraerts na twee pagina’s in Egypte. De tekst wordt dan ineens heel vlot leesbaar, maar wat krijgen we daar op ons dak, de beschrijving van wat voor een goed paardrijder hij is, gevolgd door zijn confrontatie met godsdienstige gebruiken die dan resulteert in een filosofische uitleg over de besnijdenis van jonge meisjes. Tenslotte verplaatst hij zich naar Kongo om daar in uiterst detail een besnijdenis van een negen jarig meisje te beschrijven. Als vader van twee dochters werd ik misselijk toen ik dit las. Het enige nuttige maar betreurbare besluit dat ik hieruit kan trekken is dat het onmenselijk is dat deze praktijk dertig jaar later nog altijd brandend actueel is.

Vierde en volgende brieven:

Zijn vierde brief is een ode aan zijn geliefde, Rosina. Een eerder korte brief met opnieuw een record, namelijk één zin, van meer dan een pagina. Ik heb me laten helpen door een scanner en MS Words om tot volgende statistiek te komen: een pagina telt 34 lijnen en Jef Geeraerts slaagt erin een zin van 43,5 lijnen te produceren. Deze zin telt 414 woorden met daarin 56 komma’s en 18 keer het woord ‘en’. Dat kan gewoon niet vlot leesbaar zijn.

Ook inhoudelijk bereikt het boek in de volgende brief een absoluut dieptepunt. Opnieuw in verschrikkelijk detail beschrijft hij hoe hij als gedelegeerde van administrateur S. die dit niet zag zitten, deelneemt aan de terechtstelling van een ter dood veroordeelde. Na een eerste mislukte poging bindt hij een extra gewicht van twintig kilogram aan de veroordeelde om zeker te zijn dat hij de tweede poging toch niet overleeft. Het is onmenselijk wat daar beschreven wordt. Fictie of non-fictie, mij blijft het om het even, wie zo iets over zichzelf schrijft doet dit om te shokeren, uit te dagen of alleen maar om zichzelf interessant te vinden, en dat is niet wat ik wil lezen.

Had ik dit boek op eigen initiatief gelezen, ik was zeker gestopt. Dit zou het vierde boek zijn dat ik niet uitgelezen zou hebben van de meer dan 600 boeken die ik gedurende de voorbije 40 jaar genoteerd heb als gelezen. Voor de leesclub voel ik me enigszins genoodzaakt om verder te lezen, maar ik wil positief eindigen. Niets schrijven is positiever dan iets negatief schrijven en dus stop ik met schrijven, wat dan ook het einde van deze bespreking betekent.

Niet alle leden waren negatief over het boek. Sommige leden vonden bepaalde zinnen kunstig geschreven. Daarnaast merkten ze ook op dat het boek meer in de tijdsgeest van toen moet bekeken worden.

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in bibliotheek Roosdaal met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *