Umberto Eco: De naam van de roos (werkbladen leesgroep Pepingen)

naam van de roos
Biografie Bij zijn dood verscheen volgende biografie in De Standaard van 20 februari 2016.

De Italiaanse schrijver en filosoof Umberto Eco, de auteur van de beroemde roman “De naam van de roos”, is overleden op 84-jarige leeftijd.

Umberto Eco overleed vrijdag rond 21.30 uur bij hem thuis, schrijft de krant La Repubblica op haar website. De schrijver, die in Milaan woonde, leed al lang aan kanker.

Umberto Eco werd op 5 januari 1932 geboren in Alessandria in Noord-Italië. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Turijn en bestudeerde voor zijn proefschrift de esthetiek van Thomas van Aquino.

De man naderde al zijn vijftigste verjaardag toen hij zijn meesterstuk realiseerde: zijn debuutroman De naam van de roos uit 1980. Van het boek, dat een vertaling kreeg in 43 talen waaronder het Nederlands, werden miljoenen exemplaren verkocht.
In 1986 draaide de Fransman Jean-Jacques Annaud een filmversie van het boek met Sean Connery in de rol van monnik William van Baskerville, een ex-inquisiteur die de verdachte dood van een monnik onderzoekt in een abdij in het noorden van Italië.
‘Umberto Eco, een van de beroemdste intellectuelen van Italië, is dood’, schrijft de Corriere della Sera op zijn website. ‘Umberto Eco was een belangrijke persoonlijkheid in het culturele leven in Italië de voorbije vijftig jaar, maar zijn naam blijft onlosmakelijk verbonden, op internationaal niveau, met het buitengewone succes van zijn roman De naam van de roos.’
‘De wereld verliest een van de belangrijkste figuren uit zijn hedendaagse cultuur’, schrijftLa Repubblica. ‘We zullen zijn kijk op de wereld missen.’

Umberto Eco en enkele andere grote namen uit de Italiaanse literatuur beslisten in november nog om hun prestigieuze uitgevershuis Bompiani te verlaten, dat recent was overgenomen door de groep Mondadori (eigendom van de familie-Berlusconi). Ze sloten zich aan bij een nieuwe, onafhankelijke uitgeverij, La nave di Teseo (Het schip van Theseus, de mythische koning van Athene).

De schrijver, die trouwde met een Duitse, beheerste veel talen. Hij onderwees aan verschillende universiteiten, vooral aan die van Bologna, waar hij tot oktober 2007 een leerstoel semiotiek bekleedde, alvorens op pensioen te gaan.

Kinderspel

Eco zei dat hij zich pas laat toelegde op fictie omdat hij romans schrijven beschouwde als ‘een kinderspel’ dat hij niet serieus nam. Na de Naam van de roos, schreef hij De slinger van Foucault (1988), Het eiland van de vorige da (1994) en De mysterieuze vlam van koningin Loana (2004). Zijn laatste roman, Het nulnummer verscheen in 2014 en was een hedendaagse detective over de wereld van de pers.

De overledene is ook auteur van tientallen essays over eclectische onderwerpen als de middeleeuwse esthetiek, de poëzie van Joyce, James Bond, de kunst van de vervalsing, de geschiedenis van de schoonheid, en die van de lelijkheid.
‘De schoonheid bevindt zich binnen bepaalde contouren, terwijl de lelijkheid onbegrensd is, dus complexer, gevarieerder en dus leuker’, zei hij in een interview in 2007. Hij bekende daarin ook dat hij ‘altijd genegenheid had gehad voor monsters’.
Umberto Eco speelde ook klarinet én was een man van links. Hij was geen schrijver die zich opsloot in een ivoren toren. Zo schreef hij regelmatig voor het magazine L’Espresso.

‘De sociale netwerken hebben recht van spreken gegeven aan legioenen imbecielen die vroeger alleen maar hun zegje deden op café, na een glas wijn, en zo geen kwaad berokkenden aan de gemeenschap’, zei hij onlangs nog volgens de krant Il Messagero. ‘Ze werden onmiddellijk het zwijgen opgelegd, terwijl ze vandaag evenveel recht van spreken hebben als een Nobelprijswinnaar. We worden onder de voet gelopen door imbecielen.’

Meteen na zijn dood werd zijn laatste boek uitgebracht, nl. ‘Pape Satan Aleppe’, een verzameling teksten van de auteur die sinds 2000 werden gepubliceerd in het Italiaanse weekblad L’Espresso. De release van het boek was oorspronkelijk gepland voor mei, maar door het overlijden van de schrijver werd die vervroegd. (Nog niet in het Nederlands vertaald.) Dit boek krijgt veel kritiek van het Vaticaan. Maar het is niet de eerste keer dat het Vaticaan Eco aanvalt. ‘De naam van de Roos’ werd betiteld als “narratief onheil dat de betekenis van geloof vervormt, ontheiligt en beledigt.”

(Heel) korte bibliografie van zijn fictie

1980: De naam van de roos
1988: De slinger van Foucault
1994: Het eiland van de vorige dag
2000: Baudolino
2004: De mysteriuze vlam van koningin Loana
2010: De begraafplaats van Praag
2015: Het nulnummer

Personages (belangrijkste)

William van Baskerville
Adson van Melk

Abbone van Fossanova (6)
Remigio van Varagine (cellarius)
Salvatore van Monferrato (rechterhand van de cellarius)
Ubertino Da Casale (mysticus)
Severin van Sankt Emmeram (4) (herborist)
Nicola van Morimondo (glasmeester)
Alinardo van Grottaferrata (oudste van de monniken)

Malachias van Hildesheim (5) (bibliothecaris)
Bengt van Uppsala (weetgierige jonge monnik)
Berenger van Arundel (3) (hulpbibliothecaris)
Adelmo van Otranto (1) (miniaturist)
Venantius van Salvemec (2) (vertaler, aristoteleskenner)
Jorge van Burgos (blinde ziener)

Bernard Gui (inquistieur)
Bertrando del Poggetto (leider pauselijke delegatie)

En één naamloos meisje…

Historische achtergrond

De Poëtica:

Aristoteles verdeelde poëzie in drie genres: tragedie, komedie en epiek. In het eerste boek van zijn Poetica houdt hij zich bezig met het epos en vooral met de tragedie, terwijl een tweede boek waarin hij de komedie behandelde verloren is gegaan. Een uiteenzetting over de Griekse theorie van de komedie is ook te vinden in de Tractatus Coisslinianus, een 10e-eeuws manuscript uit de verzameling van Henri Charles de Cambout de Coislin. De behandeling van de komedie in de Tractatus toont invloed van Aristoteles, wat doet vermoeden dat het wel eens om een kopie kan gaan van een verloren werk van Aristoteles. Volgens deze bron zou ook komedie, net zoals de tragedie, een catharsis teweeg moeten brengen, dit keer echter door de lach en het plezier.

Enkele citaten uit de Poëtica:
De goden houden ook van een grapje.
Humor is gecultiveerde onbeschaamdheid
De zwartgalligste mannen zijn de geestigsten
Armoede is de vader van revolutie en misdaad
De meetkundige waarheden verschaffen ons geen gevoelens van vreugde of hoop.

Tijd en ruimte:

Het verhaal speel zich af eind november 1372 in NW-Italië, middenin de strijd tussen de Duitse keizer Lodewijk de Beier en de toenmailige Avingnon-paus Johannes XXII over de evangelische armoede.
Historische contekst: in december kwam de leider van de franciscanerdelegatie, Michael van Cesena, aan in Avignon.

Enkele vragen:

1. De naam van de Roos is een historische roman, een detectiveroman, een gothic novel, een speelse introductie tot de semiotiek, een ideeënroman, een politiek traktaat, een boekenroman, … Hoe heb jij dit boek gelezen?
2. Umberto Eco houdt van citaten. “De beste manier om te citeren is het niet al te nadrukkelijk te doen, dat degene die de verwijzing herkent erom kan glimlachen, maar degene die haar niet herkent niet het gevoel heeft iets te missen. Het hoogste gebod bij een goed citaat is dat elke boerenlul de tekst moet kunnen blijven begrijpen”, zegt Joost Zwagerman.
3. Vandaag, 18 mei 2016, wordt in De Morgen het boek ‘Latijn. Cultuurgeschiedenis van een wereldtaal’ van Jan Bloemendal besproken. Het Latijn is springlevend. Hoe merk je dat? Heb je trouwens zelf geen zin om citaten als ‘Omnis mundi creatura quasi liber et pictura nobes est in speculum’ (p.31)en ‘Tum podex carmen extulit horridulum’ (p.142) te leren?
4. Verklaar de titel.
5. Naar wie verwijzen de hoofdpersonages William van Baskerville en Adson van Melk?
6. Beschrijf de bibliotheek.
7. Doet dit boek je aan een ander boek denken?
8. Waarover gaan de meningsverschillen in dit boek? Zijn we daar vandaag nog iets mee?
9. Wie heeft de film gezien? Gelijkenissen? Verschillen?
10. Het succes van ‘De naam van de roos’ bracht de middeleeuwen weer in zwang. Vb?

Twee afbeeldingen a. Bibliotheek van Babel b. Bibliotheek in De naam van de roos

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in bibliotheek Pepingen met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *