Pierre Lemaitre: Tot ziens daarboven (verslag van Christel en Sonja van de leeskring van Halle)

tot ziensHet boek verscheen in de aanloop van de herdenkingen van WOI in Frankrijk. Na het eerste succes (meer dan 30.000 boeken verkocht tijdens de eerste maanden) ontving Pierre Lemaitre de Goncourt literatuurprijs.

Bijna iedereen uit onze leeskring heeft dit boek met plezier gelezen.

Het is een meeslepend boek, pretentieloos geschreven waarin de schrijver een goed sfeerbeeld schept van Wereldoorlog I en zijn naweeën. Het boek is moeilijk te plaatsen binnen één genre. Je kan het lezen als een historische roman, een detective, een misdaadroman, psychologische roman of zelfs schelmenroman.

Lemaitre gaat de gruwel niet uit de weg maar beschrijft deze op zo’n manier dat het niet deprimerend wordt. Tot ziens daarboven is geen zuiver oorlogsboek omdat de schrijver bij het neerzetten van de verschillende karakters humor en ironie gebruikt.
Hij gebruikt ook geen te lange beschrijving zodat het lezen vlot verloopt.

Met Tot ziens daarboven krijgen de vele ex-soldaten van de Eerste Wereldoorlog een gezicht. De samenleving liet hen grotendeels in de steek, velen moesten rondkomen van een mager pensioentje terwijl er grote bedragen werden gespendeerd voor de doden.

Voor de korte inhoudelijke beschrijving kan je terecht op deze link

Het boek is opgebouwd uit 3 delen, zoals in een toneelstuk.

In het eerste deel worden de hoofdfiguren voorgesteld: Albert, Édouard en kolonel Pradelle. Het verhaal wordt van in het begin zo opgebouwd dat je voor beide soldaten onmiddellijk sympathie voelt. Pradelle daarentegen wordt al bij de eerste ontmoeting als een ergerlijke schurk neergezet.
Het verhaal begint in de herfst van 1918, een paar dagen voor het eind van de oorlog.
Door de oorlogsomstandigheden zijn Albert en Édouard tot elkaar veroordeeld. Bij een reddingspoging geraakt Édouard, telg uit een welgestelde familie, zwaar gewond en wil na de oorlog zijn familie niet meer zien. Hij is een gueule cassée, een ex-soldaat die met een gruwelijke verwonding door het leven moet. Samen met Albert verdwijnt Édouard enkele maanden later in de anonimiteit.

Het tweede deel : Na de oorlog, de ene zijn dood is de andere zijn brood …
In dit deel neemt Édouard wraak op de maatschappij. Hij komt met een verbluffend plan om snel geld te verdienen en de samenleving een loer te draaien. Ook Pradelle verrijkt zich met zijn creatieve zwendel.
Je kan je terecht afvragen welke oplichterijen het zwaarst doorwegen. Lemaitre beschrijft in dit deel hoe een land omgaat met zijn doden en overledenen. Worden wij, als lezers echter niet teveel beïnvloed door het beeld van de sympathieke soldaten en de kolonel, die graag als een oorlogsheld door het leven gaat? In wezen zijn het allemaal oplichters die zich willen verrijken.

Het derde deel met zijn wat bizarre einde. Pleegt Albert bewust zelfmoord? Of is het een ongeluk, een samenloop van omstandigheden? Het eind werd door sommige lezers als “erover” gezien, een anticlimax.

Vragen en opmerkingen

– Waarom keert Édouard niet terug naar zijn familie? Zijn familie is rijk maar toch weigert hij plastische chirurgie. Édouard werd vroeger door zijn vader niet erkend, een vernedering die hij niet meer wil ondergaan. Hij heeft een sterke persoonlijkheid en zal door zijn verminking niet herkend worden. Hij wil erkend worden om wie hij is en niet om hoe hij eruit ziet.
– Is de vriendschap tussen Albert en Édouard een (h)echte vriendschap? Of zijn ze tot elkaar veroordeeld? Uit schuldbesef? Op het einde lijkt het erop dat hun vriendschap echt groeit.
– Pauline vergeet snel haar ethische principes als er geld in het spel komt.
– Eigenaardig genoeg vergaten we bij de bespreking allemaal de figuur van Merlin, de gewetensvolle fraudebestrijder, de enige echte ambtenaar die niet zwicht voor het geld en Pradelle tot zijn val brengt.

Stijl

Lemaitre spreekt de lezer rechtstreeks aan (vooral in het begin, verder in het boek gebeurt dit minder) en gebruikt hiermee een stijlelement uit de periode waarin het verhaal zich afspeelt
Het verhaal is zeer filmisch geschreven ( de filmrechten zijn al verkocht)
Gebruik van cliffhangers : Lemaitre is policier
Opbouw als een schelmenroman met epiloog

Thema’s

de “schone schijn” maatschappij
parvenus, nouveaux riches
de schimmige ambtenaar
transfert van notoriëteit
vriendschap, en die afkopen?
den Bon Marché
de spiegel als metafoor
het personage van Joseph Merlin, de gewetensvolle ambtenaar
pretentieloos
soapachtig

Citaten

Ik ben op het gebied van het hart een invalide (pag 163)
Een held was hij. Het was met helden zoals met knappe vrouwen, een goed gezelschap heeft er altijd een paar van nodig. (pag ?)
Albert bekeek al die mensen zoals hij ooit eens had gekeken naar exotische vissen achter een glas van een aquarium, die nauwelijks meer op een vis leken (hfst 18 – het diner van Albert bij Madeleine)

Info over de gueules cassées

Volgens schattingen was bij vier procent van de gewonden aan het westelijk front van de Eerste Wereldoorlog het gelaat verminkt, wat neerkomt op ongeveer tweehonderdtachtigduizend gevallen, waarvan sommigen te gruwelijk waren om aan te zien (Van Bergen 2001: 278). Daar kwam bij dat een aantal gueules cassées ook ledematen had verloren of andere zware verminkingen had opgelopen. En uiteraard werd het trauma van de verminking gecompliceerd door ernstig psychisch trauma, zeker bij het verlies van het gelaat. Vaak was het resterende hoopje mens zo meelijwekkend dat er, al dan niet passief, euthanasie werd toegepast. Anderen werden het ongelukkige voorwerp van medische experimenten die in de regel meer schade aanrichtten dan dat ze de patiënt vooruithielpen. Voor een kleine groep gueules cassées werden letterlijk vergeetputten opgericht. In 1936 onthulde een Nederlandse krant een goed bewaard geheim: in een Weens ziekenhuis was er een afgelegen paviljoen waartoe enkel een dertigtal artsen en verpleegsters toegang hadden. Daar leefden tachtig ‘dode mannen’: afgrijselijk verminkte gueules cassées die vaak ook ‘geheel verlamd, blind, doof en stom’ waren. Deze mannen waren letterlijk opgesloten in wat er nog van hun lichaam overbleef, gedoemd om alleen te zijn met hun – ongetwijfeld ondraaglijke – gedachten. Hun families hadden na de oorlog het bericht gekregen dat hun geliefde zoon, broer of echtgenoot op het veld van eer was gesneuveld. In werkelijkheid achtte men het niet opportuun hun bestaan kenbaar te maken aan de buitenwereld (Van Bergen 2001: 284-285). Bron : Streven- cultureel maatschappelijk tijdschrift; Mei 2007

Over Ann Vandamme

begeleidde al leesgroepen toen zij nog geen website had. Sinds 2007 plaatst zij alle leesgroepwerkbladen op het net. Ondertussen vist zij regelmatig werkbladen op uit haar papieren archief en zet die ook online. Vroeger werkte zij in een boekhandel, later in een uitgeverij en sinds 2014 is zij bibliothecaris van Pepingen, in het hart van het Pajottenland. De bibliotheken van de regio Pajottenland en Zennevallei werken nauw samen, en ook de verschillende leesclubs organiseren vaak een gemeenschappelijk evenement. Het logische gevolg is dat al deze leesclubs ook op deze blog een plaats krijgen. Veel leesplezier!
Dit bericht is geplaatst in bibliotheek Halle met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *