Stephan Abarbanell: Morgenland (werkbladen leesclub Pepingen)


Biografie:

Stephan Abarbanell werd geboren in 1957 en groeide op in Hamburg. Hij studeerde protestantse theologie en retoriek in Hamburg, Tübingen en Berkeley/USA, en volgde ook een cursus Creative Writing. Daarnaast werkte hij ook als kapelaan in het Universitair Ziekenhuis van San Francisco.
Momenteel is hij Chef Cultuur bij het Berlijnse radiostation RBB.
Hij woont nu met zijn vrouw Bettina, een literair vertaalster, zijn dochter en twee zonen in Potsdam.

Literatuurtip:

Anders Rydell: ‘De grote boekenroof : een zoektocht naar Europa’s verdwenen bibliotheken’
door Uitgeverij Atlas Contact in 2017

Op 10 mei 1933 staken nazi’s op de Opernplatz in Berlijn, onder toeziend oog van 40.000 toeschouwers, zo’n 25.000 boeken in de fik. Het was het startsein voor een reeks boekverbrandingen overal in Duitsland. Over die gebeurtenis is veel geschreven, maar onbekend is het veel sinisterder plan dat de nazi’s in heel Europa ten uitvoer brachten: het plunderen van bibliotheken en privébezit, met als doel de literatuur in te zetten als wapen in de vernietigingsmachinerie. Tegenstanders werden zo niet alleen van hun vrijheid beroofd maar ook van hun literatuur, hun verhalen, hun emotionele en intellectuele geschiedenis. In De grote boekenroof volgt Anders Rydell het spoor van de boekenplunderaars door Europa. Hij reist onder meer naar Den Haag en Amsterdam, struint door de bibliotheken van Berlijn en Parijs en gaat op zoek naar de mysterieus verdwenen Joodse bibliotheek in Rome. Zo vertelt Rydell het verhaal van een van de meest angstaanjagende nazi-ambities op het gebied van kunst, cultuur en onderwijs. (flaptekst)

Enkele vragen (overgenomen van www.hebban.nl)

1. Welke periode uit de geschiedenis wordt hier behandeld? Wist je al iets over die periode?

2. Is dit een historische roman? In hoeverre is er hier onderscheid tussen fictie en non-fictie?

3. Wat is het belangrijkste: het weergeven van de geschiedenis of het verhaal dat er rond geweven is?

4. In het Engels is de titel ‘Displaced’. Welke titel verkies je? Waarom?

5. Hoe ontwikkelen de hoofdpersonages zich gedurende het verhaal? Welke van hen spreekt je het meeste aan en waarom?

6. Wat kun je zeggen over de schrijfstijl? Is deze anders dan je gewoon bent?

7. Sommigen onder ons denken bij de beschrijving van de doorgangskampen aan onze huidige vluchtelingenkampen? Waarom? Terecht?

8. Heeft de auteur je kunnen raken? En op welke manier? In positieve of in negatieve zin?

9. Denk je dat de auteur de lezer met het verhaal een boodschap heeft willen meegeven? Zo ja, welke is dat dan?

10. Vanuit welke hoek bekijkt de auteur deze geschiedenis? Is dat verkeerd? Waarom wel/niet?

11. De auteur is een journalist. Merk je dat aan zijn stijl? Hoe?

12. De auteur heeft een cursus creative writing gevolgd. Merk je dat? Hoe?

Een interview met Stephan Abarbanell
29 JUNI 2016 (zie AW Bruna)

Duitsland, zomer 1946. Tussen de puinhopen is de Joodse in Palestina geboren Lilya Wasserfal op zoek naar een verdwenen Joodse wetenschapper, Raphael Lind. Eenmaal ter plekke wordt ze met zichzelf en haar wortels geconfronteerd. Een intrigerende historische roadtrip met een vleugje spanning en romantiek. Een gesprek met de schrijver, Stephan Abarbanell (1957), die inspiratie putte uit zijn eigen familiegeschiedenis.
Zat dit debuut al lang in uw hoofd?
“Een boek schrijven was iets dat ik altijd heb willen doen. En ook vele malen aan ben begonnen, maar altijd weer weggelegd. Toen ik eenmaal de vijftig was gepasseerd, vond ik dat het tijd was voor een krachtig besluit. De kinderen waren de deur uit. Ik had geen excuses meer om het schrijven uit te stellen. Het was doorgaan of voorgoed stoppen. Ik besloot tot het eerste. Het werd een soort queeste voor mij. Of ik nu een uitgever vond of niet, dat boek moest en zou er komen.”
Hoe lang heeft u erover gedaan?
“Bijna zes jaar! Dat kwam vooral omdat ik halverwege helemaal opnieuw begonnen ben. Mijn oorspronkelijke hoofdpersoon was een jonge, Nieuw Zeelandse soldaat. Na een jaar of drie, voelde ik het ergens wringen. Lilya speelde in dat verhaal een kleine rol, maar ze vroeg om meer. Eerst durfde ik mijn instinct niet te volgen. Ik was al zo ver gevorderd. Bovendien durfde ik er niet op te vertrouwen dat ik als oudere man stem kon geven aan een jonge vrouw. Maar waarom niet? Het voelde goed, dus besloot ik mijn hart te volgen en die drie jaar werk opzij te schuiven. Als ik echt schrijver wilde worden, moest ik eerlijk zijn en mezelf serieus nemen. Er was geen alternatief, zo moest mijn boek worden.”

Hoe kwam u op het idee voor deze complexe roman?
“Ik las ooit een artikel over de beroemde Joods-Duitse broers Scholem. Hun vader was geassimileerd, een broer sloot zich aan bij de Deutsche Volkspartei, de twee andere broers hadden daar weinig vertrouwen in. Gerschom trok naar zijn Morgenland, het jonge Palestina, Werner werd communist en hoopte Duitsland van binnenuit te veranderen. Vlak na de oorlog is Gerschom teruggekeerd in de hoop kostbare Joodse boeken te redden en naar Palestina te brengen. Hun geschiedenis bleef door mijn hoofd spoken, misschien ook omdat het raakt aan mijn eigen geschiedenis.”

Waarin raakt het boek uw eigen geschiedenis?
“Abarbanell is een van de oudste Joodse familienamen. Onze geschiedenis gaat terug tot zeker in de middeleeuwen. Mijn overgrootvader was een aanhanger van de Duitse Keizer en net als zijn zoon, mijn grootvader, volledig geassimileerd. Ze dachten dat ze eindelijk geaccepteerd waren, maar tijdens het nazi regime bleek het toch anders te liggen. De vrienden van mijn grootvader lieten zich niet meer zien en hij moest zijn dokterspraktijk sluiten. Dat voelde heel eenzaam. Ook mijn vader, voor een kwart Joods, werd als derderangs burger behandeld. Als de oorlog langer had geduurd, waren zij waarschijnlijk ook opgepakt. Ze hebben er nooit met mij over willen praten. Ik moest zelf mijn antwoorden zoeken, dus ben ik in de jaren zeventig regelmatig naar Israël gereisd. Heb in een kibboets gewerkt en veel gesproken met oude Duitse Joden.”

Wat zocht u daar?
“Mijn wortels. Ik worstelde met wezenlijke vragen als ‘waar kom ik vandaan, bij wie hoor ik en wie kan ik vertrouwen?’ In mijn roman is de belangrijkste onderliggende vraag; waar hoor je thuis? Iedereen en alles in deze roman is ontheemd. Niets en niemand is meer op zijn plek. De oude orde is verbroken en er is nog geen nieuwe structuur. De mensen leven in de schaduw van wat er is gebeurd. Voor een schrijver is dat een heel boeiend gegeven. Ik vond het verrassend dat er niet veel literatuur was over het jaar 1946. Morgenland gaat over verlies, ontheemding, het zoeken naar verlossing. Tegelijkertijd is het ook een boek over hoop op een betere toekomst. Vandaar de titel Morgenland, dat treft de positieve sfeer beter dan mijn oorspronkelijke werktitel Displaced. De titel heeft ook een extra lading. Luther vertaalde het bijbelse anatole (zonopkomst oftewel het oosten) naar Morgenland. ”
Liet u uw vrouw meelezen?
“Bettina was inderdaad mijn eerste lezer. Ik vond het heel spannend om haar mijn werk te laten lezen. Schrijven is een eenzaam vak. Ik voelde me zo verwant met mijn personages en het verhaal, dat het gênant voelde dat hele pakket ineens uit handen te geven. Ik voelde me ook onzeker over de kwaliteit. Bettina is een kritisch lezer, ze heeft me niet gespaard, maar ook niet gekwetst. Haar opmerkingen hebben het boek sterker gemaakt. Later heb ik het aan een bevriend uitgever en een veel gelezen schrijver laten lezen. Ook zij waren kritisch, maar zij drongen er op aan dat ik vooral door moest gaan. Die bemoedigende woorden, had ik nodig. Ze sterkten mijn gevoel dat ik op de goede weg zat.”

Voelde het goed toen de roman klaar was?
“Eerlijk gezegd niet. Ik voelde me eenzaam en depressief. Je moet begrijpen dat mijn leven zes jaar lang om die mensen en dat decor was gebouwd. Ik stond ermee op en ik ging ermee naar bed. Afscheid van hen nemen vond ik heel moeilijk. Daarna begon een heel rare, nieuwe periode. Ineens moest ik achter mijn schrijftafel vandaan en de wereld in. Ik zat niet meer middenin mijn boek, maar moest er wel over praten. Geloof me, een boek schrijven is iets heel anders dan erover praten. Eerst voelde het onwennig, maar het heeft me ook meer bewust gemaakt van mijn schrijverschap. Een boek is nooit klaar, weet ik nu. Door erover te praten blijft het levend.”

Smaakt deze roman naar meer?
“Zeker, ik ben bezig met mijn tweede roman. Die speelt zich grotendeels in het heden af, met uitstapjes naar het verleden. Ik werk nog altijd fulltime als chef cultuur bij het radiostation RBB. Het schrijven doe ik in mijn vrije tijd. Mijn vrouw is vertaalster en begrijpt mij maar al te goed. Haar werk is ook nooit klaar. We vinden het heerlijk om ons werk mee te nemen op vakantie. Dan staan we vroeg op, werken allebei aan ons eigen materiaal en in de middag gaan we de omgeving verkennen. Voor mij is dat de perfecte vakantie. Luieren op het strand is niets voor mij.”

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online.
Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!

Dit bericht is geplaatst in bibliotheek Pepingen met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *